<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:2932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-05T19:38:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-002909-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2024:7052" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2024:7052, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2932">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-05T19:37:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2932 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-10-2025 / 20-002909-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2932:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de verwerping van het bewijsverweer, het (voorwaardelijk) verzoek tot het horen van getuigen, de bewijsmiddelen, de kwalificatie, de strafmotivering en de toepasselijke wettelijke voorschriften.</para>
        <para>Verwerping van het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting: Het hof houdt het ervoor dat de verdachte vrijwillig en ondubbelzinnig toestemming heeft gegeven voor de doorzoeking van zijn auto. Het hof verwerpt het verweer van de raadsman, omdat van een vormverzuim niet is gebleken.</para>
        <para>Het hof wijst het voorwaardelijk verzoek van de verdediging tot het horen van vier verbalisanten als getuige af.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2932:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-002909-24 </para>
  <para>Uitspraak	: 21 oktober 2025</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 22 oktober 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-029039-24 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, </para>
      <para>thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, </para>
      <para>postadres: [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast heeft de rechtbank de teruggave gelast aan de verdachte van een inbeslaggenomen telefoon en heeft zij de inbeslaggenomen verdovende middelen onttrokken verklaard aan het verkeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft hij het voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van vier verbalisanten als getuige. Meer subsidiair heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de verwerping van het bewijsverweer, het (voorwaardelijk) verzoek tot het horen van getuigen, de bewijsmiddelen, de kwalificatie, de strafmotivering en de toepasselijke wettelijke voorschriften.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bespreking van het bewijsverweer (onrechtmatig verkregen bewijs)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken, omdat sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, hetgeen tot bewijsuitsluiting moet leiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft hiertoe betoogd dat sprake is geweest van een onrechtmatige doorzoeking van de auto van de verdachte, omdat de politie dit dwangmiddel zonder toestemming van de verdachte en zonder redelijk vermoeden van schuld heeft ingezet. Dit is volgens de raadsman een zodanig ernstig en onherstelbaar vormverzuim, waarbij een aanzienlijke inbreuk is gemaakt op de privacy van de verdachte, dat bewijsuitsluiting het enige passende rechtsgevolg kan zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verstaat het verweer aldus dat de raadsman ervoor pleit dat de bewijsuitsluiting ziet op de in de auto van de verdachte aangetroffen verdovende middelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt omtrent het verweer van de verdediging het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het proces-verbaal van bevindingen van 24 oktober 2023, opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] is onder meer gerelateerd dat:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verbalisant [verbalisant 4] een gesprek met de verdachte aanknoopte in de Engelse taal, waarbij de verdachte heeft gezegd: “Ik ben wezen shoppen met mijn vrouw en kind in Tilburg. Ik heb hier ook gegeten samen met mijn vrouw en mijn kind. Deze zitten nu ook in de auto.” of woorden van gelijke strekking.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verbalisant [verbalisant 4] aan de verdachte heeft gevraagd of hij het voertuig mocht doorzoeken, waarbij de verdachte is medegedeeld dat hij niet verplicht was hieraan medewerking te verlenen. Hieraan voegde de verbalisant toe dat het aantreffen van strafbare zaken zou kunnen leiden tot strafvervolging. Hierop hoorde de verbalisant de verdachte zeggen: “Ja hoor, geen probleem. Ik heb niets strafbaars bij mij. Ik blow niet en gebruik geen drugs.” of woorden van gelijke strekking.