<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:849</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-18T15:40:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.346.034_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:849">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:849</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-18T15:39:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:849 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 27-03-2025 / 200.346.034_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:849:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek omzetten curatele naar bewind toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:849:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak	: 27 maart 2025</para>
      <para>Zaaknummer			: 200.346.034/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg	: 10948496 CU VERZ 24-46</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de betrokkene,</para>
      <para>advocaat: mr. M.C.L.G.J. Ruyters-Stevens,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Advocaat-Generaal in het Ressortsparket ’s-Hertogenbosch,</emphasis>
      </para>
      <para>verweerster hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden merkt het hof aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de broer] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de broer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [curator] h.o.d.n. [naam] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de curator.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 17 juni 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter, voor zover in hoger beroep van belang, op verzoek van het Openbaar Ministerie (verder: OM) de betrokkene onder curatele gesteld en de curator benoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De betrokkene kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 10 september 2024, heeft de betrokkene verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende een onderbewindstelling uit te spreken met benoeming van de curator als bewindvoerder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 5 november 2024, heeft de advocaat-generaal geconcludeerd dat op juiste gronden is beslist tot een ondercuratelestelling en een beschermingsmaatregel – minimaal bewind dan wel mentorschap – onverkort aan de orde is. Voor het overige refereert de advocaat-generaal zich aan het oordeel van het hof. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 februari 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de betrokkene, bijgestaan door mr. J.J.M. Goltstein (waarnemer van mr. Ruyters-Stevens);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de curator via digitale verbinding.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.4.1.</nr>
        <para>De advocaat-generaal en de broer zijn<emphasis role="italic">,</emphasis> hoewel behoorlijk opgeroepen, niet naar de mondelinge behandeling gekomen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 24 mei 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de curator met bijlage van 30 september 2024, ingekomen op 2 oktober 2024; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het e-mailbericht met bijlage van 13 februari 2025 namens de betrokkene.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De betrokkene voert – samengevat – het volgende aan. De betrokkene is in eerste aanleg door de rechtbank niet behoorlijk opgeroepen, in die zin dat hij niet wist dat het een verzoek tot ondercuratelestelling betrof en daardoor onvoldoende voorbereid was voor de mondelinge behandeling. De kantonrechter heeft daarnaast de beslissing tot ondercuratelestelling slechts gebaseerd op de rapportage van een door de gemeente in het kader van de WMO opgelegde (woon)begeleider, de heer [begeleider] (verder: [begeleider] ), met wie de betrokkene in conflict was gekomen. Niet ontkend kan worden dat de betrokkene in een crisissituatie verkeerde op het moment dat hij contact had met [begeleider] , en dat mede met de hulp van [begeleider] aan die toestand een einde is gekomen. Dit contact verliep echter slecht. Na verbreking van het contact met [begeleider] zocht de betrokkene hulp bij een maatschappelijk werker, de heer [maatschappelijk werker] (verder: [maatschappelijk werker] ). Met begeleiding van [maatschappelijk werker] weet de betrokkene zich staande te houden en functioneert hij naar behoren. Ten onrechte heeft de kantonrechter aan het rapport van [maatschappelijk