<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T15:14:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-001047-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBOBR:2024:1457" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2024:1457, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:309">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T15:12:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:309 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 14-01-2025 / 20-001047-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:309:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:309:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-001047-24</para>
  <para>Uitspraak	: 14 januari 2025 </para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 8 april 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-175968-22 tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, </para>
      <para>wonende te [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ter zake van ‘met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest. <?linebreak?>Daarnaast heeft de rechtbank aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van drie jaren opgelegd, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer] , met bevel dat vervangende hechtenis wordt toegepast indien niet aan de maatregel wordt voldaan en met bevel dat die maatregel dadelijk uitvoerbaar is.<?linebreak?>Tot slot heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toegewezen tot een bedrag van € 3.526,42, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf </para>
      <para>14 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij is voor het overige deel in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard.     </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw van de verdachte heeft primair bepleit dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken van hetgeen aan hem ten laste is gelegd. Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat de verdachte partieel van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Meer subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. <?linebreak?>Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het hof, indien het tot een gehele of gedeeltelijke bewezenverklaring komt, dezelfde beslissing op de vordering van de benadeelde partij kan nemen als de rechtbank heeft gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus 2021 tot en met 31 september 2021, te Nuenen, gemeente Nuenen c.a., althans in Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die (telkens) bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het in de mond van die [slachtoffer] duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis en/of het in de anus van die [slachtoffer] duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten en/of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 14 augustus 2021 te Nuenen, gemeente Nuenen c.a., met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het in de mond van die [slachtoffer] duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis en het in de anus van die [slachtoffer] duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche Thematische Opsporing, Team zeden, onderzoek OBRBC21222 Sabie, op ambtseed opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier van politie en gecertificeerd zedenrechercheur, registratienummer PL2100-2021257040, gesloten d.d. 10 juli 2022, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met bijlagen, doorgenummerde dossierpagina’s 1-144 <emphasis role="italic">(waarbij het hof opmerkt dat pagina’s met de nummers 46, 64 en 65 en 95, 96 en 97 ontbreken)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 16 december 2021 (met bijlagen), dossierpagina 20 tot en met 35, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] : </emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>V = vraag verbalisant <?linebreak?>A = antwoord aangever </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Tegen wie kom je aangifte doen? <?linebreak?>A: Ik weet dat zijn voornaam [verdachte] is, maar verder weet ik niet veel over hemzelf.<?linebreak?>V: Wanneer is dit gebeurd? <?linebreak?>A: op 14 augustus 2021 (...) op (…) [adres 2] <emphasis role="italic">(het hof begrijpt: in de gemeente Nuenen c.a.)</emphasis>.<?linebreak?>V: Hoe ben je met [verdachte] in contact gekomen? <?linebreak?>A: Dat was via Snapchat. <?linebreak?>V: Hoe noem jij jezelf op Snapchat? <?linebreak?>A: [accountnaam 1] <?linebreak?>V: En [verdachte] ? <?linebreak?>A: Ik kijk even in mijn telefoon. (…) [accountnaam 2] <?linebreak?>V: Wat heb jij [verdachte] over jezelf verteld? <?linebreak?