<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:2331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T11:45:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.351.157_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2331">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T11:43:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2331 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 28-08-2025 / 200.351.157_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2331:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenbeschikking raadsonderzoek. Vaststelling voorlopige zorgregeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2331:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 28 augustus 2025</para>
      <para>Zaaknummer: 200.351.157/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg: C/03/335393 / FA RK 24-3009</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. Y.W.A.M. van der Koelen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. J.H.M. Verstraten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak gaat over <emphasis role="bold underline">[minderjarige] (hierna: [minderjarige] )</emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de Raad voor de Kinderbescherming</emphasis>,</para>
      <para>regio Limburg, locatie [locatie] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, mondeling uitgesproken op 19 november 2024 en op schrift gesteld op 29 november 2024, onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 6 februari 2025, heeft de vader verzocht, zoals tijdens de mondelinge behandeling verduidelijkt, uitvoerbaar bij voorraad, voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) tussen partijen met betrekking tot [minderjarige] als volgt wordt vastgesteld:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>één week bij de vader en één week bij de moeder met als wisselmoment vrijdag na school;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedurende alle vakanties zal de betreffende regeling doorlopen met uitzondering van de zomervakantie, welke in overleg zal worden gedeeld. Tevens zullen de feestdagen bij helfte worden gedeeld;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>althans een zorgregeling vast te stellen die het hof juist acht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 14 maart 2025, heeft de moeder verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen en/of de vader niet-ontvankelijk te verklaren in alle verzoeken, althans hem deze verzoeken te ontzeggen als zijnde rechtens ongegrond en/of onbewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 juli 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de vader, bijgestaan door mr. Van der Koelen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder, bijgestaan door mr. Verstraten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.3.1.</nr>
        <para>Het hof heeft de minderjarige [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
        <para>- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 19 november 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 9 juli 2025 heeft de advocaat van de moeder een verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling in hoger beroep opgevraagd ter zake van de door het hof genomen beslissing dat [minderjarige] met de moeder en haar gezin naar Kroatië op vakantie mag gaan en de door de vader tijdens die mondelinge behandeling gedane toezegging dat hij zijn medewerking daaraan gaat verlenen door middel van het ondertekenen van het formulier ‘Toestemming voor reizen met een minderjarige naar het buitenland’ alsmede voor de aanvraag van een identiteitsbewijs (hierna: ID-bewijs) voor [minderjarige] .</para>
        <para>Het hof heeft op 10 juli 2025 een verkort proces-verbaal afgegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Tijdens de inmiddels verbroken affectieve relatie tussen partijen is [minderjarige] geboren.</para>
        <para>De vader heeft [minderjarige] erkend. </para>
        <para>Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit.</para>
        <para>
          [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Partijen zijn na het uiteengaan geen vaste zorgregeling overeengekomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De procedure in eerste aanleg</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De moeder heeft de rechtbank verzocht om bij beschikking, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de vader één keer per veertien dagen contact heeft met [minderjarige] van vrijdag na school tot zondag 20:00 uur, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De vader heeft hiertegen geen verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de rechtbank bepaald dat [minderjarige] één keer per veertien dagen van vrijdag na school tot zondag 20:00 uur bij de vader zal verblijven, alsmede gedurende de helft van de vakanties en feestdagen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De procedure in hoger beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De vader kan zich met deze beslissing van de rechtbank niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>De vader voert – samengevat – het volgende aan. </para>
