<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:3767</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-01T21:58:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-000860-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2024:1320" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2024:1320, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3767">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3767</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-01T21:56:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:3767 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 05-08-2025 / 20-000860-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:3767:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.</para>
        <para>Opzetheling.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:3767:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-000860-24</para>
  <para>Uitspraak	: 5 augustus 2025</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 22 maart 2024 in de strafzaak met parketnummer </para>
      <para>03-024082-23, tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1979,</para>
      <para>wonende te [adres 1] ,</para>
      <para>thans gedetineerd in de [detentieadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten bewezenverklaard, deze gekwalificeerd als ‘diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken’ (feit 1) en ‘opzetheling’ (feit 2), de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast heeft de rechtbank de inbeslaggenomen buis verbeurdverklaard en zijn de inbeslaggenomen verdovende middelen onttrokken aan het verkeer. </para>
      <para>De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] , welke vordering is ingediend ter zake van feit 1, is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 7.097,49, bestaande uit € 597,49 aan materiële schade en € 6.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, te vermeerderen met de wettelijke rente als voormeld. De rechtbank heeft bepaald dat de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. </para>
      <para>De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] , welke vordering eveneens is ingediend ter zake van feit 1, is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 20.997,56 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, te vermeerderen met de wettelijke rente als voormeld. De rechtbank heeft bepaald dat de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. </para>
      <para>Tenslotte heeft de rechtbank beslist over de gemaakte en nog te maken proceskosten van beide benadeelde partijen. </para>
      <para>Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de beslissingen op de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen en, in zoverre opnieuw rechtdoende, beide vorderingen tot schadevergoeding geheel zal toewijzen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit van beide feiten. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de verdediging zich primair op het standpunt gesteld dat [slachtoffer] en [benadeelde] in zijn geheel niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard en subsidiair dat deze (al dan niet gedeeltelijk) worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal vernietigd worden, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 18 januari 2023 in de gemeente Venlo een tasje, inhoudende </para>
      <para>€30.000,-, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander, toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door met een door hem, verdachte, bestuurde auto tegen die [slachtoffer] te rijden waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en (vervolgens) - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag - meermalen met een ijzeren staaf/stalen buis, in elk geval hard voorwerp, tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan, welk feit werd gepleegd op de openbare weg, de Van Bornestraat , in elk geval op de openbare weg;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 20 december 2022 tot en met 18 januari 2023 in</para>
      <para>de gemeente Venlo, in elk geval in Nederland, twee kentekenplaten (opschrift</para>
      <para>
        [kenteken 1] ), althans (een) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze/dit goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten en/of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. </para>
      <para>hij op 18 januari 2023 in de gemeente Venlo een tasje, inhoudende €30.000,-, dat geheel aan [benadeelde] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door met een door hem, verdachte, bestuurde auto tegen die [slachtoffer] te rijden waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en vervolgens - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag - meermalen met een ijzeren staaf tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan, welk feit werd gepleegd op de openbare weg, de Van Bornestraat ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. </para>
      <para>hij omstreeks 18 januari 2023 in de gemeente Venlo twee kentekenplaten (opschrift [kenteken 1] ) voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen en overwegingen ten aanzien van het bewijs </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in haar vonnis uitvoerige overwegingen gewijd aan het bewijs, waarbij in de voetnoten de bewijsmiddelen zijn opgenomen. Het hof komt louter tot een andere bewezenverklaring dan de rechtbank ten aanzien van de inhoud van het gestolen tasje, te weten ‘inhoudende € 30.000,-’ in plaats van ‘inhoudende een hoeveelheid geld’. Het hof zal gelet daarop de bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank grotendeels tot de zijne maken en zal die – voor zover het hof de overwegingen van de rechtbank overneemt – hierna citeren en gecursiveerd weergeven. Waar in de hierna cursief weergegeven tekst ‘de rechtbank’ staat vermeld moet in dat geval ‘het hof’ worden gelezen. Aanvullingen en verbeteringen van het hof worden niet-cursief weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_7a0dfef1-f694-4ad0-bf97-c0213e0b60cc" />
        <emphasis role="underline"> feit 1 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De aangifte van [slachtoffer]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_bae05496-f752-4322-b3a0-65f33a5bee7d" />
        <emphasis role="italic"> vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 13)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik doe, mede namens [benadeelde] , aangifte van diefstal van €30.000,- waarbij geweld werd gebruikt en ben daar in mijn functie ook voor gemachtigd namens het bedrijf. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wij storten dagelijks een geldbedrag af. Ik doe dat omdat ik gemachtigd ben en een bankpas met bijbehorende pincode heb. We hebben afgesproken dat ik tot een bedrag van €30.000,- alleen ga afstorten en als dit meer is, dat ik dan een collega van de verkoop meeneem. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb geen vaste tijd dat ik het geld ga afstorten. Meestal is dat in de middag. Zodra ik ga afstorten meld ik aan de directie dat ik het geld ga afstorten en hoeveel geld ik bij me heb. </emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 14)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik ga het geld meestal afstorten in Blerick in de winkelpassage bij boekhandel Primera in de passage zelf. Vandaag, 18 januari 2023, heb ik € 30.000,- los verpakt in een oud zwart lederen tasje waar we telkens het geld in doen als ik ga afstorten. Het tasje heeft een vak en een rits. Tevens heeft het tasje dubbele hengsels. Het is een zelfgemaakt tasje en ziet er versleten uit. Ik maak stapeltjes van elk een ander bedrag. Ik denk dat het vandaag 7 à 8 stapeltjes waren. Ik had er een dunne elastiek om gedaan. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb een eigen bedrijfsauto, een grijze Mercedes E-klasse, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Deze auto gebruik ik altijd als ik ga afstorten en daar rijd ik ook privé mee. Onderweg naar de afstortlocatie heb ik nog gekeken of ik gevolgd werd, maar dat was niet zo. Toen ik aankwam (op de Van Bornestraat in Blerick , gemeente Venlo) heb ik mijn auto in een parkeervak geparkeerd. Ik ben uitgestapt, heb het zwarte tasje met geld in mijn rechterhand vastgepakt en ben vervolgens in de richting van de ingang van de passage gelopen. Ik liep daarbij tussen de aldaar geparkeerde auto’s door. Op het moment dat ik uit de vakken kwam, zag ik dat er van rechts een auto aan kwam rijden. Ik twijfelde of ik over zou steken of zou stoppen om de auto voor te laten. Ik dacht dat de auto ging stoppen, dus ik ben doorgelopen. Op het moment dat ik over ging steken, zag en hoorde ik dat de auto toch doorreed en mij daarbij schepte. De voorzijde van de auto raakte mij. Ik kwam op de grond terecht naast deze auto. Of ik door de lucht ben gevlogen</emphasis>,<emphasis role="italic"> weet ik niet meer. Ik zag dat de auto enkele meters doorreed voordat hij stopte. Ik zag dat er een man uit de auto stapte en direct op mij in begon te slaan met een staaf. Ik voelde dat hij mij raakte. Ik werd in mijn nek en tegen mijn borst geraakt. Hij sloeg mij met kracht met deze staaf. Deze staaf heb ik later op de grond zien liggen en ik zag dat de politie deze later meenam. Ik heb nog getracht de slagen af te weren met de tas in mijn handen. Ik voelde pijn in mijn nek en borst. Ik hoorde dat de man onder andere schreeuwde “tas, tas”. Op dat moment griste de man het tasje met geld uit mijn handen. Ik hoorde dat hij nog schreeuwde “liggen, liggen”. Ik zag dat de man vervolgens weer in zijn auto stapte en wegreed in dezelfde richting als waar hij vandaan kwam. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De camerabeelden verstrekt door [bedrijf 1]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_3373298d-e67f-4b6c-a3d5-0ddceab7d8e0" />
        <emphasis role="italic"> werden bekeken door verbalisant [verbalisant 1] . [verbalisant 1] relateert – zakelijk weergegeven – onder meer:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 39)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Naar aanleiding van de aangifte van [slachtoffer] betreffende de diefstal met geweld werden door het onderzoeksteam de beelden van [bedrijf 1] veiliggesteld. Dit betrof een camera die zicht had op de plaats delict. </emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 40)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tijdens het veiligstellen van de betreffende camerabeelden is gebleken dat de tijdsnotatie van het systeem 13 minuten en 30 seconden voor loopt op de daadwerkelijke tijd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:35 uur (11:16:05 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat de aangever aan kwam lopen en liep in de richting van de ingang. Ik zag dat hij een tas of zak in zijn linkerhand vasthield. Deze was donkerkleurig. </emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 41)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:36 uur (11:16:06 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat links in beeld een blauwe personenauto in beeld verscheen. Dit bleek het voertuig van de latere verdachte. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:37 uur (11:16:07 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat de aangever nog steeds bezig was met het oversteken en dat op dat moment verdachte aan kwam rijden. De voorwielen van de personenauto zijn deels ingestuurd naar links, in de richting van de aangever. Ik zag dat de personenauto voorzien was van een trekhaak. Het kenteken was gelijkend op of is [kenteken 1] . </emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 42)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:38 uur (11:16:07 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat de aangever ter hoogte van de linker-voorzijde van de personenauto van verdachte stond, vlak voordat de aangever werd aangereden. De aangever leek nog in te houden of iets terug te stappen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:38 uur (11:16:08 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat de aangever geschept werd door de personenauto van verdachte. Verdachte raakte de aangever met de linker-voorzijde en met vaart. Het leek alsof verdachte vaart vermeerderde alvorens de aangever aan te rijden. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:38 uur (11:16:08 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat de aangever gekatapulteerd werd door de aanrijding en als het ware naar links gegooid werd. Vervolgens landde de aangever op de grond. Mogelijk dat er door de aanrijding schade is ontstaan aan de linkerzijde van het voertuig alsmede de voorruit/motorkap. </emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 43)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:40 uur (11:16:10 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat de aangever ten gevolge van de aanrijding ten val kwam. Ik zag dat de personenauto direct na de aanrijding tot stilstand kwam en dat de bestuurder/verdachte gelijk het portier opende en uitstapte.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:41 uur (11:16:11 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat verdachte het portier open maakte met zijn linkerhand. De linkerhand/arm bevond zich tijdens het uitstappen ter hoogte van het portier. Ik zag dat verdachte een vermoedelijk bruine jas droeg met hierop een capuchon. Deze werd door verdachte over zijn hoofd gedragen. Verdachte droeg vermoedelijk een donkerkleurige broek en donkerkleurige schoenen met lichte/witte zool. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:43 uur (11:16:13 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat verdachte uitstapte en direct richting de aangever liep. Ik zag dat verdachte de aangever in eerste aanleg sloeg met een voorwerp welke hij met twee handen vasthield. Vervolgens sloeg hij herhaaldelijk met het voorwerp, waarbij hij deze vasthield met zijn linkerhand. </emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 44)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:50 uur (11:16:</emphasis>
        <emphasis role="underline">2</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">0 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat verdachte de aangever meerdere slagen gaf met het voorwerp en vervolgens weer in de personenauto stapte. Ik zag dat verdachte de tas/zak van de aangever had weggenomen en deze met zich meenam. Ik zag dat hij gedurende een kleine seconde stilstond alvorens achteruit weg te rijden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De camerabeelden verstrekt door [locatie]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_c5d08a3e-45d9-47aa-afdf-d58ff55d2ccc" />