>A: We hadden het over hoe ik heette, waar ik vandaan kwam en hoe oud ik was. Ik heb gezegd dat ik 14 jaar oud was, want dat ben ik ook. Hij zei dat hij ook uit Nuenen kwam en hij vroeg of ik hem wilde pijpen en ik was heel jaloers op vrienden die dat wel al hadden gedaan. Dus toen ben ik daarop ingegaan. (…) Ik had niet echt een tijd afgesproken maar ik zei dat ik over 10 minuten daar stond. Het was 17:15 uur en om 17:30 uur was het met hem gebeurd. Ik had met hem afgesproken om op een veldje te staan. Dat was tegenover zijn huis en mijn stiefmoeder woont daar ook dichtbij. Hij wilde met mij videobellen om te kijken of er geen andere mensen waren. Hij kwam daarna uit zijn huis naar buiten gelopen. Zijn huis is een flatachtig iets maar hij kwam op de begane grond eruit gelopen en hij zwaaide naar mij en vroeg of ik naar binnen kon komen. Ik dacht nog even: wat doe ik. Ik was wel wat bang maar ben toch naar binnen gegaan. Ik ging wel naar binnen en hij deed de deur dicht en hij nam me mee naar zijn slaapkamer, aan het einde van de gang. Hij deed zijn broek uit en deed een beetje met zijn penis en zei: “Je moet het nu doen.” Ik was bang maar heb het wel gedaan. Het duurde maar 10 seconden ongeveer. Ik zei daarna: “ik ben nu klaar, ik wil niet meer, ik wil naar huis.” Hij zei: “Nee je kunt nu niet naar huis.” Hij zei: “Ik wil seks met jou.” Maar dat was helemaal niet afgesproken. Dat zei ik ook tegen hem. Het duurde ongeveer 20 minuten. Daarna was hij klaar en liet hij mij mijn kleren weer aan doen. Toen was ik huilend naar huis gefietst. Ik wilde daar zo snel mogelijk weg.<?linebreak?>V: Hij trekt je kleding uit en dan gebeurt het ‘het duurde 20 minuten’. Wat bedoel je hiermee? <?linebreak?>A: Hij heeft seks met mij gehad. Mij gepenetreerd, met zijn penis in mijn kont/anus.<?linebreak?>V: Je ging huilend naar huis. Hoe ging het toen verder? <?linebreak?>A: Ik was thuis gekomen. Daar heb ik mijn tranen weggeveegd en tegen mijn moeder gezegd dat ik naar boven ging. Ik ben meteen gaan douchen en alles gaan schoonmaken omdat ik mij toen vies voelde. <?linebreak?>V: Heb je er nog met iemand over gesproken na die eerste keer? <?linebreak?>A: Ik heb toen gelijk gebeld met mijn beste vriendin [getuige 2] . Ik heb haar toen alles verteld wat er was gebeurd.<?linebreak?>V: Wat zei ze? <?linebreak?>A: Ze was ook heel erg geschrokken. Die avond heb ik er ook nog met mijn oudere broer [getuige 1] over gesproken. Hij was ook heel erg geschrokken.<?linebreak?>V: Je hebt foto's bij het informatieve gesprek doorgegeven. Er zat ook een foto bij bijlage 2.3. Wie is dat? <?linebreak?>A: Dat is [verdachte] . Ik heb deze foto van Instagram. Ik heb dit uit zijn account.<?linebreak?>V: Welk account was dit? <?linebreak?>A: Dit heette: [accountnaam 3] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 6 januari 2022 (met bijlagen), dossierpagina 37 tot en met 46, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] : </emphasis>
      <?linebreak?>V = vraag verbalisant <?linebreak?>A = antwoord getuige <?linebreak?></para>
    <parablock>
      <para>V: Wat kun jij vertellen over jouw contact met [slachtoffer] , kortom wat is hij van jou?</para>
      <para>A: Hij is mijn broertje. Hij is ongeveer 3 of 4 jaar jonger. Ik ben 17 jaar.<?linebreak?>V: Wat weet jij over wat [slachtoffer] zou zijn overkomen? <?linebreak?>A: Ik weet nog precies waar ik was. Ik was bij mijn vriendin en hij appte mij dat er iets gebeurd was en dat hij geen maagd meer was. Ik belde hem op en vroeg wat er gebeurd was. Hij zei dat hij naar een man was gegaan en ik dacht al: dat is fout. Hij zei op dat moment ook dat hij niet wist of hij het wilde maar dat het toch gebeurd was. Ik dacht weer, het is foute boel. Ik vroeg of hij wist wie het was. Hij wist dit niet helemaal, hij wist alleen waar die man woonde en verder niet veel. Ik vond dat niet normaal en heb er later thuis met hem over gesproken. Hij vond het ook lastig om het aan papa en mama te vertellen. <?linebreak?>V: Je vertelt dat hij jou appte en dat hij typt dat hij geen maagd meer is. Je zei dat jij hem belde. Wat heeft hij toen aan de telefoon verteld? <?linebreak?>A: Toen was het een eerste shock en wist hij niet helemaal wat er was gebeurd. Hij zei dat hij net seks had gehad. Ik vroeg hoe het was gebeurd en met wie het was gebeurd. (...) Hij zei toen dat hij naar een man was geweest die ook in Nuenen woonde. Hij heeft nooit in detail verteld wat er precies gebeurd is maar wel hoe de afspraak ging en wat er omheen gebeurde. <?linebreak?>V: Je vertelde dat [slachtoffer] jou verteld heeft wat er is gebeurd op seksueel gebied, maar niet in details. Wat heeft hij wel gezegd? <?linebreak?>A: Hij heeft gezegd dat hij daar naar toe was gegaan en daar naar binnen ging. Volgens mij zei [slachtoffer] dat [slachtoffer] hem gepijpt had of andersom of beide dat weet ik niet meer. Daarna hadden ze seks gehad en nadat die man klaar was, soort van, dat [slachtoffer] pijn had onder en vertelde [slachtoffer] dat hij even moest zitten en direct daarna naar huis was gegaan. Hij zei ook dat hij toen hij thuis kwam zichzelf gedoucht had en gescrubt had met een scrub omdat hij zich vies voelde. <?linebreak?>V: Je zegt, dat ze seks hadden gehad en hij pijn had van onder. Wat bedoel je? <?linebreak?>A: Hij had pijn bij zijn kont omdat ze zo seks hadden gehad.<?linebreak?>V: Heeft [slachtoffer] verteld wat er dan bij zijn kont was gebeurd? <?linebreak?>A: Dat die man zijn piemel daarin had gedaan.<?linebreak?>V: Wanneer is dat gebeurd tussen [slachtoffer] en die man? <?linebreak?>A: Het was dezelfde dag dat [slachtoffer] het aan mij verteld had, dus de dag dat het gebeurd was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">3. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 december 2021, dossierpagina 47 tot en met 51, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] : </emphasis>