        <para>De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat niet gebleken is dat het belang van [minderjarige] zich tegen de door de moeder verzochte zorgregeling verzet. De vader wil geen ‘weekendvader’ zijn. Hij wil meer bij de opvoeding van [minderjarige] betrokken zijn. De vader wenst een co-ouderschapsregeling waarbij [minderjarige] één week bij de moeder en één week bij hem verblijft, met als wisselmoment de vrijdag na school. Op deze wijze worden de wisselmomenten beperkt. [minderjarige] heeft dan de meeste structuur. Een kind heeft volgens artikel 1:247 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 9 IVRK recht op een gelijkwaardige opvoeding door beide ouders. De moeder heeft geen zwaarwegende redenen gesteld om hiervan af te wijken. De vader heeft – net zoals de moeder – tien jaar voor [minderjarige] gezorgd. Er is sprake van een hechte relatie tussen de vader en [minderjarige] . De vader betwist dat [minderjarige] geen hele week bij hem wil verblijven. Ook betwist de vader met klem dat het in het anti-kraakpand waar hij woonachtig is niet is toegestaan dat daar een kind verblijft. Hij heeft een huurcontract met een opzegtermijn. De vader is te allen tijde verzekerd van woonruimte. </para>
        <para>Verder zou het voor de moeder juist fijn zijn wanneer de vader [minderjarige] meer opvangt, omdat ze met een therapie voor haar depressie gaat starten en ze in de avonduren gaat werken. Verder acht de vader een goede communicatie met de moeder in het belang van [minderjarige] . Hij is bereid om hieraan te werken. Ook is de vader bereid om zijn medewerking aan een raadsonderzoek te verlenen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.7.1.</nr>
        <parablock>
          <para>De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling hieraan – samengevat – nog het volgende toegevoegd. </para>
          <para>De in de bestreden beschikking vastgelegde zorgregeling wordt door de moeder niet nagekomen. De vader staat regelmatig voor een ‘dichte deur’ wanneer hij [minderjarige] komt ophalen. De moeder maakt zelf afwijkende afspraken over de contactmomenten. Ze stelt ook voorwaarden aan de zorgregeling, zoals dat de vader zijn toestemming voor een vakantie van de moeder met [minderjarige] naar het buitenland moet geven. De vader erkent dat hij de door de moeder voorgestelde ruimere zorgregeling heeft afgewezen; hij wil ook af en toe een weekend alleen doorbrengen. Het lukt de vader niet om met de moeder over de zorgregeling te communiceren. Wanneer de vader de moeder een e-mail stuurt, krijgt hij geen antwoord. Op alle overige kanalen heeft de moeder de vader geblokkeerd. Het traject van de vader bij [instantie 1] is inmiddels afgerond; er heeft daar één gezamenlijk gesprek met de moeder plaatsgevonden en daarna ongeveer acht één-op-één gesprekken. Dat traject heeft de vader wel wat opgeleverd. Er zijn tussen partijen over en weer dingen gezegd die niet gezegd hadden moeten worden. Toch is er nog steeds hulpverlening nodig, ook om de communicatie tussen partijen te verbeteren. De vader betwist dat hij de moeder heeft bedreigd en/of eigendommen van de moeder heeft vernield. De vader kan – voor de duur van het raadsonderzoek – instemmen met de door het hof besproken voorlopige reguliere zorgregeling. </para>
          <para>Partijen hebben beiden voor dezelfde periode een zomervakantie met [minderjarige] geboekt. De vader wil met [minderjarige] naar een vakantiehuis in België. Hij kan hiervan geen stukken overleggen. De vader wenst dat het hof een ‘knoop doorhakt’ over de zomervakantie. De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep – desgevraagd door het hof – aangegeven dat hij ermee kan instemmen dat [minderjarige] met de moeder en haar gezin op vakantie naar Kroatië gaat. Ook zal hij aan de moeder zijn toestemming verlenen voor de aanvraag van een ID-bewijs.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder voert – samengevat – het volgende aan. </para>
        <para>De rechtbank heeft op goede gronden de in de bestreden beschikking genoemde weekendregeling vastgelegd. Een co-ouderschapsregeling is niet in het belang van [minderjarige] . [minderjarige] heeft duidelijk aangegeven dat hij niet een hele week bij de vader wil verblijven. Hij wil de vader wel zien. Verder blijft de vader de moeder te pas en te onpas lastigvallen en vernielingen aanrichten. De moeder heeft – na de zoveelste aanvaring met de vader – Veilig Thuis ingeschakeld. Ook heeft ze zich bij de gemeente [woonplaats moeder] gemeld voor begeleiding. Samen met de gemeente zou naar een veiligheidsplan gekeken moeten worden, waarbij het voor de vader duidelijk is waar de grens ligt. Ook de raad heeft tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank aangegeven dat het voor [minderjarige] tijdens het contact met de vader duidelijk en veilig dient te zijn. De moeder gunt [minderjarige] het contact met de vader. </para>
