<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:881</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-16T15:03:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-001433-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:881">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:881</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-17T16:36:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:881 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 24-03-2025 / 20-001433-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:881:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:881:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-001433-24 </para>
  <para>Uitspraak	: 24 maart 2025</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 23 mei 2024, in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken onder parketnummers 03-047125-24, 03-244925-23, 03-318275-23 en 03-319515-23, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 03-110144-23, tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van hetgeen aan hem onder feit 2 in de zaak met parketnummer 03-047125-24 ten laste is gelegd. De politierechter heeft het overige tenlastegelegde bewezenverklaard en dat gekwalificeerd als:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen (<emphasis role="italic">feit 1 in de zaak met parketnummer 03-047125-24 en in de zaak met parketnummer 03-244925-23</emphasis>),</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod (<emphasis role="italic">feit 1 in de zaak met parketnummer 03-318275-23</emphasis>),</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod (<emphasis role="italic">feit 2 in de zaak met parketnummer 03-318275-23 en in de zaak met parketnummer 03-319515-23</emphasis>),</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken (<emphasis role="italic">ten aanzien van de bewezenverklaarde misdrijven onder 03-047125-24 feit 1, 03-244925-23, 03-318275-23 feit 2 en 03-319515-23</emphasis>). Daarnaast heeft de politierechter de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke hechtenis voor de duur van 1 week met een proeftijd van 2 jaren (<emphasis role="italic">ten aanzien van de overtreding onder 03-318275-23 feit 1</emphasis>). Voorts heeft de politierechter de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding en de benadeelde partij veroordeeld in de proceskosten van de verdachte, tot op heden begroot op nihil. Ten slotte heeft de politierechter de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 03-110144-23.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Omvang van het hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij heeft niet te kennen gegeven de vordering tot schadevergoeding in hoger beroep te handhaven, zodat deze vordering niet aan de orde is in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de politierechter bij vonnis waarvan beroep de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 03-110144-23. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal deze vordering tot tenuitvoerlegging niet gehandhaafd. Derhalve is deze vordering tot tenuitvoerlegging niet aan het oordeel van het hof onderworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep, voor zover gericht tegen het onder feit 2 in de zaak met parketnummer 03-047125-24 en feit 1 in de zaak met parketnummer 03-318275-23 tenlastegelegde. Voor de overige tenlastegelegde feiten heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het overige tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich geschaard achter de eis van de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van het hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de akte rechtsmiddel d.d. 27 mei 2024 is het hoger beroep namens de verdachte onbeperkt ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft vervolgens een aanvang genomen op 29 oktober 2024, op welke terechtzitting de zaak niet inhoudelijk is behandeld, omdat deze terechtzitting het karakter had van een rolzitting. Nadien, bij aktes van 4 en 7 maart 2025, is namens de verdachte het hoger beroep ingetrokken voor zover gericht tegen feit 2 in de zaak met parketnummer 03-047125-24 en feit 1 in de zaak met parketnummer 03-318275-23. Deze partiële intrekkingen zijn aldus na de aanvang van de behandeling van de zaak in hoger beroep ter terechtzitting geschied. Gelet op artikel 453, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, leidt dat ertoe dat de beroepen formeel gezien niet tijdig zijn ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dienaangaande als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2 in de zaak met parketnummer 03-047125-24</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is door politierechter in de rechtbank Limburg vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 03-047125-24 onder 2 is tenlastegelegd. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1 in de zaak met parketnummer 03-318275-23</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 10 maart 2025 heeft de raadsvrouw van de verdachte het hof andermaal verzocht de verdachte alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep voor zover gericht tegen feit 1 in de zaak met parketnummer 03-318275-23. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting medegedeeld dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat de zaak niet meer inhoudelijk wordt behandeld en heeft gevorderd dat de verdachte in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens gebrek aan belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de verdachte te kennen heeft gegeven dat zijn bezwaren tegen het vonnis in eerste aanleg voor zover dit ziet op feit 1 in de zaak met parketnummer 03-318275-23 niet langer worden gehandhaafd en het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang noopt tot een nadere behandeling van het bewezenverklaarde, zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Derhalve zal het hof het door de verdachte ingestelde hoger beroep ten aanzien van dit feit niet-ontvankelijk verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het bestreden vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is – voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen – tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Zaak met parketnummer 03-047125-24:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">1.