<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:2733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T13:03:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-001965-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2733">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T13:03:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2733 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 30-09-2025 / 20-001965-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2733:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2733:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-001965-24 </para>
  <para>Uitspraak	: 30 september 2025</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 9 juli 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-144405-23 tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep, is de verdachte terzake </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. De benadeelde partij is in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaard en bepaald is dat zij de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de vordering van de benadeelde partij geheel zal toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is vanwege diens bekennende verklaring geen verweer gevoerd tegen de bewezenverklaring van de rechtbank en de kwalificatie daarvan. Primair is verzocht om het vonnis van de rechtbank geheel in stand te laten en subsidiair is bepleit een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de strafmotivering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen sanctie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals hiervoor weergegeven, heeft de rechtbank de verdachte voor het plegen van ontucht met een dertienjarige veroordeeld tot de maximale taakstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de advocaat-generaal.</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot vernietiging van de door de rechtbank opgelegde straf, reeds omdat bij feiten als de onderhavige het taakstrafverbod ex artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. De advocaat-generaal vordert oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het slachtoffer was een kwetsbaar meisje van 13 jaar zonder seksuele ervaring, die nog steeds te kampen heeft met de gevolgen van hetgeen haar op 19 november 2022 is overkomen. Het betreft een zeer ernstig feit waarvoor enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Volgens de (oude) richtlijnen van het Openbaar Ministerie is bij seksueel misbruik van minderjarigen waarbij sprake is van oraal en vaginaal binnendringen, een eis van 15 tot 48 maanden gevangenisstraf het uitgangspunt. Blijkens het reclasseringsrapport d.d. 30 mei 2024 maakte de verdachte op de reclassering een gesloten en sociaal wenselijke indruk en er zijn veel vraagtekens, ook omtrent de sociaal emotionele en seksuele ontwikkeling van de verdachte. Om die reden acht de advocaat-generaal een deels voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur geboden.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich geschaard achter de door de rechtbank opgelegde maximale taakstraf. De verdachte heeft spijt betuigd over het feit dat hij seks heeft gehad met [slachtoffer] , die achteraf gezien minderjarig bleek te zijn. De verdachte was zich daar op dat moment echter niet van bewust. Er was gezegd dat zij meerderjarig was en er was ook geen aanleiding om daaraan te twijfelen gezien het (forse) postuur van [slachtoffer] , haar manier van praten en de onderwerpen waarover gesproken werd. De seks heeft op vrijwillige basis plaatsgevonden. Dat een straf geboden is vanwege het hebben van seksueel contact met een minderjarige wordt niet bestreden, de verdachte is daar verantwoordelijk voor, maar het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is, gelet op de omstandigheden waaronder het feit heeft plaatsgevonden, niet passend, aldus de raadsman. Er is geen sprake geweest van dwang waar de advocaat-generaal bij haar vordering wel van uit is gegaan. De verklaring van aangeefster daarover wordt niet ondersteund door objectieve bewijsmiddelen zoals letsel, getuigenverklaringen of forensisch bewijs. Deze stelling wordt zelfs ontkracht door de verklaringen van de verdachte en de twee aanwezige getuigen waaronder de vriendin van aangeefster. De stelling van de verdachte dat hij ‘erin geluisd” is, kan ook niet worden ontkracht en dient in de strafmaat te worden verdisconteerd.</para>
      <para>Voorts dient acht te worden geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte is niet eerder ter zake zedendelicten met politie in aanraking geweest en er is inmiddels bijna drie jaar verstreken. Hij heeft zijn leven inmiddels op orde; hij heeft werk, een partner en zal op korte termijn een geregistreerd partnerschap met haar aangaan. Bovendien is zijn partner zwanger en wordt de verdachte voor het eerst vader.</para>
      <para>Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou wat de verdediging betreft buitenproportioneel</para>
      <para>zwaar zijn, temeer nu dit zijn privéleven alsmede dat van zijn partner en ongeboren kind</para>
