<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-27T18:05:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.325.860_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:907">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-27T17:58:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:907 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 01-04-2025 / 200.325.860_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:907:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verhuur van lichtapparatuur voor tv-opnamen tegen een projectprijs voor zes maanden. Moeten gevolgen worden verbonden aan het feit dat de huurder niet alle apparatuur de volle zes maanden tot zijn beschikking heeft gehad?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:907:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
  </para>
  <para>Team Handelsrecht</para>
  <parablock>
    <para>zaaknummer 200.325.860/01</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">arrest van 1 april 2025</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [appellant] , voorheen handelend onder de naam [XXX]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>appellant,</para>
    <para>hierna aan te duiden als [appellant] ,</para>
    <para>advocaat: mr. J. van Boekel te Tilburg,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Stagelight Verhuur B.V.,</emphasis>
    </para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>geïntimeerde,</para>
    <para>hierna aan te duiden als Stagelight,</para>
    <para>advocaat: mr. R.G.F. Lammers te Oss,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 6 juni 2023 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, onder zaaknummer 9599025 \ CV EXPL 21-6105 gewezen vonnis van 5 januari 2023.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het vervolg van de procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vervolg van de procedure in hoger beroep blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenarrest van 6 juni 2023 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 juni 2023;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de door [appellant] genomen memorie van grieven met producties 1 tot en met 4;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de door Stagelight genomen memorie van antwoord met producties 1 tot en met 13;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de door [appellant] genomen akte;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de door Stagelight genomen antwoordakte.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vaststaande feiten en de kern van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.1.1.	Het gaat in deze zaak naar de kern genomen om de vraag in hoeverre [appellant] nog betalingen moet verrichten aan Stagelight in verband met door [appellant] van Stagelight gehuurde roerende zaken waaronder lichtapparatuur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.1.2.	In dit hoger beroep kan op hoofdlijnen worden uitgegaan van de volgende feiten.</para>
      <para>- a.   Stagelight heeft een offerte van 18 januari 2021 uitgebracht aan [appellant] voor verhuur van roerende zaken, waaronder lichtapparatuur, voor de opnamen van het tv-programma 24Kitchen. In de offerte staat onder meer het volgende:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Hartelijk dank voor uw aanvraag! Hierbij heb ik het genoegen u onze offerte te sturen inzake de verzorging van technische faciliteiten voor het project:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>24</nr>Kitchen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op de hierna volgende bladzijden vindt u een specificatie van de prijsopbouw en een omschrijving van onze werkzaamheden en de te gebruiken apparatuur, welke op verhuurbasis zal worden geplaatst.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wij bieden u dit project aan voor de nettoprijs van: € 15.000,00</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dit bedrag is exclusief B.T.W. en eventuele overige wettelijke heffingen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indien u akkoord gaat met deze aanbieding ontvangen wij graag, ter bevestiging, een exemplaar van deze offerte ondertekend retour.”</emphasis>
      </para>
      <para>Bovenaan de offerte staat als huurperiode 27 februari 2021 tot en met 29 augustus 2021.</para>
      <para>Bij de offerte bevindt zich een specificatie van de ter beschikking te stellen materialen. Onderaan de specificatie staat een totaalbedrag van € 30.251,00, een projectkorting van € 16.251,00 en een totaal offertebedrag van € 15.000,00 (exclusief btw).</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>b.   [appellant] heeft de offerte voor akkoord en bevestiging ondertekend.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>c.   Het in de offerte bedoelde project 24Kitchen is uitgevoerd. Stagelight heeft in verband daarmee aan [appellant] zes maandfacturen gezonden van elk € 3.025,00 inclusief btw (€ 2.500,00 exclusief btw), te weten:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Een factuur van 31 maart 2021 voor de maand maart 2021, onder vermelding van <emphasis role="italic">“24 Kitchen Termijn 1”</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Een factuur van 30 april 2021 voor de maand april 2021, onder vermelding van <emphasis role="italic">“24 Kitchen Termijn 2”</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Een factuur van 31 mei 2021 voor de maand mei 2021, onder vermelding van <emphasis role="italic">“24 Kitchen Termijn 3”</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Een factuur van 30 juni 2021 voor de maand juni 2021, onder vermelding van <emphasis role="italic">“24 Kitchen Termijn 4”</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Een factuur van 31 juli 2021 voor de maand juli 2021, onder vermelding van <emphasis role="italic">“24 Kitchen Termijn 5”</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Een factuur van 31 augustus 2021 voor de maand augustus 2021, onder vermelding van <emphasis role="italic">“24 Kitchen Termijn 6”</emphasis>.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- d.   Stagelight heeft in verband met andere projecten ook overeenkomsten met [appellant] gesloten en in verband daarmee de volgende vijf facturen aan [appellant] gezonden:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een factuur van 29 december 2020 ten bedrage van € 1.087,20 inclusief btw onder vermelding van projectomschrijving <emphasis role="italic">“13 december”</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een factuur van 31 maart 2021 ten bedrage van € 2.215,38 inclusief btw onder vermelding van projectomschrijving <emphasis role="italic">“Modeshow”</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een factuur van 31 maart 2021 ten bedrage van € 2.792,08 inclusief btw onder vermelding van projectomschrijving <emphasis role="italic">“Opname video clip”</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een factuur van 31 augustus 2021 ten bedrage van € 514,73 inclusief btw onder vermelding van projectomschrijving <emphasis role="italic">“test camera”</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een factuur van 28 februari 2021 ten bedrage van € 363,00 inclusief btw onder vermelding van projectomschrijving <emphasis role="italic">“Afwerken Studio 2”</emphasis>.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>e.  De bovenstaande elf facturen (de zes facturen voor het project 24Kitchen en de vijf facturen voor andere projecten), belopen in totaal een bedrag van € 25.122,39.