<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:2535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-15T15:37:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.315.891_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2022:3187" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2022:3187</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2535">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-15T15:33:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2535 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 16-09-2025 / 200.315.891_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2535:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindarrest na deskundigenbericht. Het hof ziet geen aanleiding om de conclusies van de deskundige niet te volgen omdat deze conclusies en de door de deskundige gebezigde motivering het hof overtuigend voorkomen. Vorderingen worden afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2535:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.315.891/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 16 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">V.O.F. [A]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [A] ,</para>
      <para>advocaat: mr. G.S. de Haas te Geertruidenberg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B] Adviseurs B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [B] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.M.M. Kroon te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 8 november 2022, 30 april 2024 en 3 september 2024 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, onder zaaknummer C/03/278940 / HA ZA 20-308 gewezen vonnis van 20 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenarrest van 3 september 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het deskundigenbericht van 28 maart 2025;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie na deskundigenbericht van [A] met producties 32-33;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordmemorie na deskundigenbericht van [B] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>12</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat in deze zaak nog aan de orde is</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>12.1.</nr>
      <para>In het tussenarrest van 30 april 2024 heeft het hof allereerst geoordeeld dat grief 11 niet kan slagen. Deze grief zag op de subsidieaanvraag 2019 (project Ciderlijn). Voor zover [A] naar voren heeft gebracht dat ten aanzien van deze grief nog niet is geoordeeld dan wel dat het hof terug zou moeten komen van deze bindende eindbeslissing, gaat het hof daaraan voorbij. Het hof heeft op de grief beslist, terwijl [A] niet heeft aangevoerd dat deze beslissing berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. Dat betekent dat het hof nog dient te beslissen op de grieven 2 tot en met 10 die opkomen tegen het oordeel van de rechtbank omtrent de subsidieaanvraag 2018 (project Beregening). Grief 12 is gericht tegen de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de proceskosten. Grief 1 is al besproken in het tussenarrest van 30 april 2024 en grief 13 mist zelfstandige betekenis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.2.</nr>
      <para>Bij het tussenarrest van 3 september 2024 heeft het hof bepaald dat door [persoon A] , werkzaam bij [bedrijf A] (hierna: de deskundige), een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rechtsoverweging 9.11 van het tussenarrest vermelde vragen. De aan de deskundige gestelde vragen luidden als volgt:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Heeft [B] , in de persoon van [persoon B] , ten aanzien van de subsidieaanvraag 2018 de beschikbare informatie op een juiste en deskundige wijze verwoord in de subsidieaanvraag 2018 en het bijbehorende projectplan? Is gebruikelijk en/of noodzakelijk dat voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag door een opdrachtnemer aan het POP3-handboek wordt getoetst?</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Heeft [B] , in de persoon van [persoon B] , voldoende relevante informatie opgevraagd en/of aangeleverd bij en uitgewerkt in de subsidieaanvraag 2018 en het projectplan? Bij de beantwoording van de vraag dient ook hetgeen GS hebben overwogen in de beslissing op bezwaar (zie rov. 6.1.11 in het tussenarrest van 30 april 2024) met betrekking tot de tendersystematiek en de bezwaargrond ‘Effectiviteit van de activiteit’ te worden betrokken.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Indien het antwoord op vraag a) en/of b) ontkennend is, kunt u toelichten of het op juiste, deskundige en volledige wijze verwoorden van de subsidieaanvraag 2018 en het projectplan en/of de vermelding van meer/andere informatie had geleid tot een hoger aantal punten dan 20? Wat zou naar uw oordeel in dat geval het aantal punten zijn dat was toegekend?</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Indien aan [A] de subsidie zou zijn verleend, zou deze zijn vastgesteld op het bedrag van € 196.145,99? Zo nee, op welk ander bedrag zou deze dan zijn vastgesteld?</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen verder nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.3.</nr>
