<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:717</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-17T15:43:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.335.912_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:717">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:717</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-17T15:34:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:717 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 18-03-2025 / 200.335.912_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:717:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschil over parketvloer. Vloer is gebrekkig gelegd. Is herstel mogelijk of moet vloer worden vervangen? Onafhankelijke deskundigenrapport. Waardering partijdeskundigenrapport.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:717:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH   </bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.335.912/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 18 maart 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [appellante sub 1] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">[appellant sub 2] ,</emphasis><?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellanten, </para>
      <para>hierna aan te duiden als [appellant] (in mannelijk enkelvoud),</para>
      <para>advocaat: mr. M.T. Bader te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] , handelende onder de naam [XX] Klussen,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [gemeente A] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. G.C.L. van de Corput te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 13 februari 2024 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, onder zaaknummer 9047732 \ CV EXPL 21-984 gewezen vonnis van 1 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenarrest van 13 februari 2024 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 2 april 2024;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de memorie van grieven met producties 19 tot en met 22;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord met een productie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondeling behandeling van 25 februari 2025, waarbij [appellant] spreeknotities heeft overgelegd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>In rov. 3.1 tot en met 3.12 van het vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter vastgesteld van welke feiten in dit geschil wordt uitgegaan. Tegen deze feitenvaststelling zijn geen grieven gericht. In hoger beroep zal daarvan dus ook van worden uitgegaan. Het hof zal deze feiten hierna, als rov. 6.1.1 tot en met 6.1.12, weergeven.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>6.1.1.</nr>
        <para>
          [appellant] en [geïntimeerde] hebben in november 2019 een overeenkomst met elkaar gesloten, op grond waarvan [geïntimeerde] zich ten opzichte van [appellant] verplicht heeft om tegen betaling van een bedrag van € 11.321,00 inclusief BTW een visgraat parketvloer aan [appellant] te leveren en in de woning van [appellant] te leggen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.1.2.</nr>
        <para>De afspraken tussen partijen zijn neergelegd in een offerte die door [geïntimeerde] is uitgebracht. Deze offerte is overgelegd als productie 1 bij de inleidende dagvaarding.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.1.3.</nr>
        <para>
          [appellant] heeft op 6 december 2019 een bedrag van € 5.660,50 aan [geïntimeerde] betaald.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.1.4.</nr>
        <para>
          [geïntimeerde] is in februari 2020 gestart met het leggen van de parketvloer.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.1.5.</nr>
        <para>Op 11 februari 2020 heeft [geïntimeerde] per WhatsApp aan [appellant] laten weten dat de olielaag die hij op de vloer had aangebracht niet goed droog was toen hij de laklaag aanbracht, waardoor de laklaag was losgekomen van de ondergrond en hij de vloer opnieuw moest schuren en oliën/lakken.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.1.6.</nr>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft in februari 2020 twee keer herstelwerkzaamheden aan de vloer uitgevoerd, voor de laatste keer op 26 februari 2020.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.1.7.</nr>
        <para>
          [appellant] heeft op 28 februari 2020 via WhatsApp bij [geïntimeerde] geklaagd over de afwerking van de vloer.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.1.8.</nr>
