<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:2698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-01T10:06:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.359.230_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:15&amp;g=1994-01-01">Algemene wet bestuursrecht 8:15</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2698">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-01T10:04:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2698 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 30-09-2025 / 200.359.230_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2698:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Oorzaak wraking is dat verzoek van verzoeker om behandeling door een meervoudige kamer onbeantwoord zou zijn gebleven. Wrakingskamer stelt verzoek buiten behandeling: geen wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 8:15 Awb.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2698:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Wrakingskamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>registratienummer:	200.359.230/01 </para>
      <para>datum beslissing:	30 september 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingsverzoeken </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek als bedoeld in artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaken met nummers [nummer 1] tot en met [nummer 2] van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van mr. T.A. Gladpootjes, raadsheer in het team belastingrecht van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch (hierna: de raadsheer). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verzoek is per e-mail van 15 september 2025 ter griffie van dit hof ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker is door de coördinator van de wrakingskamer bericht dat het verzoek in  </para>
        <para> 	behandeling is genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De raadsheer heeft de wrakingskamer laten weten niet in de wraking te berusten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft het verzoek op 24 september 2025 zonder een voorafgaande <?linebreak?> 	zitting behandeld in raadkamer. De wrakingskamer heeft bepaald dat als volgt zal <?linebreak?> 	worden beslist op het verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het standpunt van verzoeker </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn verzoek – kort samengevat – aangevoerd dat hij </para>
      <para>de raadsheer wraakt omdat zijn verzoek om behandeling door een meervoudige kamer onbeantwoord is gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Hoewel verzoeker in zijn wrakingsverzoek alleen het zaaknummer [nummer 1] <?linebreak?> 	vermeldt, begrijpt de wrakingskamer dat het verzoek betrekking heeft op de bij het <?linebreak?> 	hof aanhangige zaken van verzoeker met de zaaknummers [nummer 1] tot en <?linebreak?> 	met [nummer 2] . Het verzoek is immers ingediend nadat vanuit het hof op 18 <?linebreak?> 	augustus 2025 was meegedeeld dat – kort samengevat en voor zover hier van belang <?linebreak?> 	– het hof het onderzoek in al die zaken heeft gesloten en de zaken enkelvoudig zullen  <?linebreak?> 	worden behandeld en waarna daarover tussen verzoeker en het hof nader is <?linebreak?> 	gecorrespondeerd. Onderdeel van die correspondentie was een door verzoeker <?linebreak?> 	gedaan verzoek om behandeling door een meervoudige kamer, welk verzoek volgens <?linebreak?> 	verzoeker onbeantwoord is gebleven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer stelt voorop dat ingevolge artikel 8:15 Awb elk van de <?linebreak?> 	behandelend rechters kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden <?linebreak?> 	waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Met het verzoek <?linebreak?> 	om behandeling door een meervoudige kamer vraagt verzoeker om een rechterlijke <?linebreak?> 	procesbeslissing. Op 15 september 2025 heeft het hof verzoeker bericht dat het hof  <?linebreak?> 	in hetgeen na sluiting van het onderzoek is ingestuurd geen aanleiding ziet tot <?linebreak?> 	heropening van het onderzoek. In deze beslissing ligt kennelijk besloten dat het hof <?linebreak?> 	het verzoek om behandeling door een meervoudige kamer afwijst. Volgens vaste <?linebreak?> 	rechtspraak levert zo’n beslissing vanwege het gesloten stelsel van rechtsmiddelen <?linebreak?> 	geen grond op voor wraking. Wraking is immers geen verkapt rechtsmiddel. Voorts <?linebreak?> 	bevat het verzoek geen bezwaren die specifiek betrekking hebben op de raadsheer en <?linebreak?> 	kunnen leiden tot de conclusie dat de raadsheer ten aanzien van verzoeker <?linebreak?> 	vooringenomen is en ook niet dat daarvoor een gerechtvaardigde vrees bestaat. </para>
        <para>Met dit alles is van een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 8:15 Awb geen <?linebreak?> 	sprake.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Aangezien het wrakingsverzoek volgens artikel 8:16 Awb alle voorgedragen <?linebreak?> 	wrakingsgronden tegelijk moet bevatten zodat een latere uitbreiding van <?linebreak?> 	wrakingsgronden buiten beschouwing moet worden gelaten, ziet de wrakingskamer <?linebreak?> 	af van een behandeling van het verzoek ter zitting.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De wrakingskamer beslist als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof (de wrakingskamer):</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>stelt het verzoek buiten behandeling; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en de <?linebreak?> 	raadsheer.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. M.G.W.M. Stienissen (voorzitter), M. van Ham en </para>
        <para>A.C. Bosch, in tegenwoordigheid van mr. C.J.G. Streutjes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier,							de voorzitter,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>