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 7 juli 2023 te Venlo, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit en/of een (glazen) deur, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan het [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Zaak met parketnummer 03-319515-23:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 2 december 2023 te Venlo, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,99 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Zaak met parketnummer 03-244925-23:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 9 mei 2023 te Venlo, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk één of meerdere ruiten, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Zaak met parketnummer 03-318275-23:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 30 november 2023 te Venlo, opzettelijk aanwezig heeft gehad </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- ongeveer 3,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- ongeveer 1,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaken met parketnummers 03-319515-23, 03-244925-23, 03-047125-24 onder 1 en 03-318275-23 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Zaak met parketnummer 03-047125-24:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">1.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">hij op 7 juli 2023 te Venlo, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit die aan het [benadeelde 2] toebehoorde, heeft vernield.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Zaak met parketnummer 03-319515-23:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op 2 december 2023 te Venlo, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,99 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Zaak met parketnummer 03-244925-23:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op 9 mei 2023 te Venlo, opzettelijk en wederrechtelijk meerdere ruiten die aan [benadeelde 1] toebehoorden, heeft vernield.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Zaak met parketnummer 03-318275-23:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">hij op 30 november 2023 te Venlo, opzettelijk aanwezig heeft gehad </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- ongeveer 3,4 gram cocaïne, en </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- ongeveer 1,9 gram heroïne, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijnde cocaïne en heroïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof volstaat op de voet van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering met de navolgende opgaven van de bewijsmiddelen ten aanzien van de tenlastegelegde feiten, aangezien de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alle processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="italic">I. Feit 1 in de zaak met parketnummer 03-047125-24</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie eenheid Limburg, zaakregistratienummer PL2300-2024022705, gesloten d.d. 20 februari 2024 (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 42).</para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 10 maart 2025;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 juli 2023 (pg. 10 t/m 13), voor zover inhoudende de verklaring van aangeefster [aangever 1] , die namens [benadeelde 2] aangifte deed;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2023 (pg. 14-15), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2023 (pg. 16-17), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2] .</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="italic">II. in de zaak met parketnummer 03-319515-23</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie eenheid Limburg, zaakregistratienummer PL2300-2023191288, gesloten d.d. 3 december 2023 (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 30).</para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 10 maart 2025;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 december 2023 (pg. 5 t/m 7), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] ;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 december 2023 (pg. 24 t/m 26), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] ;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van verhoor d.d. 3 december 2023 (pg. 17 t/m 20) voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="italic">III. in de zaak met parketnummer 03-244925-23</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie eenheid Limburg, zaakregistratienummer PL2300-2023070642, gesloten d.d. 31 augustus 2023 (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 25).</para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 10 maart 2025;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">het proces-verbaal van aangifte d.d. 9 mei 2023 (pg. 5 t/m 7), voor zover inhoudende de verklaring van aangever [aangever 2] , die namens [benadeelde 1] aangifte deed;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 mei 2023 (pg. 10 t/m 12), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 7] .</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="italic">IV. in de zaak met parketnummer 03-318275-23</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie eenheid Limburg, zaakregistratienummer PL2300-2023190064, gesloten d.d. 5 februari 2024 (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 48).</para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 10 maart 2025;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">het proces-verbaal van aanhouding d.d. 30 november 2023 (pg. 5 t/m 8), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] ;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2023 (pg. 19 t/m 22), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3] ;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 2 januari 2024 (pg. 31 t/m 35), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 11] ;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">de rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag ‘Rapport NFiDENT’ d.d. 2 januari 2024, zaaknummer 2024.01.02.202 (aanvragen 001 t/m 005), opgesteld door NFI-deskundige forensische drugsanalyse ing. [rapporteur] , rapporteur (pg. 36 t/m 40).