      <?linebreak?>V = vraag verbalisant <?linebreak?>A = antwoord getuige </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Wist jij dat [slachtoffer] aangifte had gedaan bij de politie? <?linebreak?>A: Ja, we praten echt over alles zeg maar. We zitten bij elkaar op school en de dag dat het was gebeurd, heeft hij het mij meteen daarna verteld. Hij was best wel geshockeerd. (...)<?linebreak?>V: Wat kun jij vertellen over jouw contact met [slachtoffer] , kortom wat is hij van jou?<?linebreak?>A: Wij zijn wel echt beste vrienden van elkaar. We kennen elkaar sinds de eerste klas van de middelbare school. We spreken elkaar eigenlijk iedere dag en we spreken ook veel af. We delen alles met elkaar. Als er iets gebeurt met hem ben ik de eerste die dat hoort en andersom is dat ook zo.<?linebreak?>V: Wat heeft hij dan verteld? <?linebreak?>A: Hij belde mij op nadat het was gebeurd. (…) Hij zei dat hij binnen kwam. (…) daarna waren ze naar het bed gegaan. Toen begon hij [slachtoffer] meteen anaal te nemen volgens mij. Het zou ook kunnen dat [slachtoffer] hem eerst moest pijpen en het daarna was gebeurd (…). [slachtoffer] zei dat het veel pijn deed (…). <?linebreak?>V: Wanneer zou dit zijn gebeurd? <?linebreak?>A: Ergens in de zomer want ik was in Amsterdam en hij belde mij op. Toen zei hij dus dat dat was gebeurd, hij was geshockeerd en hij was aan het huilen. Hij heeft er nog steeds problemen mee, hij zit er echt mee, ook op school. Hij praat er ook over met docenten maar het meeste met mij.<?linebreak?>V: Waar zou dit zijn gebeurd? <?linebreak?>A: In die man zijn huis</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juni 2022, dossierpagina 67 en 68, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] : </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door mij werd de inhoud van de telefoon met goednummer 1936051 veiliggesteld. Deze telefoon behoort in eigendom toe aan: [verdachte] . Door mij werd onderzoek gedaan naar de veiliggestelde gegevens van bovengenoemde telefoon. (...) Ik zag dat in de telefoon de volgende accounts waren ingelogd, of in het verleden zijn ingelogd:<?linebreak?>- Instagram account [accountnaam 3] (Ingelogd)<?linebreak?>- Instagram account [accountnaam 4] (Ingelogd) met biografie: Ik ben 22jaar I’m top 21cm ik woon in nuenen. <?linebreak?>- Snapchat account [accountnaam 5] (Ingelogd)<?linebreak?>- Snapchat account [accountnaam 6] (Uitgelogd)<?linebreak?>- Snapchat account [accountnaam 7] (Uitgelogd)<?linebreak?>- Snapchat account [accountnaam 8] (Uitgelogd)<?linebreak?>- Snapchat account [accountnaam 9] (Uitgelogd)<?linebreak?>- Snapchat account [accountnaam 9] (Uitgelogd) <?linebreak?>Ik zag dat de accounts wachtwoorden gebruikten die overeenkwamen met de naam van de gebruiker van de telefoon. Ik zag dat de Snapchat accounts [accountnaam 6] , [accountnaam 7] en [accountnaam 8] alle drie hetzelfde wachtwoord gebruikten. Ik zag dat de Snapchat accounts [accountnaam 5] , [accountnaam 9] en [accountnaam 9] alle drie hetzelfde wachtwoord gebruikten, sterk gelijkend op het wachtwoord van de andere drie accounts. Een overzicht van de accounts met gebruikte wachtwoorden en omschrijving is als bijlage 3 aan dit proces-verbaal toegevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bijlage 3 bij dit proces-verbaal op dossierpagina 91-92 houdt onder meer in:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Passwords</para>
    </parablock>
    <para>1. server: snapchat.com, account: [accountnaam 5] , data: [wachtwoord 1] </para>
    <para>2. server: snapchat.com, account [accountnaam 9] , data: [wachtwoord 1]</para>
    <para>3. server: snapchat.com, account: [accountnaam 9] , data: [wachtwoord 1]</para>
    <para>4. server: snapchat.com, account [accountnaam 7] , data: [wachtwoord 2]</para>
    <para>5. server: snapchat.com, account [accountnaam 8] , data: [wachtwoord 2]</para>
    <para>6. server: snapchat.com, account [accountnaam 6] , data: [wachtwoord 2]<?linebreak?></para>
    <bridgehead role="bold">5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 23 mei 2022 (met bijlage), dossierpagina 112 tot en met 119, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] : </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>V = vraag verbalisant <?linebreak?>A = antwoord verdachte <?linebreak?></para>