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>f.   [appellant] heeft die facturen niet betaald.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>g.   Bij brief van 21 september 2021 heeft het door Stagelight ingeschakelde incassobureau [appellant] gesommeerd het bedrag van € 25.122,39, vermeerderd met in die brief genoemde rente van € 756,03 en buitengerechtelijke kosten van € 3.768,36, dus in totaal € 29.646,78, te voldoen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>h.   Bij e-mail van 27 september 2021 heeft [appellant] aan het incassobureau onder meer het volgende meegedeeld:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Wij hebben u brief d.d. 21 september 2021 in goede orde ontvangen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het gaat hier om een vordering van Stagelight verhuur bv ad € 29.646,78.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit onze boekhouding komt echter een ander bedrag,.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik wil u vragen om wat tijd zodat we dit uit kunnen zoeken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met u goedvinden wil u uiterlijk op 1 oktober hierover berichten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zodat we dit in goed overleg kunnen oplossen.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- i.   Bij e-mail van 1 oktober 2021 heeft [appellant] aan het incassobureau onder meer het volgende meegedeeld:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Het bedrag € 29.646,78 is zeker niet het bedrag wat bij ons bekend is.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er is over en weer correspondentie geweest over niet kloppende facturen. Dit ivm goederen die retour zijn gegaan dan wel niet geleverd zijn volgens order, maar wel in rekening zijn gebracht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wij stellen voor om komende week samen met Stagelight om tafel te gaan om tot een oplossing te komen.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- j.   Bij e-mail van 6 oktober 2021 heeft het incassobureau aan [appellant] onder meer het volgende meegedeeld:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Dank voor uw bericht. Ik heb de kwestie met cliënte besproken en zij gaf aan dat u aan ons kantoor kenbaar kunt maken welke facturen niet juist zouden zijn en waarom niet. Verder kunt u een betalingsvoorstel aan ons kantoor doen. Het mag duidelijk zijn dat er in ieder geval op korte termijn een substantieel bedrag aan ons kantoor dient te</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">worden voldaan.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- k.   Bij e-mail van 19 oktober 2021 heeft [appellant] aan Stagelight onder meer meegedeeld dat – kort gezegd – ten aanzien van zeven facturen geen sprake is van bezwaren. Dit betreft de hierboven genoemde vijf facturen voor andere projecten dan het project 24Kitchen, en de eerste twee van de zes maandfacturen voor het project 24Kitchen. [appellant] heeft in de e-mail aangegeven dat hij voor het bedrag waarover geen discussie is graag een betalingsafspraak wil maken. Met betrekking tot de laatste vier maandfacturen voor het project 24Kitchen heeft [appellant] in de e-mail het volgende meegedeeld:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Factuur	Datum 	      Bedrag	Bezwaar</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [factuurnummer] 31-05-2021 € 3025,00    Factuur terug gestuurd omdat het grootste deel al retour was</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [factuurnummer] 30-06-2021 € 3025,00    Zie uitleg factuur [factuurnummer]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> 31-07-2021 € 3025,00    Zie uitleg factuur [factuurnummer]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [factuurnummer] 31-08-2021 € 3025,00    Toezegging per mail dat de laatste termijn niet in rekening wordt gebracht ivm eerder ophalen van de goederen.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- l.   Bij e-mail van 8 november 2021 heeft het incassobureau aan [appellant] het volgende meegedeeld:</para>
    <bridgehead role="italic">“In bovengenoemde zaak verwijs ik naar uw e- mail van 19 oktober 2021, welke ik aan cliënte heb voorgelegd. Zij berichtte mij als volgt.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Cliënte heeft u de mogelijkheid geboden om korting te krijgen op de afgesproken prijs omdat er (enkele) gehuurde materialen retour zijn gekomen, zulks onder de voorwaarde dat u bij cliënte op kantoor zou komen om duidelijke afspraken te maken over de diverse onbetaalde facturen. Deze afspraak is er helaas niet van gekomen door het uitblijven van een reactie uwerzijds. Verder is er gesproken over kwijtschelding van de vergoeding betreffende de laatste huurtermijn, zulks onder de voorwaarde dat cliënte de gehuurde materialen in eerste week van augustus 2021 retour zou kunnen komen halen. Dit was echter niet mogelijk waardoor het voorstel van cliënte is komen te vervallen. Uiteindelijk zijn de huurmaterialen pas op 18 augustus 2021 retour gekomen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Graag zie ik per omgaande een betalingsvoorstel tegemoet.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- m.   [appellant] heeft geen betalingsvoorstel gedaan en is niet tot betaling overgegaan.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.3.</nr>
      <para>Het hof zal in het navolgende, bij de beoordeling van de grieven, voor zover nodig nadere feiten vaststellen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het geding bij de kantonrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.1.</nr>
      <para>In de onderhavige procedure vorderde Stagelight in het geding bij de kantonrechter veroordeling van [appellant] tot betaling van:</para>
      <para>- € 25.122,39 € 25.122,39 ter zake onbetaalde facturen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 22 september 2021;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 756,03 ter zake tot en met 21 september 2021 over de onbetaald geworden facturen verschuldigd geworden wettelijke handelsrente rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 3.768,36 ter zake buitengerechtelijke kosten.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Aan deze vordering heeft Stagelight, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.</para>
        <para>Stagelight heeft in de periode van december 2020 tot en met augustus 2021 aan [appellant] diverse roerende zaken (lichtapparatuur) verhuurd en daarvoor het benodigde personeel aan [appellant] ter beschikking gesteld. Stagelight heeft daarvoor aan [appellant] elf facturen gezonden, zoals weergegeven op het als productie 2 bij de inleidende dagvaarding overgelegde overzicht (hof: de elf facturen die hierboven in rov. 6.1.2 onder c en d zijn genoemd). Die facturen belopen tezamen € 25.122,39. [appellant] heeft die facturen ten onrechte onbetaald gelaten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.3.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.4.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 10 maart 2022 heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling na antwoord gelast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.5.</nr>