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de inhoud van dit proces-verbaal zou geconcludeerd kunnen worden dat de verdachte, anders dan de verdediging heeft aangevoerd, wel toestemming heeft gegeven voor de doorzoeking van zijn auto.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep echter aangevoerd (onder verwijzing naar hetgeen is opgenomen in de appelschriftuur) dat aan de mededelingen van de verbalisanten kan worden getwijfeld, omdat</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verdachte de Engelse taal onvoldoende machtig zou zijn,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>uit het proces-verbaal niet duidelijk kan worden afgeleid hoe het gesprek is verlopen (welke begrippen hebben de verbalisanten gehanteerd), </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verbalisanten in verschillende gradaties aangeven in hoeverre de verdachte de Engelse taal machtig was,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de partner van de verdachte heeft verklaard dat zij alleen zag dat verdachte met zijn armen zwaaide en “why, why, why’’ riep, en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>aan de verslaglegging in het proces-verbaal getwijfeld kan worden en deze onvoldoende controleerbaar is.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft de verdachte ter terechtzitting bij de rechtbank verklaard dat er van een gesprek met de verbalisanten in het geheel geen sprake is geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat uit bovengenoemd proces-verbaal van bevindingen, in combinatie met het proces-verbaal van verhoor verdachte van 24 oktober 2023 en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, blijkt dat de verdachte de Engelse taal voldoende machtig is, zodat het hof het ervoor houdt dat hij vrijwillig en ondubbelzinnig toestemming heeft gegeven voor de doorzoeking van zijn auto.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de eerste plaats hanteert het hof het uitgangspunt dat wat een verbalisant op ambtseed of ambtsbelofte relateert, juist is, tenzij er een gegronde reden bestaat om hieraan te twijfelen. Een dergelijke reden ziet het hof niet. Juist de concrete bewoordingen waarin verbalisant [verbalisant 4] beschrijft wat de verdachte hem heeft medegedeeld, zijn een duidelijke aanwijzing dat de verdachte met de verbalisant een gesprek heeft gevoerd. Hieraan doet niet af dat de vragen die de verbalisant aan de verdachte heeft gesteld in het proces-verbaal van bevindingen niet letterlijk zijn opgenomen.</para>
      <para>Het hof acht de verklaring die de verdachte bij de rechtbank heeft afgelegd, inhoudende dat hij geen gesprek heeft gevoerd met de politie, dan ook ongeloofwaardig en schuift deze terzijde. Evenals de rechtbank kan het hof geen doorslaggevende betekenis toekennen aan de verklaring van de partner van de verdachte, nu zij in de auto zat en niet alles heeft gehoord wat werd gezegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tweede plaats is hetgeen de verdachte blijkens het proces-verbaal van bevindingen tegen de verbalisant heeft gezegd, door hemzelf bevestigd. In zijn verklaring bij de politie op 24 oktober 2023 (dossierpagina 43), waarbij hij is bijgestaan door een tolk Pools en zijn advocaat, heeft de verdachte ook verklaard dat hij de desbetreffende dag in Tilburg is geweest en dat hij daar onder meer heeft gegeten en gewinkeld. Ook heeft hij verklaard dat hij geen drugs gebruikt en geen cannabis (meer) rookt. Ook ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte dit bevestigd. Hieruit volgt dat de verdachte de Engelse taal voldoende machtig is geweest om te begrijpen wat hem is gevraagd en om hierop antwoord te geven.</para>
      <para>Het hof ziet ook niet een zodanige discrepantie in de kwalificaties ‘de Engelse taal goed machtig zijn’ en ‘de Engelse taal in voldoende mate beheersen’ dat op grond hiervan tot een andere conclusie moet worden gekomen. Bovendien heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep (zie het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof op 7 oktober 2025) verklaard dat hij ‘basis Engels’ beheerst en ook met zijn oud-collega [naam] (die van Albanese afkomst is) en de Marokkaanse man die de verdovende middelen in zijn auto zou hebben gelegd, sprak in de Engelse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van deze overwegingen verwerpt het hof het verweer van de raadsman, omdat van een vormverzuim niet is gebleken. Met verwerping van dit verweer verwerpt het hof ook het verweer dat de beweerde onrechtmatige doorzoeking van de auto van de verdachte (subsidiair) zou moeten leiden tot strafvermindering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In hoger beroep gedaan (voorwaardelijk) verzoek tot het horen van getuigen</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht de verbalisanten [verbalisant 4] , [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 1] als getuige te horen indien het hof van oordeel is dat de auto van de verdachte rechtmatig is doorzocht. De verdediging wenst deze getuigen te horen over de volgens hen gegeven toestemming door de verdachte voor het doorzoeken van zijn auto.