        <emphasis role="italic"> werden bekeken door verbalisant</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verbalisant 2] . [verbalisant 2] relateert - zakelijk weergegeven - onder meer:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 74)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op maandag 30 januari 2023 vertelde de aangever [slachtoffer] mij dat hij contact had</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opgenomen met de beveiliging op het [locatie] , omdat hij niet kon</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uitsluiten dat hij toch gevolgd was voordat de diefstal plaatsvond.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 75)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De camera’s binnen het gehele camerasysteem wijken af van de daadwerkelijke tijd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De tijd van de camera’s binnen het gehele camerasysteem wijkt af in een tijdsbestek</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van enkele seconden tot ongeveer één minuut met de daadwerkelijke tijd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 76)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera Gate 2, 11:03:10 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: De blauwe Hyundai Getz rijdt via Gate 2 het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [locatie] terrein op.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 77)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera Gate 2, 11:03:16 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Het groene ovaal (de rechtbank begrijpt:</emphasis> ingetekend<emphasis role="italic"> op de naastgelegen foto) maakt de schade op de motorkap van de betreffende auto Hyundai Getz duidelijk. De rode ovaal </emphasis>(het hof begrijpt: dito ingetekend op de</para>
      <para>naastgelegen foto)<emphasis role="italic"> geeft aan dat de blauwe Hyundai Getz voorzien was</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van de kentekenplaat [kenteken 1] . De kentekenplaten werden vermoedelijk middels</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tie-wraps gemonteerd.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 78)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera 62.3 Brievenbussen, 11:03:45 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: De blauwe Hyundai Getz draait zich bij</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [bedrijf 2] en rijdt terug naar de afslag op de [straatnaam] in de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">richting van [benadeelde] Met een rode cirkel </emphasis>(het hof begrijpt: ingetekend op de naastgelegen foto) <emphasis role="italic">werd zichtbaar dat er ook een kentekenplaat [kenteken 1] aan de achterzijde was gemonteerd. Verder was ook duidelijk dat de auto was voorzien van een trekhaak.</emphasis></para>
      <para>(pg. 79)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera 62.2 [bedrijf 3] , 11:03:11 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: De blauwe Hyundai Getz slaat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">rechtsaf in de richting van [benadeelde]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera 62.2 [bedrijf 3] , 11:03:33 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: De blauwe Hyundai Getz blijft</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">daar 1.19 minuten staan geparkeerd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 80)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera 62.2 [bedrijf 3] , 11:04:52 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Middels een rode cirkel </emphasis>(het hof begrijpt: ingetekend op de naastgelegen foto) <emphasis role="italic">is aangegeven dat de aangever [slachtoffer] uit het bedrijf komt en in zijn Mercedes stapt.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera 62.2 [bedrijf 3] , 11:04:59</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Op het moment dat de aangever [slachtoffer] in de auto stapt, rijdt de blauwe Hyundai Getz achteruit en rijdt hij via dezelfde zijde het parkeerterrein af de [straatnaam] op in de richting van de uitgang van het [locatie] , gate 2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera 62.2 [bedrijf 3] , 11:05:13 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: De Hyundai Getz rijdt weg voor de aangever [slachtoffer] .</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 81)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera 62.2 [bedrijf 3] , 11:06:02 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ongeveer 45 seconden later rijdt</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de aangever/slachtoffer via dezelfde weg.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 82)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera 61.3 Gate 2, 11:06:03 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Deze foto is gebruikt om een herkenning op te</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vragen van de bestuurder van de Hyundai Getz.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_854e0d7e-54f6-42b3-ac1f-06bcd20a548b" />
        <emphasis role="italic"> hebben - zakelijk weergegeven -</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gerelateerd als volgt:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 86)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verstrekt beeldmateriaal</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Foto 1: mail herkenningsverzoek.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_882167a5-3e32-43a2-bf16-4b8ffaf4a5bf" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De persoon op foto 1 herken ik als: [verdachte] , geboren op</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [geboortedag 1] 1979, te [geboorteplaats] in Nederland.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Grondslag herkenning</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden als wijkagent.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken. De gezichtsuitdrukking van de verdachte in combinatie met zijn baard, fronsend voorhoofd en het feit dat wij verdachte recent aanhielden. Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: baard, fronsend voorhoofd, wallen onder ogen, groene jas. Ik herkende hem onmiddellijk toen ik de foto zag.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Verbalisant [verbalisant 3] verklaart in een verhoor bij de rechter-commissaris</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_fb397313-872c-403b-ad26-749fd32610e2" />
        <emphasis role="italic"> onder</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U houdt mij voor pagina 86 van het einddossier: “Ik ken hem… geen informatie verstrekt.” U vraagt mij of dit stuk gezamenlijk is opgemaakt. Het stukje ‘ik’ slaat op mij als wijkagent.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb [verdachte] met 100% zekerheid herkend.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik benadruk nog een keer dat ik geen enkele herkenning opmaak als ik daar niet</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">100% achter sta.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verbalisant [verbalisant 4] verklaart in een verhoor bij de rechter-commissaris</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_b525e74f-7caf-47d2-a758-14f051c2d5f3" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U houdt mij voor pagina 86 van het dossier: “Ik ken hem…informatie verstrekt.” Daar waar het gaat over de ik-vorm zal dat gerelateerd zijn door de collega [verbalisant 3] (het hof begrijp telkens: [verbalisant 3] <emphasis role="italic">)</emphasis>, omdat daarin gesproken wordt over de wijkagent en dat was zij op dat moment.<?linebreak?></para>
      <para>U vraagt mij of de conclusie dat de herkenning als zodanig dus alleen is opgemaakt door collega [verbalisant 3] een juiste is. Ja, ik kende hem, maar de herkenning is van collega [verbalisant 3] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 2]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_49820757-3690-480d-8263-23a4510d4384" />
        <emphasis role="italic"> relateren - zakelijk weergegeven - onder</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 45)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bij de plaatsgevonden diefstal met geweld op 18 januari 2023 was betrokken een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">blauwe Hyundai Getz, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 1] . Uit</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">onderzoek bleek dat genoemde kentekenplaten met voornoemd kenteken thuishoren</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op een zwarte personenauto van het merk Skoda en dat deze waren ontvreemd op </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20 of 21 december 2022.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op donderdag 19 januari 2023 kregen wij vanuit de basiseenheid Venlo de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">informatie dat [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1979, de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">beschikking zou kunnen hebben over een blauwe Hyundai Getz, voorzien van het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nederlandse kenteken [kenteken 3] . Dit omdat de moeder van [verdachte] de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kentekenhouder is van voornoemde personenauto en uit het politiesysteem is</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gebleken dat [verdachte] hiervan gebruik maakt. [verdachte] is een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ambtshalve bekende bij de politie.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door ons werd een onderzoek ingesteld naar de blauwe Hyundai Getz, voorzien van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">het Nederlandse kenteken [kenteken 3] . </emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 46)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is mij, verbalisant [verbalisant 5] , bekend dat de moeder van [verdachte] een winkel in de binnenstad van Venlo heeft. Hierop werd gesurveilleerd in de parkeergarage Q-park Venlo Arsenaal. In deze parkeergarage zagen wij, omstreeks 11:11 uur, op de begane grond de blauwe personenauto Hyundai Getz, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 3] , geparkeerd staan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wij zagen dat er in de voorruit van deze personenauto aan de bestuurderszijde, ter</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hoogte van het midden enkele barstjes zaten. Wij bekeken de kentekenplaten van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">personenauto en zagen dat zowel op de voorzijde als op de achterzijde</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kentekenplaten waren bevestigd met daarop vermeld het kenteken [kenteken 3] . Wij</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zagen dat de beide kentekenplaten op meerdere plekken gedeukt en verbogen waren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vooral bij de kentekenplaat aan de voorzijde van de personenauto zagen wij dat de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kentekenplaat niet volledig bevestigd was in de kentekenplaathouder. Wij zagen dat</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">het linker gedeelte/de linkerhoek van de kentekenhouderplaat verbogen was</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">waardoor deze wat naar voren uitstak. Wij zagen dat de personenauto aan de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">achterzijde voorzien was van een trekhaak zonder beschermkapje.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Van de buitenzijde van de personenauto werden door ons foto’s gemaakt met de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">diensttelefoon, deze zijn als fotobijlage bijgevoegd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omstreeks 11:25 uur liepen wij terug de parkeergarage in. Ik, verbalisant [verbalisant 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zag in de parkeergarage de voor mij ambtshalve bekende [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1979. Ik kende hem in eerste instantie met de roepnaam [verdachte] in plaats van [verdachte] . Ik herkende hem omdat er binnen de basiseenheid Venlo meerdere malen aanhoudingsverzoeken van hem voorbij zijn gekomen en waarbij ik zijn foto zag afgebeeld. Ik zag dat hij ( [verdachte] ) doorliep naar de bestuurderszijde van de blauwe personenauto, Hyundai Getz, voorzien van Nederlandse kenteken [kenteken 3] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tijdens het verhoor van de verdachte [verdachte] bij de politie</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_4f005894-c435-4602-b69f-7d06164a06a3" />
        <emphasis role="italic"> wordt - zakelijk</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">weergegeven - onder meer </emphasis>gevraagd/ <emphasis role="italic">opgemerkt</emphasis> (V) <emphasis role="italic">door de verhoorder </emphasis>alsmede door de verdachte (A) geantwoord <emphasis role="italic">:</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 159)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Op 19 januari 2023 werd de personenauto van je moeder, de blauwe Hyundai</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Getz voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 3] , aangetroffen in een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">parkeergarage in de binnenstad van Venlo. Er werden afbeeldingen gemaakt van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">auto van je moeder. Gezien werd een witte vlek op de motorkap. </emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 160)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Herken je die vlek?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Die strontvlek. Dat is ingevreten duivenstront. Die zit er al twee jaar op. Kun je</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ook aan mijn moeder vragen.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 161)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Als we de camerabeelden van het [locatie] vergelijken met de afbeeldingen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gemaakt op 19 januari 2023 zien we toch wel een sterke overeenkomst. Namelijk de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">witte vlek op de motorkap.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Verbalisanten [verbalisant 6] , [verbalisant 7] en [verbalisant 8]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_e3a7c8b1-30cf-46c8-84f6-9298da3e4a18" />
        <emphasis role="italic"> relateren - zakelijk weergegeven</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- als volgt:</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 26)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op woensdag 18 januari 2023 omstreeks 11:20 uur kregen wij van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">politiemeldkamer de opdracht om te rijden naar de Wieënpassage aan de Van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bornestraat te Venlo . Daar was een man met een ijzeren staaf geslagen, waarna de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">dader met een kleine blauwe auto was weggereden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op ongeveer 2 meter afstand van het slachtoffer lag een zwarte ijzeren staaf op de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">grond. Door getuige werd aangegeven dat het slachtoffer met deze staaf was</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">geslagen. De ijzeren staaf werd door mij, verbalisant [verbalisant 7] , in beslag genomen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en veiliggesteld voor onderzoek.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 27)</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Goed				</emphasis>
      </para>
      <para>Goednummer			: PL2300-2023009482-1574255</para>
      <para>Object				: Buis</para>
      <para>Bijzonderheden			: Het is een zwarte stalen buis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 6] , </emphasis>
        <footnote-ref linkend="_13c5b8d5-cff2-4fbb-81ba-b4e5e0cf782a" /> relateren - zakelijk weergegeven- als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zie tevens proces verbaal van bevindingen PL2300-20230094B2-8 d.d. 18 januari 2023 . </para>