      <para>In het eindvonnis van 5 januari 2023 heeft de kantonrechter, samengevat, als volgt geoordeeld.</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>De vordering van Stagelight ten aanzien van de zeven facturen waarvan [appellant] bij e-mail van 19 oktober 2021 de verschuldigdheid heeft erkend, is toewijsbaar (rov. 4.1).</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [appellant] heeft niet betwist dat een betaaltermijn van 30 dagen is overeengekomen. Daarom is de wettelijke handelsrente toewijsbaar vanaf de 31ste dag na de betreffende factuurdata (rov. 4.2).</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Ten aanzien van de andere vier facturen maakt [appellant] aanspraak op korting op de huurprijs wegens het eerder terugbrengen van gehuurde zaken. Het beroep van [appellant] op korting wegens eerder retour gebrachte zaken moet worden verworpen omdat [appellant] niet heeft voldaan aan de door Stagelight aan het verlenen van korting gestelde voorwaarde (rov. 4.3 en 4.4). </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [appellant] heeft zich verder beroepen op een toezegging van Stagelight om een korting te verlenen op de huurprijs voor de maand augustus 2021. Aan die toezegging was echter een voorwaarde verbonden waar niet aan is voldaan, zodat [appellant] geen aanspraak kan maken op de toegezegde korting (rov.4.5).</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Ook de resterende vier facturenbedragen zijn dus verschuldigd, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de 31ste dag na de betreffende factuurdata (rov. 4.6).</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Ter zake buitengerechtelijke kosten is € 1.062,22 toewijsbaar (rov. 4.7).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Op grond van deze oordelen heeft de kantonrechter [appellant] veroordeeld om aan Stagelight te betalen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een hoofdsom van € 25.122,39, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de 31ste dag na de betreffende factuurdata; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 1.026,22 ter zake buitengerechtelijke incassokosten.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Tot slot heeft de kantonrechter [appellant] in de proceskosten veroordeeld, het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het geding in hoger beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.1.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft zeven grieven aangevoerd tegen het beroepen vonnis. [appellant] heeft op basis van die grieven geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van Stagelight, met veroordeling van Stagelight in de proceskosten van beide instanties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.2.</nr>
      <para>Stagelight heeft de grieven bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het beroepen vonnis met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over grief 1: de huur van verlichtingsapparatuur met toebehoren ten behoeve van verschillende andere projecten dan het project 24Kitchen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.1.</nr>
      <para>Het hof zal de verweren van [appellant] met betrekking tot de zes facturen voor het project 24Kitchen verderop in dit arrest, bij de behandeling van de grieven 2, 3 en 4, beoordelen. Bij de behandeling van grief 1 zal het hof de verweren van [appellant] met betrekking tot de vijf facturen voor andere projecten dan het project 24Kitchen beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de vordering van Stagelight met betrekking tot de vijf facturen voor andere projecten dan het project 24Kitchen toegewezen op grond van het oordeel dat [appellant] die facturen heeft erkend (rov. 4.1 van het beroepen vonnis).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.3.</nr>
      <para>Grief 1 is tegen dat oordeel gericht. In de toelichting op de grief betoogt [appellant] naar de kern genomen dat hij in de conclusie van antwoord niet alleen verweren heeft gevoerd ten aanzien van de facturen voor het project 24Kitchen, maar ook verweren ten aanzien van de vijf facturen voor andere projecten dan het project 24Kitchen. [appellant] heeft in de toelichting op de grief verder uiteengezet dat de verweren ten aanzien van die vijf facturen met zijn instemming niet zijn besproken op de mondelinge behandeling, maar dit brengt volgens hem niet mee dat hij die verweren heeft prijsgegeven. Volgens [appellant] moeten die verweren alsnog behandeld worden. Hij heeft in de toelichting op de grief geen nadere toelichting gegeven op de betreffende verweren, maar volstaan met een verwijzing naar de conclusie van antwoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.4.</nr>
      <para>Stagelight heeft de grief gemotiveerd bestreden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.5.</nr>
      <para>De vijf facturen waar grief 1 betrekking op heeft, zijn hiervoor in rov. 6.1.2 onder d opgesomd. Het hof zal die facturen en de daartegen bij de conclusie van antwoord gevoerde verweren hieronder bespreken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [factuurnummer] van 29 december 2020 ten bedrage van € 1.087,20 inclusief btw onder vermelding van projectomschrijving “13 december”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.1.</nr>
      <para>Ten aanzien van de factuur van 29 december 2020 ten bedrage van € 1.087,20 inclusief btw voor project <emphasis role="italic">“13 december”</emphasis> heeft [appellant] in de conclusie van antwoord betwist dat hij <emphasis role="italic">“de aantallen en de zaken”</emphasis> die op de factuur vermeld zijn, in de betreffende periode heeft gehuurd. Ook heeft hij aangevoerd dat op de factuur een korting vermeld staat, maar dat die korting niet te verifiëren is, <emphasis role="italic">“noch qua hoogte, noch of deze werd toegepast en welke prijsconsequentie dat heeft gehad.”</emphasis>.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.2.</nr>
      <para>Stagelight heeft vervolgens in het geding bij de kantonrechter verschillende bescheiden overgelegd met betrekking tot het project <emphasis role="italic">“13 december”</emphasis>, waaronder een offerte met daarop de datum 4 oktober 2022 (naar het hof begrijpt: de datum waarop die oudere offerte ten behoeve van de mondelinge behandeling bij de kantonrechter opnieuw is afgedrukt). Deze offerte sluit op het totaalbedrag dat bij de factuur van 29 december 2020 in rekening is gebracht (€ 898,51 exclusief btw, zijnde € 1.087,20 inclusief btw). In de offerte is de door [appellant] kennelijk bedoelde korting <emphasis role="italic">“Korting ivm gebruik van 1 scherm”</emphasis> gespecificeerd. Verder bevat de offerte een gedetailleerde specificatie van de materialen die ter beschikking zouden worden gesteld, en de daarbij behorende prijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.3.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft niet op deze bescheiden gereageerd, niet in de memorie van grieven en niet op een ander moment. Het hof verwerpt daarom het verweer van [appellant] dat hij <emphasis role="italic">“de aantallen en de zaken”</emphasis> op de factuur betwist. Dat verweer is onvoldoende onderbouwd omdat zowel de offerte als de factuur een gedetailleerde opgave van de zaken en aantallen daarvan bevat. [appellant] had daarom concreter moeten vermelden wat er volgens hem niet juist was aan de vermelde aantallen of zaken. Het hof verwerpt ook het verweer ten aanzien van de korting. Die korting is op de offerte gespecificeerd en uit het factuurbedrag blijkt dat [appellant] de korting heeft ontvangen. [appellant] heeft niet duidelijk gemaakt wat hier niet correct aan is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.4.</nr>