      <para>V: Sinds wanneer woon jij op [adres 1] ?<?linebreak?>A: Sinds 1 juli 2021.<?linebreak?>V: Met wie woon jij daar?<?linebreak?>A: Ik woon daar alleen.<?linebreak?>V: Hoe noem jij jezelf bij andere mensen?<?linebreak?>A: Met mijn voornaam [verdachte] .<?linebreak?>V: Hoe noem jij je op Instagram?<?linebreak?>A: [accountnaam 3] <?linebreak?>V: Waar komt de naam/afkorting [verdachte] vandaan?<?linebreak?>A: [verdachte] is de oude naam van [geboorteplaats] .<?linebreak?>V: Wat is je gebruikersnaam en wachtwoord op Instagram?<?linebreak?>A: De gebruikersnaam is [accountnaam 3] . Mijn wachtwoord is [wachtwoord 2] of [wachtwoord 1] .<?linebreak?>V: Met welk apparaat zit jij op social media?<?linebreak?>A: Met mijn iPhone.<?linebreak?>V: Hoelang heb je deze telefoon al?<?linebreak?>A: Sinds 1,5 jaar geleden ongeveer.<?linebreak?>V: Wie maakt er gebruik van jouw telefoon?<?linebreak?>A: Niemand, want ik heb niemand, omdat ik alleen woon.<?linebreak?>V: Wie weet het wachtwoord van jouw telefoon?<?linebreak?>A: Niemand, ik gebruik alleen de telefoon zelf.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">6. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 juli 2022 (met bijlage), dossierpagina 130 tot en met 137, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] : </bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>V = vraag verbalisant <?linebreak?>A = antwoord verdachte </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: We hebben het eerder gehad over de Snapchat accounts. Zijn deze beveiligd?<?linebreak?>A: Het [accountnaam 5] account is beveiligd met een wachtwoord.<?linebreak?>V: Wat is het wachtwoord hiervan?<?linebreak?>A: [wachtwoord 1] .<?linebreak?>V: In je Snap, Instagram en Tinder berichten, schrijf je in het Nederlands.<?linebreak?>A: Ik doe dat allemaal via Google vertaler.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7. Een schriftelijk bescheid, te weten een schermafdruk van een Snapchatgesprek tussen [accountnaam 7] (‘ [accountnaam 2] ’) en [slachtoffer] (‘IK’), bijlage 1 bij het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 6 januari 2022, dossierpagina 43, voor zover inhoudende:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>IK: Zullen we anders daar afspreken.<?linebreak?>[accountnaam 2] : Ah<?linebreak?>IK: Nee geen seks maar gwn pijpen. Zal ik over 5 min bij dat veldje staan. Maar ben jij daar dan ook over 5 minuten?<?linebreak?>[accountnaam 2] : Ok 10 minu<?linebreak?>IK: Ok <?linebreak?>[accountnaam 2] : Wil jij hier komen<?linebreak?>IK: Ja op dat veldje <?linebreak?>[accountnaam 2] : Waar ben je nu<?linebreak?>IK: Ik ben er bijna <?linebreak?>8. De verklaring van de verdachte afgelegd op de terechtzitting in hoger beroep van <?linebreak?>13 december 2024: </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik woon aan [adres 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U toont mij een foto van Google Streetview van de voorkant van mijn woning. U wijst op deze foto aan dat op het straatnaambordje op die foto te zien is dat de straat die voor mijn voordeur loopt [adres 2] is. Dat klopt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U toont mij een andere foto van Google Streetview. U vraagt mij of daarop de achterkant van mijn woning te zien is. Dat klopt. U houdt mij voor dat de straat die aan de achterkant van mijn woning loopt volgens Google Streetview, de [adres 1] is. Dat klopt.     </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U houdt mij de foto op pagina 54 van het politiedossier voor, afkomstig van het Instagram account met de gebruikersnaam [accountnaam 3] . Ik ben de man op deze foto.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de</para>
      <para>feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw van de verdachte heeft zich – op de gronden als weergegeven in de ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitnota – primair op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. <?linebreak?>Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat de verdachte partieel van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, namelijk voor zover dat ziet op het duwen/brengen van verdachtes penis in de anus van [slachtoffer] . Daartoe is aangevoerd dat er de nodige vraagtekens bij de geloofwaardigheid van de verklaring van [slachtoffer] over de anale penetratie kunnen worden geplaatst. De verklaringen van de getuigen, die zich baseren op wat [slachtoffer] hen daarover heeft verteld, kunnen naar de mening van de raadsvrouw om die reden ook niet voor het bewijs worden gebruikt. Uit het dossier volgen verder onvoldoende bewijsmiddelen voor de anale penetratie zodat wettig en overtuigend bewijs voor dat bestanddeel ontbreekt, aldus de raadsvrouw. <?linebreak?>Voorts acht de raadsvrouw niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde meermalen heeft gepleegd, zoals de rechtbank heeft bewezenverklaard. <?linebreak?>De verklaring van [slachtoffer] over een tweede afspraak tussen hem en de verdachte wordt niet bevestigd door de getuigen zodat wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte zich meermalen aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt ontbreekt, aldus de raadsvrouw.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dienaangaande als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer] , zoals aan hem ten laste is gelegd. De verdachte heeft stellig ontkend dat hij seksuele handelingen met [slachtoffer] heeft verricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het feit dat in de regel slechts twee personen aanwezig zijn bij de beweerde seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader. Wanneer de veronderstelde dader de seksuele handelingen ontkent, leidt dat in veel gevallen ertoe dat slechts de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer als wettig bewijs beschikbaar zijn. Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is echter de enkele verklaring van één getuige (het veronderstelde slachtoffer) onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Hier staat echter tegenover dat in zedenzaken een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer reeds voldoende wettig bewijs van het tenlastegelegde feit kan opleveren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof dient in voormeld verband te beoordelen of de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar zijn. Daarnaast zal het hof moeten bepalen of voor de verklaringen van [slachtoffer] voldoende (steun)bewijs in het procesdossier aanwezig is. De juistheid van de kern van de tenlastelegging moet – met andere woorden – niet alleen uit de (betrouwbaar bevonden) gebezigde verklaringen van [slachtoffer] volgen, maar ook uit ander bewijsmateriaal dat bovendien afkomstig moet zijn uit een andere bron.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer] heeft bij de politie tijdens een informatief gesprek en in zijn uitgebreide aangifte belastende verklaringen afgelegd over de verdachte. Het hof stelt vast dat deze verklaringen van [slachtoffer] gedetailleerd zijn en op belangrijke onderdelen met elkaar overeenstemmen en in zoverre consistent zijn. In deze verklaringen heeft [slachtoffer] – kort samengevat – aangegeven dat hij via Snapchat met ene ‘ [verdachte] ’ in contact is gekomen, dat zij in een chatgesprek afspraken dat [slachtoffer] deze [verdachte] zou pijpen, dat dit op 14 augustus 2021 in de woning van [verdachte] is gebeurd en dat, nadat [slachtoffer] [verdachte] had gepijpt, [verdachte] [slachtoffer] anaal heeft gepenetreerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze verklaringen van [slachtoffer] worden op wezenlijke onderdelen ondersteund door de (getuigen)verklaringen van zijn broer [getuige 1] en de beste vriendin van [slachtoffer] , [getuige 2] . Hoewel de verklaringen van de broer en de vriendin van [slachtoffer] grotendeels rechtstreeks te herleiden zijn naar [slachtoffer] als bron, neemt dat – gelet op de overeenstemming tussen die verklaringen en de verklaring van [slachtoffer] ter zake van de tenlastegelegde seksuele handelingen – naar het oordeel van het hof niet weg dat deze verklaringen de belastende verklaring van [slachtoffer] ondersteunen en in zoverre de betrouwbaarheid van zijn verklaring onderstrepen. Daarbij neemt het hof in het bijzonder in aanmerking dat de broer en de vriendin van [slachtoffer] uit eigen waarneming hebben verklaard over de emotionele toestand van [slachtoffer] toen hij hen vertelde over wat hem was overkomen.  <?linebreak?>De verklaringen van [slachtoffer] vinden voorts steun in het chatgesprek tussen [slachtoffer] en [accountnaam 7] dat zich in het dossier bevindt, waarin de (seks)afspraak wordt gemaakt waarover [slachtoffer] verklaart. Uit het onderzoek door de politie van de inhoud van de telefoon van de verdachte is gebleken dat de verdachte gebruik maakt(e) van Snapchat accounts met de gebruikersnamen [accountnaam 7] en [accountnaam 8] . Ook is daaruit gebleken dat beide accounts hetzelfde wachtwoord gebruiken dat overeenkomt met de naam van de verdachte.<?linebreak?></para>
      <para>De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep als verweer aangevoerd dat een hacker het Snapchat account [accountnaam 7] (en andere accounts) op zijn telefoon heeft geïnstalleerd en vanuit dat account de gewraakte chatberichten aan [slachtoffer] heeft gestuurd. Dit zou zijn gebeurd door of namens mensen uit Jemen teneinde de verdachte – die zegt om politieke redenen uit Jemen te zijn gevlucht – onder druk te zetten om terug te keren naar Jemen en zaken met hen te doen. <?linebreak?>Deze door de verdachte aangevoerde omstandigheden zijn door hem niet nader onderbouwd. Voor dit ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebrachte alternatieve scenario van de verdachte, ziet het hof ook overigens geen begin van aannemelijkheid. Het hof gaat daar dan ook aan voorbij.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Daar komt bij dat de verdachte heeft erkend de enige gebruiker van zijn woning en zijn telefoon te zijn en dat hij gebruik maakt van het Instagram account [accountnaam 3] . Ter terechtzitting in hoger beroep heeft hij verklaard dat hij de persoon is op de foto uit dit account waarop [slachtoffer] de man heeft herkend met wie hij seks heeft gehad.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij zijn aangifte heeft [slachtoffer] een tekening gemaakt van de indeling van de woning van de verdachte <emphasis role="italic">(dossier niet genummerde p. 31).</emphasis> Ook heeft [slachtoffer] een tekening gemaakt en een beschrijving gegeven van de slaapkamer van de verdachte <emphasis role="italic">(dossier p. 23 en niet genummerde p. 32).