<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:2454</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-12T15:42:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-002509-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2454">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2454</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-12T15:41:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2454 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 26-02-2025 / 20-002509-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2454:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Medeplegen van witwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2454:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-002509-24 </para>
  <para>Uitspraak	: 26 februari 2025</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 30 augustus 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-050831-22 tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot een bedrag van € 2.250,36 kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. De advocaat-generaal is van oordeel dat de benadeelde partij in het meergevorderde niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> primair integrale vrijspraak van het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde bepleit;</para>
      <para> subsidiair, in het geval van een bewezenverklaring, aangevoerd dat oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf geen toegevoegde waarde heeft;</para>
      <para> met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] primair aangevoerd dat het aandeel van de verdachte dient te worden vastgesteld op één derde, zodat toewijzing van een bedrag van € 750,12 billijk is, en subsidiair verzocht om de vordering toe te wijzen tot maximaal het op de rekening van de verdachte gestorte bedrag van € 2.250,36.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 september 2020, te Eersel en/of Alphen aan den Rijn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een voorwerp, althans een of meer voorwerpen, te weten (een) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer €2250,36), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot ene veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>een onbekend gebleven dader op of omstreeks 26 september 2020, te Eersel en/of te Alphen aan den Rijn, althans in Nederland, telkens een voorwerp, te weten (een) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer €2250,36), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl die onbekend gebleven dader wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door op of omstreeks 26 september 2020, te Alphen aan den Rijn en/of te Leiden, althans in Nederland, zijn, verdachtes, bankpas en bijbehorende pincode, althans zijn bankrekeningnummer [rekeningnummer] , ter beschikking te stellen aan die onbekend gebleven dader(s);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot ene veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 september 2020 te Eersel, althans in Nederland, een voorwerp, te weten (een) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer €2250,36), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 26 september 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten een geldbedrag (in totaal €2250,36), voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep integrale vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat niet, althans niet buiten redelijke twijfel, uit het dossier volgt dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het door hem gepinde geld van misdrijf afkomstig was. De verdachte heeft op verzoek van een bekende van hem – ene [betrokkene 1] – ingestemd met het in ontvangst nemen van een geldbedrag op zijn rekening. [betrokkene 1] had hem verteld dat hij zelf geen geld kon opnemen en de verdachte heeft geen reden gehad daaraan te twijfelen. De verdachte heeft het gestorte geldbedrag middels twee pintransacties contant opgenomen en vervolgens afgedragen aan [betrokkene 1] , zonder dat hij daarvoor een vergoeding heeft gekregen. Ondanks dat de verdachte concrete aanwijzingen omtrent de identiteit van deze [betrokkene 1] – zijn signalement en een beschrijving van zijn auto – heeft aangedragen, heeft de politie hiernaar geen nader onderzoek gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het bewijsmiddelen volgt dat aangeefster [benadeelde] op 26 september 2020 via WhatsApp werd benaderd door iemand die zich voordeed als haar dochter, met het verzoek om diverse facturen te betalen. De aangeefster heeft om 21.09 uur die dag een bedrag van € 2.250,36 overgemaakt op de bankrekening van de verdachte. Vervolgens is om 21.29 uur een bedrag van € 250,00 vanaf die bankrekening van de verdachte opgenomen bij een geldautomaat van de Rabobank in Alphen aan den Rijn en om 22.03 uur nog een bedrag van € 2.000,00 bij een Geldmaat te Leiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hierover verklaard dat hij op verzoek van ene [betrokkene 1] , die hij op straat tegenkwam en die hij kent van het voetballen in de buurt, zijn bankrekening ter beschikking heeft gesteld en dat hij, nadat in de aanwezigheid van de verdachte het geld was gestort, samen met [betrokkene 1] het geld heeft opgenomen en aan hem heeft afgedragen. De verdachte ontkent dat hij van de daaraan voorafgaande WhatsAppfraude op de hoogte was. Hij vertrouwde [betrokkene 1] en heeft geen vragen aan hem gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht de verklaring van de verdachte dat ene [betrokkene 1] bij het tenlastegelegde betrokken is voldoende aannemelijk en gaat derhalve bij de beoordeling van deze door de verdachte geschetste gang van zaken uit. Daaruit volgt dat de verdachte zijn bankrekening, zonder daarover vragen te stellen, ter beschikking heeft gesteld aan iemand die hij slechts uit de buurt kent. In eerste instantie is de verdachte voorgespiegeld dat er een paar honderd euro op zijn bankrekening zou worden gestort. Toen de verdachte de bedragen met deze [betrokkene 1] ging pinnen bleek het echter om aanzienlijk hogere bedragen te gaan. Na eerst een bedrag van € 250,00 bij de Rabobank in Alphen aan den Rijn te hebben gepind, heeft de verdachte, nog steeds zonder vragen te stellen, zijn opnamelimiet verhoogd, is hij samen met [betrokkene 1] naar Leiden gereden en heeft hij daar een bedrag van € 2.000,00 opgenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel op grond van het onderhavige dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wist dat het op zijn bankrekening gestorte geldbedrag van € 2.250,36 afkomstig was van de oplichting van [benadeelde] , is het hof van oordeel dat de verdachte – gelet op voornoemde feiten en omstandigheden – minst genomen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld van enig misdrijf afkomstig was. Nu de verdachte het geld zelf heeft gepind voordat hij het aan [betrokkene 1] heeft overgedragen, heeft de verdachte feitelijke zeggenschap gehad over dit geld, in die zin dat hij dit, tezamen en in vereniging met een ander, voorhanden heeft gehad. Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt het verweer van de verdediging in al zijn onderdelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het bewezenverklaarde levert op: medeplegen van witwassen.