      <para>De ijzeren staaf werd door mij, verbalisant [verbalisant 7] , ter plaatse veiliggesteld. Ik</para>
      <para>heb hiervoor twee nieuwe setjes handschoenen over elkaar gedragen en de</para>
      <para>de staaf op een onlogische plaats vastgepakt om zodoende het mogelijke aanwezige</para>
      <para>huidepitheel of DNA spoor niet te beschadigen. Vervolgens heb ik de staaf in 2</para>
      <para>papieren zakken gedaan, zodat de gehele staaf was ingepakt. De verpakte staaf werd vervolgens met ons politiesurveillance voertuig vervoerd naar het bureau van politie aan de Rijnbeekstraat 1 te Venlo . Ik, verbalisant [verbalisant 6] , heb vervolgens de verpakte staaf van verbalisant [verbalisant 7] overgenomen en telefonisch contact met de afdeling Forensische opsporing om te bespreken hoe ik de betreffende staaf kon overdragen. Ik, verbalisant [verbalisant 6] , kreeg van de medewerker van de forensische opsporing dat de ijzeren staaf via de gebruikelijke routing kon worden aangeboden voor onderzoek. Derhalve heb ik, verbalisant [verbalisant 6] , de ijzeren staaf op de voorgeschreven wijze in het beslaghok geplaatst op de krat welke wordt gebruikt om de te onderzoeken voorwerpen aan te leveren bij de forensische opsporing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Goed</title>
    <parablock>
      <para>Goednummer			: PL2300-2023009482-1574255</para>
      <para>Object				: Buis</para>
      <para>Spoor identificatienr.		: AAQG9774NL</para>
      <para>Bijzonderheden			: Het is een zwarte stalen buis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 10]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_3dbef767-8624-4c31-991c-66e742d4b803" />
        <emphasis role="italic"> relateren zakelijk</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">weergegeven het volgende:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wij zijn werkzaam als forensisch onderzoeker. Door verbalisanten werd op maandag 6 februari 2023 een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan sporendrager met goednummer </emphasis>PL2300-2023009482-<emphasis role="italic">1574255 en SIN</emphasis>:<emphasis role="italic"> AAQG9774NL, </emphasis>object:<emphasis role="italic"> een zwarte stalen buis. </emphasis>Wij zagen dat de sporendrager was verpakt in 2, met de openingen over elkaar heen geschoven, Breathable Evidence Bags. Nadat ik, verbalisant [verbalisant 10] , de sporendrager uit de Bags had gehaald, zagen wij dat het een donkergrijs gekleurde metalen buis betrof met een lengte van ongeveer 66 centimeter en een diameter van ongeveer 3,5 centimeter. Wij zagen dat de buis aan een zijde beschadigd was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik, verbalisant [verbalisant 10] , heb de sporen veiliggesteld, gewaarmerkt met</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">SIN AAOJ7351NL (plaats veiligstellen: niet beschadigde uiteinde buis over een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">lengte van 20 cm) en AAOJ7350NL (plaats veiligstellen: beschadigde uiteinde buis</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">over een lengte van +/- 20 cm), verpakt en verzegeld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Door dr. M. Hidding , NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige verbonden aan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">het TMFI</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_35da62cc-893b-4cee-9172-6d89b086e394" />
        <emphasis role="italic"> wordt zakelijk weergegeven </emphasis>voor wat betreft de bevindingen <emphasis role="italic">als volgt gerapporteerd :</emphasis></para>
      <para>(pg. 100)</para>
      <para />
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Tabel 1 - Resultaat van het DNA-onderzoek</emphasis>
    </para>
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">
                  <emphasis role="bold">Bemonstering</emphasis>
                </emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">
                  <emphasis role="bold">DNA-profiel</emphasis>
                </emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">
                  <emphasis role="bold">Mogelijke donor van celmateriaal</emphasis>
                </emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Referentiemateriaal</para>
              <para>WAAX2955NL</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Slachtoffer [slachtoffer]</para>
              <para>Geboren op [geboortedag 2] 1973</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>-</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Niet beschadigde uiteinde buis</para>
              <para>over een lengte van ongeveer</para>
              <para>20 centimeter AAOJ7351NL</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van</para>
              <para>minimaal twee donoren, van wie zeker één man*</para>
              <para />
              <para>Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man.</para>
              <para>De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan</para>
              <para>één op één miljard</para>
              <para />
              <para>De additionele DNA-kenmerken van de minder</para>
              <para>prominent aanwezige donoren zijn niet geschikt</para>
              <para>voor vergelijkend DNA-onderzoek</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                [verdachte]
              </para>
              <para>(DNA-hoofdprofiel)</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Beschadigde uiteinde buis</para>
              <para>over een lengte van ongeveer</para>
              <para>20 centimeter AAOJ7350NL</para>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van</para>
              <para>minimaal drie donoren, van wie zeker één man*</para>
              <para />
              <para>Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend</para>
              <para>DNA-onderzoek met het DNA-profiel van een persoon</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                [verdachte] **</para>
              <para />
              <para>Slachtoffer [slachtoffer] **</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para>* de aangetoonde DNA-profielen zijn complex, omdat niet alle DNA-kenmerken aangetoond zijn van de donoren van celmateriaal in de betreffende bemonstering</para>
    <para>** een statistische berekening van de bewijswaarde is vooralsnog niet uitgevoerd. Zonder deze berekening kan geen bewijswaarde verbonden worden aan de aan/of afwezigheid van celmateriaal van deze persoon.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Door P.J. Herbergs , NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige verbonden aan</title>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">het TMFI</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_777c11ea-6508-4a68-9d34-d51d710de4d9" />
      <emphasis role="italic"> wordt zakelijk weergegeven als volgt gerapporteerd:</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verzocht is om van het mogelijk donorschap van slachtoffer [slachtoffer] </emphasis>WAAX2955NL<emphasis role="italic"> en verdachte [verdachte] RAAN7756NL, geboren op [geboortedag 1] 1979, de bewijskracht te berekenen.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bevindingen van de deskundige luiden als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals weergegeven in tabel 1 in de kolom "Mogelijke donor van celmateriaal' in de rapportage van 08 februari 2023 kunnen slachtoffer [slachtoffer] en verdachte [verdachte] donor zijn. De bewijskracht hiervan is onderstaand weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer] WAAX2955NL</title>
    <para>Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van slachtoffer [slachtoffer] WAAX2955NL in de bemonstering 'beschadigde uiteinde buis over een lengte van ongeveer 20 centimeter' AAOJ7350NL is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hypothese 1: 	de bemonstering bevat DNA van [slachtoffer] WAAX2955NL en twee onbekende, niet verwante personen.</para>
      <para>Hypothese 2: 	de bemonstering bevat DNA van drie onbekende, niet verwante personen.</para>
      <para>De resultaten van het onderzoek aan de bemonstering zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ten aanzien van verdachte [verdachte] RAAN7756NL</title>
    <parablock>
      <para>Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van verdachte [verdachte] RAAN7756NL in de bemonstering 'beschadigde uiteinde buis over een lengte van ongeveer 20 centimeter' AAOJ7350NL is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee , elkaar uitsluitende hypothesen.</para>
      <para>Hypothese 1:	de bemonstering bevat DNA van [verdachte] RAAN7756NL en twee onbekende, niet verwante personen.</para>
      <para>Hypothese 2: 	de bemonstering bevat DNA van drie onbekende, niet verwante personen.</para>
      <para>De resultaten van het onderzoek aan de bemonstering zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer] WAAX2955NL en verdachte [verdachte]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic"> RAAN7756NL:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zowel slachtoffer [slachtoffer] als verdachte [verdachte] in de bemonstering</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘beschadigde uiteinde buis over een lengte van ongeveer 20 centimeter’</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">AAOJ7350NL is de likelihood-ratio (LR) toegepast. Daarbij worden de resultaten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hypothese 1: 	de bemonstering bevat DNA van [slachtoffer] WAAX2955NL en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verdachte] RAAN7756NL en één onbekende, niet verwante persoon.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hypothese 2: 	de bemonstering bevat DNA van drie onbekende, niet verwante</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">personen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De resultaten van het onderzoek aan de bemonstering zijn extreem veel</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">waarschijnlijk wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er wordt gebruik gemaakt van populatie data gepubliceerd door A.A. Westen et al.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Forensic Science International: Genetics 10 (2014) 55-63 en van de volgende reeks</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">waarschijnlijkheidstermen met bijbehorende likelihood ratio interval:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ongeveer even waarschijnlijk 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Iets waarschijnlijker 1-10</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarschijnlijker 10-100</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Veel waarschijnlijker 100-10.000</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zeer veel waarschijnlijker 10.000-1.000.000</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Extreem veel waarschijnlijker &gt; 1.000.000</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Verbalisant [verbalisant 1]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_86ed0176-282e-48a0-aa06-3e679a31f5c4" />
        <emphasis role="italic"> relateert - zakelijk weergegeven - als volgt:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 111)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 6 februari 2023 werd [verdachte] aangehouden als verdachte van de diefstal met</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">geweld op 18 januari 2023 op de parkeerplaats van het Wieënplein te Blerick en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">werd zijn mobiele telefoon inbeslaggenomen.</emphasis>
      </para>
      <para>Door de officier van justitie werd toestemming gegeven voor het uitlezen van de mobiele telefoon van [verdachte] . Ik zag dat er gebruik werd gemaakt van verschillende namen en dat [verdachte] gebruik maakte van ‘ [verdachte] ’. Ik heb de beschikbare data bekeken en hieruit is mij het volgende gebleken:</para>
      <para>(pg. 112)</para>
      <para>Ik zag dat er op 20 januari 2023 verschillende data vermeld stond die te herleiden zijn naar verdachte [verdachte] .</para>
      <para>Uit onderzoek is gebleken dat een van de medewerkers van groothandel [benadeelde] ene [naam 1] (fon) betrof. De aangever verklaarde dat deze [naam 1] / [naam 2] samen met drie andere medewerkers van het bedrijf weet hebben van wanneer aangever geld zou gaan storten. Hij verklaarde dat er geen vaste stortmomenten zijn, maar dat als [naam 1] / [naam 2] en [betrokkene 1] aangever weg zien rijden, zij weten dat er gestort gaat worden. Daar een van de scenario's zou kunnen zijn dat [verdachte] getipt is door iemand intern, gekeken of [naam 1] / [naam 2] als contact in de GSM van [verdachte] stond.</para>
      <para>Ik zag dat er een [naam 2] in zijn telefoon stond als contact met hieraan gekoppeld het telefoonnummer [telefoonnummer] . Ik zag dat in de periode tussen 25-06-2022 en 11-08-2022 uur 18 maal contact is geweest tussen beiden.</para>
      <para>Ik zag dat er 271 chats op het toestel aanwezig waren. Daar waar deze chats betrekking kunnen hebben op de gepleegde strafbare feiten, dan werden zij onderstaand weergegeven.</para>
      <para>(pg. 119)</para>
      <para>Ik zag dat een gesprek op 22 juli 2022 tussen [verdachte] ( [verdachte] ) en [betrokkene 2] ging over onder andere het regelen van nieuwe platen door [betrokkene 2] . Het is mij ambsthalve bekend dat bij de gepleegde strafbare feiten de gebruikte Hyundai Getz voorzien was van valse kentekenplaten. [verdachte] ( [verdachte] ) zei dat het echt moest gebeuren en dat er geen tijd meer is. </para>
      <para>(pg. 124)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is mij ambtshalve bekend dat het slachtoffer [slachtoffer] die bewuste dag</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 18-01-2023 reed in een grijze Mercedes voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Ik</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zag op de telefoon van de verdachte [verdachte] een afbeelding van de achterzijde van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de Mercedes Benz voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 2] . </emphasis>Ik</para>
      <para>zag op de telefoon van de verdachte [verdachte] meerdere foto’s van de grijze Mercedes met kenteken [kenteken 2] . Uit de metadata kan geconcludeerd worden dat de foto op 27-07-2022 gemaakt is met het toestel van de verdachte.</para>
      <para>Tevens is op de foto's te zien dat de foto's gemaakt zijn vanuit een voertuig. Ik zag dat de binnenbekleding zwart/blauw was. Ik heb vervolgens gekeken naar de foto's van de Hyundai Getz. Ik zag dat de bekleding van de Hyundai zwart/blauw was:</para>
      <para>(pg. 125)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik herkende op de foto’s gemaakt met het toestel van [verdachte] de locatie als zijnde</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">winkelcentrum de Wieën. Ik herkende de locatie aan de parkeervakken en de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">geel/groene vlakken.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 126)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik zag dat op de telefoon van de verdachte [verdachte] meerdere foto’s </emphasis>(hof p. 26 en 27: alle foto’s vermelden in de metadata als datum modified: 22-7-2022) <emphasis role="italic">stonden van het bedrijf [benadeelde] aan [adres 2] .</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [getuige 2]