werker] die, anders dan [begeleider] , bekend was met de actuele situatie van de betrokkene, geen enkele dan wel onvoldoende waarde gehecht en de betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van het verhandelde op de mondelinge behandeling in eerste aanleg van 24 mei 2024 zijn stellingen/beweringen nader te onderbouwen. Ten onrechte heeft de kantonrechter afgezien van het horen van [maatschappelijk werker] . Ook heeft de kantonrechter zijn beslissing niet gebaseerd op enig document of oordeel van een huisarts en/of medisch specialist, psycholoog of psychiater. Ten onrechte heeft de kantonrechter geoordeeld dat een ondercuratelestelling noodzakelijk is. De betrokkene erkent dat hij een zekere kwetsbaarheid heeft en dat hulp voor hem in zijn huidige leefomstandigheden als alleenstaande zelfstandig wonende wenselijk en geboden is. Dit is dan ook reden voor hem om in te stemmen met hulp in de vorm van beschermingsbewind. Het klopt immers dat de betrokkene in de achterliggende periode, waarin hij zich verwaarloosde, ook zijn financiële verplichtingen uit het oog verloor waardoor er schulden zijn ontstaan. De betrokkene heeft echter een belastbaar inkomen (invaliditeitspensioen/WAO) van € 24.450,- per jaar. Dat inkomen is voldoende om te voorkomen dat de schuldenlast niet problematisch wordt, als zijn draagkracht niet te zeer belast wordt door voor eigen rekening komende kosten van beschermingsmaatregelen. De reguliere schuldhulpverlening door de [instantie] (verder: [instantie] ) verlangde van de betrokkene dat benoeming van een bewindvoerder diende plaats vinden op straffe van uitsluiting van schuldhulpverlening. De betrokkene heeft zich aanvankelijk tegen dat standpunt verzet, maar de betrokkene wil zich nu tegen benoeming van een bewindvoerder niet langer verzetten en heeft vertrouwen in de door de kantonrechter benoemde curator als bewindvoerder. Het gaat beter met de betrokkene, hij heeft zijn leven meer op orde en de verzorging van de woning gaat een stuk beter. De meerwaarde van een mentor is in de gegeven situatie niet bekend. Er is immers niet vastgesteld dat betrokkene wilsonbekwaam is. Maar wanneer de noodzaak daarvan toch mocht blijken, ziet de betrokkene gaarne dat de curator ook daarvoor in aanmerking komt. Geheel subsidiair is de betrokkene dan van mening dat zijn belangen adequaat kunnen worden behartigd met een combinatie van bewind en mentorschap.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De advocaat-generaal voert – samengevat – het volgende aan. De betrokkene is een alleenstaande man die zelfstandig woont. Hij is niet meer in staat tot arbeidsparticipatie en ontvangt een UWV-uitkering. [begeleider] , psychosociaal hulpverlener, is op 1 mei 2023 gestart met ondersteuning van de betrokkene. Bij het eerste contact merkte hij op dat de woning van de betrokkene sterk was vervuild door onder andere muizen(uitwerpselen). De staat van de woning was zorgwekkend maar de betrokkene bleek niet onder de indruk. De betrokkene had veel last van stress, wat resulteerde in psychosomatische klachten. Hij kon zich moeilijk concentreren. De betrokkene heeft een lage intelligentie waardoor hij moeite heeft met financiën en administratie. In zijn omgeving hadden meerdere bewoners geklaagd over het gedrag van de betrokkene. Hij zou in het verleden buren hebben bedreigd. De betrokkene heeft een narcistische persoonlijkheidsstoornis waardoor hij last heeft van onder andere agressie, gebrek aan emoties en het plaatsen van alle schuld buiten zichzelf. De betrokkene had schulden waarvoor hij in samenwerking met [begeleider] een aantal betalingsregelingen is aangegaan. De betrokkene kwam deze niet na waardoor [begeleider] in januari 2024 [instantie] heeft ingeschakeld. In overleg met de betrokkene en [instantie] is overeengekomen dat de betrokkene onder bewind zou worden gesteld. Hiertoe is een verzoek bij de rechtbank ingediend. Een aantal dagen later heeft de betrokkene zijn medewerking teruggetrokken waardoor er geen onderbewindstelling gerealiseerd kon worden. Op 5 februari 2024 heeft de rechtbank daarom het verzoek afgewezen maar te kennen gegeven dat de noodzaak van bewind volstrekt duidelijk is. De rechtbank heeft geadviseerd via het OM bewind aan te vragen. Vervolgens is de betrokkene onder curatele gesteld op verzoek van het OM. Ten tijde van de procedure in eerste aanleg waren er geen medische stukken voorhanden en de betrokkene wilde nergens aan meewerken. [begeleider] heeft in zijn rol als hulpverlener bevindingen