</emphasis> De door [slachtoffer] gemaakte tekening van de slaapkamer en de door hem gegeven beschrijving daarvan zijn gedetailleerd en komen op belangrijke onderdelen overeen met de situatie die de verbalisanten in de slaapkamer van de verdachte hebben aangetroffen <emphasis role="italic">(dossier p. 55).</emphasis> De verbalisanten zagen dat in de slaapkamer van de verdachte een tweepersoons bed stond met daarop een tropisch gekleurd dekbedovertrek, dat tegenover het bed een houten kast stond met twee deuren waarbij op de rechterdeur een spiegel was gemonteerd en dat op de vloer van de slaapkamer laminaat lag zoals [slachtoffer] ook allemaal heeft beschreven en (deels) heeft getekend. Ook de door [slachtoffer] gemaakte tekening van de indeling van de woning vertoont sterke overeenkomsten met de situatie zoals die door de verbalisanten is waargenomen. Dit alles brengt het hof tot het oordeel dat [slachtoffer] in de woning van de verdachte is geweest. Dat [slachtoffer] een beschrijving heeft gegeven van die woning die niet in zijn geheel overeenkomt met de werkelijkheid, doet aan dat oordeel van het hof niet af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande leidt ertoe dat de verklaringen van [slachtoffer] over de gebeurtenissen in de woning van de verdachte aan [adres 1] op het hof authentiek en betrouwbaar overkomen, zodat deze bruikbaar zijn om te bezigen tot het bewijs en ook daartoe worden gebezigd. Het hof ziet in hetgeen door de verdachte is aangevoerd ook geen aanleiding om te veronderstellen dat [slachtoffer] onwaarachtige verklaringen heeft afgelegd over de bewezenverklaarde seksuele handelingen die door de verdachte zijn gepleegd, temeer nu de tot het bewijs gebezigde inhoud van de verklaringen, zoals hiervoor reeds is overwogen, voldoende steun vinden in de overige bewijsmiddelen. Hetgeen overigens door de raadsvrouw ter betwisting van de betrouwbaarheid van [slachtoffer] nog als verweer is aangevoerd, dwingt evenmin tot een ander oordeel.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht daarmee bewezen dat de verdachte op 14 augustus 2021 in zijn woning aan [adres 1] ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] , inhoudende dat [slachtoffer] daar de verdachte heeft gepijpt en dat de verdachte [slachtoffer] anaal heeft gepenetreerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verklaringen van [slachtoffer] over een tweede afspraak met de verdachte, ongeveer een week na de gebeurtenissen op 14 augustus 2021, waarbij [slachtoffer] nogmaals naar de woning van de verdachte zou zijn gegaan en de verdachte hem daar opnieuw anaal gepenetreerd zou hebben, worden niet ondersteund door ander bewijs. Het hof acht met de verdediging dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde meermalen heeft gepleegd zoals de rechtbank heeft bewezenverklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien het bovenstaande verwerpt het hof de overige tot (partiële) vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in al hun onderdelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Resumerend acht het hof, gelet op het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van </para>
    </parablock>
    <para>18 maanden met aftrek van het voorarrest. Voorts is een contactverbod opgelegd in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof deze opgelegde straf en maatregel zal bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft het hof verzocht om aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf maar een taakstraf op te leggen. Daartoe is door de raadsvrouw aangevoerd dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ertoe zal leiden dat de verdachte zijn baan en woning zal kwijtraken met alle gevolgen van dien.  <?linebreak?></para>
      <para>Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. In het bijzonder is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. <?linebreak?></para>
      <para>Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich in 2021 schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met de toen 14-jarige [slachtoffer] . De verdachte was destijds 30 jaar oud. Hij had via Snapchat contact met de voor hem toen nog onbekende minderjarige jongen en heeft met hem afgesproken in de buurt van verdachtes woning. In die woning heeft [slachtoffer] de verdachte gepijpt en heeft de verdachte anale seks gehad met [slachtoffer] . De verdachte wist voordat de afspraak met [slachtoffer] werd gemaakt van de jonge leeftijd van [slachtoffer] . Dat heeft hem niet van zijn gedragingen weerhouden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is algemeen bekend dat een dergelijk feit grote schade kan toebrengen aan de verdere ontwikkeling van kinderen, hetgeen tevens is gebleken uit de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer als benadeelde partij. Op seksueel gebied zijn zij namelijk nog niet volgroeid en kunnen zij niet geacht worden om zelfstandig de gevolgen van seksueel contact met een volwassene voldoende in te schatten. De verdachte heeft volledig miskend dat [slachtoffer] juist bescherming behoefde tegen seksuele benadering door een volwassene. De