        </emphasis>
        <footnote-ref linkend="_a8a40bb1-4a0f-4df5-a462-fe8c0251981e" /> verklaart/antwoordt/reageert (A) in een verhoor ten overstaan van de politie onder meer als volgt – zakelijk weergegeven – op de vraag/opmerking van de verbalisant (V):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 132)</para>
      <para>V: Jij bent werkzaam bij het bedrijf [benadeelde] , gevestigd aan de [straatnaam] te Venlo. Wat is daar jouw functie?</para>
      <para>A: lk ben salemanager.</para>
      <para>(pg. 133)</para>
      <para>V: Wie is [slachtoffer] ?</para>
      <para>A: Dat is mijn collega.</para>
      <para>V: Op welke telefoonnummers ben jij bereikbaar?</para>
      <para>A: [telefoonnummer] .</para>
      <para>V: Hoe lang heb je dat nummer al?</para>
      <para>A: Al jaren.</para>
      <para>V: Bij de aangifte heeft de aangever verklaard dat jij op de hoogte bent wanneer hij geld gaat storten. Hoe zit dat?</para>
      <para>A: Ja, we werken allemaal samen. Als hij naar buiten gaat, dan weten we waar hij naartoe gaat. Ik heb dat ook een tijdje met hem gedaan.</para>
      <para>V: Hoe ging dat dan en waarom ging jij mee?</para>
      <para>A: We stapten in de auto. Hij zei tegen mij niet wat we gingen doen, ik ben gewoon meegereden. Toen we aankwamen, parkeerde hij de auto en toen gingen we de Primera in.</para>
      <para>V: Waar parkeerde je de auto dan?</para>
      <para>(pg. 134)</para>
      <para>A: Daar waar hij beroofd is.</para>
      <para>V: Om wat voor bedragen ging het dan?</para>
      <para>A: Toen ik met hem meeging, ging het om ongeveer 30.000 euro. Hij praatte daar verder niet over. Op het moment dat hij stort, stond ik er gewoon bij. Daarom weet ik dat.</para>
      <para>V: Waar zat dat geld in?</para>
      <para>A: In een tas.</para>
      <para>V: Wat voor tas?</para>
      <para>A: Een zwarte kleine tas.</para>
      <para>V: Wie is [verdachte] ?</para>
      <para>A: Uhm, ik ken wel een [verdachte] , maar ik ken daar geen achternaam van, lk heb een tijdje vastgezeten met hem in de [detentieadres 2] , ik zat toen met [verdachte] gedetineerd.</para>
      <para>V: Na de detentie, heb je toen nog contact gehad met [verdachte] ?</para>
      <para>A: Hij heeft mij één of twee keer gebeld.</para>
      <para>(pg.135)</para>
      <para>V: Waar belde hij dan voor?</para>
      <para>A: Hij wilde geld lenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De verklaring van de verdachte </emphasis>ter terechtzitting in hoger beroep op 22 juli 2025, voor zover deze inhoudt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klopt dat ik [verdachte] wordt genoemd. Ik heb op 18 januari 2023 als bestuurder gebruik gemaakt van de Hyundai Getz van mijn moeder. Ik was erbij toen de foto’s zijn gemaakt van de Mercedes met kenteken [kenteken 2] , die op mijn telefoon zijn aangetroffen. Het zou best kunnen dat die foto’s zijn gemaakt op de parkeerplaats bij de Wieënpassage in Blerick. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een door de directie van [benadeelde] te Venlo, te weten [betrokkene 3] en [betrokkene 4] , <emphasis role="bold">ondertekende verklaring</emphasis><footnote-ref linkend="_9ba9e44b-accc-4834-bddf-e5aa21ac3d54" /><emphasis role="bold"> d.d. 28 mei 2025,</emphasis> inhoudende:</para>
      <para>Hierbij de verklaring dat de heer [slachtoffer] op de bewuste dag van de overval 18.01.2023 geldbedrag van in totaal 30.000 euro bijzig had om te storten bij de bank in Venlo. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De aangifte van [aangever]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_85d1dc08-40a3-425a-b124-385f02ceed60" />
        <emphasis role="italic"> vermeldt - zakelijk weergegeven - onder meer:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 63)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mijn kentekenplaten zijn gestolen van mijn auto Skoda Citigo zwart, met kenteken:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [kenteken 1] . Gisteren of vannacht, 20-12/ 21-12 (de rechtbank begrijpt: van het jaar</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2022). Voertuig stond voor het huis of op de parkeerplaats van het werk [bedrijf 4]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De camerabeelden verstrekt door [bedrijf 1]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_5b395a05-ad3f-4926-b11a-6096ef2b1a58" />
        <emphasis role="italic"> werden bekeken door verbalisant</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verbalisant 1] . [verbalisant 1] relateert - zakelijk weergegeven - onder meer:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(pg. 39)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Naar aanleiding van de aangifte van [slachtoffer] betreffende de diefstal met geweld</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">werden door het onderzoeksteam de beelden van [bedrijf 1] veiliggesteld. Dit</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">betrof een camera welke zicht had op de plaats delict.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 40)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tijdens het veiligstellen van de betreffende camerabeelden is gebleken dat de tijdsnotatie van het systeem 13 minuten en 30 seconden voor loopt op de daadwerkelijke tijd.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 41)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:36 uur (11:16:06 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat links in beeld een blauwe</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">personenauto in beeld verscheen. Dit bleek het voertuig van de latere verdachte.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:37 uur (11:16:07 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat de aangever nog steeds</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bezig was met het oversteken en dat op dat moment verdachte aan kwam rijden. De</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorwielen van de personenauto zijn deels ingestuurd naar links, in de richting van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de aangever. Ik zag dat de personenauto voorzien was van een trekhaak. Het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kenteken was gelijkend op of is [kenteken 1] . </emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 44)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Cam 18/01/2023, 11:29:50 uur (11:16:20 uur)</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ik zag dat verdachte de aangever</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">meerdere slagen gaf met het voorwerp en vervolgens weer in de personenauto stapte.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De camerabeelden verstrekt door [locatie]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_f9ee44c8-4676-4b93-95c7-2c041663d6a9" />
        <emphasis role="italic"> werden bekeken door verbalisant</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [verbalisant 2] . [verbalisant 2] relateert - zakelijk weergegeven - onder meer:</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 74)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op maandag 30 januari 2023 vertelde de aangever [slachtoffer] mij dat hij contact had</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opgenomen met de beveiliging op het [locatie] terrein, omdat hij niet kon</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uitsluiten dat hij toch gevolgd was voordat de diefstal plaatsvond.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 75)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De camera’s binnen het gehele camerasysteem wijken af van de daadwerkelijke tijd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De tijd van de camera’s binnen het gehele camerasysteem wijkt af in een tijdsbestek</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van enkele seconden tot ongeveer één minuut met de daadwerkelijke tijd.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 76)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera Gate 2, 11:03:10 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: De blauwe Hyundai Getz rijdt via Gate 2 het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [locatie] terrein op.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 77)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera Gate 2, 11:03:16 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Het groene ovaal (de rechtbank begrijpt: op de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">naastgelegen foto) maakt de schade op de motorkap van de betreffende auto Hyundai Getz duidelijk. De rode ovaal </emphasis>(het hof begrijpt: dito op de</para>
      <para>naastgelegen foto)<emphasis role="italic"> geeft aan dat de blauwe Hyundai Getz voorzien was van de kentekenplaat [kenteken 1] . De kentekenplaten werden vermoedelijk middels tie-wraps gemonteerd.</emphasis></para>
      <para>(pg. 78)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera Gate 62.3 Brievenbussen, 11:03:45 uur</emphasis>
        <emphasis role="italic">: De blauwe Hyundai Getz draait zich bij [bedrijf 2] en rijdt terug naar de afslag op de [straatnaam] in de richting van [benadeelde] Met een rode cirkel </emphasis>(het hof begrijpt: dito op de naastgelegen foto)<emphasis role="italic"> werd zichtbaar dat er ook een kentekenplaat [kenteken 1] aan de achterzijde was gemonteerd. Verder was ook duidelijk dat de auto was voorzien van een trekhaak.</emphasis></para>
      <para>(pg. 80)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera 62.2 [bedrijf 3] , 11:05:13:</emphasis>
        <emphasis role="italic"> De Hyundai Getz rijdt weg voor de aangever [slachtoffer] . </emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 81)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera 62.2 [bedrijf 3] , 11:06:02</emphasis>
        <emphasis role="italic">: Ongeveer 45 seconden later rijdt de aangever/slachtoffer via dezelfde weg.</emphasis>
      </para>
      <para>(pg. 82)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Camera 61.3 Gate 2, 11:06:03:</emphasis>
        <emphasis role="italic"> Deze foto is gebruikt om een herkenning op te vragen van de bestuurder van de Hyundai Getz </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De verklaring van de verdachte </emphasis>ter terechtzitting in hoger beroep op 22 juli 2025, voor zover deze inhoudt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik heb op 18 januari 2023 als bestuurder gebruik gemaakt van de Hyundai Getz van mijn moeder. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit de verklaring van de aangever, die bevestiging vindt in de camerabeelden en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">getuigenverklaringen, volgt dat de aangever op </emphasis>18 januari 2023 op<emphasis role="italic"> klaarlichte dag is aangereden door een persoon in een blauwe Hyundai Getz, hij vervolgens door de bestuurder </emphasis>van die Hyundai Getz <emphasis role="italic">is geslagen met een ijzeren staaf en </emphasis>door hem <emphasis role="italic">is bestolen van een </emphasis>tasje met een<emphasis role="italic"> hoeveelheid geld. Anders dan de verdediging stelt, heeft de rechtbank geen enkele reden om te twijfelen aan de verklaring van de aangever.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De verdachte heeft ontkend het tenlastegelegde te hebben gepleegd, maar dat wordt naar het oordeel van de rechtbank weerlegd door het bewijs.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank stelt vast dat de auto van de moeder van de verdachte betrokken is geweest bij</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">het strafbare feit, omdat het om hetzelfde type auto en dezelfde kleur gaat en op de foto’s is</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">te zien dat er op precies dezelfde plaats een lichte, witte plek op de motorkap zichtbaar is.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Volgens de verdachte is dit ingebrande vogelpoep. Op 19 januari 2023 is voorts door</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verbalisanten schade aan de voorruit geconstateerd, die zou kunnen passen bij hetgeen op 18 januari 2023 heeft plaatsgevonden. De alternatieve </emphasis>(en wisselende) <emphasis role="italic">verklaringen die de verdachte over de schade aan de voorruit heeft afgelegd </emphasis>mede in het licht van de daarvan afwijkende verklaring van zijn moeder<emphasis role="italic">, acht de rechtbank ongeloofwaardig en onaannemelijk.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ook lijken de kentekenplaten op de auto op de dag van het strafbare feit vast te zijn gemaakt</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met tie-wraps en wordt een dag later door verbalisanten geverbaliseerd dat de kentekenplaten op de auto van de moeder van verdachte gedeukt en verbogen zijn en dat de kentekenplaat aan de voorzijde van de auto niet goed vastzit. </emphasis>Een indicatie aldus dat daaraan/daarmee kan zijn gerommeld in de zin dat bepaalde handelingen aan/met die platen zijn verricht, terwijl kentekenplaten doorgaans aan een voertuig worden toegekend, daarop worden aangebracht/bevestigd en daaraan/daarmee vervolgens bij normaal gebruik van dat voertuig geen handelingen dienen te worden verricht die de aangetroffen gedeukte/verbogen/loszittende status kunnen verklaren. Dat bij pleidooi de (gedeukte en verbogen) staat van de kentekenplaten zou moeten worden verklaard door een eerder ongeval, doet aan het vorenoverwogene niets af.<emphasis role="italic"> Daarbij komt dat er camerabeelden van de dader in een blauwe Hyundai zijn kort voorafgaand aan het strafbare feit, dat naar aanleiding hiervan een foto is verspreid en dat vervolgens verbalisant [verbalisant 3]</emphasis>, de wijkagent,<emphasis role="italic"> de verdachte op de foto heeft herkend. Zij heeft een proces-verbaal op ambtsbelofte opgemaakt en heeft ook bij de rechter-commissaris onder ede verklaard dat zij er 100% zeker van is dat de persoon op de foto, de verdachte is en dat zij geen herkenning zou opmaken wanneer zij hier niet 100% zeker over is.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De aangever heeft verklaard dat hij de ijzeren staaf waarmee hij is geslagen heeft zien liggen en heeft gezien dat deze staaf door verbalisanten veilig is gesteld. Verbalisanten hebben voorts ook gerelateerd dat zij op de parkeerplaats in de buurt van de aangever een ijzeren staaf aantroffen </emphasis>en dat deze werd aangewezen als het gebruikte wapen<emphasis role="italic">. Deze staaf is vervolgens onderzocht. De rechtbank neemt het resultaat van het onderzoek van het TMFI over en stelt op basis van het TMFI-rapport vast dat het extreem veel waarschijnlijker is dat het DNA aangetroffen op de ijzeren staaf van de verdachte, de aangever en een willekeurig ander persoon is dan van een andere samenstelling van personen. Op basis van dit DNA-onderzoek en de overige bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat het DNA van zowel de verdachte als de aangever is aangetroffen op de staaf en dat de verdachte de aangever dus met deze staaf heeft geslagen. </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op de telefoon van de verdachte zijn foto’s van het bedrijf en de auto van de aangever op de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">parkeerplaats van de Wieënpassage aangetroffen. </emphasis>Deze foto’s zijn gemaakt eind juli 2022 in dezelfde periode dat de verdachte contact onderhield met zijn contact ‘ [naam 2] ’, betreffende ‘ [getuige 2] ’, zijnde een van de collega’s van aangever [slachtoffer] , ook werkzaam bij [benadeelde] , die ook bekend was met de stortingen door [slachtoffer] , de omvang daarvan en de locatie, en een contact dat de verdachte tijdens een voorafgaande detentie zou hebben opgedaan. Met deze [getuige 2] (ook wel [naam 1] (fon) genoemd in het politieonderzoek) zocht de verdachte contact in verband met geld, aldus [getuige 2] .