        <para>Bij e-mail van 24 mei 2020 heeft [geïntimeerde] het volgende aan [appellant] geschreven:</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Hoi [appellant sub 2] en [appellante sub 1] ,</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het is al weer even geleden dat we elkaar gezien hebben. Hoop dat jullie ook allemaal gezond zijn. Is zo’n rare tijd nu.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ik moet bij jullie nog steeds de vloer extra behandelen.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Gezien de laatste ontwikkelingen gaat dit nog wel even duren helaas. Hierdoor staat de laatste factuur nog steeds open.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Wat ook wel begrijp. Alleen het bedrag € 5528,61 is nogal groot tov de werkzaamheden die nog moeten gebeuren.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ik wil jullie daarom vragen om alvast een gedeelte van de openslaande factuur te voldoen. En ik wil jullie dan ook vragen om € 3500,- te voldoen onder vermelding van Factuurnummer 2020002. Blijft er nog € 2028,61 openstaan, te voldoen na de laatste werkzaamheden.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Alvast bedankt.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vriendelijke Groet [geïntimeerde]</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.1.9.</nr>
        <para>
          [appellant] heeft bij e-mail van 29 mei 2020 als volgt gereageerd:</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Met grote verbazing heb ik kennis genomen van je email. Wat een lef.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Hier ga ik uiteraard niet mee akkoord. Uit je email begrijp ik dat je niet op korte termijn wil herstellen.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Daarnaast moeten wij een heel ander gesprek voeren volgens mij:</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">l. Een aantal planken zit los</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2 Vloer niet overal doorgelegd</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">3. Kitwerk niet afgerond</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">4. Laklaag niet aangebracht</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">5. Je hebt de vloer al een keer geschuurd ivm herstel eigen fout en moet dat nu nog een keer doen. Dan ben ik dus al door 2 schuurbeurten heen. Feitelijk lever je dan niet de vloer die we besteld hebben</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">6. Gaten in vloer geconstateerd</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">7. En dat is alleen maar wat mij nu zo 1,2,3 te binnen schiet</emphasis>
        </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.1.10.</nr>
        <para>Op 3 augustus 2020 heeft [appellant] aan [YY] Experts (hierna: [YY] ) opdracht gegeven om de staat van de vloer te onderzoeken. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op 22 september 2020 in het bijzijn van [appellant] , zijn toenmalige gemachtigde en [geïntimeerde] .</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.1.11.</nr>
        <para>
          [YY] heeft haar bevindingen neergelegd in een schriftelijk rapport van 16 november 2020. Dit rapport is vanwege de gestegen kostprijs van hout aangevuld op 13 oktober 2021. Samengevat komt [YY] tot de conclusie dat de vloer diverse gebreken vertoont die zich niet voor herstel lenen, waardoor de vloer helemaal vervangen moet worden. Ook de firma [ZZ] Parket (hierna: [ZZ] ), die de kosten voor het verwijderen en vervangen van de vloer in een offerte begroot heeft op een bedrag van € 21.143,00 inclusief BTW, komt tot die conclusie. De totale schade van [appellant] begroot [YY] op basis van de offerte van [ZZ] en enkele andere offertes die [appellant] heeft aangeleverd op een bedrag van € 28.535,50 inclusief BTW.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.1.12.</nr>
        <para>De voormalige gemachtigde van [appellant] heeft [geïntimeerde] bij brief van 7 december 2020 een afschrift toegestuurd van het rapport van [YY] en hem aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van de gebrekkig aangelegde vloer. Op het verzoek om binnen een week contact op te nemen voor het treffen van een minnelijke regeling heeft [geïntimeerde] niet gereageerd. [geïntimeerde] heeft evenmin een bedrag aan schadevergoeding aan [appellant] betaald.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Geschil in eerste aanleg</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>In eerste aanleg vorderde [appellant] samengevat - na eiswijziging - primair om hem</para>
          <para>te machtigen de herstelwerkzaamheden aan de vloer als genoemd in het rapport van [YY] zelf uit te (laten) voeren op kosten van [geïntimeerde] , met veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van een voorschot op de herstelkosten van € 21.143,00.</para>
          <para>Subsidiair vorderde [appellant] om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 21.143,00, vermeerderd met de wettelijke rente.</para>