        <para>Overigens komt de vader de in de bestreden beschikking vastgelegde zorgregeling niet na. De vader heeft [minderjarige] sinds de bestreden beschikking slechts twee keer opgehaald.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.8.1.</nr>
        <parablock>
          <para>De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling hieraan – samengevat – nog het volgende toegevoegd.</para>
          <para>Communicatie met de vader is niet mogelijk. Het traject bij [instantie 1] heeft de moeder niets opgeleverd. De moeder gaat niet in gesprek met iemand die haar lastig valt en bedreigt. De vader doet dat als hij zijn zin niet krijgt. [instantie 1] is van mening dat het niet in het belang van [minderjarige] is wanneer partijen contact met elkaar hebben. De vader kan [minderjarige] conform de in de bestreden beschikking vastgelegde zorgregeling komen ophalen. Dat de vader soms voor een dichte deur staat komt omdat de vader [minderjarige] niet op het afgesproken tijdstip komt ophalen; de moeder blijft dan niet thuis om op de vader te wachten maar volgt dan haar eigen agenda. De moeder heeft een voorstel aan de vader gedaan voor een uitgebreidere zorgregeling waarbij [minderjarige] ieder weekend van zaterdag na het voetballen tot dinsdag aanvang school bij de vader zou verblijven; dit voorstel heeft de vader afgewezen. </para>
          <para>De moeder is in januari /februari 2025 voor haarzelf een ambulant traject bij [instantie 2] gestart. De moeder kan – voor de duur van het raadsonderzoek – instemmen met de door het hof besproken voorlopige reguliere zorgregeling. <?linebreak?>De moeder gaat van 29 juli 2025 tot en met 7 augustus 2025 op vakantie naar Kroatië. De vader zegt nu dat hij in diezelfde periode een vakantiehuisje in België heeft gehuurd, maar de vader kan daar geen bewijs van leveren. De moeder gaat voor deze vakantie dan ook geen toestemming aan de vader verlenen. Ook de moeder wenst dat het hof een ‘knoop doorhakt’ over de zomervakantie.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling – samengevat – verklaard de door het hof voorgestelde zorgregeling praktisch te vinden. Niet ieder kind is gebaat bij een week-op-week-af-regeling. De raad maakt zich wel grote zorgen over de communicatie tussen de ouders. De raad gunt [minderjarige] de door het hof voorgestelde zorgregeling, maar vraagt zich wel af of de explosieve situatie tussen de ouders zich hiervoor leent. Kleine dingen leiden al tot misverstanden tussen de ouders. Frustraties en irritaties leiden tot veelvuldig WhatsApp-verkeer waar [minderjarige] in wordt betrokken. [minderjarige] zit klem tussen de ouders. De raad weet op dit moment niet welke vorm van hulpverlening voor de ouders passend is, omdat er al hulpverlening is ingezet. De raad adviseert het hof om een raadsonderzoek te gelasten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De motivering van de beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Het hof overweegt het volgende.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.10.1.</nr>
        <para>Het hof acht zich op grond van de stukken en het besprokene tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep onvoldoende voorgelicht om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen over welke zorgregeling het meest in het belang van [minderjarige] is. Vast staat dat de door de rechtbank in de bestreden beschikking vastgelegde zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] niet wordt nagekomen. Partijen verschillen van mening over de oorzaak hiervan. Ook staan de standpunten van partijen over welke zorgregeling in het belang van [minderjarige] is lijnrecht tegenover elkaar. <?linebreak?>Het hof stelt met de raad vast dat sprake is van een hevige strijd waarin [minderjarige] door partijen wordt betrokken; [minderjarige] zit klem tussen partijen. Gelet hierop zal het hof – conform het advies van de raad tijdens de mondelinge behandeling – een raadsonderzoek gelasten waarbij met name dient te worden onderzocht:</para>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>welke definitieve zorgregeling is het meest in het belang van [minderjarige] is?</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>hoe is de door het hof bepaalde <emphasis role="underline">voorlopige</emphasis> zorgregeling verlopen?</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>is hulpverlening, en zo ja, welke vorm van hulpverlening, is voor [minderjarige] en/of voor partijen noodzakelijk om het contact tussen de vader en [minderjarige] zo onbelast mogelijk te laten verlopen?