      <para>Het hof stelt het volgende voorop. Voor de rechter geldt een beperkte motiveringsplicht ten aanzien van zijn beslissing om de bevindingen van deskundigen al dan niet te volgen. Wel dient hij bij de beantwoording van de vraag of hij de conclusies waartoe een deskundige in zijn rapport is gekomen in zijn beslissing zal volgen, alle ter zake door partijen aangevoerde feiten en omstandigheden in aanmerking te nemen en op basis van die aangevoerde stellingen in volle omvang te toetsen of aanleiding bestaat van de in het rapport geformuleerde conclusies af te wijken. Ingeval partijen, door zich te beroepen op de uiteenlopende zienswijzen van de door hen geraadpleegde deskundigen, voldoende gemotiveerde standpunten hebben ingenomen en voldoende duidelijk hebben aangegeven waarom zij het oordeel van een door de rechter benoemde deskundige al dan niet aanvaardbaar achten, geldt het volgende. Indien de rechter in een geval waarin de opinie van andere, door een der partijen geraadpleegde, deskundigen op gespannen voet staat met die van de door de rechter benoemde deskundige, de zienswijze van deze deskundige volgt, zal de rechter zijn beslissing in het algemeen niet verder behoeven te motiveren dan door aan te geven dat de door deze deskundige gebezigde motivering hem overtuigend voorkomt. Wel zal de rechter op specifieke bezwaren van partijen tegen de zienswijze van de door hem aangewezen deskundige moeten ingaan, als deze bezwaren een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de juistheid van deze zienswijze. Volgt de rechter echter de zienswijze van de door hem benoemde deskundige niet, dan gelden in beginsel de gewone motiveringseisen en dient hij zijn oordeel dan ook van een zodanige motivering te voorzien, dat deze voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang om deze zowel voor partijen als voor derden, daaronder begrepen de hogere rechter, controleerbaar en aanvaardbaar te maken (HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2921).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.4.</nr>
      <para>De deskundige heeft (kort samengevat) gerapporteerd dat de conclusie is dat in het projectplan op een deskundige wijze wordt omschreven wat het project behelst, op welke wijze het wordt uitgevoerd en hoe wordt aangesloten c.q. een bijdrage wordt geleverd aan de gestelde criteria zoals weergegeven in het openstellingsbesluit. De deskundige vermeldt voorts dat het raadplegen van het POP3-handboek voorafgaand of tijdens de voorbereiding nodig kan zijn, maar dit handboek is niet meer dan ter ondersteuning, omdat uiteindelijk het openstellingsbesluit leidend zal zijn (antwoord op vraag a). Op basis van de ter beschikking gestelde stukken en informatie is door de deskundige niet te beoordelen of [B] voldoende relevante informatie heeft opgevraagd en heeft aangeleverd gekregen tijdens de voorbereiding van de aanvraag. Verder is het volgens de deskundige maar zeer de vraag of thema e meegenomen had moeten worden in de aanvraag omdat dit met name te maken heeft met klimaatadaptatie, terwijl het project niet direct aansluit op dit thema. Als dit thema wel zou zijn opgenomen in de aanvraag, dan zou geen sprake zijn van aansluiting bij dit thema (antwoord op vraag b). De deskundige heeft ondanks het feit dat hij de vragen a) en b) niet ontkennend heeft beantwoord nog een nadere toelichting gegeven op de beoordeling van het project op het criterium “Mate van innovativiteit” (antwoord op vraag c). Volgens de deskundige wordt nachtvorstbestrijding middels beregening al meer dan 20 jaar toegepast en is geen sprake meer van innovatie, zijn de flipper laag-volume sproeiers niet meer innovatief en is ook geen sprake van een innovatie in een zeer specifiek gebied/regio. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof ziet geen aanleiding om de conclusies van de deskundige niet te volgen omdat deze conclusies en de door de deskundige gebezigde motivering het hof overtuigend voorkomen. Voor zover door [A] is aangevoerd dat de conclusies van de deskundige berusten op grove misslagen en verkeerde aannames, heeft [A] een en ander onvoldoende onderbouwd. [A] verwijst naar zijn producties 32 en 33 en voert aan dat de verlening van de subsidie in het project Broex om dezelfde regeling gaat en een nagenoeg gelijk project. [A] heeft dit standpunt ook al aan de deskundige kenbaar gemaakt. De deskundige merkt daarover op in het deskundigenbericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Op 18 maart 2025 (…) heb ik van ESQ Advocatenkantoor een reactie gekregen op de conceptrapportage. Dit betrof met name een vergelijking met een ander project in Zuid-Limburg dat voor een volgens vof [A] / ESQ vergelijkbaar project POP subsidie toegekend heeft gekregen. Dit betrof al bekende informatie die al eerder beschikbaar was en is meegenomen in de beoordeling. Bovendien is dit project een jaar later (30 april 2019) ingediend dan het onderhavige project van vof [A] en derhalve onder een latere openstelling (openstellingsbesluit paragraaf 2 fysieke investeringen voor innovatie en modernisering POP 3 Limburg met publicatiedatum 1 maart 2019). Aan deze openstelling zijn andere voorwaarden en eisen verbonden en daarmee zeker niet 1 op 1 vergelijkbaar. Overigens is ook voor dit in 2019 toegekende project al eerder in 2018 (dezelfde openstelling als waarvoor vof [A] een aanvraag heeft ingediend) een aanvraag ingediend en afgewezen.”</emphasis>
        </para>
        <para>In haar memorie na deskundigenbericht gaat [A] niet inhoudelijk in op deze reactie van de deskundige. Dat sprake is van dezelfde regeling heeft [A] onvoldoende onderbouwd. Uit het deskundigenbericht blijkt dat de deskundige kennis heeft genomen van het openstellingsbesluit 2019, dat aan dit besluit andere voorwaarden en eisen verbonden zijn en <emphasis role="italic">“daarmee zeker niet 1 op 1 vergelijkbaar”</emphasis>. Bovendien blijkt uit het deskundigenbericht dat de aanvraag van subsidie voor het project Broex in 2018 onder het openstellingsbesluit 2018 eveneens is afgewezen. De omstandigheid dat in 2019 dit project wel voor subsidieverlening in aanmerking kwam (onder andere voorwaarden en eisen), kan dus niet in het voordeel van [A] bij de beoordeling worden betrokken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.6.</nr>
      <para>
        [A] merkt nog op in haar memorie na deskundigenbericht dat het vreemd is dat de deskundige geen aandacht heeft besteed aan de conclusie van een beleidsmedewerker van de provincie. Volgens [A] heeft deze beleidsmedewerker gesteld dat de subsidie aan [A] zou zijn verleend indien de juiste informatie en op de juiste wijze zou zijn verstrekt. [A] verwijst daarvoor naar de door haar overgelegde producties 20-21. Ook deze opmerkingen van [A] doen naar het oordeel van het hof geen afbreuk aan het deskundigenbericht. Anders dan [A] leest het hof in het e-mailbericht van de beleidsmedewerker (productie 21) niet dat deze beleidsmedewerker stelt dat de subsidie zou zijn verleend bij verstrekking van de juiste informatie. Integendeel, de beleidsmedewerker meldt: <emphasis role="italic">“Indien de aanvraag op het moment van indienen voorzien was geweest van een nadere onderbouwing of anderszins meer informatie, dan hadden deze gegevens bij de primaire beoordeling betrokken kunnen worden, ongeacht of dit tot een andere uitkomst had kunnen leiden.”</emphasis> Die nieuwe beoordeling door de provincie, zo begrijpt het hof, heeft juist niet plaatsgevonden omdat dit niet mogelijk is vanwege de tendersystematiek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.7.</nr>
      <para>De slotsom is dat de door [A] gestelde tekortkomingen aan de zijde van [B] in de zin dat [B] bij de uitvoering van de opdracht tot de subsidieaanvraag 2018 (project Beregening) niet heeft gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot niet zijn komen vast te staan. Gelet op de inhoud van het deskundigenbericht en de overwegingen van de rechtbank, die het hof juist voorkomen en het hof tot de zijne maakt, kunnen de resterende vorderingen van [A] niet worden toegewezen. Voor het benoemen van een nieuwe deskundige, zoals door [A] is verzocht, ziet het hof geen aanleiding. Aan verdere bewijslevering, zoals het horen van getuigen, komt het hof niet toe. De grieven 2 tot en met 10, waarin met name is volstaan met een verwijzing naar het door [A] overgelegde rapport van Innovation Quest, opgesteld door [persoon C] (hierna: [persoon C] ), treffen geen doel. Het hof heeft bij dit oordeel het volgende betrokken. In een beslissing op bezwaar van Gedeputeerde Staten van Limburg van 16 april 2019 is, na een heroverweging, de volgende score aan de aanvraag toegekend: </para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>Rangschikkingscriterium</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Score</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Wegingsfactor</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Gew. score</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>A. Kosteneffectiviteit</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>3</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2x</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>6</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>B. Kans op succes/haalbaarheid</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>4</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1x</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>4</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>C. Mate van effectiviteit</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>3x</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>6</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>D. Innovativiteit</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2x</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>4</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Gewogen eindcijfer </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>20</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens [persoon C] waren extra punten op de criteria kosteneffectiviteit (A), effectiviteit (C) en innovatie (D) mogelijk, maar de deskundige concludeert dat elk criterium goed en deskundig is toegelicht met een duidelijke beschrijving van het project, de uitvoering en de aansluiting bij de criteria. Daarbij komt dat aan de mate van innovatie (D) een score 2 is toegekend, wat zou betekenen dat het om een innovatie gaat die slechts in enkele gevallen wordt toegepast, maar volgens de deskundige is feitelijk geen sprake (meer) van een innovatie. </para>
        <para>Tot slot zou het project volgens het Openstellingsbesluit 2018 aan minstens één thema (a t/m g) moeten bijdragen. Uit de beslissing op bezwaar volgt dat het project bijdraagt aan drie thema’s (b, f en g). [persoon C] zou ook het thema klimaatadaptatie (e) hebben ingevuld met als motivering, samengevat, dat het gebruik van opgevangen regenwater in de fruitteelt bijdraagt aan het beperken van grote watertekorten en overschotten, maar volgens de deskundige sluit het project daar niet op aan. </para>
        <para>Omdat een nadere toelichting van [A] op de bevindingen van de deskundige ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat de aanvraag had kunnen of moeten leiden tot toekenning van de minimaal vereiste 21 punten om voor subsidie in aanmerking te komen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.8.</nr>
      <para>De grieven van [A] gericht tegen de oordelen van de rechtbank omtrent het project Beregening en het project Ciderlijn slagen niet. [A] is daarom terecht in de proceskosten van eerste aanleg veroordeeld. Grief 12 faalt. Ook in hoger beroep geldt [A] als de in het ongelijk gestelde partij. De proceskosten in hoger beroep aan de zijde van [B] begroot het hof op: </para>
      <para>- griffierecht			€   5.689,-</para>
      <para>- salaris advocaat 		€ 17.712,- (4 punten x tarief VI)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">-	nakosten			€      178,- (plus verhoging conform beslissing) </emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>Totaal 					€ 23.579,-.</para>
        <para>De proceskostenveroordeling zal het hof, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Het voorschot voor het deskundigenbericht ter hoogte van € 6.957,50 is door [A] voldaan. De deskundige heeft bericht dat de kosten voor het deskundigenbericht dienen te worden begroot op het voorschot. In dit arrest zal het hof beslissen dat deze kosten voor rekening blijven van [A] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>13</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis van de rechtbank van 20 april 2022;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [A] tot betaling van de proceskosten van [B] ten bedrage van € 23.579,- voor dit hoger beroep, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als [A] de proceskosten niet tijdig voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet [A] </para>
      <para>€ 92,- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat [A] de kosten voor het deskundigenbericht ter hoogte van € 6.957,50 dient te dragen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling in dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. E.H. Schulten, M.E. Smorenburg en C.B.M. Scholten van Aschat en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>