          <para>Meer subsidiair vorderde [appellant] de tussen partijen gesloten overeenkomst te ontbinden en om [geïntimeerde] te veroordelen tot terugbetaling van het betaalde voorschot van € 5.660,50 en tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding van € 4.094,00.</para>
          <para>Uiterst subsidiair vorderde [appellant] om [geïntimeerde] op straffe van een dwangsom te veroordelen om de tussen partijen gesloten overeenkomst binnen één maand alsnog deugdelijk na te komen en te verklaren voor recht dat [appellant] na deugdelijke nakoming nog een bedrag van € 5.660,50 aan [geïntimeerde] verschuldigd is.</para>
          <para>In alle hiervoor genoemde gevallen vorderde [appellant] een verklaring voor recht dat [geïntimeerde] tekortgeschoten is in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst en aansprakelijk is voor de schade die hij als gevolg daarvan geleden heeft en nog zal lijden.</para>
          <para>Verder maakte [appellant] aanspraak op een totaalbedrag aan schadevergoeding van € 8.678,91, bestaande uit de deskundigenkosten van € 836,41 en de gevolgschade van € 7.842,50, vermeerderd met de wettelijke rente.</para>
          <para>
            [appellant] vorderde ten slotte om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en om [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen en te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.2.2.</nr>
        <para>Op hetgeen [appellant] aan deze vorderingen ten grondslag heeft gelegd en de daartegen door [geïntimeerde] gevoerde verweren, zal het hof hierna, voor zover van belang in hoger beroep, ingaan.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>In eerste aanleg heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden op 28 oktober 2021. Aan het slot van die mondelinge behandeling heeft de kantonrechter partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de persoon van een in te schakelen deskundige en over het antwoord op de vraag of de deskundige al dan niet door de kantonrechter benoemd moet worden.</para>
          <para>
            [geïntimeerde] heeft drie deskundigen voorgedragen. [appellant] heeft de kantonrechter bij akte laten weten dat zijn voorkeur uitgaat naar het inschakelen van de firma [---] (hierna: [---] ) als deskundige. [geïntimeerde] heeft de kantonrechter bericht daarmee in te stemmen en een offerte van [---] ingezonden.</para>
          <para>
            [---] , in de persoon van [persoon A] (hierna: [persoon A] ), heeft de door [geïntimeerde] gelegde parketvloer onderzocht en haar bevindingen neergelegd in een schriftelijk rapport van 26 maart 2022. Beide partijen hebben schriftelijk gereageerd op de bevindingen van [---] . Daarna hebben zij over en weer op elkaars standpunten gereageerd.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.2.4.</nr>
        <parablock>
          <para>In het vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter [geïntimeerde] veroordeeld om de overeenkomst tussen partijen correct na te komen door de gebreken als vermeld in het rapport van [persoon A] op de daarin omschreven wijze te herstellen en de herstelwerkzaamheden binnen een maand na aanvang daarvan te voltooien.</para>
          <para>Voorts heeft de kantonrechter voor recht verklaard dat [appellant] na deugdelijke nakoming van de overeenkomst door [geïntimeerde] nog een bedrag van € 5.660,50 aan [geïntimeerde] verschuldigd is.</para>
          <para>Ook heeft de kantonrechter [geïntimeerde] veroordeeld om aan [appellant] te betalen een bedrag van € 350,00, vermeerderd met wettelijke rente, en tot een bedrag van € 836,41, vermeerderd met wettelijke rente.</para>
          <para>Het vonnis waarvan beroep is waar het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
          <para>Wat meer of anders is gevorderd is afgewezen.</para>
          <para>Tot slot zijn de kosten van de procedure gecompenseerd, in die zin dat beide partijen de eigen kosten van de procedure dragen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Geschil in hoger beroep</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.3.1.</nr>
        <para>
          [appellant] heeft in hoger beroep twaalf grieven aangevoerd en zijn eis gewijzigd (zie hierna rov. 6.3.2). [appellant] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot het alsnog toewijzen van zijn vorderingen zoals gewijzigd.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.3.2.</nr>