<emphasis role="italic"> Dit doet vermoeden dat de verdachte de diefstal op een eerder moment heeft voorbereid </emphasis>-in de zin van beraamd en in dat verband in de aanloop naar de pleegdatum aan voorverkenning heeft gedaan- <emphasis role="italic">en draagt bij aan voormeld bewijs en de overtuiging van de rechtbank dat de verdachte de dader is van de diefstal met geweld. Het door de verdachte geschetste alternatieve scenario dat hij deze foto’s heeft gemaakt omdat hij de aangever wilde benaderen om hem in zijn handel in verdovende middelen te betrekken en dat ook zijn contact met [getuige 2] daartoe diende, acht de rechtbank, gelet op de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd, niet geloofwaardig.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit de enkelbandregistratie blijkt dat de verdachte ten tijde van het incident niet thuis was</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tussen 10:18:12 en 11:58:12 uur op 18 januari 2023. </emphasis>Dit betekent dat de verdachte 1 uur en 40 minuten niet thuis was. Zoals ter terechtzitting in hoger beroep is besproken, bedraagt blijkens raadpleging van de voor iedereen toegankelijke openbare bron ‘Google Maps’ de afstand (per auto) tussen het toenmalige huisadres van de verdachte ( [adres 3] ) en [benadeelde] ( [adres 2] ) 7,2 kilometer. Voorts de afstand (per auto) tussen [benadeelde] en de Wieënpassage ( Van Bornestraat in Blerick) 5,3 kilometer en de afstand (per auto) tussen de Wieënpassage en het thuisadres van de verdachte 3,2 kilometer. Een binnen 100 minuten te overbruggen afstand van 14,7 kilometer die per auto -volgens Google Maps sowieso zonder verkeer- zonder enige vorm van oponthoud binnen 22 minuten zou kunnen worden afgelegd.    <emphasis role="italic">Aangezien het incident plaats vond rond 11.15 uur sluit </emphasis>aldus ook<emphasis role="italic"> deze registratie niet uit dat de verdachte de dader is. De verklaring van de verdachte over de invulling van zijn dag, die overigens ook meerdere malen is veranderd, wordt niet ondersteund door enig ander objectief gegeven. Deze enkelbandregistratie en de verklaring van de verdachte kunnen dus niet als ontlastend bewijs dienen. Datzelfde geldt voor de verklaring van [getuige 1] . De verdachte heeft aangegeven dat hij bij [getuige 1] was ten tijde van het incident, maar [getuige 1] heeft als getuige bij de rechter-commissaris enkel verklaard dat de verdachte wel eens bij hem komt, maar dat hij niet zeker weet of dat ook die dag zo is geweest. </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door de verdediging is nog aangevoerd dat er geen geld is gestolen. De rechtbank verwerpt</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">dat verweer nu de rechtbank geen enkele aanleiding heeft te twijfelen aan de verklaring van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de aangever en uit de beschrijving van de camerabeelden van [bedrijf 1] volgt dat het de verdachte is die na het slaan van de aangever een tas/zak opraapt en meeneemt. </emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van de hoogte van het gestolen bedrag overweegt het hof dat uit de aangifte volgt dat dit € 30.000,- bedraagt. De directieleden van [benadeelde] , in de persoon van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] , hebben in een ondertekende verklaring de aangifte bevestigd dat [slachtoffer] op de pleegdatum € 30.000,- bij zich had. Ook [getuige 2] verklaart uit eigen ervaring dat hij eerder ervan getuige is geweest dat een bedrag van deze omvang door aangever [slachtoffer] is afgestort.  Hiermee wordt de aangifte op dit punt extra ondersteund, terwijl deze op vrijwel alle overige onderdelen reeds wordt ondersteund door de bewijsmiddelen zoals hierboven opgenomen. Het hof vermag dan ook niet in te zien, nu het dossier voorts geen aanknopingspunten bevat op grond waarvan niet van het in de aangifte opgegeven bedrag zou moeten worden uitgegaan, waarom van een ander bedrag dan wel een onbekende hoeveelheid geld zou moeten worden uitgegaan. Het hof is daarom, anders dan de rechtbank, van oordeel dat er geen enkele reden is tot twijfel aan de aangifte en daarmee van een bedrag van € 30.000,- in het weggenomen tasje.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mede naar aanleiding van hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gekomen, behoeven de hierboven weergegeven bewijsoverwegingen met betrekking tot het onder feit 1 tenlastegelegde nog aanvulling met het navolgende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>A. Onderzoek aan de telefoon van de verdachte</para>
      <para>Het hof heeft geconstateerd dat de politie de telefoon die bij de verdachte in gebruik was, na zijn aanhouding en inbeslagneming heeft uitgelezen, nadat daartoe toestemming werd verleend door een officier van justitie, maar zonder een daaraan voorafgegane machtiging van de rechter-commissaris. Door de verdediging is op dit punt geen verweer gevoerd. Het hof overweegt in dat kader ambtshalve het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bevoegdheid tot het doen van onderzoek aan (of in) een inbeslaggenomen voorwerp ligt besloten in de bevoegdheid tot inbeslagneming zelf. In beginsel biedt de algemene inbeslagnemingsbevoegdheid van opsporingsambtenaren, neergelegd in artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering in verbinding met artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, daarvoor legitimatie. Voor de waarheidsvinding mag ook onderzoek worden gedaan aan inbeslaggenomen voorwerpen om gegevens voor het strafrechtelijke onderzoek ter beschikking te krijgen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het zogenoemde Landeck-arrest<footnote-ref linkend="_e0ded27c-a701-4d58-9820-e0cc1199991e" /> van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt evenwel dat indien onderzoek naar gegevens op een elektronische gegevensdrager een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer met zich brengt, voorafgaande toestemming is vereist van een rechterlijke instantie of een onafhankelijk bestuursorgaan. Daarbij geldt, zoals dat hof reeds oordeelde in de zaak Prokaratuur<footnote-ref linkend="_6c0eef2a-554c-4997-973d-be83d55a40c3" />, dat de officier van justitie niet als een onafhankelijk bestuursorgaan wordt aangemerkt. In het licht van deze rechtspraak moet het er voor de toepassing van de algemene bevoegdheden van opsporingsambtenaren voor worden gehouden dat van een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer al geen sprake meer is als op voorhand is te voorzien dat door het onderzoek aan, in dit geval, een smartphone inzicht wordt verkregen in verkeers- en locatiegegevens, maar ook in andersoortige gegevens (zoals foto’s, de</para>
      <para>browsergeschiedenis, de inhoud van via die smartphone uitgewisselde communicatie en gevoelige gegevens). Als politie en justitie in zo’n geval onderzoek willen verrichten aan een in beslag genomen smartphone, is voor dat onderzoek (behalve in spoedeisende gevallen) een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist, zo overwoog de Hoge Raad<footnote-ref linkend="_9af5529f-a9bf-4877-9fbe-e64cb8d0e271" /> recent.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat het onderzoek naar gegevens op de mobiele telefoon van de verdachte verstrekkend is geweest én dat te voorzien was dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zou worden gemaakt. Immers, er is een kopie van de inhoud van de telefoon gemaakt waarmee -onder meer- inzicht is verkregen in de inhoud van via die smartphone uitgewisselde communicatie via Chats, in de contacten, en in de foto’s met metadata die op de smartphone werden aangetroffen. Voor dat onderzoek was aldus een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist. Deze toetsing is achterwege gebleven en dit levert naar het oordeel van het hof een onherstelbaar vormverzuim op. </para>
      <para>Of, en zo ja, welk rechtsgevolg aan dit vormverzuim moet worden verbonden, beoordeelt het hof aan de hand van de in artikel 359a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering genoemde factoren, te weten het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het geschonden voorschrift is naar het oordeel van het hof beoogd om de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) te beschermen. In de gevallen waarin sprake is van een vormverzuim waarbij niet (rechtstreeks) het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM aan de orde is, maar waarbij het gaat om de schending van een ander strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, geldt als uitgangspunt dat de omstandigheid dat de verkrijging van onderzoeksresultaten gepaard is gegaan met een vormverzuim dat betrekking heeft op een ander strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel dan het recht op een eerlijk proces, niet eraan in de weg staat dat die resultaten voor het bewijs van het tenlastegelegde feit worden gebruikt. Met betrekking tot de ernst van het verzuim overweegt dat hof dat, zou de rechter-commissaris om toestemming zijn gevraagd voor onderzoek aan de smartphone zoals dat onderzoek heeft plaatsgevonden, dan had de rechter-commissaris die toestemming, naar het oordeel van het hof, naar alle waarschijnlijkheid ook gegeven. Ten aanzien van het door het geschonden voorschrift veroorzaakte nadeel overweegt het hof dat niet aannemelijk is geworden dat de verdachte als gevolg van het verzuim concreet nadeel heeft geleden. Het belang van de verdachte dat zonder onderzoek aan zijn telefoon het hem belastende materiaal niet zou zijn aangetroffen, is geen rechtens te respecteren belang van de verdachte en dat de verdachte overigens in enig concreet belang is geschonden is voorts niet gebleken. Daar komt nog bij dat ook de verdachte in ontlastende zin teneinde te ontkrachten dat hij de dader is geweest, zich mede baseert op gegevens die op zijn smartphone zijn opgeslagen. Zo doet hij een beroep op door hem op de pleegdatum verzonden en ontvangen berichten, waarbij hij stelt dat hij zich alstoen op een bepaalde locatie zou hebben bevonden en waaraan de verdachte de conclusie verbindt dat het aldus is uitgesloten dat hij in de gelegenheid zou zijn geweest om de overval op [slachtoffer] te plegen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van een situatie waarin met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren met het onderzoek van verdachtes smartphone ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan, is naar het oordeel van het hof geen sprake. Dit betekent dat een niet-ontvankelijkheid niet aan de orde is. Evenmin ziet het hof aanleiding tot bewijsuitsluiting van de verkregen onderzoeksresultaten, nu geen sprake is van een situatie waarin toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk moet worden geacht. Strafvermindering kan slechts aan de orde zijn indien de verdachte door een vormverzuim daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden, waarvan in de onderhavige zaak geen sprake is.  </para>
      <para>Het hof zal, gelet op die factoren in onderlinge samenhang bezien, dan ook volstaan met de enkele constatering van het vormverzuim en daaraan geen rechtsgevolg verbinden. Dat brengt met zich mee dat de het bewijsmateriaal dat als gevolg van dit vormverzuim is verkregen en als hiervoor is weergegeven naar het oordeel van het hof tot het bewijs kan worden gebezigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>B. Herkenning van de verdachte</para>
      <para>De verdediging heeft – op gronden zoals verwoord in de pleitnota, meer specifiek in alinea’s 31 tot en met 37 – aangevoerd dat de herkenning van de verdachte door verbalisant [verbalisant 3] gebaseerd is op voorkennis en dat deze niet onafhankelijk is opgemaakt. Voor zover de verdediging daarmee heeft bedoeld dat de herkenning als zodanig niet betrouwbaar is en derhalve niet voor het bewijs kan worden gebezigd, overweegt het hof als volgt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof deelt niet de visie van de raadsvrouw over de wijze waarop de recherche zou hebben geïntervenieerd en daarmee de herkenning zou hebben beïnvloed. Uit de verhoren van de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] (hierna: [verbalisant 3] ) als getuigen bij de rechter-commissaris kan niet meer worden opgemaakt dan dat er tijdens het verhoor van de verdachte sprake is geweest van contact tussen verbalisant [verbalisant 3] en de districtsrecherche. Verbalisant [verbalisant 3] heeft op ambtsbelofte verklaard dat over de (mogelijke) identiteit van de verdachte door anderen, geen informatie was verstrekt en dat zij geen voorkennis droeg van de zaak waarin herkenning van de persoon werd gevraagd. Het hof is van oordeel dat op basis van hetgeen de raadsvrouw heeft gesteld niet kan worden geoordeeld dat de herkenning van de verdachte als onbetrouwbaar terzijde dient te worden geschoven. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat verbalisant [verbalisant 3] de verdachte kende vanuit haar werkzaamheden als wijkagent. Zij heeft verklaard hem te herkennen aan de hand van specifieke kenmerken, waaronder zijn baard, zijn fronsend voorhoofd en de wallen onder zijn ogen. Het hof acht voorts van belang dat de herkenning van de verdachte als de bestuurder van de auto door verbalisant [verbalisant 3] overigens niet op zichzelf staat, maar dat deze steun vindt in andere door het hof gebezigde bewijsmiddelen. Zo zijn er opvallende overeenkomsten tussen de auto van de moeder van de verdachte waarin de verdachte reed en de bij de overval gebruikte auto en matcht het DNA van de verdachte met het DNA dat (samen met het DNA van het slachtoffer) is aangetroffen op de daarbij gebruikte staaf. Het verweer wordt verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>C. Kleurverschillen</para>
      <para>Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat de kleur van de trekhaak op de camerabeelden zwart is, terwijl de trekhaak van de auto van de moeder van de verdachte zilver is <emphasis role="italic">(alinea 17 van de pleitnota)</emphasis> en dat de kleur van de onderzochte staaf (zwart) niet overeenkomst met de kleur van de staaf op de camerabeelden (zilver) <emphasis role="italic">(alinea 50 van de pleitnota). </emphasis>Het hof overweegt met betrekking tot deze waargenomen kleurverschillen dat deze alles behalve dwingend leiden tot de conclusie dat daarom sprake is van twee verschillende trekhaken dan wel van twee verschillende staven. Het hof is zich ervan bewust dat er op de camerabeelden kleurverschillen waarneembaar zijn met betrekking tot de bedoelde goederen, maar deze verschillen kunnen worden verklaard door bijvoorbeeld vuil door (weg)gebruik of bijvoorbeeld door schaduwwerking. Zo lijkt ook de jas van aangever op de camerabeelden donkerder van kleur te zijn en zon-/schaduwwerking lijkt daaraan debet te zijn. Het hof is dan ook van oordeel dat de op de camerabeelden waargenomen trekhaak zonder kapje zonder meer dezelfde trekhaak zonder kapje kan betreffen als die op de auto van de moeder van de verdachte is waargenomen en dat de op de camerabeelden waargenomen staaf zonder meer de onderzochte staaf betreft, die overigens volgens de forensisch onderzoekers evenmin zwart bleek te zijn, maar donkergrijs. Wat van die kleuren ook zij, niet is komen vast te staan dat de waarnemingen en bevindingen zoals gerelateerd in het gebezigde bewijs niet deugen in die zin dat deze onbetrouwbaar zouden moeten worden geoordeeld. Het hof verwerpt derhalve dit verweer van de verdediging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>D. Alternatieve scenario’s staaf</para>