</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het in de zaak met parketnummer 03-047125-24 onder 1 en in de zaak met parketnummer 03-244925-23 bewezenverklaarde wordt telkens als volgt gekwalificeerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het in de zaak met parketnummer 03-319515-23 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het in de zaak met parketnummer 03-318275-23 onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Op te leggen sanctie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich tweemaal schuldig heeft gemaakt aan vernieling. Door aldus te handelen heeft hij blijk gegeven een gebrek aan respect voor eigendommen van een ander te hebben en heeft hij de benadeelde overlast en financiële schade berokkend. Daarnaast heeft de verdachte zich op twee verschillende dagen schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid harddrugs. Door het handelen van de verdachte heeft hij bijgedragen aan het in het verkeer brengen van harddrugs, waarvan het gebruik risico’s voor de volksgezondheid met zich meebrengt. Het is bovendien algemeen bekend dat het bezit van en de handel in drugs direct en indirect tot vele vormen van criminaliteit leiden. Dit levert onrust, hinder en schade aan de maatschappij op. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof in strafverzwarende zin acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 december 2024, waaruit volgt dat de verdachte eerder herhaaldelijk onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Deze eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen. Uit voornoemd uittreksel blijkt voorts dat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts heeft het hof kennisgenomen van het reclasseringsadvies d.d. 15 mei 2024 omtrent de persoon van de verdachte, welke is opgemaakt ten behoeve van een andere strafzaak. Daarin heeft de reclassering gerapporteerd dat bij de verdachte geen sprake is van enige stabiliteit op zijn leefgebieden, hij geen constructieve dagbesteding heeft en dat zijn coping vooral uit middelengebruik bestaat. Volgens de reclassering is de verdachte niet intrinsiek gemotiveerd voor gedragsverandering en wordt het risico op recidive als hoog ingeschat. Geadviseerd is om bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Echter heeft het hof ook acht geslagen op een door de verdediging voorafgaand aan de zitting bij het hof overgelegde e-mailbericht d.d. 25 februari 2025 van een begeleider bij [maatschappelijke organisatie] , waaruit blijkt dat de verdachte inmiddels is verhuisd naar een nieuwe woonplek. Daarbij heeft de begeleider naar voren gebracht dat de verdachte sindsdien aanzienlijk beter in zijn vel zit, hij minder stimulerende en verdovende middelen gebruikt en nu meer kijkt naar de toekomst en zelfs nadenkt over werk. Nu de woonsituatie en omgeving van de verdachte veranderd zijn, ziet de begeleider ook een duidelijke verbetering in zijn gedrag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten slotte heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan uit het dossier en ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. De raadsvrouw heeft daartoe naar voren gebracht dat de verdachte in december 2024 naar een andere woonplek is verhuisd en dat hij sindsdien zich op verschillende levensgebieden aan het ontwikkelen is. Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verdachte vreest dat hij zijn woonruimte zal verliezen, indien hij tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt veroordeeld. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte verklaard dat hij negatief werd beïnvloed door zijn sociaal netwerk bij zijn vorige woning en dat zijn gedrag positief is veranderd sinds zijn nieuwe woonruimte. Volgens de verdachte heeft hij eindelijk rust in zijn leven, is hij inmiddels gestopt met het gebruiken van harddrugs en heeft hij vrijwillig contact opgenomen de gemeente voor het vinden van dagbesteding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De ernst van het bewezenverklaarde in combinatie met de omvang van het strafblad van de verdachte rechtvaardigen naar het oordeel van het hof in beginsel zondermeer oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Met de advocaat-generaal en de verdediging ziet het hof echter in het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, met name in hetgeen bij die gelegenheid is gebleken omtrent de actuele persoonlijke omstandigheden van de verdachte, aanleiding om in deze zaak geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen. Het hof overweegt daartoe dat sprake lijkt te zijn van een voorzichtige positieve wending in het leven van de verdachte. De verdachte heeft inmiddels een andere huisvesting, heeft sindsdien geen contact meer met zijn vorige negatief sociaal netwerk en is gestopt met het gebruiken van harddrugs. Het hof acht het niet wenselijk om voornoemde positieve ontwikkelingen te doorkruisen met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande is het hof, evenals de advocaat-generaal en de verdediging, van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden is. Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-047125-24 onder 2;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-318275-23 onder 1 tenlastegelegde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en doet opnieuw recht: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaken met parketnummers 03-319515-23, 03-244925-23, 03-047125-24 onder 1 en 03-318275-23 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het in de zaken met parketnummers 03-319515-23, 03-244925-23, 03-047125-24 onder 1 en 03-318275-23 onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">4 (vier) weken</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. G.C. Bos, voorzitter,</para>
      <para>mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven en mr. R. Lonterman, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L. van Harskamp, griffier,</para>
      <para>en op 24 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. G.C. Bos en mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>