        <para>Blijkens het petitum van de memorie van grieven vordert [appellant] in hoger beroep dat het hof zijn vorderingen in eerste aanleg alsnog zal toewijzen, met dien verstande dat [appellant] aanspraak maakt op aanvullende schadevergoeding van € 9.350,-. Voorts vordert [appellant] dat het hof [geïntimeerde] zal veroordelen in de kosten voor de door [appellant] ingeschakelde deskundige van [??] Expertise van € 2.662,-, vermeerderd met wettelijke rente. Tot slot vordert [appellant] dat het hof [geïntimeerde] zal veroordelen in de proceskosten van beide instanties, vermeerderd met wettelijke rente.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.3.3.</nr>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van [appellant] Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Bij de beoordeling van de zaak zal dan worden uitgegaan van de gewijzigde eis.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.3.4</nr>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft de grieven bestreden en heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep, onder afwijzing van de vorderingen van [appellant] , met veroordeling van [appellant] in de kosten van beide instanties, althans in hoger beroep. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Beoordeling van de grieven</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Zoals hiervoor is vermeld, heeft [appellant] twaalf grieven aangevoerd. De onderbouwing van deze grieven is vrijwel volledig gebaseerd op het rapport van [??] Expertise d.d. 24 oktober 2023 (producties 20 en 22 bij de memorie van grieven). Dit rapport dateert van na het vonnis waarvan beroep. De grieven lenen zich voor gezamenlijke bespreking, als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof stelt voorop dat het rapport van [---] dient te worden aangemerkt als een onafhankelijk deskundigenrapport, zoals dit hof in zijn beschikking van 13 april 2023 (productie 1 bij de memorie van antwoord) heeft overwogen. Het rapport van [---] is een deskundigenrapport op grond van een door partijen gezamenlijk gekozen deskundige. Het hof verwijst naar het hetgeen het heeft overwogen in rov. 3.6.2 en 3.6.3 van deze beschikking.</para>
        <para>Verder staat de deskundigheid van de aan [---] verbonden deskundige [persoon A] niet ter discussie. Hij is een specialist op het gebied van (parket)vloeren. De andersluidende bevindingen van [??] Expertise leiden niet tot een ander oordeel over de deskundigheid van [persoon A] , zoals hierna zal blijken.</para>
        <para>Ook zijn beide partijen, dus [appellant] en [geïntimeerde] , aanwezig geweest bij de inspectie van de vloer door [persoon A] . [persoon A] heeft in zijn rapport de op- en aanmerkingen van [appellant] verwerkt, zo heeft de (toenmalige) advocaat van [appellant] de rechtbank bericht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Hier staat tegenover dat [??] Expertise op verzoek van (alleen) [appellant] onderzoek heeft gedaan in de woning van [appellant] [geïntimeerde] is bij dat onderzoek niet aanwezig geweest en is daarvoor ook niet uitgenodigd door [appellant] Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft [appellant] hier desgevraagd geen reden voor kunnen geven.</para>
        <para>Verder heeft [geïntimeerde] aangevoerd dat het onderzoek namens [??] Expertise is uitgevoerd door [persoon B] (hierna: [persoon B] ) en dat [persoon B] geen specifieke deskundigheid heeft op het gebied van (houten) vloeren. [appellant] heeft dit betwist. Desgevraagd heeft (de advocaat van) [appellant] tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep geantwoord dat hij deze deskundige heeft gehaald uit het Landelijk Register Gerechtelijke Deskundigen. [appellant] heeft echter niet toegelicht dat [persoon B] over de benodigde deskundigheid beschikt. Dit volgt niet uit de enkele vermelding van [persoon B] in voornoemd register.</para>
        <para>Ook is [geïntimeerde] niet in staat gesteld op- en aanmerkingen op het (concept-)rapport van [??] Expertise te maken. [persoon B] heeft daar dus ook geen rekening mee gehouden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.</nr>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor in rov. 6.5 en 6.6 is overwogen, hecht het hof meer waarde aan het rapport van [---] dan aan het rapport van [??] Expertise. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter zijn beslissingen daarom op het rapport van [---] kunnen baseren. Hij heeft zijn beslissingen terecht niet gebaseerd op het rapport van [YY] en op goede gronden meer waarde gehecht aan het rapport van [---] . Het hof zal hierna nog op een aantal inhoudelijke punten ingaan die [appellant] hebben opgebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Het eerste punt dat [appellant] tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep naar voren heeft gebracht betreft de vlakheid van de vloer. [appellant] stelt dat de vloer onvoldoende vlak is. Daartoe heeft [appellant] verwezen naar het rapport van [??] Expertise. Volgens [appellant] blijkt uit foto’s uit dat rapport dat er op meerdere plaatsen een hoogteverschil van meer dan 5 mm bestaat. [geïntimeerde] heeft de juistheid van de gemeten hoogteverschillen betwist. Volgens hem kan dit niet blijken uit de foto’s uit het rapport van [??] Expertise, omdat daaruit niet blijkt hoe gemeten is, waar gemeten is en of de juiste wijze is gemeten.</para>