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof wijst het verzoek van de verdediging af en overweegt hiertoe het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek tot het horen van de verbalisanten dient ter onderbouwing van een beroep op een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Van de</para>
      <para>verdediging, die met het oog op de onderbouwing van een dergelijk verweer verzoekt getuigen te horen aan de hand waarvan zij de rechtmatigheid van het voorbereidend  onderzoek aan de orde wil stellen, mag worden gevergd dat zij gemotiveerd uiteenzet waarom daartoe onderzoek moet worden verricht. Van de zijde van de verdediging is aangevoerd dat de verbalisanten bevraagd dienen te worden over de exacte bewoordingen en juridische termen die zij hebben gebruikt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bespreking van het bewijsverweer heeft het hof overwogen, dat én waarom het niet twijfelt aan de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] . Weliswaar staat daarin in het Nederlands omschreven wat de verbalisant [verbalisant 4] heeft gevraagd en wat daarop is geantwoord, echter het hof acht zich, zoals hierboven eveneens toegelicht, met de verklaring van de verdachte bij de politie en zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep over de mate waarin hij de Engelse taal beheerst, voldoende voorgelicht over de strekking van hetgeen is besproken en de mate waarin dit door de verdachte is begrepen. Het hof zal derhalve niet overgaan tot het alsnog horen van de verbalisanten over de exacte bewoordingen van hun vraagstelling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanvulling van de bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft geconstateerd dat de gebezigde bewijsmiddelen, onder handhaving voor het overige, aanvulling behoeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In aanvulling op de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen bezigt het hof het navolgende bewijsmiddel tot het bewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De kennisgevingen van inbeslagneming, registratiedatum 24 oktober 2023, dossierpagina’s 57, 58, 60, 61, 63, 64, 66 en 67, voor zover inhoudende:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 oktober 2023 is te Breda onder [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] , Polen, inbeslaggenomen:</para>
      <para>- 513 gram verdovende middelen (het hof begrijpt: vermoedelijk verdovende middelen) met goednummer (…) 2650861<?linebreak?>Bronpartij 4 behorend bij monster met goednummer 2650862;</para>
      <para>- 1.024 gram verdovende middelen (het hof begrijpt: vermoedelijk verdovende middelen) met goednummer (…) 2650857<?linebreak?>Bronpartij behorend bij monster met goednummer 265058;</para>
      <para>- 1.041 gram verdovende middelen (het hof begrijpt: vermoedelijk verdovende middelen) met goednummer (…) 2650855<?linebreak?>Bronpartij 2, behorend bij monster met goednummer 2650856;</para>
      <para>- 1.028 gram verdovende middelen (het hof begrijpt: vermoedelijk verdovende middelen) met goednummer (…) 2650852<?linebreak?>Hoort bij monster met goednummer 2650854.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat bewijsmiddel 2 van de rechtbank aangevuld dient te worden.</para>
      <para>Voor de leesbaarheid vervangt het hof dit bewijsmiddel in zijn geheel als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van testen verdovende middelen van 24 oktober 2023, dossierpagina’s 14-16, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 oktober 2023 werd een onderzoek ingesteld aan een hoeveelheid verdovende middelen. Deze partij was inbeslaggenomen bij de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] , Polen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:</para>
      <para>- 1028 gram (netto) wit poeder/pasta, (…) 2650852<?linebreak?>1,5 gram als monster NFI: goednummer (…) 2650854<?linebreak?>SIN nummer: AACA1270NL</para>
      <para>- 1041 gram (netto) wit poeder/pasta, (…) 2650855<?linebreak?>1,3 gram als monster NFI: goednummer (…) 2650856<?linebreak?>SIN nummer: AACA1261NL</para>
      <para>- 1024 gram (netto) wit poeder/pasta, (…) 2650857<?linebreak?>1,9 gram als monster NFI: goednummer (…) 265058</para>