      <para>Het hof concludeert om bovenstaande redenen dat [factuurnummer] van 29 december 2020 ten bedrage van € 1.087,20 inclusief btw door de kantonrechter terecht is toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [factuurnummer] van 31 maart 2021 ten bedrage van € 2.215,38 inclusief btw onder vermelding van projectomschrijving “Modeshow”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.1.</nr>
      <para>Bovenaan [factuurnummer] van 31 maart 2021 ten bedrage van € 2.215,38 inclusief btw voor het project <emphasis role="italic">“Modeshow”</emphasis> staat onder meer:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Huurperiode 1: “26-01-2021 t/m 26-01-2021   Modeshow”</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Huurperiode 2: “26-01-2021 t/m 26-01-2021   Nalevering”</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Bij de posten die op de factuur in rekening zijn gebracht, is telkens alleen huurperiode 1 vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.2.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft in de conclusie van antwoord betwist dat hij om een nalevering heeft gevraagd. Dit kan naar het oordeel van het hof in het midden blijven, omdat [appellant] niet heeft gesteld, en uit de factuur ook niet blijkt, dat hem iets in rekening is gebracht ter zake enige nalevering. De onderdelen op de factuur zien alleen op huurperiode 1 en niet op huurperiode 2.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.3.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft voorts in de conclusie van antwoord betwist dat aan hem de op de factuur vermelde aantallen zijn geleverd. Het hof verwerpt dat verweer omdat het onvoldoende gespecificeerd is. Als [appellant] van mening zou zijn dat hem minder zaken zijn geleverd dan op de factuur is vermeld, had hij duidelijk moeten maken welke zaken hij dan niet heeft ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.4.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft voorts bij de conclusie van antwoord betoogd dat bij de factuur ten onrechte transportkosten aan hem in rekening zijn gebracht. Het hof verwerpt dit verweer omdat Stagelight nadien in het geding bij de kantonrechter ter zake het project <emphasis role="italic">“Modeshow”</emphasis> onder meer Whatsappcorrespondentie en een offerte in het geding heeft gebracht. Op de offerte staan de transportkosten gespecificeerd genoemd. [appellant] heeft deze producties geheel onweersproken gelaten. [appellant] heeft daarom onvoldoende gemotiveerd betwist dat Stagelight aan hem transportkosten in rekening mocht brengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.5.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft voorts opgemerkt dat bij het product <emphasis role="italic">“Toolcase medium”</emphasis> op de factuur geen huurperiode is vermeld. Het hof heeft echter geen aanleiding om aan te nemen dat bij deze toolcase een andere huurperiode zou gelden dan huurperiode 1, zoals ook bij alle andere gehuurde zaken gold. Kennelijk is door de opmaak van de factuur de vermelding <emphasis role="italic">“1”</emphasis> bij de huurperiode van dit product abusievelijk weggevallen. Het gaat bij de huur van dit product volgens de offerte overigens slechts om een bedrag van € 10,--.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.6.</nr>
      <para>Het hof concludeert om bovenstaande redenen dat [factuurnummer] van 31 maart 2021 ten bedrage van € 2.215,38 inclusief btw door de kantonrechter terecht is toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [factuurnummer] van 31 maart 2021 ten bedrage van € 2.792,08 inclusief btw onder vermelding van projectomschrijving “Opname video clip”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.1.</nr>
      <para>Ten aanzien van de factuur van 31 maart 2021 ten bedrage van € 2.792,08 inclusief btw inzake project <emphasis role="italic">“Opname videoclip”</emphasis> heeft [appellant] in de conclusie van antwoord aangevoerd dat hier een opdracht, een overeenkomst, prijsafspraken en duidelijke facturatie ontbreken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.2.</nr>
      <para>Stagelight heeft vervolgens in het geding bij de kantonrechter Whatsappcorrespondentie met [appellant] over dit project overgelegd, alsmede verschillende offertes en de factuur. [appellant] heeft niet op deze bescheiden gereageerd, niet in de memorie van grieven en niet op een ander moment. Het hof verwerpt daarom het verweer van [appellant] dat een opdracht, een overeenkomst, prijsafspraken en duidelijke facturatie ontbreken. De door Stagelight overgelegde stukken wijzen erop dat daar wel sprake van was, en [appellant] heeft die stukken niet betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.3.</nr>
      <para>Het hof verwerpt ook het verweer van [appellant] over de transportkosten en over de kosten van de lichttechnicus die onderdeel vormen van de factuur. Die kosten zijn ook genoemd op de offerte van 11 februari 2021 voor dit project. Nadat Stagelight die offerte in het geding bij de kantonrechter heeft overgelegd, heeft [appellant] de juistheid van die offerte niet bestreden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.4.</nr>
      <para>Het hof concludeert dat het verweer van [appellant] tegenover de door Stagelight overgelegde producties onvoldoende onderbouwd is gebleven. Dat brengt mee dat [factuurnummer] van 31 maart 2021 ten bedrage van € 2.792,08 inclusief btw door de kantonrechter terecht is toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [factuurnummer] van 31 augustus 2021 ten bedrage van € 514,73 inclusief btw onder vermelding van projectomschrijving “test camera”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.1.</nr>
      <para>
        [factuurnummer] van 31 augustus 2021 ten bedrage van € 514,73 inclusief btw inzake project <emphasis role="italic">“test camera”</emphasis> heeft volgens de omschrijving op die factuur betrekking op de huur van – kort gezegd – twee <emphasis role="italic">“Downrigger”</emphasis> buizen en een Panasonic camera zoals nader op de factuur omschreven. Bovenaan de factuur staat als huurperiode 1 vermeld <emphasis role="italic">“22-02-1021 t/m 18-3-2021   Test camera”</emphasis>. Verder wordt melding gemaakt van een huurperiode 2: <emphasis role="italic">“22-03-2021 t/m 24-03-2021     Verlengen - manco”</emphasis>. Volgens de omschrijving op de factuur bij de buizen en de camera is daarvoor alleen huurperiode 1 in rekening gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.2.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft in de conclusie van antwoord betwist dat hij iets gehuurd heeft <emphasis role="italic">“voor een testcamera”</emphasis>. Het hof is van oordeel dat dit verweer onvoldoende onderbouwd is omdat Stagelight in het geding bij de kantonrechter vervolgens met betrekking tot dit project verschillende producties in het geding heeft gebracht, waaronder Whatsappcorrespondentie, twee offertes en twee pakbonnen. In de Whatsappcorrespondentie is onder meer sprake van een cameratest. [appellant] heeft niet betwist dat deze producties betrekking hebben op het project <emphasis role="italic">“test camera”</emphasis>, en hij heeft de producties ook inhoudelijk niet gemotiveerd weersproken. Het hof concludeert daarom dat [appellant] zijn verweer tegen deze factuur, in het licht van de door Stagelight overgelegde producties, onvoldoende heeft gemotiveerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.3.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft in de conclusie van antwoord ook betwist <emphasis role="italic">“dat hij een manco verlengd zou hebben”</emphasis>. Voor zover [appellant] daarmee wil betogen dat aan hem ten onrechte een bedrag voor huurperiode 2 in rekening is gebracht, verwerpt het hof dat verweer. Volgens de vermelding op de factuur zijn uitsluitend de huurbedragen voor huurperiode 1 in rekening gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.4.</nr>