        <para>Voorts heeft [appellant] aangevoerd dat [persoon A] de vlakheid van de vloer niet heeft gecontroleerd. Tussen partijen is niet in geschil dat de Legvoorschriften Parketbranche van toepassing zijn. Ook is niet in geschil dat volgens deze voorschriften de vlakheid van een vloer moet worden gemeten met een rei van minimaal 2,00 meter. Uit het rapport van [---] blijkt dat [persoon A] zich daarvan bewust is. Hij heeft de vlakheid van vloer echter niet gecontroleerd. De reden dat hij dat niet gedaan heeft is ‘het feit dat er een netjes vlakke vloer ligt’ (zie het [---] -rapport op p. 10). Mede gelet op de deskundigheid van [persoon A] ziet het hof geen aanleiding om aan de juistheid van dit oordeel te twijfelen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Het tweede punt dat [appellant] tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep naar voren heeft gebracht heeft betrekking op het schuren van de vloer. [appellant] heeft aangevoerd dat uit het rapport van [??] Expertise volgt dat een vloer met een toplaag van 4 mm slechts een aantal keer kan worden geschuurd en iedere schuurbeurt de waarde van vloer vermindert. Ook heeft [appellant] gesteld dat er veel schuurstrepen op de vloer zichtbaar zijn.</para>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft een en ander weersproken, onder verwijzing naar het [---] -rapport. Zo heeft [geïntimeerde] erop gewezen dat volgens [persoon A] met een éénschijfs multidisk machine voorzien van een schuurpapier korrel 80 de laklaag is verwijderd waardoor nagenoeg geen houtafname heeft plaatsgevonden en er als gevolg daarvan geen waardevermindering is (p. 4 en 9 van het [---] -rapport). Ook heeft [geïntimeerde] erop gewezen dat volgens [persoon A] er in de vloer enkele draaiingen van de multidisk polijstschijf zichtbaar zijn, maar deze zo nihil zijn dat het niet te fotograferen was (p. 5 van het rapport).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.10.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat [appellant] , tegenover de gemotiveerde betwisting door [geïntimeerde] , onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat de vloer volledig moet worden vervangen. Het hof merkt op dat [persoon A] duidelijk is in zijn conclusie: ‘Het vervangen van de gehele vloer met alle consequenties van dien acht ik dan ook absoluut niet nodig’ (op p. 10 van het [---] -rapport). Wel dient de vloer te worden hersteld. Dit kan door de gebreken als vermeld in het [---] -rapport op de daarin omschreven wijze te herstellen (p. 9 van het rapport). [persoon A] is van mening dat [geïntimeerde] bekwaam genoeg is om de vloer te herstellen. Het hof heeft ook geen aanleiding om aan de juistheid van deze mening van [persoon A] te twijfelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.</nr>
      <para>Het hof voegt hier het volgende aan toe. Aangenomen kan worden dat er schuurstrepen op de vloer zichtbaar zijn, mede gelet op de uitlatingen van zowel [appellant] als [geïntimeerde] tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep ( [geïntimeerde] heeft verklaard dat schuren handwerk blijft en dat er misschien wel een krasje zal zitten). Ook [persoon A] heeft, zoals hiervoor is vermeld, geconstateerd dat in de vloer enkele draaiingen van de multidisk polijstschijf zichtbaar zijn. Gezien het rapport van [---] is het geheel voorkomen van enkele schuurdraaiingen bij gebruik van een kleurolie, zoals gekozen door [appellant] , ook nagenoeg onmogelijk. Anders dan [persoon A] is het [persoon B] wel gelukt een foto hiervan te maken (zie p. 22 van het rapport van [??] Expertise). Uit het rapport van [---] blijkt echter niet dat de aanwezigheid van de schuurstrepen vervanging van de hele vloer noodzakelijk maakt. Zoals gezegd, hecht hof – ook op dit punt – meer waarde aan het rapport van [---] dan aan dat van [??] Expertise.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.</nr>
      <para>Voorts blijkt uit het rapport van [---] dat [geïntimeerde] bewust een éénschijfsmachine voorzien van schuurkorrel 80 heeft gebruikt om zo nagenoeg geen houtafname te krijgen en de levensduur van de vloer gelijk te houden. Het hof wijst ook op de duidelijke conclusie van [persoon A] : ‘De klachten op de vloer zijn zondermeer te verhelpen zonder dat dit consequenties heeft voor de kwaliteit van de vloer danwel de levensduur.’ (op p. 10 van het [---] -rapport). Het hof leidt uit het voorgaande af dat van vermindering van de levensduur van de vloer doordat [geïntimeerde] de vloer heeft geschuurd niet of nauwelijks sprake is. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft [geïntimeerde] nog aangegeven dat hij de vloer extra kan lakken om de levensduur van de vloer te verlengen, als [appellant] dat wenst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.13.</nr>
