<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:3716</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-18T10:52:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-001987-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3716">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3716</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T11:15:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:3716 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 06-10-2025 / 20-001987-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:3716:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vrijspraak inzake mensenhandel. </para>
        <para>In het geval van mensenhandel ontbreekt het aan keuzevrijheid om zich aan de situatie te (kunnen) onttrekken. Het is in feite moderne slavernij. Vast staat dat de verdachte en zijn medeverdachten zich niet steeds gedurende de lange arbeidsrelatie van 25 jaren als een goed werkgever hebben gedragen jegens aangever. Hoewel de aantijgingen aan het adres van de verdachte en zijn medeverdachten in de loop der tijd eerder zijn verzwakt dan versterkt, heeft de wijze waarop door de verdachte aan het werkgeverschap (mede) uitvoering werd gegeven niet ertoe geleid dat er geen keuzevrijheid meer was voor de aangever om zijn werk te beëindigen. Integendeel, aangever is naar eigen zeggen geregeld weggegaan als het hem niet zinde. Het schofferen van een werknemer, het dreigen diens loon in te houden, het beperken van verlofmogelijkheden en het niet vergoeden van reiskosten acht het hof veeleer omstandigheden die ervoor zorgen dat iemand vertrekt, dan dat dit een werknemer ertoe brengt om zich verplicht te voelen om bij zijn werkgever te blijven. Kort gezegd kan het hof op basis van de voorhanden bewijsmiddelen, ook alle afzonderlijk in de tenlastelegging vermelde omstandigheden bezien in onderling verband en samenhang, niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen dat aangever gedurende de tenlastegelegde periode onder zodanige omstandigheden heeft gewerkt dat in het onderhavige concrete geval gesproken kan worden van mensenhandel.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:3716:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-001987-22 </para>
  <para>Uitspraak	: 6 oktober 2025</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 16 augustus 2022, in de strafzaak met parketnummer 01-997520-20 tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1938, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘<emphasis role="italic">mensenhandel, terwijl dit feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd’</emphasis>, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren alsmede een geldboete ter hoogte van </para>
      <para>€ 15.000,- subsidiair 110 dagen hechtenis. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] is hoofdelijk tot een bedrag van € 10.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, toegewezen. Tevens is de verdachte hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is er een strafmaatverweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 11 februari 2019 te Reusel, althans in Nederland, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(lid 3 sub 1) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">A. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een ander, te weten [slachtoffer] (geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2]), </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(lid 1 sub 1) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">door dwang en/of door geweld of een andere feitelijkheid en/of door dreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(lid 1 sub 4) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">door dwang en/of door geweld of een andere feitelijkheid en/of door dreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer] heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, dan wel door dwang en/of door geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] zich beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">B. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(lid 1 sub 6) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer] , </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] :</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">geworven door het vaste 32-uurs contract van [slachtoffer] om te zetten naar een nul-uren contract terwijl hij wel hetzelfde aantal uren bleef werken, en/of </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">als zodanig vernederd door middel van allerlei negatieve uitlatingen, scheldpartijen en uitkafferen, en/of </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">beperkt om het bedrijf op eigen vrije wil te verlaten door zijn auto vast te zetten met een heftruck zodat hij niet meer weg kon rijden, en/of </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">druk opgelegd om weer te komen werken door bij hem thuis te verschijnen, en/of - bedreigd met het voornemen om loon in te houden, en/of </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">bedreigd door een schop naar hem te gooien toen hij het bedrijf wilde verlaten, en/of </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">waarbij de uitbuiting en/of uitbuitingssituatie er onder meer uit bestond dat [slachtoffer] - met betrekking tot de aard en duur van de werkzaamheden - </emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">een groot aantal dagen per week, een groot aantal uren per dag, werkzaamheden moest verrichten voor de B.V. en/of diens mededader(s) op de champignonkwekerij, en/of </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">zonder beschermende kleding met gevaarlijke/bijtende stoffen moest werken, en/of</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- met betrekking tot de beperkingen die werden opgelegd - </emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">bij ziekte ertoe werd bewogen om weer te gaan werken terwijl hij daar eigenlijk niet toe in staat was, en/of </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">geen vrije dagen/vakantiedagen mocht opnemen, en/of -met betrekking tot het financieel voordeel voor verdachte- </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">niet het juiste aantal daadwerkelijk gewerkte uren uitbetaald kreeg, en/of </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">zijn werkzaamheden moest verrichten tegen een arbeidsbeloning ver beneden het wettelijk verplichte minimumloon, en/of </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">geen vergoeding voor zijn reiskosten ontving, </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl die [slachtoffer] een kwetsbare persoon in een kwetsbare positie was, omdat die [slachtoffer] over beperkte geestvermogens beschikte (een gemeten IQ van 57), </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of waarbij het voordeel trekken uit de uitbuiting van [slachtoffer] heeft bestaan uit: </emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">dat hij, [slachtoffer] , zes dagen per week ter beschikking van de champignonkwekerij stond zonder vrije dagen en/of vakantiedagen, en/of </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">dat de werkzaamheden ver beneden het wettelijk verplichte minimumloon en vakantiegeld werden betaald, en/of </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">dat niet het juiste aantal daadwerkelijk gewerkte uren werd uitbetaald, en/of </emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">dat hij, [slachtoffer] , nooit een vergoeding voor reiskosten heeft ontvangen.