<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:3810</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T19:29:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-000796-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3810">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3810</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T19:28:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:3810 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 10-10-2025 / 20-000796-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:3810:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overtreding van de Leerplichtwet 1969. Als jongere die kwalificatieplichtig is, de verplichting tot geregeld volgen van het volledige onderwijsprogramma, niet nakomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:3810:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-000796-25 </para>
  <para>Uitspraak	: 10 oktober 2025</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 18 maart 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-252759-24 tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van – kort en zakelijk weergegeven – overtreding van de Leerplichtwet 1969 veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren. De kantonrechter heeft aan deze voorwaardelijke straf bijzondere voorwaarden verbonden in de vorm van jeugdreclasseringstoezicht en het volgen van passend onderwijs/dagbesteding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen behoudens de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft primair bepleit dat het hof de verdachte zal vrijspreken van het tenlastelegging, omdat het feit niet bewezen kan worden. Subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Omwille van de leesbaarheid van dit arrest zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 december 2023 tot en met 10 juni 2024 te [plaats] meermalen, althans eenmaal, als jongere, die als leerling, vavo-student of mbo-student van een school of instelling, te weten [school] ( [school] ), stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan zijn verplichting het volledige onderwijsprogramma, het volledige programma van de combinatie leren en werken en/of het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 2.107b, tweede lid en/of 2.107I, tweede lid en/of 2.100, eerste lid en/of 2.109, derde lid van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door die school of instelling werd aangeboden, te volgen, terwijl ten aanzien van hem de leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969 was beëindigd en hij de leeftijd van 18 jaar niet had bereikt en hij geen startkwalificatie had behaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in de periode van 11 december 2023 tot en met 10 juni 2024 te [plaats] meermalen, als jongere, die als leerling van een school of instelling, te weten [school] , stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan zijn verplichting het volledige programma van de combinatie leren en werken, dat door die school of instelling werd aangeboden, te volgen, terwijl ten aanzien van hem de leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969 was beëindigd en hij de leeftijd van 18 jaar niet had bereikt en hij geen startkwalificatie had behaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de </para>
      <para>feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is bepleit dat het hof de verdachte vrijspreekt van het tenlastegelegde, omdat volgens de raadsman het schoolverzuim de verdachte niet kan worden toegerekend en hem derhalve geen verwijt kan worden gemaakt. Aangezien een geslaagd beroep hierop zal resulteren in ontslag van alle rechtsvervolging wegens het niet strafbaar zijn van de verdachte, zal het hof dit verweer bespreken onder het kopje ‘Strafbaarheid van de verdachte’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Als jongere die kwalificatieplichtig is, de verplichting tot geregeld volgen van het volledige onderwijsprogramma, niet nakomen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is bepleit dat de verdachte niet kan worden toegerekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het bewezenverklaarde schoolverzuim. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte zich ten tijde van het schoolverzuim niet in een gemiddeld functionerend gezinssituatie bevond, maar in een afhankelijkheidsrelatie met zijn moeder terwijl zijn moeder te kampen had met fysieke en mentale problemen. Hierdoor was het volgens de raadsman voor de verdachte moeilijk om zijn draai te vinden en kan het hem derhalve niet worden verweten dat hij niet naar school ging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt voorop dat in artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht (hierna Sr) is bepaald dat degene die een feit begaat, dat hem wegens een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap niet kan worden toegerekend, niet strafbaar is. Op grond van het voorhanden zijnde dossier stelt het hof vast dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode 50 dagdelen lestijd en 45 dagdelen stage heeft verzuimd en hij als kwalificatieplichtige jongere de verplichting tot geregeld volgen van het volledige onderwijsprogramma niet is nagekomen. Voorts is het hof gebleken dat de moeder van de verdachte te kampen had met fysieke en mentale problemen en acht het hof het aannemelijk dat zij de verdachte niet (voldoende) heeft begeleid bij het voorkomen van het schoolverzuim. Hoewel de verdachte als minderjarige behoefte zal hebben gehad aan de begeleiding en stimulans van de zijde van zijn ouders om naar school te gaan en zich te houden aan zijn verplichtingen, ziet het hof geen reden om aan te nemen dat er sprake is van psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap in de zin van artikel 39 Sr. Het hof is dientengevolge van oordeel dat het bewezenverklaarde geheel aan de verdachte kan worden toegerekend.</para>
      <para>Het verweer wordt derhalve verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu er ook voor het overige geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, is hij strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen sanctie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft het hof primair verzocht toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en zodoende te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.</para>