      <para>Het hof concludeert om bovenstaande redenen dat [factuurnummer] van 31 augustus 2021 ten bedrage van € 514,73 inclusief btw door de kantonrechter terecht is toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [factuurnummer] van 28 februari 2021 ten bedrage van € 363,00 inclusief btw onder vermelding van projectomschrijving “Afwerken Studio 2”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.1.</nr>
      <para>De factuur van 28 februari 2021 ten bedrage van € 363,00 inclusief btw voor project <emphasis role="italic">“Afwerken Studio 2”</emphasis> heeft volgens de omschrijving op de factuur betrekking op het beschikbaar stellen van één lichttechnicus voor het verrichten van opbouwwerkzaamheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.2.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft in de conclusie van antwoord betwist dat de lichttechnicus is geleverd, dat die in opdracht van [appellant] zou hebben gewerkt en dat het tarief van € 300,-- exclusief btw voor één huurperiode correct zou zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.3.</nr>
      <para>Stagelight heeft vervolgens in het geding bij de kantonrechter verschillende bescheiden in het geding gebracht met betrekking tot het project <emphasis role="italic">“Afwerken Studio 2”</emphasis>, waaronder Whatsappcorrespondentie met [appellant] , een urenoverzicht van de lichttechnicus [persoon B], en enkele foto’s waarop het resultaat van de opbouwwerkzaamheden van de lichttechnicus zichtbaar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.4.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft niet op deze bescheiden gereageerd, niet in de memorie van grieven en niet op een ander moment. Het hof verwerpt daarom het verweer dat [appellant] bij de conclusie van antwoord tegen de factuur heeft gevoerd. Dat verweer is tegenover de door Stagelight overgelegde nadere producties onvoldoende onderbouwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.5.</nr>
      <para>Het hof concludeert om bovenstaande redenen dat [factuurnummer] van 28 februari 2021 ten bedrage van € 363,00 inclusief btw door de kantonrechter terecht is toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie ten aanzien van grief 1</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.10.1.</nr>
      <para>Omdat de vijf facturen die door grief 1 aan de orde zijn gesteld, door de kantonrechter terecht zijn toegewezen, verwerpt het hof grief 1. Het beroep dat Stagelight heeft gedaan op schending van de klachtplicht van artikel 6:89 BW door [appellant] bij het voeren van de verweren tegen deze facturen, hoeft dus niet behandeld te worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.10.2.</nr>
      <para>Het hof acht het overigens opvallend dat [appellant] in zijn e-mail van 19 oktober 2021 duidelijk heeft gemaakt dat hij ten aanzien van de vijf facturen die door grief 1 aan de orde zijn gesteld – de facturen voor de andere projecten dan het project 24Kitchen – geen bezwaren had, terwijl hij al op 21 september 2021 ter zake onder meer die facturen was aangeschreven en dus al weken de tijd had gehad om die facturen op onjuistheden te onderzoeken. De door grief 1 aan de orde gestelde en onvoldoende gemotiveerde bezwaren tegen deze vijf facturen komen daarom niet geheel authentiek over.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over grief 3: de zesde maandtermijn voor het project 24Kitchen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.1.</nr>
      <para>Het hof zal nu eerst grief 3 behandelen. [appellant] heeft in de toelichting op die grief enige onduidelijkheid laten bestaan over de vraag tegen welke overweging van het beroepen vonnis de grief zich richt. De bewoordingen van de punten 33 tot en met 36 van de memorie van grieven lijken erop te wijzen dat grief 3 is gericht tegen overweging 4.4 van het  beroepen vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.2.</nr>
      <para>Uit het vervolg van de toelichting op de grief blijkt echter dat de grief met name gericht is tegen overweging 4.5 van het beroepen vonnis. In die overweging heeft de kantonrechter geoordeeld dat aan [appellant] geen korting toekomt op de huurprijs over de maand augustus 2021 (hof: de zesde en tevens laatste maandtermijn voor het project 24Kitchen) in verband met het feit dat Stagelight de gehuurde zaken op 18 augustus 2021 heeft opgehaald (en niet pas op de contractuele einddatum 29 augustus 2021), omdat Stagelight een dergelijke korting alleen had toegezegd voor het geval zij de huurde zaken al in de eerste week van augustus 2021 had kunnen ophalen. In de toelichting op de grief citeert [appellant] immers uitvoerig het betoog dat hij in de conclusie van antwoord op bladzijde 6 en 7 onder h, punten i tot en met v, heeft aangevoerd over de factuur van 31 augustus 2021 voor de maand augustus 2021, ter zake “24 Kitchen Termijn 6”. [appellant] voert door middel van dat citaat en het vervolg van de toelichting op de grief, samengevat, het volgende aan:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>A.   Partijen hebben afgesproken dat de zesde maandtermijn niet in rekening zou worden gebracht. Stagelight heeft dat erkend in haar e-mail van 8 november 2021. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>B.   Aan de kwijtschelding van de zesde maandtermijn waren geen voorwaarden verbonden waar [appellant] niet aan voldaan heeft. Bij e-mail van 2 augustus 2021 heeft Stagelight voorgesteld om de laatste maand niet te factureren en bij e-mail van 6 augustus 2021 heeft Stagelight zelf de datum van 18 augustus 2021 voor het ophalen van de zaken voorgesteld. [appellant] heeft Stagelight vervolgens in de gelegenheid gesteld om de gehuurde zaken op 18 augustus 2021 op te halen. De beloofde kwijtschelding van de zesde maandtermijn voor de maand augustus 2021 moet dus verleend worden. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof verwerpt de onder A weergegeven stelling van [appellant] dat Stagelight bij e-mail van 8 november 2021 (dus achteraf) heeft erkend dat partijen (onvoorwaardelijk) hebben afgesproken dat de zesde maandtermijn niet in rekening zou worden gebracht. In die e-mail (zie hiervoor, rov. 6.1.2 onder h) heeft Stagelight, althans het door haar ingeschakelde incassobureau, immers over de zesde huurtermijn het volgende geschreven:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Verder is er gesproken over kwijtschelding van de vergoeding betreffende de laatste huurtermijn, zulks onder de voorwaarde dat cliënte de gehuurde materialen in eerste week van augustus 2021 retour zou kunnen komen halen. Dit was echter niet mogelijk waardoor het voorstel van cliënte is komen te vervallen. Uiteindelijk zijn de huurmaterialen pas op 18 augustus 2021 retour gekomen.”</emphasis>
        </para>
        <para>Er is dus geen sprake van dat Stagelight bij de e-mail van 8 augustus 2021 heeft erkend dat partijen (onvoorwaardelijk) hebben afgesproken dat de zesde maandtermijn niet in rekening zou worden gebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.4.</nr>