verdachte heeft uitsluitend oog gehad voor de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens en heeft door zijn handelen het risico voor lief genomen dat hij de normale seksuele ontwikkeling van het slachtoffer ernstig zou verstoren. Door zijn handelen heeft de verdachte dan ook een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] . De verdachte heeft voorts geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en heeft geen enkel probleembesef getoond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof rekent het de verdachte dan ook ernstig aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de  Justitiële Documentatie d.d. 14 oktober 2024, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Wel is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Door en namens de verdachte is bij die gelegenheid naar voren gebracht dat de verdachte bij de gemeente een werktraject volgt, dat hij een studieschuld heeft en dat hij bijna klaar is met zijn inburgering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat, in het bijzonder gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen door dit hof worden opgelegd en mede vanuit een oogpunt van een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet het hof, mede gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, geen aanleiding tot het opleggen van een taakstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende en nu het hof, anders dan de rechtbank, niet bewezen acht dat de verdachte zich een tweede keer schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer] , acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van </para>
    </parablock>
    <para>12 maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden.  </para>
    <para>
      <?linebreak?>Anders dan de advocaat-generaal, acht het hof de oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van een contactverbod als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht niet passend en geboden. Het hof heeft daarbij acht geslagen op het relatief lange tijdsverloop sedert het plegen van het feit, waarin niet gebleken is dat de verdachte nog in enigerlei vorm contact heeft gezocht met [slachtoffer] . Het hof hecht geloof aan de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat hij ook geen contact wenst met [slachtoffer] . Op dit moment zijn er ook geen aanwijzingen dat de verdachte opnieuw contact zal zoeken met [slachtoffer] . </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het hof, anders dan de rechtbank, niet komt tot oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van een contactverbod als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, zal het hof het door de rechtbank gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van deze door de rechtbank opgelegde maatregel opheffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 22.176,42, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering valt uiteen in de volgende bedragen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Reiskosten: 				€        26,42<?linebreak?>2. Kosten door studievertraging: 	€ 16.650,00<?linebreak?>Totale materiële schade: 		€ 16.676,42 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Immateriële schade: 			€   5.500,00 <?linebreak?><emphasis role="bold">Totale gevorderde schadevergoeding: € 22.176,42</emphasis><?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank heeft de vordering bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van <?linebreak?>€ 3.526,42, bestaande uit € 26,42 aan materiële schade en € 3.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, en onder niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij voor het meer of anders gevorderde. <?linebreak?></para>
      <para>De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat het hof, indien het tot een bewezenverklaring komt, dezelfde beslissing op de vordering van de benadeelde partij kan nemen als de rechtbank heeft gedaan. <?linebreak?></para>
      <para>Het hof is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële en immateriële schade heeft geleden. Het hof overweegt daartoe als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade </emphasis>
      </para>
      <para>De vordering tot schadevergoeding, voor zover die ziet op reiskosten die zijn gemaakt ten behoeve van de behandeling door een psycholoog, is door de verdediging niet inhoudelijk betwist en door de benadeelde partij voldoende onderbouwd, zodat het hof van oordeel is dat het daarmee samenhangende gestelde bedrag van € 26,42 toewijsbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat thans, in het kader van deze strafrechtelijke procedure, bij gebreke van een voldoende onderbouwing, onvoldoende kan worden vastgesteld of, en zo ja, in hoeverre, de gestelde studievertraging het rechtstreekse gevolg is van het bewezenverklaarde strafbare feit. Een nader onderzoek naar de causaliteit zou naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Mitsdien zal het hof de vordering van de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan deze schadepost slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen, die in een civiele procedure beter dan de strafrechter is toegerust om te beoordelen of de vordering tot schadevergoeding als gevolg van de gestelde studievertraging voor toewijzing in aanmerking komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Met betrekking tot de gestelde immateriële schade overweegt het hof als volgt. Immateriële schade komt in dit geval slechts dan voor vergoeding in aanmerking indien deze schade valt onder het bereik van artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Van de hier bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is op grond van het onderzoek ter terechtzitting van oordeel dat van een aantasting in de persoon op andere wijze sprake is. </para>