      <para>Subsidiair heeft de verdediging het hof verzocht te volstaan met de oplegging van een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 15 uren en om aan deze voorwaardelijke strafoplegging verder geen bijzondere voorwaarden te verbinden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast heeft het hof gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is gedurende enkele maanden regelmatig weggebleven van school en een stageplek, zonder dat hiervoor een geldige reden was. De verdachte is gemakzuchtig omgegaan met de op hem rustende wettelijke verplichting om onderwijs te volgen en heeft daarmee zichzelf tekort gedaan. Immers, de Leerplichtwet 1969 verplicht de jongere om na inschrijving de school regelmatig te bezoeken om op deze manier het belang van een goede en ononderbroken opleiding voor die jongere te bewerkstelligen en voortijdig schoolverlaten te voorkomen. Hiermee heeft de jongere immers meer zicht op een baan met een goed perspectief, waardoor de kans geringer is dat hij in de toekomst financiële problemen krijgt of geen zinvolle dagbesteding heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf naast de ernst van het feit tevens acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 25 juni 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Weliswaar blijkt uit dit uittreksel dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit, doch blijkt wel dat hij (met name) nadien wel meerdere malen met justitie in aanraking is gekomen. Het hof vindt dit een zorgelijke ontwikkeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, meer in het bijzonder op de rapporten die zijn uitgebracht door de Raad voor de Kinderbescherming op 9 september 2025 en 28 oktober 2024. Blijkens deze rapporten is het de Raad niet gelukt om contact te leggen met de verdachte en is er ook maar moeilijk contact met de moeder van de verdachte te leggen. Voorts rapporteert de Raad dat er al langere tijd veel aan de hand is met de verdachte en in zijn opvoedingsomgeving en dat er sprake is van een kwetsbare situatie. De Raad maakt zich dan ook grote zorgen over de situatie van de verdachte. Verder leidt het hof uit de rapporten en de overige zich in het dossier bevindende stukken af dat de verdachte amper tot niet kan rekenen op steun en begeleiding van zijn ouders. Immers, het contact met zijn vader is al enige jaren verbroken en zijn moeder kampt zelf met fysieke en mentale problemen, waardoor het erop lijkt dat zij niet in staat is om de verdachte te begeleiden en te steunen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan verzocht door de raadsman is het hof van oordeel dat het raadzaam is om de verdachte te veroordelen tot een straf. Niet alleen vanwege het algemene signaal dat hiervan uitgaat naar jeugdigen en hun ouders dat het ongeoorloofd schoolverzuim wordt bestraft, maar met name vanwege het signaal dat het naar de verdachte afgeeft, te weten dat er consequenties zitten aan het niet nakomen van verplichtingen. Hoewel het hof van oordeel is dat de verdachte naar school had moeten gaan en onderwijs had moeten volgen, ziet in de omstandigheden van het geval en de (opvoedkundige) situatie waarin de verdachte verkeerde evenwel aanleiding om aan hem een geheel voorwaardelijke werkstraf op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan gevorderd door de advocaat-generaal en verzocht door de verdediging, ziet het hof ook thans nog aanleiding om te bepalen dat er aan de voorwaardelijk op te leggen werkstraf de bijzondere voorwaarde van toezicht door jeugdreclassering wordt verbonden. Het hof acht het zorgelijk dat het er alle schijn van heeft dat het de verdachte al enige jaren ontbeert aan steun en begeleiding door zijn ouders. Dit terwijl het erop lijkt dat hij deze begeleiding en steun wel nodig heeft om aan zijn leven een zinvolle betekenis te geven. Het hof beoogt met het opleggen van toezicht en begeleiding door jeugdreclassering te bewerkstelligen dat de verdachte wordt geactiveerd om zijn leven op een positievere manier vorm te gaan geven en dat met behulp van de steun en toezicht door jeugdreclassering kan worden toegewerkt naar een baan met perspectief. Het hof acht het van belang dat de consequentie van het niet nakomen van de afspraken met jeugdreclassering behoorlijk zal zijn voor de verdachte, zodat hij eerder geneigd zal zijn om zich hieraan te houden. Het hof zal derhalve de duur van de geheel voorwaardelijke werkstraf bepalen op 40 uren en niet op de door de verdediging verzochte 15 uren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 4c en 26 van de Leerplichtwet 1969 en de artikelen 14a, 14b, 14c, 63, 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 77aa van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit een <emphasis role="bold">werkstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">40 (veertig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">20 (twintig) dagen jeugddetentie</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis> van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van </para>
      <para>2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dat noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarde</emphasis> dat de verdachte zich gedurende een door de gecertificeerde instelling, te weten Jeugdbescherming Brabant te [plaats] te bepalen periode en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht (maximaal tot het einde van de proeftijd).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft opdracht aan Jeugdbescherming Brabant te [plaats] tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. S.C. van Duijn, voorzitter,</para>
      <para>mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. M. van der Horst, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.M. Tatters, griffier,</para>
      <para>en op 10 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. M.M. Tatters is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>