      <para>Het hof verwerpt ook het onder B weergegeven betoog van [appellant] dat Stagelight, in het kader van haar voorstel om de zesde maandtermijn niet in rekening te brengen, zelf 18 augustus 2021 heeft genoemd als datum voor het ophalen van de gehuurde zaken. Uit de e-mailwisseling vanaf 2 augustus 2021 blijkt dat het anders is gegaan. Het hof zal de relevante e-mails hieronder weergeven.</para>
      <para>- Bij e-mail van 2 augustus 2021 heeft [persoon A] van Stagelight aan [appellant] het volgende meegedeeld met betrekking tot de verhuur voor het project 24 Kitchen:</para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eind deze maand loopt het contract af en wil daarom graag de afbouw gaan plannen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Graag komen we maandag 30-08-2021 de materialen weer demonteren en ophalen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Weet niet of er steeds opnames zijn maar mocht je het fijn vinden dan zouden de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">materialen ook al eerder kunnen komen halen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mocht je dit willen dan zou ik graag eind deze week de materialen willen komen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">demonteren en ophalen. Ik wil je dan nog voorstellen om de laatste maand niet te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">factureren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoor graag of je akkoord gaat met dit voorstel.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mocht dit niet kunnen of ik niks meer van je hoor dan zijn wij 30-08-2021 rond 09.00u</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bij jullie.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik hoop spoedig iets van je te horen.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- Bij e-mail van 6 augustus 2021, 10:25 uur, heeft [appellant] aan [persoon A] van Stagelight het volgende meegedeeld.</para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Dank voor je mailtje.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik was deze week niet op kantoor, vandaar mijn wat late reactie.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Maar wat betreft het materiaal in de studio;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij kunnen het licht en de bekabeling er al wel uithalen en klaar maken voor transport. De trussen kan ik er alleen pas uithalen wanneer het decor weg is uit de studio.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit zal in de week van de 16e zijn zoals ik nu heb begrepen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik zou het licht dus al retour kunnen doen, de trussen kan ik pas uit slaan wanneer het decor eruit is.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoor graag of dit een optie is voor je. Want dan kan ik dit alvast inplannen.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- Bij e-mail van 6 augustus 2021, 14:16 uur, heeft [persoon A] aan [appellant] het volgende meegedeeld:</para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Hey [appellant],</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zou rond 13:00 uur kunnen op 18-8</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met vriendelijke groet”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.5.</nr>
      <para>De e-mail van 2 augustus 2021 houdt in dat indien Stagelight de verhuurde materialen al aan het eind van de eerste week van augustus 2021 zou kunnen ophalen, Stagelight <emphasis role="italic">“dan”</emphasis> (dus onder die voorwaarde) wil voorstellen om de laatste maand van de contractperiode niet te factureren. [appellant] heeft vervolgens per e-mail van 6 augustus 2021 meegedeeld – kort gezegd – dat niet alle gehuurde materialen aan het eind van de eerste week opgehaald kunnen worden, en dat dit pas in de week van 16 augustus 2021 zou kunnen. Daarop heeft Stagelight de datum 18 augustus 2021 voorgesteld voor het ophalen van de gehuurde zaken. Het hof is evenals de kantonrechter van oordeel dat hiermee niet voldaan is aan de voorwaarde die Stagelight in haar e-mail van 2 augustus 2021 heeft verbonden aan het niet factureren van de zesde maandtermijn (te weten het kunnen ophalen van alle gehuurde zaken in de eerste week van augustus 2021). Het betoog van [appellant] berust naar het oordeel van het hof op een onjuiste lezing van de e-mailwisseling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [appellant] heeft nog bewijs aangeboden van zijn stelling dat Stagelight geen voorwaarde heeft verbonden aan het kwijtschelden van de laatste (zesde) huurtermijn. Het hof verwerpt dat bewijsaanbod omdat uit de e-mail van 2 augustus 2021 blijkt dat Stagelight die voorwaarde wel degelijk heeft gesteld. In het licht van die e-mail en de daarop volgende e-mailwisseling heeft [appellant] zijn stelling – die met de genoemde e-mail in strijd is – tegenover het door Stagelight gevoerde verweer onvoldoende onderbouwd. [appellant] heeft ook niet gesteld dat partijen mondeling andere afspraken hebben gemaakt dan in de </para>
        <para>e-mailwisseling neergelegd. Het bewijsaanbod is om die reden onvoldoende concreet. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.7</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof volgt [appellant] ook niet in zijn stelling dat op Stagelight de bewijslast rust van haar betoog dat een voorwaarde was verbonden aan de kwijtschelding die in de e-mail van 2 augustus 2021 is voorgesteld. Omdat [appellant] zich beroept op de rechtsgevolgen van zijn stelling dat de zesde huurtermijn hem onvoorwaardelijk is kwijtgescholden, althans zonder dat daaraan de voorwaarde was verbonden dat Stagelight alle gehuurde zaken in de eerste week van augustus 2021 zou kunnen komen ophalen, rust op [appellant] de plicht die stelling voldoende te onderbouwen (en, indien de stelling voldoende onderbouwd maar gemotiveerd betwist is, die stelling te bewijzen). [appellant] heeft niet voldaan aan zijn plicht om de stelling in het licht van de overgelegde </para>
        <para>e-mailwisseling voldoende te onderbouwen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.8.</nr>
      <para>Om bovenstaande redenen verwerpt het hof grief 3, welke grief om de hiervoor in rov. 6.11.2 genoemde redenen zo moet worden begrepen dat hij gericht is tegen overweging 4.5 van het beroepen vonnis. Voor zover grief 3 mede gericht moet worden geacht tegen rov. 4.4 van het vonnis, zal het hof de in de toelichting op de grief genoemde argumenten hierna betrekken bij de behandeling van grief 2.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over grief 2: welke gevolgen heeft het feit dat de verlichtingsapparatuur met toebehoren ten behoeve van de opnames van het tv-programma 24Kitchen niet de volle contractduur van zes maanden aan [appellant] ter beschikking is gelaten? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.1.</nr>