gedaan en gedeeld dat de betrokkene een narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft. Medio 2023 is een actieplan opgesteld ten behoeve van huisvesting, maar de betrokkene wilde geen uitvoering geven aan de actiepunten. De [instantie] heeft de hulp voor de schulden op 8 februari 2024 stopgezet omdat de betrokkene weigerde mee te werken aan de voorwaarde tot het benoemen van een bewindvoerder. Gelet hierop leek een minder vergaande beschermingsmaatregel niet haalbaar. De betrokkene heeft geen concrete stukken met betrekking tot zijn financiën of geestelijke toestand overgelegd. In de gegeven omstandigheden is op juiste gronden beslist tot ondercuratelestelling. Om te beoordelen of dat de ondercuratelestelling tot op heden de juiste beschermingsmaatregel betreft, is het noodzakelijk om een beeld te krijgen van het geestelijk welzijn alsook de (in)stabiele sociale toestand van de betrokkene. Deze medische stukken heeft het OM niet voorhanden. Hierbij wordt de opmerking gemaakt, dat gelet op het verleden, niet valt uit te sluiten dat hij zich wederom gaat verzetten tegen hulpverlening. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De curator voert – samengevat – het volgende aan. Op 30 september 2024 heeft de curator zijn ontslag verzocht aan de kantonrechter en zijn bereidverklaring met betrekking tot de onderbewindstelling van de betrokkene ingetrokken. Reden hiervoor was dat het kantoor van de curator werd overspoeld met e-mails door de betrokkene, vol met verwijten en foto’s. Het werd een onwerkbare situatie. De behandeling van dit verzoek is door de kantonrechter aangehouden in verband met het onderhavige hoger beroep. Inmiddels is de situatie wat verbeterd en stuurt de betrokkene minder e-mails. De ondercuratelestelling is een zware maatregel, maar heeft er wel in geresulteerd dat het een stuk beter gaat met de betrokkene. Zijn huis is opgeruimd en de financiën zijn op orde. Er valt nu te discussiëren of omzetting naar bewind, mogelijk in combinatie met een mentorschap, aan de orde is. [maatschappelijk werker] heeft de curator recent verzocht om te overwegen om aan te blijven als bewindvoerder indien het hof overgaat tot omzetting van de curatele. De curator heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep zich, opnieuw, bereid verklaard om als bewindvoerder voor de betrokkene op te treden, indien nodig ook als mentor. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het hof overweegt als volgt. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.4.1.</nr>
        <para>In het beroepschrift zijn grieven gericht tegen het verloop van de procedure bij de kantonrechter. Het hof stelt voorop dat voor zover de betrokkene betoogt dat in eerste aanleg beginselen van goede procesorde zijn geschonden, de betrokkene vanwege de herstelfunctie van het hoger beroep nu alsnog op alle in het geding gebrachte stukken heeft kunnen reageren en, bijgestaan door een advocaat, is verschenen tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep. Gelet hierop heeft de betrokkene geen belang bij bespreking van deze grieven.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Wettelijk kader</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.2.</nr>
        <para>Ingevolge artikel 1:378 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de rechter onder curatele worden gesteld wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van:</para>
        <orderedlist numeration="loweralpha">
          <listitem>
            <para>zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>gewoonte van drank- of drugsmisbruik,</para>
          </listitem>
        </orderedlist>
        <para>en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.3.</nr>
        <para>De rechter voor wie een verzoek tot ondercuratelestelling of tot opheffing van de curatele aanhangig is, kan bij afwijzing onderscheidenlijk bij inwilliging daarvan op grond van artikel 1:432 lid 3 BW respectievelijk artikel 1:451 lid 3 BW ambtshalve overgaan tot instelling van het bewind respectievelijk mentorschap.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.4.</nr>
        <para>Op grond van artikel 1:431 lid 1 BW kan de rechter, indien een meerderjarige als gevolg van:</para>
        <orderedlist numeration="loweralpha">
          <listitem>
            <para>zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>verkwisting of het hebben van problematische schulden,</para>
          </listitem>
        </orderedlist>