      <para>De verdediging heeft twee alternatieve scenario’s geschetst die zien op de na het incident op de parkeerplaats aangetroffen, inbeslaggenomen en onderzochte staaf. Scenario 1 luidt: de aangetroffen en onderzochte staaf betreft niet de door de dader gebruikte staaf. De dader heeft de staaf meegenomen in de auto bij het verlaten van de plaats delict en de aangetroffen staaf betreft de staaf waarmee de verdachte op dezelfde parkeerplaats eerder zijn band heeft verwisseld. Het DNA van het slachtoffer [slachtoffer] zou dan op de staaf zijn overgedragen doordat hij op of naast de staaf in elkaar is gezakt. Scenario 2 luidt: De staaf waarmee de verdachte zijn band heeft verwisseld, is door de dader opgeraapt en gebruikt bij de overval op het slachtoffer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt op dit punt het volgende voorop.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als uitgangspunt heeft volgens bestendige jurisprudentie te gelden dat ingeval een verdachte het hem tenlastegelegde bestrijdt met een alternatieve lezing van de gebeurtenissen, die niet met een bewezenverklaring zou stroken, de strafrechter – indien hij tot een bewezenverklaring komt – die aangedragen alternatieve gang van zaken zal moeten weerleggen. Dat kan geschieden door opneming van bewijsmiddelen of vermelding, al dan niet in een nadere bewijsoverweging, van aan wettige bewijsmiddelen te ontlenen feiten en omstandigheden die de alternatieve lezing van de verdachte uitsluiten. Een dergelijke weerlegging is echter niet steeds vereist. In voorkomende gevallen zal de strafrechter ter weerlegging kunnen oordelen dat de door de verdachte gestelde alternatieve toedracht niet aannemelijk is geworden dan wel dat de lezing van de verdachte als ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld. Ten slotte kunnen zich gevallen voordoen waarin de lezing van de verdachte zo onwaarschijnlijk is, dat zij geen uitdrukkelijke weerlegging behoeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de rechtbank is het hof is van oordeel dat beide alternatieve scenario’s niet aannemelijk zijn geworden en overweegt daartoe nog als volgt. Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de door de dader gehanteerde staaf (hiervoor en hierna ook wel genoemd ‘buis’, waarmee steeds is gedoeld op hetzelfde voorwerp dat als wapen door de dader is gebruikt bij de overval op [slachtoffer] ) ter plaatse is achtergebleven en op aanwijzing van onder meer [slachtoffer] door de politie in beslag is genomen, forensisch is onderzocht met als resultaat de hiervoor uiteengezette DNA-matches. Hiermee gaat scenario 1 niet op. Dat de dader de staaf ter plaatse -en dat zou dan per toeval moeten zijn geschied- zou hebben aangetroffen en hebben opgeraapt om vervolgens in te zetten bij de overval op [slachtoffer] , is eveneens een scenario dat het hof, in het licht van het overige bewijs tegen de verdachte, passeert. Daarmee wordt de aanleiding voor deze scenario’s, namelijk dat de verdachte bij het eerder verwisselen van een autoband (mogelijk) een als krik gebruikte staaf op of nabij de plaats delict zou hebben achtergelaten, verwezen naar het rijk der fabelen.     </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>E. Alibi verdachte-telefoongegevens</para>
      <para>Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte niet in Blerick is geweest in de ochtend van 18 januari 2023 en hij ook reeds daarom niet de dader is geweest van de overval op [slachtoffer] . Voor zover die verweren zijn herhaald, zijn die hiervoor reeds besproken. In hoger beroep heeft de verdediging evenwel aan de eerder gevoerde verweren nog toegevoegd dat ook uit de in hoger beroep verkregen historische verkeersgegevens in combinatie met de enkelbandgegevens over het al dan niet thuis zijn van de verdachte ontlastend bewijs kan worden gedestilleerd. Immers, de cel ID die hoort bij de momenten dat de verdachte volgens de enkelbandgegevens thuis was, althans rondom zijn toenmalige thuis, is dezelfde cel ID als op 18 januari 2023 om 11:26:51 uur. De verdediging leidt hieruit af dat de verdachte op dat tijdstip aldus thuis moet zijn geweest, hetgeen niet haalbaar zou zijn als hij de dader zou zijn en kort daarvoor dus nog bij de Wieënpassage zou zijn geweest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt. Ook dit verweer biedt de verdachte, ook niet in combinatie met de overige reeds eerder naar voren gebrachte verweren omtrent zijn alibi, geen soelaas. Nog daargelaten dat dit verweer uitgaat van de veronderstelling dat de verdachte deze telefoon op 18 januari 2023 steeds bij zich droeg en hij steeds de gebruiker was van de onder hem inbeslaggenomen telefoon, welke veronderstelling op zichzelf staat bij gebrek aan enige steun daarvoor in de overige onderzoeksbevindingen, strookt dit verweer ook niet met de enkelbandgegevens. Immers, zoals hiervoor reeds besproken, blijkt uit die gegevens dat de verdachte niet thuis was tussen 10:18:12 en 11:58:12 uur. Uitgaande van de enkelbandgegevens in combinatie met de verkeersgegevens wordt daarmee aldus het verweer van de verdachte dat hij op 18 januari 2023 niet de dader kan zijn geweest, omdat uit de door hem gestuurde berichten zou moeten blijken dat hij steeds in Venlo was geweest die ochtend, ondergraven. Veeleer rechtvaardigen deze gegevens de conclusie dat de verdachte die bewuste ochtend zijn telefoon niet (steeds) bij zich had en hij niet (steeds) de gebruiker daarvan is geweest. Daarmee dragen ook de in hoger beroep verkregen gegevens geenszins bij aan het door de verdachte gewenste alibi. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>F. Alibi verdachte-Hyundai Getz</para>
      <para>De verdediging heeft zich zowel in eerste aanleg als in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de door de dader gebruikte Hyundai Getz niet de Hyundai Getz is geweest van de (moeder van de) verdachte. Ter onderbouwing van dat standpunt is niet alleen gewezen op een hiervoor reeds besproken kleurverschil van de trekhaak (zonder kapje gelijk de trekhaak op de Hyundai Getz van de dader), maar zijn ook foto’s overgelegd. Op die foto’s is volgens de verdediging aan de bijrijderszijde een aantal flinke beschadigingen en deuken te zien. Volgens de moeder van de verdachte had haar auto een deuk opzij bij het portier aan de bijrijderskant, doordat iemand in december 2022 daartegenaan was gereden. Deze schade (evenals die aan de voorruit) wordt volgens de verdediging niet waargenomen op de camerabeelden.</para>
      <para>Ook dit verweer overtuigt het hof niet dat de bij de overval gebruikte Hyundai Getz niet die van de moeder van de verdachte was. Nog daargelaten of de op de aan de pleitnotitie gehechte foto’s waarneembare schade daadwerkelijk recente schade betrof aan de Hyundai Getz van verdachtes moeder, oordeelt het hof -ook indien al zou worden uitgegaan van de stelling dat die schade in december 2022 zou zijn onstaan- die schade niet zodanig van omvang en aard dat het niet anders kan zijn dan dat die schade op de camerabeelden zichtbaar moet zijn geweest indien het om dezelfde auto ging. Datzelfde lot deelt de schade aan de voorruit, waarvoor overigens een andere oorzaak wordt gegeven door verdachtes moeder (de verdachte gaf een klap op die ruit) dan door verdachte zelf (verdachtes telefoon vloog tegen de binnenkant van de ruit). Bovendien, ervan uitgaande dat deze schade aan de bijrijderszijde dateert van december 2022 en het daadwerkelijk gaat om de Hyundai Getz van verdachtes moeder, is alles behalve uitgesloten dat die schade na bijvoorbeeld een poetsbeurt of regenbui of zelfs enige vorm van reparatie (tussen december en de pleegdatum) op 18 januari 2023 minder waarneembaar was. </para>
      <para>Voorts is nog als verweer naar voren gebracht dat de door de dader gebruikte Hyundai Getz anders dan die van verdachtes moeder aan de voorzijde een deuk in het dak zou hebben. Dat verweer acht het hof overtuigend weerlegd door de uitleg en bevindingen van de politie op pg. 166 in het dossier dat dit geen deuk betrof maar een dun laagje sneeuw of bevriezing van het dak. En dan rest nog het verweer dat de door de verdachte als zodanig benoemde ingevreten vogelpoep op de motorkap van de Hyundai Getz van zijn moeder niet overeenkomt met de vlek/beschadiging op de Hyundai Getz die de dader gebruikte, nu de vlek op die laatste auto volgens de verdediging in een ronding loopt en uit drie vlekjes bestaat, terwijl de ingevreten vogelpoep op de auto van verdachtes moeder in een rechte lijn loopt. Ook dit verweer overtuigt het hof niet. Zoals het hof reeds ter terechtzitting in hoger beroep bij monde van de oudste raadsheer, met de procespartijen heeft gedeeld, ziet het hof net als de politie en aldus anders dan de verdediging grote overeenkomsten tussen de vlek, de ‘ingevreten vogelpoep’, op de motorkap van de Hyundai Getz van verdachtes moeder en de vlek op de motorkap van de Hyundai Getz die de dader gebruikte. Het hof volgt de verdediging niet in voormelde verschillen, maar gaat er met de rechtbank vanuit dat het dezelfde vlek betreft.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de verdachte van het onder feit 2 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Daartoe is, kort gezegd, aangevoerd dat er – gelet op de bepleite vrijspraak van feit 1 – geen verband is tussen de auto met de gestolen kentekenplaten en de verdachte. Subsidiair is aangevoerd dat de verdachte er niet van op de hoogte was dat de kentekenplaten van diefstal afkomstig waren. Meer subsidiair is bepleit dat niet is na te gaan of de kentekenplaten daadwerkelijk de gestolen kentekenplaten betreffen, of dat deze zijn nagemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dienaangaande als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is het hof van oordeel dat het de verdachte is geweest die het onder feit 1 tenlastegelegde op 18 januari 2023 heeft begaan en daarbij heeft gereden in de blauwe Hyuandai Getz die op naam stond van de moeder van de verdachte, [verdachte] . Bij dat voertuig behoren kentekenplaten met het kenteken [kenteken 3] . Op basis van de camerabeelden en getuigenverklaringen kan worden vastgesteld dat ten tijde van het delict op de desbetreffende Hyundai Getz met tie-wraps kentekenplaten waren aangebracht met het kenteken [kenteken 1] . Uit onderzoek van de politie blijkt dat die laatstgenoemde kentekenplaten op 20 of 21 december 2022 zijn gestolen in Venlo en dat deze horen bij een zwarte Skoda Citygo. Gezien die diefstal is het volstrekt onaannemelijk dat het om nagemaakte kentekenplaten met precies dat kenteken zou gaan. Bij het aantreffen van de Hyuandai Getz op 19 januari 2023, één dag na het onder feit 1 tenlastegelegde, zijn daarop (weer) kentekenplaten met kenteken [kenteken 3] bevestigd. Deze waren gedeukt en verbogen, passend bij het bevestigen/verwijderen van (andere) kentekenplaten. Naar het oordeel van het hof is er geen andere reden voor het aanbrengen van de gestolen kentekenplaten op de Hyuandai Getz op 18 januari 2023 dan te voorkomen dat door de politie een verband zou kunnen worden gelegd tussen het onder feit 1 tenlastegelegde (via het juiste kenteken van de auto van zijn moeder) en de verdachte. Voor dit oordeel ziet het hof overigens bevestiging in de plannen van de verdachte die aan het beramen van de overval vooraf gingen, zoals die uit het dossier blijken. Immers, zoals hiervoor onder de bewijsmiddelen ter zake van feit 1 vermeld, had de verdachte in de tijd dat hij bezig was met zijn plannen/voorverkenning -naast contact met [getuige 2] en het maken van foto’s van de auto van aangever [slachtoffer] op de parkeerplaats van de Wieënpassage- ook contact met ene ‘ [betrokkene 2] ’ over onder andere het regelen van nieuwe platen. Dat een en ander in tijd (uiteindelijk) plaatsvond in januari 2023, laat onverlet ’s hof conclusie dat het gebruikmaken van gestolen kentekenplaten deel van zijn plan was en dat de verdachte aldus bewust gebruik heeft gemaakt van de in december 2022 gestolen kentekenplaten. Het hiervoor overwogene in onderlinge samenhang gezien leidt het hof tot het oordeel dat het de verdachte was die op 18 januari 2023 de gestolen kentekenplaten voorhanden heeft gehad en dat hij vanzelfsprekend wist dat de twee kentekenplaten met opschrift [kenteken 1] die met de tie-wraps op de auto van zijn moeder waren bevestigd, van diefstal afkomstig waren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het tot vrijspraak van feit 2 strekkende verweer van de verdediging wordt derhalve in al zijn onderdelen verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder feit 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>opzetheling.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen sancties</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof aan de verdachte net als de rechtbank een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 5 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. De advocaat-generaal ziet geen aanleiding voor verminderde toerekenbaarheid van de verdachte wat betreft het tenlastegelegde. De aangever was zijn werk aan het doen, is met een grote hoeveelheid geld op pad gegaan en vervolgens is hij op klaarlichte dag belaagd door de verdachte. Dit heeft ook effect op andere mensen die hetzelfde soort werk doen en veroorzaakt ook angst bij de mensen in de omgeving. Het is een kwalijk en strafbaar feit wat iemand pleegt om er zelf aan te verdienen: welbewust en gepland iemand aanvallen om een grote hoeveelheid geld te stelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft bepleit aan de verdachte een lagere straf op te leggen dan de straf die door de rechtbank is opgelegd, waarbij is verzocht om te volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daartoe is gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en op het feit dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toepassing vindt. De raadsvrouw heeft in dat kader verzocht om het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straffen en maatregel gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. In het bijzonder is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt in het bijzonder als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweldpleging, hiervoor bij herhaling geduid als een overval. Deze gewelddadige overval vond plaats op klaarlichte dag op de openbare weg bij een drukke winkelpassage, voor het oog van veel omstanders. [slachtoffer] werd onverhoeds door een auto aangereden en vervolgens geslagen met een ijzeren staaf, waarna hij werd beroofd van een geldbedrag van € 30.000,- dat hij wilde gaan (af)storten. De verdachte heeft deze overval, zo blijkt uit de bewijsmiddelen beraamd, gepland en voorbereid. Het was een bewuste actie, gericht op aangever [slachtoffer] met als doel een grote hoeveelheid geld te bemachtigen en daarin is hij geslaagd. Dit is een zeer ernstig feit. De verdachte heeft enkel gedacht aan zijn eigen financieel gewin. Met zijn handelen heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op het gevoel van veiligheid van in de eerste plaats de aangever, die, terwijl hij ‘gewoon’ aan het werk was, wordt geconfronteerd met een dergelijke mate van geweld, maar ook van omstanders die ongewild getuige waren van deze</para>