      <para>Uit de – namens de benadeelde partij – mondeling gegeven toelichting ter terechtzitting in hoger beroep is het hof gebleken dat de benadeelde partij ten gevolge van het bewezenverklaarde psychische schade heeft geleden. De advocaat van de benadeelde partij heeft in dit verband immers gesteld dat de benadeelde ten gevolge van de gebeurtenissen geruime tijd last heeft gehad van psychische klachten. Daarvoor is tevens hulpverlening ingeschakeld. Een en ander is door de benadeelde partij onderbouwd met producties.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bovendien stelt het hof vast dat het een feit van algemene bekendheid is dat zedendelicten als de onderhavige een ernstige inbreuk op de integriteit en persoonlijke levenssfeer van slachtoffers opleveren en dat slachtoffers nog geruime tijd met de psychische gevolgen daarvan te kampen kunnen hebben. De aard en de ernst van de normschending brengen naar het oordeel van het hof dan ook mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat reeds daarom een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is dus van oordeel dat het gestelde geestelijk letsel dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte is opgetreden valt onder het bereik van artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, voor zover daarvan uit de overgelegde bescheiden is gebleken, alsmede gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, begroot het hof de immateriële schade die benadeelde rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit heeft geleden op grond van deze strafrechtelijke procedure naar billijkheid op een bedrag van € 3.500,00. Het meer of anders gevorderde met betrekking tot deze schadepost zal worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Resumé</emphasis>
        <?linebreak?>Gelet op vorenstaande is het hof van oordeel dat de vordering tot schadevergoeding kan worden toegewezen tot een bedrag van € 3.526,42, bestaande uit € 26,42 aan materiële schade en € 3.500,00 aan immateriële schade. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
        <?linebreak?>Het toe te wijzen bedrag aan materiële en immateriële schadevergoeding zal, zoals is gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2021, zijnde de datum delict, tot aan de dag der algehele voldoening.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof zal de verdachte, die als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten aan de zijde van de benadeelde partij. Voorts zal de verdachte worden veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging van dit arrest door de benadeelde partij nog te maken kosten. Beide kostenposten worden tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel t.b.v. [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer] is toegebracht tot een bedrag van € 3.526,42. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gijzeling </emphasis>
      </para>
      <para>Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 63 en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</title>
    <para>wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 3.526,42 (drieduizend vijfhonderdzesentwintig euro en tweeënveertig cent) bestaande uit € 26,42 (zesentwintig euro en tweeënveertig cent) materiële schade en € 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">€ 2.000,00 (tweeduizend euro) aan immateriële schade</emphasis> af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van </para>
      <para>€ 3.526,42 (drieduizend vijfhonderdzesentwintig euro en tweeënveertig cent) bestaande uit </para>
      <para>€ 26,42 (zesentwintig euro en tweeënveertig cent) materiële schade en € 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 45 (vijfenveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 14 augustus 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het door de rechtbank gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de door de rechtbank opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. M.C.C. van de Schepop, voorzitter,</para>
      <para>mr. S.V. Pelsser en mr. R.G.A. Beaujean, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.J.G. Streutjes, griffier,</para>
      <para>en op 14 januari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Mr. M.C.C. van de Schepop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.  </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>