        <para>tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, een bewind instellen over één of meer van de goederen die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren.</para>
        <para />
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.5.</nr>
        <para>Het hof zal de curatele over de betrokkene zoals verzocht omzetten in een onderbewindstelling. Hoewel het duidelijk is geworden dat er op enig moment grote zorgen zijn ontstaan over de betrokkene, in die zin dat zijn woning ernstig was vervuild en er forse financiële problemen waren ontstaan, ziet het hof geen noodzaak (meer) voor een ondercuratelestelling. Gebleken is dat het inmiddels beter gaat met de betrokkene. Zijn woning is opgeruimd en er lijkt rust te zijn gekomen in zijn situatie. Het hof kan niet vaststellen dat de betrokkene zijn niet-vermogensrechtelijke belangen op dit moment zelf niet voldoende kan behartigen, zo nodig met hulp van bijvoorbeeld [maatschappelijk werker] . Het hof merkt op dat er door de kantonrechter slechts op basis van een verklaring van een sociaal pedagogisch hulpverlener, en zonder enige medische stukken of onderbouwing, een ondercuratelestelling is uitgesproken. Het hof ziet hiertoe op dit moment geen noodzaak en acht een ondercuratelestelling een te zware maatregel. De curator heeft bevestigd dat de situatie rondom de betrokkene rustiger lijkt te zijn geworden en heeft verklaard dat waar hij eerst overladen werd met berichten, dit is verminderd. Gelet hierop heeft de curator zich tijdens de mondelinge behandeling bereid verklaard om de bewindvoering op zich te nemen indien het hof hier aanleiding toe ziet.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.7.</nr>
        <para>De betrokkene verzet zich niet tegen een onderbewindstelling en het hof acht een bewind ook passend. Niet langer in geschil is dat de betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet goed in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. De betrokkene is gebaat bij hulp van een bewindvoerder en staat hier voor open, mede gezien de door de [instantie] gestelde voorwaarde in verband met schuldhulpverlening. Het hof zal een bewind instellen en de curator als bewindvoerder benoemen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op grond van het vorenstaande zal het hof, om proceseconomische redenen met ingang van 15 april 2025, de beschikking waarvan beroep vernietigen, de curatele opheffen en een bewind ten behoeve van de betrokkene instellen zoals vermeld onder de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:390 BW worden alle uitspraken waarbij een curatele wordt opgeheven binnen tien dagen nadat zij ten uitvoer kunnen worden gelegd, vanwege de griffier in de Staatscourant bekendgemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Het hof zal hierna voorts bepalen dat een kopie van deze beschikking wordt gezonden aan de griffier van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht in verband met een aantekening in het Centraal curatele- en bewindregister. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 17 juni 2024, met ingang van 15 april 2025; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en in zoverre opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op de ondercuratelestelling van <emphasis role="bold">[betrokkene]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] 1962 te Kerkrade, met ingang van 15 april 2025;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat deze opheffing van de ondercuratelestelling, binnen tien dagen na de onderhavige beschikking, door de griffier op de voet van artikel 1:390 BW zal worden bekendgemaakt in de Staatscourant en gelast de griffier daarvoor zorg te dragen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt, met ingang van 15 april 2025, een bewind in over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan <emphasis role="bold">[betrokkene]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] , vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>benoemt tot bewindvoerder: [curator] h.o.d.n. [naam] , correspondentieadres: [adres] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 BW een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht;</para>
      <para>in verband met aantekening in het Centraal curatele- en bewindregister; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking waarvan beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, E.M.D.M. van der Linden en M.A. Stammes en is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>