      <para>gewelddadige overval. Daarnaast ontstaan door overvallen in zijn algemeenheid gevoelens van onrust in de samenleving als geheel. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling van twee kentekenplaten en ook deze gedraging was volledig dienstbaar aan het hogere doel, ten koste van een ander of anderen geld maken en daarmee wegkomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de bepaling van de straf in acht genomen: het uittreksel van de Justitiële Documentatie van de verdachte d.d. 7 mei 2025, het reclasseringsrapport van 9 februari 2024 en de pro justitia rapporten van de psychiater H.J.E.M. de Blok d.d. 31 juli 2023 en psycholoog M.D. Ligaj d.d. 24 juli 2023. </para>
      <para>De verdachte komt naar voren als een bovengemiddeld intelligente man, met een antisociale persoonlijkheidsstoornis, mogelijk psychopathie volgens de psycholoog, AD(H)D van het onoplettende type en zeer verslavingsgevoelig met excessief gebruik bij perioden van cocaïne en amfetamine en met regelmaat cannabis, welke gebruik in remissie verkeert in een gereguleerde omgeving als thans in detentie. Hoewel het aannemelijk is dat deze stoornissen aanwezig waren en van invloed kunnen zijn geweest op het gedrag ten tijde van het bewezenverklaarde, staat daar volgens de psycholoog tegenover dat de verdachte op berekenende wijze te werk is gegaan, waarbij hij zich de wederrechtelijkheid van zijn handelen goed gerealiseerd moet hebben. Volgens de psychiater ervaart de verdachte door zijn persoonlijkheidsproblematiek nauwelijks schuld, schaamte en lijdenslast, waarbij zijn geweten lacunes vertoont, hij neigt tot directe behoeftebevrediging en kiest voor de makkelijkste oplossing. Ook door zijn AD(H)D problematiek zal hij geneigd zijn om snel en impulsief de makkelijkste oplossing te kiezen en loopt de verdachte een veel hoger risico om verslaafd te raken/blijven. Zonder structuur, zo blijkt uit het verleden, vervalt de verdachte snel in middelengebruik en wordt de neiging om excessief te gebruiken bekostigd met crimineel gedrag. Gelet op de ontkennende houding van de verdachte kon geen advies worden gegeven over de mate van toerekenbaarheid. Wel werd gerapporteerd dat als het tot een bewezenverklaring zou komen, dit een zorgelijke ontwikkeling is in het gedrag van de verdachte, de psychiater sprak zelfs van een zorgwekkende escalatie in delictgedrag, en ondanks dat de doorwerking van de pathologie in het bewezenverklaarde niet duidelijk werd, noch dat een goede inschatting gemaakt kon worden van het recidiverisico, valt volgens de deskundigen te zeggen dat behandeling van de pathologie het recidiverisico waarschijnlijk zal verlagen. Gezien het verleden en de pathologie van de verdachte zou dan alleen een strikt kader helpend kunnen zijn, daar de pathologie massief en hardnekkig is, de pathologie een moeizaam behandeltraject voorspelt, de verdachte op alle levensgebieden (financieel, huisvesting, medicatie) problemen heeft en alle eerdere behandeling via de reclassering niet heeft geholpen. Tot slot geven de deskundigen aan dat alleen een langdurige, gedwongen behandeling binnen een forensische verslavingskliniek waarbij ook de persoonlijkheidsproblematiek en AD(H)D verder behandeld zouden kunnen worden, een kans van slagen kan bieden om de pathologie te behandelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als gevolg van de stellige ontkenning door de verdachte bleek ook de reclassering niet in staat om verbanden te leggen tussen de verdenkingen en de persoonlijke omstandigheden. Wel spreekt de reclassering onder verwijzing naar de rapportages van de deskundigen van grote problemen op vrijwel alle leefgebieden. Met een ingeschat hoog recidiverisico komt de reclassering tot een strafafdoening zonder bijzondere voorwaarden en ziet geen mogelijkheden om met een voorwaardelijke straf, interventies of reclasseringstoezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit verdachtes strafblad blijkt dat de verdachte eerder en bij herhaling is veroordeeld voor met name vermogensdelicten, verkeersdelicten en druggerelateerde delicten, waaronder door de Duitse rechter. Hoewel de verdachte daarvoor is bestraft, ook met langere gevangenisstraffen, heeft dit hem niet ervan weerhouden het bewezenverklaarde te plegen. Integendeel, het door hem ingezette geweld lijkt ook tegen de achtergrond van zijn strafblad een escalatie te laten zien in zijn gedrag, zoals door de psychiater reeds treffend omschreven. De daarmee gepaard gaande benoemde zorg, baart ook het hof de nodige zorgen voor de toekomst, daar bij de verdachte sprake zou zijn van het ontbreken aan ziekte inzicht en ziekte besef, hij geen lijdenslast voelt en hij niet gemotiveerd is voor verandering en evenmin zelf enige hulpvraag heeft. Het komt in de toekomst aldus aan op intrinsieke motivatie die kans biedt om te zijner tijd een behandeling te laten slagen en zo niet, lijkt louter een gedwongen kader te resteren teneinde dat effect te bewerkstelligen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In ogenschouw nemend hetgeen omtrent de verdachte is gerapporteerd en met inachtneming van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken, ziet het hof met de rechtbank geen aanleiding om de strafbare feiten de verdachte in verminderde mate toe te rekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande en de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, acht het hof met de rechtbank alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats en kan met een andere of lichtere sanctie niet worden volstaan. Alles afwegende zal het hof, net als de rechtbank de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bevel voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft, met een beroep op de bepleite vrijspraak, het strafmaatverweer en het bepaalde in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, verzocht het bevel tot voorlopige hechtenis bij (eind-)uitspraak op te heffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het verzoek afwijzen, aangezien de aan het bevel tot voorlopige hechtenis ten grondslag liggende ernstige bezwaren en gronden onverkort aanwezig zijn, zoals voormeld het hof komt tot een bewezenverklaring, een straf die het reeds ondergane voorarrest overstijgt en aldus het beroep op genoemd artikellid niet slaagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdovende middelen zal onttrekken aan het verkeer en de staaf/buis verbeurd zal verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in beslag genomen buis (het hof begrijpt: de bij het onder 1 bewezenverklaarde gebruikte staaf) is vatbaar voor verbeurdverklaring. De in beslag genomen 3,9 gram aan verdovende middelen (blijkens het dossier betreffende harddrugs als vermeld op lijst I van de Opiumwet) zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Hoewel de aanwezigheid van harddrugs geen strafbaar feit is dat aan de verdachte is tenlastegelegd in deze zaak, is het bezit van harddrugs op zichzelf een strafbaar feit en dat maakt dat deze aan het verkeer onttrokken dienen te worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 30.997,56 aan materiële schade ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. De vordering valt uiteen in de onderdelen ‘gestolen geldbedrag’ (€ 30.000,-) en ‘loonvordering’ (€ 997,56).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de vordering gedeeltelijk toegewezen tot een totaalbedrag van   € 20.997,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor de overige gevorderde schade is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard en bepaald is dat dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding geheel dient te worden toegewezen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft de vordering ter terechtzitting in hoger beroep inhoudelijk betwist. De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering in verband met de bepleite vrijspraak van het onder feit 1 tenlastegelegde. De verdediging heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij onvoldoende heeft onderbouwd dat er € 30.000,- is gestolen. Daarnaast zou de benadeelde partij ten aanzien van de post ‘loonvordering’ niet hebben voldaan aan haar schadebeperkingsplicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toewijzing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde] als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 30.997,26, bestaande uit het weggenomen geldbedrag en de gevorderde loonkosten. Het hof verwerpt het verweer dat niet is voldaan aan de schadebeperkingsplicht, nu de werkgever op basis van een contractuele verplichting gehouden is het loon door te betalen. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het toe te wijzen bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 30.000,- vanaf 18 januari 2023. Op die dag is het geldbedrag weggenomen en is die schade ontstaan. Voor wat betreft het bedrag van € 997,56 acht het hof de wettelijke rente toewijsbaar vanaf de data dat deze schade is ontstaan, zijnde de data waarop de loonkosten zijn gemaakt, te weten over een bedrag van € 311,70 volgens de salarisspecificatie van januari 2023 (bijlage 7) op 31 januari 2023 en over een bedrag van € 685,86 volgens de salarisspecificatie van februari 2023 (bijlage 8) op 28 februari 2023. De wettelijk rente is steeds toewijsbaar tot aan de dag der algehele voldoening. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens [benadeelde] is vergoeding van de proceskosten gevorderd. </para>
      <para>Het hof zal de verdachte, die als de in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten aan de zijde van de benadeelde partij. De rechtbank heeft de proceskosten van het geding in eerste aanleg overeenkomstig het toepasselijke liquidatietarief (Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven, tarief III) vastgesteld op een bedrag van € 1.572,00. Namens de benadeelde partij is ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat de benadeelde partij aansluiting zoekt bij dit door de rechtbank vastgestelde bedrag voor wat betreft de proceskosten voor de behandeling van de zaak in eerste aanleg. Daarnaast is namens de benadeelde partij tevens vergoeding van de proceskosten in hoger beroep gevorderd.  Het hof zal de proceskosten in hoger beroep eveneens vaststellen overeenkomstig tarief III (het tarief voor zaken met een geldwaarde van € 20.000,00 tot € 40.000,00) van het Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 786,00 met een maximum van zeven punten. Het hof zal één punt toekennen, namelijk voor de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Dat betekent dat de proceskosten in hoger beroep worden toegewezen tot een bedrag van </para>
      <para>€ 786,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof wijst de kosten voor rechtsbijstand toe tot een totaalbedrag van € 2.358,00. Voorts zal de verdachte worden veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging van dit arrest door de benadeelde partij nog te maken kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel </emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde] is toegebracht tot een bedrag van € 30.997,56. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk. </para>
      <para>Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen tot een bedrag van € 30.997,56, te vermeerderen met de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is vermeld, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 189 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaard, (verbeterd gelezen na juiste optelling van alle afzonderlijke posten ter terechtzitting in eerste aanleg) strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 7.707,49, bestaande uit € 1.207,49 aan materiële schade en € 6.500,00. Namens de benadeelde partij is gevorderd om deze schade te vermeerderen met de wettelijke rente en is gevorderd om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De gevorderde materiële schade van € 1.207,49 valt uiteen in de volgende posten: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para> ‘jas’ (€ 500,00);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>‘schoenen’ (€ 110,00);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>‘eigen risico’ (€ 385,00);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>‘medicatie/pijnstilling (€ 25,00);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>‘rekening huisarts’ (€ 17,43);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>‘reiskosten’ (€ 60,06) en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>‘persoonlijke verzorging’ (€ 110,00). </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de vordering gedeeltelijk toegewezen tot een totaalbedrag van   € 7.097,49 (waarvan € 597,49 aan materiële schade en € 6.500,00 aan immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor de overige gevorderde schade is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard en bepaald is dat dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan</para>
      <para>worden aangebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat van de benadeelde partij heeft ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven de gehele vordering (het hof begrijpt overeenkomstig de verbeterde lezing door de rechtbank als hiervoor vermeld) in hoger beroep te handhaven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding geheel dient te worden toegewezen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft de vordering ter terechtzitting in hoger beroep inhoudelijk betwist. De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering in verband met de bepleite vrijspraak van het onder feit 1 bewezenverklaarde. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade deels dient te worden afgewezen. In dat verband is naar voren gebracht dat de schadeposten ‘jas’, ‘schoenen’ en ‘eigen risico’ onvoldoende zijn onderbouwd, waarbij met betrekking tot de post ‘eigen risico’ is aangevoerd dat niet blijkt van een causaal verband tussen de gestelde schade en het onder feit 1 bewezenverklaarde. Daarnaast heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat gevorderde immateriële schade (bij toewijzing) door het hof dient te worden gematigd, nu PTSS niet door een huisarts kan worden gediagnosticeerd en daarnaast niet blijkt van een causaal verband tussen de PTSS en het onder feit 1 bewezenverklaarde. De door de advocaat van de benadeelde partij aangehaalde uitspraken zijn bovendien niet passend bij het onderhavige feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 597,49, bestaande uit de posten ‘eigen risico’ ad </para>
      <para>€ 385,-, ‘medicatie/pijnstilling’ ad € 25,-, ‘rekening huisarts’ ad € 17,43, ‘reiskosten’ ad </para>