      <para>Door middel van grief 2 voert [appellant] aan dat hij niet gedurende de hele huurperiode van 27 februari 2021 tot en met 29 augustus 2021 de beschikking heeft gehad over alle door hem voor het project 24Kitchen gehuurde apparatuur. Volgens [appellant] :</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>I.   is het grootste deel van de apparatuur pas op 31 maart 2021 aan hem ter beschikking gesteld;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>II.    zijn twee softlights pas op 12 april 2021 geleverd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>III.   zijn twee softlights in het geheel niet geleverd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>IV.   zijn op 17/18 juni 2021 de softlights op verzoek van Stagelight retour gegaan naar Stagelight, dus tweeëneenhalve maand voor het einde van de huurperiode;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>V.    zijn op 19 augustus 2021 alle zaken retour gegaan zodat er vanaf dat moment geen sprake meer was van huurgenot. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        [appellant] concludeert dat Stagelight niet heeft voldaan aan de verplichting om over de gehele huurperiode het huurgenot te verschaffen. Volgens [appellant] hebben partijen in onderling overleg besloten de huurovereenkomst in zoverre tussentijds ten dele te ontbinden, en hoeft hij daarom niet de volledige huurprijs te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.2.</nr>
      <para>Het hof stelt bij de beoordeling van deze grief voorop dat het project 24Kitchen een tamelijk omvangrijk project was waarbij veel materialen gedurende een langere periode aan [appellant] ter beschikking werden gesteld. Volgens de bij de offerte gevoegde specificatie zouden de materialen tezamen over de hele huurperiode van 6 maanden een huurprijs rechtvaardigen van € 30.251,00 (exclusief btw). Kennelijk vanwege het feit dat veel materialen gelijktijdig werden gehuurd gedurende langere tijd, heeft Stagelight volgens de specificatie een projectkorting verleend van € 16.251,00 (exclusief btw), zodat een totale huurprijs werd geoffreerd van € 15.000,00 (exclusief btw). Dit is ook de prijs die tussen partijen is overeengekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.3.</nr>
      <para>Tegen de achtergrond daarvan, verwerpt het hof het hiervoor in rov. 6.12.1 onder V weergegeven betoog van [appellant] dat hij vanaf 19 augustus 2021 geen huur meer hoeft te betalen omdat toen alle spullen zijn opgehaald. Uit hetgeen het hof hiervoor in rov. 6.11.4 en 6.11.5 heeft overwogen, volgt dat de opnamen waarvoor [appellant] de gehuurde zaken nodig had, in elk geval medio augustus 2021 waren voltooid. Partijen hebben toen in goed overleg een datum bepaald waarop Stagelight de gehuurde zaken zou ophalen. Op die datum heeft Stagelight de zaken opgehaald. Niet valt in te zien dat Stagelight op enige wijze in haar verplichtingen als verhuurder is tekortgeschoten. Ook blijkt uit de in rov. 6.11.4 weergegeven e-mailwisseling in het geheel niet dat partijen een gedeeltelijke ontbinding van de huurovereenkomst zijn overeengekomen. De stellingen daarover van [appellant] zijn onvoldoende concreet. Stagelight heeft overigens ook gemotiveerd betwist dat het voor haar mogelijk was om de gehuurde zaken voor het restant van augustus 2021 aan een derde te verhuren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.4.</nr>
      <para>Het hof verwerpt ook het hiervoor in rov. 6.12.1 onder I weergegeven betoog van [appellant] . Stagelight heeft namelijk uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist dat het grootste deel van de apparatuur pas op 31 maart 2021 aan [appellant] ter beschikking is gesteld. Stagelight heeft onder verwijzing naar productie 4 bij de memorie van antwoord gesteld dat al in januari 2021 materialen zijn geleverd. Verder heeft Stagelight gesteld dat de monteur de afwerking van de verlichting voor de opnamen van 24Kitchen op 17 februari 2021 heeft verzorgd, en dat alle voor de opnamen noodzakelijke materialen geleverd zijn vóór de eerste opnamen van 1 maart 2021. Uit de beschikbare Whatsappcorrespondentie over het project 24Kitchen (productie 13 van Stagelight bij de kantonrechter en productie 14 bij de memorie van antwoord) blijkt bovendien dat partijen steeds in goed overleg contact hebben gehad over de (data van de) te verrichten leveringen en eventuele aanpassingen daarin. Er is niet gesteld of gebleken dat [appellant] zich tijdens de huurperiode heeft beklaagd over de door Stagelight geleverde prestatie, laat staan dat [appellant] Stagelight in gebreke heeft gesteld. Dat Stagelight op enigerlei wijze in verzuim is geraakt, is dus niet gebleken, en in zoverre is een gedeeltelijke ontbinding van de huurovereenkomst wegens enige tekortkoming van Stagelight niet aan de orde. Dat partijen in onderling overleg een gedeeltelijke ontbinding van de huurovereenkomst zijn overeengekomen, blijkt eveneens nergens uit. Het Whatsappverkeer wijst er helemaal niet op dat daarover is gesproken en dat een bedrag van een vermindering van de huurprijs onderwerp van gesprek is geweest. [appellant] heeft ook niet gesteld welk bedrag dit dan geweest zou zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.5.</nr>
      <para>De hiervoor onder 6.12.1 onder II, III en IV weergegeven stellingen van [appellant] hebben betrekking op een deel van de gehuurde zaken, te weten de zogeheten softlights. Daarvoor geldt in grote lijnen hetgeen hiervoor in rov. 6.12.4 is overwogen. Uit het Whatsappverkeer blijkt dat kennelijk aanvankelijk andere lampen zijn geleverd en dat partijen in goed overleg hebben afgesproken dat in maart een wisseling zou plaatsvinden: de vervangende lampen zouden worden opgehaald en de softlights zouden geleverd worden. Kennelijk heeft in juni 2021 het omgekeerde plaatsgevonden. De softlights gingen retour en [appellant] beschikte vanaf dat moment kennelijk over vervangende lampen. [appellant] heeft zich er tijdens de huurperiode in elk geval niet over beklaagd dat hij op enig moment niet over toereikende verlichtingsapparatuur beschikte. Ook op dit punt is niets gesteld of gebleken over een ingebrekestelling van Stagelight door [appellant] . Een en ander heeft kennelijk steeds in goed onderling overleg plaatsgevonden, waarbij partijen afspraken hebben gemaakt over de wijze waarop zij nader invulling zouden geven aan de huurovereenkomst. Dat partijen in verband hiermee afspraken hebben gemaakt over een partiële ontbinding van de huurovereenkomst blijkt nergens uit. Uit de eigen stellingen van [appellant] volgt dat partijen ook niet hebben gesproken over het bedrag waarmee de huur dan verlaagd zou moeten worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.6.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft in de toelichting op de grief ook nog een beroep gedaan op onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW. Naar het oordeel van het hof rechtvaardigen de gegeven omstandigheden echter geen beroep op onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.7.</nr>
      <para>Het hof merkt tot slot op dat [appellant] op de elf facturen die in dit geding aan de orde zijn, en waarvan de oudste van 29 december 2020 dateert, geen enkele betaling heeft gedaan. Het hof kan zich voorstellen dat Stagelight onder deze omstandigheden niet genegen was om uit redenen van coulance nog onverplicht bepaalde kortingen aan [appellant] te verlenen. [appellant] heeft ook in de toelichting op grief 3 niet gesteld dat hij een voorstel voor het treffen van een betalingsregeling heeft gedaan. Dat Stagelight onvoorwaardelijk aan [appellant] heeft toegezegd om kortingen te verlenen vanwege het eerder terugnemen van een deel van de gehuurde zaken is door [appellant] onvoldoende concreet onderbouwd. [appellant] heeft op dit punt ook geen voldoende gespecificeerd bewijsaanbod gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.8.</nr>
      <para>Om bovenstaande redenen verwerpt het hof grief 2.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over grief 4: geen zelfstandige betekenis naast de grieven 2 en 3</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.13.</nr>