      <para>Het hof ziet geen aanleiding een aanvulling op zijn rapport of een nadere toelichting van de deskundige [persoon A] te vragen, om [persoon A] te laten reageren op de bevindingen van [??] Expertise of om hem nader onderzoek te laten doen. Het hof ziet ook geen aanleiding om een (andere) deskundige te benoemen om een nieuw deskundigenrapport uit te brengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.14.</nr>
      <para>Het vorenstaande brengt mee dat de kantonrechter terecht de door [appellant] gevorderde machtiging om de vloer zelf (te doen) herstellen, heeft afgewezen. [appellant] wenst de hele vloer immers te vervangen, thans – naar het hof begrijpt – op basis van het rapport van [??] Expertise. [geïntimeerde] kan echter de vloer zelf plaatselijk herstellen op basis van het [---] -rapport. Het vervangen van de vloer is veel duurder dan het herstel daarvan. Zo kost het leveren van een nieuwe eikenvisgraatvloer al € 10.500,- en het leggen daarvan <?linebreak?>€ 3.500,- volgens [appellant] (dus los van bijkomende kosten die optellen tot een bedrag van <?linebreak?>€ 41.926,50). Dit terwijl de kosten van herstel volgens [persoon A] in totaal € 3.493,15 bedragen. Reeds hierom ziet ook het hof geen aanleiding om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid van artikel 3:299 BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.15.</nr>
      <para>
        [appellant] vordert in hoger beroep op grond van het rapport van [??] Expertise een bedrag van € 41.926,50 aan vervangende schadevergoeding. Zoals hiervoor al is gebleken, acht het hof met het rapport van [??] Expertise niet toereikend gemotiveerd waarom de vloer volledig moet worden vervangen. De herstelkosten bedragen volgens het [---] -rapport in totaal € 3.493,15. Naar het oordeel van het hof kan mede gelet op de deskundigheid van [persoon A] ook voor wat diens begroting betreft van de herstelkosten worden uitgegaan. Vast staat dat [appellant] nog het restant van de aanneemsom van € 5.660,50 aan [geïntimeerde] verschuldigd is. [appellant] heeft geen grief gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat dit bedrag in mindering strekt op de vervangende schadevergoeding. Dit leidt tot de conclusie dat ook in hoger beroep geen grond is voor toewijzing van een bedrag aan vervangende schadevergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.16.</nr>
      <para>Het hof verenigt zich ook met het oordeel van de kantonrechter dat aan het verzuimvereiste niet is voldaan en maakt dit oordeel tot het zijne. Meer specifiek overweegt het hof het volgende, naar aanleiding van hetgeen [appellant] in hoger beroep naar voren heeft gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.17.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat partijen zijn overeengekomen dat de vloer uiterlijk op 13 februari 2020 moest zijn gelegd, in die zin dat partijen een fatale termijn zijn overeengekomen in de zin van artikel 6:83 sub a BW. Dat [appellant] op die datum zijn nieuw aangekochte en verbouwde woning wilde betrekken en dat [geïntimeerde] daarmee bekend was, maakt dat niet anders. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat de verhuisdatum al eerder was uitgesteld (die was eerst 28 januari 2020), en dat partijen wegens de uitbraak van het coronavirus hebben afgesproken dat de herstelwerkzaamheden op een latere datum (dan 13 februari 2020) zouden plaatsvinden. Dat [geïntimeerde] redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat de datum van 13 februari 2020 fataal was, is niet gebleken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.18.</nr>
      <para>Ook is het verzuim niet op grond van artikel 6:83 sub c BW ingetreden, anders dan [appellant] betoogt. [geïntimeerde] heeft zich steeds bereid verklaard om de herstelwerkzaamheden te verrichten, en heeft ook herstelwerkzaamheden uitgevoerd. [appellant] heeft [geïntimeerde] evenwel niet meer in de gelegenheid gesteld om herstelwerkzaamheden te verrichten omdat [appellant] geen vertrouwen meer heeft in [geïntimeerde] als parketteur, zoals tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep ook is gebleken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.19.</nr>
