<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-16T10:05:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/935</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2024:3812" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2024:3812, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025042403</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-0882</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2025/840</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2025/1164 met annotatie van Susan Adriaans</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2025/33.13 met annotatie van Redactie</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:741">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-23T12:25:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:741 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 19-03-2025 / 24/935</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:741:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verrekening buitenlandse bronbelasting. Geen schending van artikel 63 VWEU door Nederland.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:741:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Team belastingrecht</para>
    <para>Meervoudige Belastingkamer</para>
    <para>Nummer: 24/935</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op het hoger beroep van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende] B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>hierna: belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 7 juni 2024, nummer BRE 22/5533, in het geding tussen belanghebbende en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna: de inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De inspecteur heeft de aanslag vennootschapsbelasting (hierna: Vpb) voor het jaar 2015 opgelegd. Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. </para>
        <para>De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Het hof heeft bepaald dat de zitting achterwege kan blijven. Geen van partijen heeft – na navraag door het hof – verklaard gebruik te willen maken van hun recht om op een zitting te worden gehoord. Het hof heeft partijen schriftelijk meegedeeld dat het onderzoek is gesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft in 2015 dividenden uit Spanje en België ontvangen. Spanje en België hebben meer bronbelasting ingehouden dan waar zij ingevolge de toepasselijke belastingverdragen met Nederland toe gerechtigd zijn.<footnote-ref linkend="_9951a608-50e7-44c9-b5a1-534b08cfb1aa" /> De inspecteur heeft overeenkomstig het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (hierna: BvdB 2001) rekening gehouden met 15% aftrek elders belast. Belanghebbende heeft over het meerdere niet om teruggaaf verzocht bij de Spaanse en Belgische fiscale autoriteiten. De cijfermatige uitwerking is als volgt:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="6">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <colspec colname="colE" />
          <colspec colname="colF" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>Land</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Dividend</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Voorkoming door Nederland</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Ingehouden<?linebreak?>in het bronland</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Terugontvangen<?linebreak?>uit het bronland</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Verschil</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>België</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 6.200</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 930</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 1.550</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ Nihil</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>-€ 620</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Spanje</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 2.410</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 362</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 482</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ Nihil</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>-€ 120</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De inspecteur heeft tot een bedrag van € 2.153 voorkoming van dubbele belasting verleend.<footnote-ref linkend="_279b7ca4-e8b1-4e81-bc56-896c0a4f680a" /> Dit bedrag is bepaald met toepassing van artikel 36, lid 2, letter b, BvdB 2001 (tweede limiet). Toepassing van artikel 36, lid 2, letter a, BvdB 2001 (eerste limiet) zou tot een voorkoming van € 1.291 + € 4.609 (voortgewentelde bronheffing) = € 5.900 leiden. Bij beschikking van 8 januari 2018 is het bedrag aan voort te wentelen bronheffing vastgesteld op € 3.747.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Geschil en conclusies van partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het geschil betreft het antwoord op de vraag of belanghebbende recht heeft op een hoger bedrag aan voorkoming van dubbele belasting ter zake van de in België en Spanje ingehouden bedragen aan bronbelasting over de dividenden. In het bijzonder is in geschil of sprake is van schending van artikel 63 VWEU (vrijheid van kapitaalverkeer).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en vermindering van de aanslag. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Gronden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Belanghebbende, die fiscaal inwoner is van Nederland, heeft in het onderhavige jaar dividenden ontvangen uit Spanje en België. Op grond van de met die landen gesloten belastingverdragen is Nederland bevoegd om belasting te heffen over deze dividenden. Spanje en België zijn als bronstaat eveneens bevoegd om belasting te heffen, maar die heffing mag niet meer zijn dan 15% van het bruto-bedrag van de dividenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Nederland verleent voorkoming van dubbele belasting overeenkomstig de nationale regeling, namelijk het BvdB 2001. Voor zover in Spanje en België meer bronheffing heeft plaatsgevonden dan de toegestane 15%, kan het meerdere worden teruggevraagd in die landen. De wijze waarop dat moet gebeuren is aan die landen en daar heeft Nederland geen zeggenschap over. Een en ander is voor de situatie met Spanje vastgelegd in het Protocol bij het belastingverdrag met Spanje, ‘VI. Ad Artikelen 10, 11 en 12’ en voor de situatie met België vastgelegd in het Protocol bij het belastingverdrag met België, ‘13. Met betrekking tot artikel 10, artikel 11 en artikel 12’.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat de inspecteur op de juiste wijze voorkoming van dubbele belasting heeft verleend overeenkomstig de bepalingen van de betreffende belastingverdragen en het BvdB 2001.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Belanghebbende meent dat – gelet op de aan de teruggaafprocedure verbonden kosten – sprake is van een belemmering van de vrijheid van kapitaalverkeer (artikel 63 VWEU).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat van de zijde van Nederland geen sprake is van schending van artikel 63 VWEU. Zo er al sprake is van een belemmering van het vrije kapitaalverkeer dan ligt dat besloten in de teruggaafprocedure in de landen waaruit de dividenden afkomstig zijn en wordt dit niet veroorzaakt door Nederland. Alsdan ligt het in de rede dat belanghebbende de door haar veronderstelde schending van artikel 63 VWEU aanhangig maakt in Spanje en België, omdat die staten kennelijk de belemmeringen opwerpen.<footnote-ref linkend="_1673a846-4ae8-4bb1-b451-e21662d7c0d1" /> Het hof merkt overigens op dat anders dan belanghebbende stelt, het enkele feit dat teruggaafprocedures vaak omslachtig, duur en langdurig zijn, nog niet impliceert dat sprake is van een schending van artikel 63 VWEU. Een en ander neemt niet weg dat een snellere en efficiënte manier om teruggaaf van teveel ingehouden bronbelasting terug te vragen, wenselijk is. Daartoe dient de EU-Richtlijn van 10 december 2024, betreffende een snellere en veiligere vermindering van te veel ingehouden bronbelasting.<footnote-ref linkend="_9fc21600-4f28-47ef-86fe-f46e16b05cd0" /> Een en ander kan echter niet leiden tot de conclusie dat de inspecteur verplicht zou zijn om een hogere voorkoming van dubbele belasting te verlenen dan hij heeft gedaan. Het hof ziet geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Tussenconclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ten aanzien van het griffierecht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ten aanzien van de proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het hoger beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is gedaan door T.A. Gladpootjes, voorzitter, C.W.M.M. Verkoijen en H.J. Cosijn, in tegenwoordigheid van J.H.M. van Ooijen, als griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025 en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De voorzitter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>J.H.M. van Ooijen	T.A. Gladpootjes</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het aanwenden van een rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl</emphasis>. </para>
      <para>Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. </emphasis>Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie <emphasis role="bold">www.hogeraad.nl</emphasis>). </para>
      <para>Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>de naam en het adres van de indiener;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de dagtekening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>e gronden van het beroep in cassatie.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.</para>
      <para>In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9951a608-50e7-44c9-b5a1-534b08cfb1aa" label="1">
    <para> Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Spaanse Staat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, Trb. 1971, 144 (artikel 10, lid 2) respectievelijk Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, Trb. 2001, 136 (artikel 10, lid 2).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_279b7ca4-e8b1-4e81-bc56-896c0a4f680a" label="2">
    <para> Artikel 36, lid 2, letter b, BvdB 2001: 25% x € 8.610 = € 2.153.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1673a846-4ae8-4bb1-b451-e21662d7c0d1" label="3">
    <para> Zie gerechtshof ’s-Hertogenbosch 31 augustus 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3653. Het tegen die uitspraak ingestelde cassatieberoep is bij arrest van 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:581 ongegrond verklaard.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9fc21600-4f28-47ef-86fe-f46e16b05cd0" label="4">
    <para> Richtlijn EU 2025/50, PB L, 2025/50.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>