      <para>Grief 4 heeft, mede gelet op de daarbij gegeven toelichting, geen zelfstandige betekenis naast de grieven 2 en 3. Grief 4 hoeft dus niet afzonderlijk besproken te worden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over grief 5: de ingangsdatum van de wettelijke handelsrente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>6.14.1.</nr>
        <para>Grief 5 is gericht tegen de beslissing van de rechtbank om over de toegewezen hoofdsom de wettelijke handelsrente toe te wijzen vanaf de 31ste dag na de betreffende factuurdata. Die beslissing is gebaseerd op het oordeel van de rechtbank dat tussen partijen een betaaltermijn van 30 dagen is overeengekomen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.14.2.</nr>
        <parablock>
          <para>In de toelichting op de grief stelt [appellant] dat partijen geen afspraak hebben gemaakt over een betalingstermijn, en betwist [appellant] dat partijen over een betalingstermijn van 30 dagen hebben gesproken. Uit de door Stagelight in het geding gebrachte algemene voorwaarden kan volgens [appellant] geen betalingstermijn volgen omdat de rechtbank heeft vastgesteld dat die algemene voorwaarden niet van toepassing zijn.</para>
          <para>
            [appellant] besluit zijn betoog met de stelling dat op grond van richtlijn 211/7/EU een betalingstermijn van 60 dagen geldt.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.14.3.</nr>
        <para>Het hof deelt het oordeel van de rechtbank dat de door Stagelight overgelegde algemene voorwaarden en de door Stagelight overgelegde “Verhuurbepalingen” niet van toepassing zijn, aangezien die van 1 juli 2021 dateren, en dus van ná het sluiten van de in geding zijnde overeenkomsten. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.14.4.</nr>
        <para>Het hof oordeelt voorts dat niet gebleken is dat tussen partijen een betaaltermijn van 30 dagen is overeengekomen. Het enkele feit dat Stagelight op haar facturen heeft verzocht om – kort gezegd – betaling binnen 30 dagen, is daarvoor onvoldoende.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.14.5.</nr>
        <para>Het hof zal daarom toepassing gegeven aan artikel 6:119a lid 2 onder a BW, op grond waarvan de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf 30 dagen na de dag, volgende op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen. Het hof zal om praktische redenen aannemen dat [appellant] de facturen telkens uiterlijk drie dagen na de factuurdatum heeft ontvangen. De stellingen van partijen bieden geen aanknopingspunten om van een andere termijn uit te gaan. Dit brengt mee dat [appellant] de wettelijke handelsrente over de verschuldigde factuurbedragen verschuldigd is vanaf de 34ste dag na de betreffende factuurdata.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.14.6.</nr>
        <para>Grief 5 heeft dus in beperkte mate doel getroffen.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Over grief 6: de buitengerechtelijke kosten</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.15.1.</nr>
        <para>Grief 6 is gericht tegen de veroordeling van [appellant] om aan Stagelight € 1.062,22 te betalen ter zake buitengerechtelijke incassokosten. In de toelichting op de grief betwist [appellant] dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die meer inhouden dan de instructie van de zaak. Volgens [appellant] vallen de wel verrichte werkzaamheden onder de proceskostenveroordeling zodat een afzonderlijke vergoeding van buitengerechtelijke werkzaamheden niet op zijn plaats is.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.15.2.</nr>
        <para>Het hof verwerpt de grief omdat uit de hiervoor in rov. 6.1.2 weergegeven vaststaande feiten – meer in het bijzonder de correspondentie uit de periode september 2021 tot en met november 2021 – voldoende blijkt dat in opdracht van Stagelight buitengerechtelijke incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Toekenning van een vergoeding daarvoor is dus op zijn plaats.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Over grief 7: de proceskosten van het geding bij de kantonrechter</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.16.1.</nr>
        <para>De kantonrechter heeft [appellant] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Grief 7 is tegen die beslissing gericht. In de toelichting op de grief betoogt [appellant] – naar het hof begrijpt: onder verwijzing naar zijn eerdere grieven – dat de hoofdvordering van Stagelight geheel had moeten worden afgewezen en dat Stagelight daarom in de proceskosten van het geding bij de kantonrechter had moeten worden veroordeeld.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.16.2.</nr>
        <para>Het hof verwerpt deze grief. Uit de behandeling van de grieven 1 tot en met 6 is immers gebleken dat de kantonrechter de vorderingen van Stagelight terecht heeft toegewezen, zij het dat de datum met ingang waarvan de wettelijke handelsrente verschuldigd is, in geringe mate aangepast moet worden.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie en afwikkeling</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.17.1.</nr>
        <para>Uit het voorgaande volgt dat het beroepen vonnis grotendeels bekrachtigd moet worden. Alleen de datum met ingang waarvan [appellant] de wettelijke handelsrente verschuldigd is, moet in geringe mate worden aangepast.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.17.2.</nr>
        <para>Het hof zal [appellant] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep. Het hof zal die kosten aan de zijde van Stagelight vaststellen op:</para>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>Griffierechten			€ 2.135,--</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Salaris advocaat		€ 2.356,50 (1,5 punt(en) x tarief III)</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Nakosten			€    178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de </para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <parablock>
          <para>    beslissing)</para>
          <para>
            <emphasis role="underline">Totaal € 4.669,50</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.17.3.</nr>
        <para>Al het voorgaande leidt tot de onderstaande uitspraak.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats </para>
      <para>'s-Hertogenbosch, onder zaaknummer 9599025 \ CV EXPL 21-6105 tussen partijen gewezen vonnis van 5 januari 2023 uitsluitend voor zover daarbij is bepaald dat [appellant] over de door hem verschuldigde hoofdsom van € 25.122,39 de wettelijke handelsrente verschuldigd is met ingang van de 31ste dag na de betreffende factuurdata;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in zoverre opnieuw rechtdoende: bepaalt dat [appellant] over de door hem verschuldigde hoofdsom van € 25.122,39 de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf de 34ste dag na de betreffende factuurdata;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis van 5 januari 2023 voor al het overige;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep ten bedrage van </para>
      <para>€ 4.669,50, te betalen binnen veertien dagen na heden; als [appellant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet [appellant] € 92,-- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, K.J.H. Hoofs en J.J.M. Saelman, en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 1 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>