      <para>Ook ontbinding van de overeenkomst tussen partijen is gelet op het voorgaande niet aan de orde. Het beroep van [appellant] op artikel 7:756 BW kan niet slagen, omdat [appellant] er daarbij van uitgaat dat de vloer volledig moet worden vervangen. Daarvoor heeft [appellant] , zoals hiervoor is overwogen, geen toereikende motivering gegeven. In de stelling van [appellant] dat de levensduur van de vloer door het schuren lager is dan overeengekomen, ziet het hof geen aanleiding om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Het hof verwijst daartoe naar hetgeen hiervoor in rov. 6.12 is overwogen. Voorts is in de gegeven omstandigheden niet voldaan aan de vereisten voor ontbinding op grond van artikel 7:22 BW. Ook hierbij gaat [appellant] er ten onrechte vanuit dat de vloer volledig moet worden vervangen. Artikel 7:18a BW is in casu niet van toepassing. Die bepaling ziet op andere zaken dan die in het onderhavige geval aan de orde zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.20.</nr>
      <para>
        [appellant] vordert vergoeding van de kosten die gemaakt zijn voor het rapport van [??] Expertise (€ 2.662,-). Op grond van artikel 6:96 lid 2 aanhef en onder b BW komen als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. In dit geval komt [appellant] geen vergoeding toe voor deze kosten. Daarbij heeft het hof mede in aanmerking genomen dat [geïntimeerde] niet uitgenodigd is geweest bij het onderzoek in de woning en dat hij daarbij dus ook niet aanwezig is geweest. Dit onderzoek heeft mede daardoor (zie ook hiervoor rov. 6.6) een onvoldoende bruikbaar rapport opgeleverd. De kosten voor dit rapport zijn dus nodeloos door [appellant] gemaakt en dienen dan ook niet voor rekening van [geïntimeerde] te komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.21.</nr>
      <para>Voor zover [appellant] mede op basis van het rapport van [??] Expertise betoogt dat de kantonrechter tot onjuiste beslissingen is gekomen, gaat het hof daaraan verder voorbij. Het hof onderschrijft de oordelen van de kantonrechter, ook voor wat betreft de door [appellant] gevorderde gevolgschade. [appellant] gaat er daarbij ten onrechte vanuit dat vloer volledig moet worden vervangen. [appellant] heeft in hoger beroep niets (nieuws) aangevoerd dat tot andere beslissingen leidt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Slotsom en afwikkeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>6.22.1.</nr>
        <para>De slotsom is dat de grieven falen. Aan bewijslevering, onder meer door het horen van getuigen, komt het hof niet toe. Overigens heeft [appellant] daartoe ook niet een voldoende geconcretiseerd en gespecificeerd bewijsaanbod gedaan.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.22.2.</nr>
        <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd en het door [appellant] in hoger beroep meer of anders gevorderde dient te worden afgewezen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.22.3.</nr>
        <parablock>
          <para>Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter de proceskosten in eerste aanleg terecht gecompenseerd, in die zin dat beide partijen de eigen kosten van de procedure dragen, nu partijen in eerste aanleg over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld.</para>
          <para>Het hof zal [appellant] als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] zullen vastgesteld worden op:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>Griffierechten			€ 440,-</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Salaris advocaat		€ 3.927,50 (2,5 punten x tarief III)</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Nakosten			<emphasis role="underline">€ 178,-</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para>Totaal				€ 4.545,50</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.22.4.</nr>
        <para>Bij een veroordeling van twee of meer partijen tot betaling van de proceskosten, geldt als uitgangspunt dat zij ieder voor het geheel aansprakelijk zijn en dus hoofdelijk zijn verbonden tot nakoming van die veroordeling. Daartoe is niet vereist dat de in het gelijk gestelde partij heeft gevorderd of verzocht dat de veroordeling van de wederpartijen in de proceskosten hoofdelijk zal worden toegewezen. De rechter kan in de omstandigheden van het geval aanleiding zien om anders te bepalen, bijvoorbeeld als de in de kosten te veroordelen partijen niet bij dezelfde advocaat of gemachtigde zijn verschenen en geen gelijkluidend verweer hebben gevoerd. Dat is hier niet aan de orde.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het door [appellant] in hoger beroep meer of anders gevorderde af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] hoofdelijk in de proceskosten van het hoger beroep van € 4.545,50, te betalen binnen veertien dagen na heden. Als [appellant] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet [appellant] € 92,- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart voormelde veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, A.C. van Campen en E. Shirzadi en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 maart 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>