      <para>SIN nummer: AACA1262NL</para>
      <para>- 513 gram (netto) tabletten, omgerekend 1282 pillen (…) 2650861<?linebreak?>5 stuks als monster NFI: goednummer (…) 2650862<?linebreak?>SIN nummer: AACA1936NL.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verbeterde lezing van de kwalificatie van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezenverklaring ziet op twee middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten amfetamine en MDMA. Het hof leest de kwalificatie dan ook verbeterd. Het hof is van oordeel dat de verdachte hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. De kwalificatie behoort te luiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanvulling van de strafmotivering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft geconstateerd dat de overweging van de rechtbank ten aanzien van de strafoplegging verbetering behoeft voor zover deze ziet op het verweer van de verdediging dat strafvermindering op haar plaats is omdat in strijd zou zijn gehandeld met artikel 22 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna: de Ambtsinstructie).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft aangevoerd dat sprake is van een vormverzuim, omdat bij de aanhouding van de verdachte in strijd met artikel 22 van de Ambtsinstructie transportboeien zijn aangelegd. Het door de politie aangehaalde gevaar voor ontvluchting omdat de verdachte is aangehouden vanwege de verdenking van het exporteren van een grote hoeveelheid harddrugs, zou hiervoor een onvoldoende onderbouwing vormen. Volgens de verdediging heeft dit onherstelbare vormverzuim geleid tot een schending van de lichamelijke integriteit van de verdachte en dient dit om die reden te leiden tot strafvermindering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hieromtrent overweegt het hof het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 22 van de Ambtsinstructie luidt als volgt:</para>
      <para>Ten behoeve van het vervoer of een verplaatsing kan de ambtenaar een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, handboeien aanleggen indien op grond van de feiten of omstandigheden redelijkerwijs gevaar valt te vrezen voor:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>ontvluchting, of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de veiligheid van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, van de ambtenaar of van derden.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan niet-naleving van voorschriften bij de aanhouding van verdachten, zoals vastgelegd in de Ambtsinstructie, worden aangemerkt als een vormverzuim, zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, dat tot strafvermindering kan leiden.<footnote-ref linkend="_f80e0fe4-d200-4a4f-842b-0e4e8f4cad5c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het proces-verbaal van aanhouding verdachte van 24 oktober 2023 is gerelateerd dat bij het vervoer of de verplaatsing van de verdachte handboeien zijn aangelegd vanwege gevaar voor ontvluchting. Voorts is opgenomen dat de verdachte is aangehouden voor het exporteren van een grote hoeveelheid harddrugs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is met de raadsman van oordeel dat enkel uit het gegeven dat de verdachte is aangehouden voor het exporteren van een grote hoeveelheid harddrugs niet kan worden afgeleid dat redelijkerwijs gevaar valt te vrezen voor ontvluchting; zeker niet nu ook verdachtes partner en kind tijdens de aanhouding aanwezig waren. Echter het hof leidt uit de nadere omschrijving af dat de verbalisanten gelet op de aard van het feit, internationale harddrugs smokkel, in verband met ook de (eigen) veiligheid handboeien hebben aangelegd.  Het hof is van oordeel dat onder die omstandigheden niet gezegd kan worden dat in strijd is gehandeld met de Ambtsinstructie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanvulling van de toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
      <para>De door de rechtbank opgesomde wetsartikelen worden aangevuld met artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht. Dit brengt het hof niet tot de oplegging van een andere straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. J. Platschorre, voorzitter,</para>
      <para>mr. S. Riemens en mr. A.C. van Campen, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R. Goevaerts, griffier,</para>
      <para>en op 21 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f80e0fe4-d200-4a4f-842b-0e4e8f4cad5c" label="1">
    <para> Hoge Raad 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0032.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>