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Juridisch kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De primair en subsidiair aan de verdachte tenlastegelegde gedragingen zijn toegesneden op de in artikel 273f, eerste lid 1, onder 1, 4 en 6, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) neergelegde strafbare feiten van mensenhandel.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze bepalingen luidden, voor zover hier van belang, in de periode waarop de</emphasis> <emphasis role="italic">tenlastelegging betrekking heeft als volgt:</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als schuldig aan mensenhandel wordt (...) gestraft:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1°.	 degene die een ander door dwang, (...) een andere feitelijkheid of door dreiging met (...) een andere feitelijkheid, door (...) misleiding, dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht of door misbruik van een kwetsbare positie (...)werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met het oogmerk van uitbuiting van die ander (...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4°. 	degene die een ander met een van de onder 1 genoemde middelen dwingt of beweegt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (...) dan wel onder de onder 1 genoemde omstandigheden enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar stelt; (...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">6°.	degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vooropgesteld moet worden dat het in artikel 273f, eerste lid, Sr voorkomende bestanddeel ‘uitbuiting’ in de wet niet is gedefinieerd, anders dan door de niet-limitatieve opsomming in het tweede lid van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder gedwongen of verplichte arbeid of diensten. Dit laat onverlet dat volgens vaste rechtspraak van uitbuiting in het kader van het verrichten van arbeid of diensten ook sprake kan zijn indien men daartoe niet is gedwongen of verplicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitbuiting houdt verband met het belang van het individu (het slachtoffer) op behoud van lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. Het gaat bij uitbuiting om schending van fundamentele mensenrechten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag of – en zo ja, wanneer – sprake is van ‘uitbuiting’ in de zin van de onderhavige bepaling, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt in een geval als het onderhavige onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet elk misbruik in een arbeids- of dienstrelatie valt onder het bereik van mensenhandel ex artikel 273f Sr. Gedwongen arbeid of diensten vallen onder mensenhandel wanneer iemand werkt onder significant slechtere omstandigheden en tegen een fors lager loon dan dat van andere werknemers, terwijl de keuzevrijheid ontbreekt om zich te onttrekken aan die situatie. Anders gezegd het slachtoffer wordt bij arbeidsuitbuiting in een situatie gebracht of gehouden waarin hij redelijkerwijs geen andere keuze heeft dan zich te laten exploiteren.</para>
      <para>Dat het wetsartikel niet bedoeld is voor elk misbruik binnen een arbeids- of dienstrelatie blijkt ook wel uit de plaatsing van het wetsartikel in het Wetboek van Strafrecht, namelijk in Titel XVII Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid, voor het artikel over slavenhandel (artikel 274 Sr), en blijkt ook uit de strafmaat bestaande uit een maximale gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of een geldboete van de vijfde categorie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bezien tegen de achtergrond van het voorliggende procesdossier, betreffende het onderzoek ‘St. John’ van 23 juli 2020 door de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, directie opsporing, kantoor Den Haag (proces-verbaalnummer 6640-2019-0032, bestaande uit 1.277 doorgenummerd pagina’s inclusief bijlagen 770), alsmede het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep, leveren de in de tenlastelegging genoemde omstandigheden naar het oordeel van het hof geen mensenhandel op als bedoeld in de wet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het geval van mensenhandel ontbreekt het aan keuzevrijheid om zich aan de situatie te (kunnen) onttrekken. Het is in feite moderne slavernij. Vast staat dat de verdachte en zijn medeverdachten zich niet steeds gedurende de lange arbeidsrelatie van 25 jaren als een goed werkgever hebben gedragen jegens aangever [slachtoffer] . Hoewel de aantijgingen aan het adres van de verdachte en zijn medeverdachten in de loop der tijd eerder zijn verzwakt dan versterkt, heeft de wijze waarop door de verdachte aan het werkgeverschap (mede) uitvoering werd gegeven niet ertoe geleid dat er geen keuzevrijheid meer was voor de aangever om zijn werk te beëindigen. Integendeel, aangever [slachtoffer] is naar eigen zeggen geregeld weggegaan als het hem niet zinde. Het schofferen van een werknemer, het dreigen diens loon in te houden, het beperken van verlofmogelijkheden en het niet vergoeden van reiskosten acht het hof veeleer omstandigheden die ervoor zorgen dat iemand vertrekt, dan dat dit een werknemer ertoe brengt om zich verplicht te voelen om bij zijn werkgever te blijven. Kort gezegd kan het hof op basis van de voorhanden bewijsmiddelen, ook alle afzonderlijk in de tenlastelegging vermelde omstandigheden bezien in onderling verband en samenhang, niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen dat aangever gedurende de tenlastegelegde periode onder zodanige omstandigheden heeft gewerkt dat in het onderhavige concrete geval gesproken kan worden van mensenhandel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit leidt het hof ertoe dat de verdachte zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 10.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep hoofdelijk toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven. De vordering ligt in volle omvang ter beoordeling aan het hof voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu aan verdachte ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [slachtoffer] in haar vordering niet worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof dient ook in geval van vrijspraak een beslissing te nemen over de proceskosten, voor zover die kosten betrekking hebben op de vordering van de benadeelde partij. Gelet op de aard van de zaak acht het hof termen aanwezig te bepalen dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. L. Feraaune, voorzitter,</para>
      <para>mr. A.M.G. Smit en mr. N.I.B.M. Buljevic, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier,</para>
      <para>en op 6 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>