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen sanctie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van de opbrengsten van zogenaamde WhatsAppfraude. Met zijn handelen heeft hij een vorm van fraude gefaciliteerd en lonend gemaakt waarbij grof misbruik wordt gemaakt van het vertrouwen en de hulpvaardigheid van anderen, zoals in het onderhavige geval dat van het slachtoffer die haar dochter wilde helpen met het betalen van een factuur. Daarnaast tast witwassen in zijn algemeenheid de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte er blijk van gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Hij heeft meermaals spijt betuigd tegenover het in de zittingzaal aanwezige slachtoffer en hij maakte daarin een oprechte indruk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de straftoemeting heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte, blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 2 december 2024, eerder ter zake van een soortgelijk strafbaar feit onherroepelijk is veroordeeld, doch niet in het recente verleden (immers in het jaar 2015). Daarnaast volgt uit voornoemd uittreksel dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. In dat kader heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij veel ellende in zijn leven heeft meegemaakt, maar nu een positieve wending aan zijn leven probeert te geven. Hij bewoont een kamer en heeft onlangs een baan gevonden, waaruit hij een inkomen krijgt, maar omdat het aantal uren werk nog beperkt is ontvangt hij ook nog een aanvullende uitkering. De verdachte stelt te zijn gestopt met het drinken van alcohol en hij is bij een psycholoog in behandeling voor zijn agressieproblematiek. Ten slotte heeft de verdachte verklaard dat hij onder bewindvoering staat in verband met zijn schulden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het omtrent de verdachte (in een andere strafzaak) opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 25 december 2024 volgt dat interventies of toezicht door de reclassering niet nodig wordt geacht vanwege de huidige begeleidings- en behandeltrajecten. De reclassering adviseert (in die andere zaak) negatief ten opzichte van oplegging van een gevangenisstraf, maar ziet geen contra-indicaties voor de oplegging van een taakstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende, kan het hof zich vinden in de door de politierechter in eerste aanleg en door de advocaat-generaal gevorderde taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis. Het hof is, anders dan de verdediging, van oordeel dat deze strafoplegging passend en geboden is en alle strafdoelen – vergelding, generale preventie (normbevestiging en afschrikking) en speciale preventie (beveiliging en resocialisatie) – dient. Dat de verdachte daarnaast een schadevergoeding aan het slachtoffer dient te betalen, maakt dat oordeel niet anders. Het hof zal de verdachte derhalve veroordelen tot voornoemde taakstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een totaalbedrag van € 6.738,42 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende schadeposten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> een bedrag van € 2.489,84 ter zake van een overboeking aan [betrokkene 2] ;</para>
      <para> een bedrag van € 2.550,36 (<emphasis role="italic">het hof begrijpt, gelet op de bijgevoegde stukken: </emphasis></para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">€ 2.250,36</emphasis>) ter zake van een overboeking aan [verdachte] ;</para>
    <para> een bedrag van € 1.998,32 ter zake van een overboeking aan [betrokkene 3] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep tot een bedrag van € 2.250,36 toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.</para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat aan de benadeelde partij als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen rechtstreeks materiële schade is toegebracht tot een bedrag van € 2.250,36. Het hof overweegt daartoe als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft – na via WhatsAppfraude te zijn opgelicht – op 26 september 2020 een bedrag van € 2.250,36 overgemaakt op de bankrekening van de verdachte. Dit geldbedrag is niet aan de benadeelde partij retour gestort en ook niet door de bank vergoed. Het hof is van oordeel dat sprake is van een rechtstreeks verband tussen de oplichting en het door de verdachte medegepleegde witwassen. Het hof volgt de verdediging niet in de stelling dat het aandeel van verdachte in het veroorzaken van de schade daardoor dient te worden vastgesteld op één derde. Het hof is van oordeel dat de verdachte tot vergoeding van de gehele schade van € 2.250,36 is gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met vermeerdering met de wettelijke rente met ingang van de dag van het ontstaan van de schade. Het hof gaat daarbij uit van de pleegdatum: 26 september 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal de verdachte, die als de in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten aan de zijde van de benadeelde partij, ten tijde van het wijzen van dit arrest begroot op nihil. Voorts zal de verdachte worden veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging van dit arrest door de benadeelde partij nog te maken kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het overige dient de vordering van de benadeelde partij te worden afgewezen, nu die schade niet het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte, maar van een of meer anderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde] is toegebracht tot een bedrag van € 2.250,36. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 47, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">30 (dertig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">15 (vijftien) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</title>
    <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 2.250,36 (tweeduizend tweehonderdvijftig euro en zesendertig cent) </emphasis>ter zake van<emphasis role="bold"> materiële schade, </emphasis>vermeerderd met de <emphasis role="bold">wettelijke rente </emphasis>vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van <emphasis role="bold">€ 2.250,36 (tweeduizend tweehonderdvijftig euro en zesendertig cent)</emphasis> als vergoeding voor <emphasis role="bold">materiële schade</emphasis>, vermeerderd met de <emphasis role="bold">wettelijke rente</emphasis> vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
      <para>Bepaalt de<emphasis role="bold"> duur</emphasis> van de <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> op ten hoogste <emphasis role="bold">32 (tweeëndertig) dagen</emphasis>. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de <emphasis role="bold">aanvangsdatum</emphasis> van de <emphasis role="bold">wettelijke rente</emphasis> voor de <emphasis role="bold">materiële schade</emphasis> op 26 september 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. dr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,</para>
      <para>mr. R. Lonterman en mr. J.H. de Krijger, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,</para>
      <para>en op 26 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. De Krijger is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>