      <para>ernstig schade zou toebrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een minderjarige, dat (mede) bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Het slachtoffer was destijds pas 13 jaar oud, terwijl de verdachte zelf de leeftijd van 20 jaar had<emphasis role="italic">. </emphasis>Minderjarigen van onder de zestien jaar genieten bijzondere bescherming onder de zedenwet, juist omdat zij zich in een kwetsbare ontwikkelingsfase bevinden en gelet op hun jeugdige leeftijd onvoldoende in staat worden geacht de consequenties van hun eigen handelen in te schatten. De verdachte heeft door zijn handelen op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden en een normale en gezonde seksuele ontwikkeling doorkruist. De ervaring leert dat seksueel misbruik van jeugdigen vaak leidt tot langdurige psychische schade en een verstoring van de (seksuele) ontwikkeling tot gevolg kan hebben. De ter terechtzitting van het hof voorgelezen slachtofferverklaring geeft ook blijk van de ernstige gevolgen die het handelen van de verdachte nog altijd voor het slachtoffer heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte en het slachtoffer kenden elkaar niet en zagen elkaar die dag voor het eerst. De verdachte had zich moeten vergewissen van de daadwerkelijke leeftijd van het slachtoffer en het hof rekent het hem aan dat hij heeft nagelaten om dat te onderzoeken. De verdachte heeft bij zijn handelen enkel oog gehad voor zijn eigen directe behoeftebevrediging. Dat daarbij sprake is geweest van dwang, hetgeen overigens niet ten laste is gelegd, kan op basis van het dossier naar het oordeel van het hof niet worden vastgesteld.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof weegt bij de strafoplegging ook het uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 23 mei 2025 van de verdachte mee. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. De justitiële documentatie van de verdachte bevat voor de afdoening van deze strafzaak daarom geen relevante informatie die het hof bij de op te leggen straf zal meewegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de gevolgen die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor hem zou hebben. De verdachte heeft werk, een partner die thans in verwachting is en lijkt zijn leven redelijk op de rit te hebben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overziende en ook gelet op het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht dat geldt voor feiten als het onderhavige, is het hof van oordeel dat enkel een taakstraf of een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf geen recht doet aan de ernst van het feit en de ernstige gevolgen die het feit voor het slachtoffer heeft gehad en nog heeft. Alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemend acht het hof het passend en geboden een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van een maand, met daarnaast een taakstraf voor de duur van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 5.000,00 (aan immateriële schade vanwege geestelijk letsel), te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2022 tot de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij is in het overige deel van haar vordering niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, met verwijzing naar de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven. Zijdens de benadeelde partij is in hoger een aanvulling op het verzoek tot schadevergoeding gegeven, met bijlagen, waaronder een gedeelte van “De Rotterdamse Schaal” dat ziet op schadevergoeding naar aanleiding van ontucht. Gelet op de leeftijd van de benadeelde partij en het leeftijdsverschil met de verdachte, de vertrouwde omgeving en gelet op de psychische gevolgen en impact op de benadeelde partij van de bewezen verklaarde handelingen, waaronder vaginaal binnendringen en oraal bevredigen, is aansluiting gezocht bij de categorie ‘(b) ernstig’. In de rechtspraak worden dan bedragen tussen de 6.000-12.500 euro als billijk toegewezen; het gevorderde bedrag van € 5.000 euro zoals in eerste aanleg gevorderd en in hoger beroep gehandhaafd, is derhalve billijk, aldus de advocaat van de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich in hoger beroep wat de vordering van de benadeelde partij betreft gerefereerd aan het oordeel van het hof. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft het toewijsbare bedrag aan schadevergoeding schaart het hof zich achter de overwegingen van de rechtbank die hebben geleid tot de gedeeltelijke toewijzing van het gevorderde bedrag van de benadeelde partij en de beslissing ter zake het resterende bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de rechtbank is het hof van oordeel dat, gelet op alle omstandigheden van dit geval en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, een vergoeding van € 1.000,00 billijk is. De beslissing van de rechtbank ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden bevestigd, evenals de oplegging van de schadevergoedings-maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafvordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het overige deel van de vordering zou ook naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren, zodat de beslissing van de rechtbank tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in dat deel van haar vordering, met verwijzing naar de burgerlijke rechter, eveneens wordt bevestigd. Het bewezenverklaarde heeft zich beperkt tot een eenmalige gebeurtenis, er is geen sprake van fysiek letsel en zonder verdergaand onderzoek - waarvoor het strafgeding zich niet leent – kan niet worden vastgesteld of de door de benadeelde partij <emphasis role="italic">door toedoen van de verdachte</emphasis> geleden immateriële schade een bedrag van € 1.000,-- te boven gaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hetgeen in hoger beroep door de advocaat van de benadeelde partij naar voren is gebracht, ziet het hof geen aanleiding om te komen tot een andersluidend oordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 63 en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde hoofdstraf en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">1 (één) maand</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">180 (honderdtachtig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">90 (negentig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. M.C.C. van de Schepop, voorzitter,</para>
      <para>mr. S.V. Pelsser en mr. J.J. Peters, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,</para>
      <para>en op 30 september 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M.C.C. van de Schepop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>