      <para>€ 60,06 en ‘persoonlijke verzorging’ ad € 110,-. Deze posten acht het hof met de gegeven toelichting en de bijlagen bij de vordering voldoende onderbouwd en door de verdediging onvoldoende gemotiveerd betwist. Zo ziet het eigen risico dat reeds op 3 april 2023 volgens de advocaat op de ambulancekosten, daar de benadeelde op 18 januari 2023 met de ambulance is afgevoerd van de plaats delict. Dat de benadeelde met de ambulance is afgevoerd, volgt uit het dossier en gelet op het moment dat deze kosten (binnen zo’n twee maanden na het gebeurde) in rekening zijn gebracht, zijn deze alleszins aannemelijk. Voorts stelt de benadeelde dat pijnstilling is voorgeschreven waarvoor een stelpost is opgenomen. Ook die kosten zijn gelet op de omvang alleszins plausibel en komen voor vergoeding in aanmerking. De huisarts heeft kosten in rekening gebracht voor diens op schrift gestelde medische verklaring, hetgeen zonder meer schade betreft die voor vergoeding in aanmerking komt. De benadeelde heeft (via zijn zoon en mitsdien is sprake van verplaatste schade) kosten gemaakt voor het ophalen van de benadeelde in het ziekenhuis, welke kosten voor rekening van de verdachte dienen te komen evenals de kosten voor de persoonlijke verzorging van de benadeelde nadien. Er is tegen het manteltarief van € 11,- voor de duur van 10 dagen een vergoeding hiervoor gevorderd, die naar ’s hofs oordeel volledig voor vergoeding in aanmerking komt, ervan uitgaande dat de benadeelde gedurende die dagen overeenkomstig de verklaring van zijn echtgenote door haar is verzorgd. De verdachte is tot vergoeding van die schadeposten gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat voor wat betreft de overige gevorderde en betwiste materiële schade (de posten ‘jas’ en ‘schoenen’) onvoldoende kan worden vastgesteld dat de gestelde schade rechtstreeks is toegebracht door het onder 1 bewezenverklaarde. Of de jas niet meer kon worden gereinigd is niet gebleken, zodat daarin niet zonder meer een reden is gelegen voor toewijzing van de vordering. En in het geval de benadeelde afstand wilde doen van de jas omdat deze hem aan het gebeurde herinnerde, hetgeen niet ondenkbaar is maar wel invoelbaar, is dat evenmin een reden die zonder meer een schadevergoeding rechtvaardigt. Evenmin acht het hof de beschadigde schoen(en) zoals zichtbaar op de bij de vordering gevoegde foto zonder meer toewijsbaar, bij gebrek aan verdere gegevens die de vordering kunnen onderbouwen. De vordering zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard en de benadeelde partij kan zich voor dat deel van de vordering nog wenden tot de civiele rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade 	</emphasis>
      </para>
      <para>Voor wat betreft de beoordeling van de gevorderde immateriële schade is het hof gebonden aan het bepaalde in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Hoewel het hof wil aannemen dat de bewezenverklaarde gedragingen tot enig psychisch onbehagen hebben geleid bij de benadeelde partij, is naar het oordeel van het hof niet komen vast te staan dat dit onbehagen ook heeft geleid tot geestelijk letsel dat een zelfstandige grond geeft tot vergoeding van immateriële schade. Een onderbouwing op basis waarvan naar objectieve maatstaven geestelijk letsel kan worden vastgesteld, ontbreekt. De verklaring van de huisarts acht het hof daartoe ontoereikend.  Bij de beoordeling van de vordering overweegt het hof voorts dat zowel uit de procesdossier als uit de stukken die ter onderbouwing van de vordering zijn overgelegd, is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde -zij het beperkt- lichamelijk letsel heeft opgelopen, zodat de daarop toegesneden grondslag voor immateriële schadevergoeding zich in het onderhavige geval reeds om die reden voordoet. Het hof heeft overigens - op basis van de namens de benadeelde partij gegeven toelichting op de vordering - kunnen vaststellen dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Het hof is van oordeel dat er immateriële schade is geleden die het rechtstreeks gevolg is van het door de verdachte gepleegde strafbare feit. </para>
      <para>Het hof zal deze schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 4.000,00. De overige gevorderde immateriële schade zal worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft de wettelijke rente is het toe te wijzen bedrag aan materiële schade, zoals gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2024, zijnde de datum waarop de vordering tot schadevergoeding namens de benadeelde partij is ondertekend en wordt geacht te zijn ingediend, tot aan de dag der algehele voldoening. Het hof komt tot die datum, daar niet per afzonderlijke schadepost uit de onderbouwing en de bijlagen valt af te leiden wanneer de schade is ontstaan. Het toe te wijzen bedrag aan immateriële schade, is zoals gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2023, zijnde de pleegdatum, tot aan de dag der algehele voldoening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof zal de verdachte, die als de in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de reeds gemaakte kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel </emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer] is toegebracht tot een bedrag van € 4.517,49. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk. </para>
      <para>Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen tot een bedrag van € 4.517,49, te vermeerderen met de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is vermeld, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 55 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 63, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden/zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem/haar daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">5 (vijf) jaren</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een buis (omschrijving: PL2300-2023009482-G1574255, zwart);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 3,9 gram verdovende middelen (omschrijving: PL2300-2023009482-G1579698); </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</title>
    <para />
    <para>- wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] , ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 30.997,26 (dertigduizend negenhonderdzevenennegentig euro en zesentwintig cent</emphasis>) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente als volgt:</para>
    <parablock>
      <para>o over een bedrag van € 30.000,- vanaf 18 januari 2023,</para>
      <para>o over een bedrag van € 311,70 vanaf 31 januari 2023, en</para>
      <para>o over een bedrag van € 685,86 vanaf 28 februari 2023, </para>
      <para>telkens tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- veroordeelt de verdachte in de kosten en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op <emphasis role="bold">€ 2.358,00 (tweeduizend driehonderdachtenvijftig euro)</emphasis>; </para>
    <para />
    <para>- legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van <emphasis role="bold">€ 30.997,26 (dertigduizend negenhonderdzevenennegentig euro en zesentwintig cent)</emphasis> aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als hierna vermeld, en bepaalt dat <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">ten hoogste 189 dagen</emphasis> kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt de ingangsdata van de wettelijke rente over de materiële schade als volgt:</para>
    <parablock>
      <para>o over een bedrag van € 30.000,- vanaf 18 januari 2023,</para>
      <para>o over een bedrag van € 311,70 vanaf 31 januari 2023, en</para>
      <para>o over een bedrag van € 685,86 vanaf 28 februari 2023, </para>
      <para>telkens tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</title>
    <para />
    <para>- wijst gedeeltelijk toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] , ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">€ 4.517,49 (vierduizend vijfhonderdzeventien euro en negenenveertig cent)</emphasis>, bestaande uit <emphasis role="bold">€ 517,49 (vijfhonderdzeventien euro en negenenveertig cent)</emphasis> als vergoeding van materiële schade en <emphasis role="bold">€ 4.000,00 (vierduizend euro)</emphasis> als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente: ten aanzien van de materiële schade vanaf 26 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en ten aanzien van de materiële schade vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de verdachte in de kosten en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil; </para>
    <para />
    <para>- verklaart de vordering van de benadeelde partij voor de overige gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para />
    <para>- wijst de vordering van de benadeelde partij ten aanzien de meergevorderde immateriële schade voor het overige af;</para>
    <para />
    <para>- legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.517,49 <emphasis role="bold">(vierduizend vijfhonderdzeventien euro en negenenveertig cent)</emphasis>, bestaande uit </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">€ 517,49 (vijfhonderdzeventien euro en negenenveertig cent)</emphasis> materiële schadevergoeding en <emphasis role="bold">€ 4.0000,00 (vierduizend euro)</emphasis> immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente (ten aanzien van de materiële schade vanaf 26 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en ten aanzien van de materiële schade vanaf 18 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening), en bepaalt dat <emphasis role="bold">gijzeling </emphasis>voor de duur van <emphasis role="bold">ten hoogste 55 dagen </emphasis>kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,</para>
      <para>mr. M.C.C. van de Schepop en mr. J.J. Peters, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.M.M.F. van de Ven, griffier,</para>
      <para>en op 5 augustus 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. J.J. Peters is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_7a0dfef1-f694-4ad0-bf97-c0213e0b60cc" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld – gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer </emphasis>LB1R023004-51 met handgeschreven daarboven <emphasis role="italic">PL2400-2023009482, gesloten d.d. 29 maart 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 183.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_bae05496-f752-4322-b3a0-65f33a5bee7d" label="2">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. 18 januari 2023, pg. 13-1</emphasis>7<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_3373298d-e67f-4b6c-a3d5-0ddceab7d8e0" label="3">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27januari 2023, pg. 39-44.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c5d08a3e-45d9-47aa-afdf-d58ff55d2ccc" label="4">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2023, pg. 74-8</emphasis>4<emphasis role="italic"> (pg. 77 schade en kenteken, pg. 82 foto naar aanleiding waarvan de verdachte wordt herkend).</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_854e0d7e-54f6-42b3-ac1f-06bcd20a548b" label="5">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 6 februari 2023, pg. 86 en 87.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_882167a5-3e32-43a2-bf16-4b8ffaf4a5bf" label="6">
    <para>Een geschrift, betreffende de b<emphasis role="italic">ijlage bij proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 6 februari 2023, pg. 88.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_fb397313-872c-403b-ad26-749fd32610e2" label="7">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal van verhoor van [verbalisant 3] </emphasis>als getuige <emphasis role="italic">bij de rechter-commissaris d.d. 8 november 2023, pg.2-3. Dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het onder noot 1 genoemde dossier.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_b525e74f-7caf-47d2-a758-14f051c2d5f3" label="8">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal van verhoor van [verbalisant 4] </emphasis>als getuige<emphasis role="italic"> bij de rechter-commissaris d.d. 8 november 2023, pg. 2-3. Dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het onder noot 1 genoemde dossier.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_49820757-3690-480d-8263-23a4510d4384" label="9">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 januari 2023, pg. 45-4</emphasis>7<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_4f005894-c435-4602-b69f-7d06164a06a3" label="10">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 8 februari 2023, pg. </emphasis>154<emphasis role="italic">-16</emphasis>4<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_e3a7c8b1-30cf-46c8-84f6-9298da3e4a18" label="11">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal van bevindingen, </emphasis>Proces-verbaalnummer: PL2300-2023009482-8,<emphasis role="italic"> d.d. 18 januari 2023, pg. 26-2</emphasis>8<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_13c5b8d5-cff2-4fbb-81ba-b4e5e0cf782a" label="12">
    <para>  Proces-verbaal van bevindingen, Proces-verbaalnummer: PL2300-2023009482-37, d.d. 18 mei 2023. Dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het onder noot 1 genoemde dossier<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_3dbef767-8624-4c31-991c-66e742d4b803" label="13">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 6 februari 2023, proces-verbaalnummer:</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">PL2300-2023009482-22. Dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het onder noot 1 genoemde dossier.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_35da62cc-893b-4cee-9172-6d89b086e394" label="14">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Het deskundigenverslag van Dr. M. Hidding d.d. 8 februari 2023, pg. </emphasis>99-103<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_777c11ea-6508-4a68-9d34-d51d710de4d9" label="15">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Het deskundigenverslag van Dr. P.J. Herbergs d.d. 9 november 2023, pg. 2-3. Dit rapport maakt</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">geen deel uit van het onder noot 1 genoemde dossier.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_86ed0176-282e-48a0-aa06-3e679a31f5c4" label="16">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1] d.d. 14 </emphasis>februari <emphasis role="italic">2023, pg. 111</emphasis>-131<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_a8a40bb1-4a0f-4df5-a462-fe8c0251981e" label="17">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 14 maart 2023, pg. 132-138.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ba9e44b-accc-4834-bddf-e5aa21ac3d54" label="18">
    <para> Een geschrift, per mailbericht d.d. 23 juni 2025 ontvangen -door tussenkomst van het ressortsparket- van de advocaat van de benadeelde partij [benadeelde] , betreffende een aanvullend stuk ter onderbouwing van de vordering benadeelde partij, met het verzoek de mail met bijlagen aan het procesdossier te hechten en naar partijen toe te sturen. Dit rapport maakt</para>
    <para>geen deel uit van het onder noot 1 genoemde dossier. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_85d1dc08-40a3-425a-b124-385f02ceed60" label="19">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Proces-verbaal van aangifte [aangever] d.d. 23 december 2022, pg. 63 </emphasis>en 64<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_5b395a05-ad3f-4926-b11a-6096ef2b1a58" label="20">
    <para>
      <emphasis role="italic">Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 januari 2023, pg. 39-44.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9ee44c8-4676-4b93-95c7-2c041663d6a9" label="21">
    <para>
      <emphasis role="italic">Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2023, pg. 74-8</emphasis>4<emphasis role="italic"> (pg. 77 schade en kenteken, pg. 82 foto naar aanleiding waarvan de verdachte wordt herkend).</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0ded27c-a701-4d58-9820-e0cc1199991e" label="22">
    <para> ECLI:EU:C:2024:830</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c0eef2a-554c-4997-973d-be83d55a40c3" label="23">
    <para> ECLI:EU:C:2021:152</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9af5529f-a9bf-4877-9fbe-e64cb8d0e271" label="24">
    <para> ECLI:NL:HR:2025:409</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>