</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para>Indien uit het onderzoek bevindingen naar voren komen die niet in het antwoord op de voornoemde onderzoeksvragen zijn genoemd, maar die wel van belang zijn met betrekking tot de zorgregeling, verzoekt het hof de raad die bevindingen in het raadsrapport nader te omschrijven. Het hof merkt tot slot op dat de raad de vrijheid heeft om het onderzoek – wanneer de raad dit noodzakelijk acht – verder uit te breiden naar een beschermings-onderzoek. In dat kader dient dan de vraag te worden beantwoord of [minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, waaruit die ontwikkelingsbedreiging bestaat en hoe die ontwikkelingsbedreiging kan worden weggenomen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Het hof zal de verdere behandeling van de zaak voor de duur van zes maanden aanhouden, derhalve tot <emphasis role="bold underline">26 februari 2026 pro forma, </emphasis>teneinde de resultaten van het onderzoek en het advies van de raad af te wachten. Indien het raadsonderzoek (ruim) voor die datum is afgerond, dient de raad dit rapport ook eerder aan het hof te verstrekken.</para>
          <para>Partijen zullen vervolgens door het hof in de gelegenheid worden gesteld om binnen twee weken schriftelijk te reageren op het rapport en het advies van de raad. </para>
          <para>Zo nodig zal het hof een tweede mondelinge behandeling bepalen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.3.</nr>
        <para>Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft het hof met partijen overleg gevoerd over welke <emphasis role="underline">voorlopige</emphasis> zorgregeling voor de duur van het raadsonderzoek in het belang van [minderjarige] is. Het eerder door de moeder aan de vader gedane voorstel om de week te delen heeft het hof daarbij als uitgangspunt genomen. Partijen hebben na – een korte schorsing van de mondelinge behandeling in hoger beroep – ingestemd met de navolgende <emphasis role="underline">voorlopige</emphasis> reguliere zorgregeling. Kort gezegd komt die regeling erop neer dat [minderjarige] iedere maandag en iedere dinsdag bij de vader verblijft en iedere donderdag en iedere vrijdag bij de moeder verblijft, waarbij het wisselmoment op woensdag via school plaatsvindt. De weekenden worden tussen de ouders verdeeld. Genoemde zorgregeling zal met ingang van het nieuwe schooljaar, derhalve vanaf <emphasis role="bold underline">maandag 18 augustus 2025</emphasis> gelden.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voor de duidelijkheid zal het hof hieronder genoemde zorgregeling schematisch weergeven:</para>
        </parablock>
        <para />
        <informaltable>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="colA" />
            <colspec colname="colB" />
            <tbody>
              <row>
                <entry namest="colA" nameend="colB">
                  <para>
                    <emphasis role="bold underline">Week 1 (oneven weken)</emphasis>
                  </para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Maandag uit school</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>vader</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Dinsdag</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>vader</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Woensdag naar school</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>vader</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Woensdag uit school</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>moeder</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Donderdag</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>moeder</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Vrijdag</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>moeder</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Zaterdag </para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>moeder</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Zondag</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>moeder</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Maandag naar school <emphasis role="bold underline">in week 2 even week</emphasis></para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>moeder</para>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </informaltable>
        <para />
        <informaltable>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="colA" />
            <colspec colname="colB" />
            <tbody>
              <row>
                <entry namest="colA" nameend="colB">
                  <para>
                    <emphasis role="bold underline">Week 2 even weken</emphasis>
                  </para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Maandag uit school</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>vader</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Dinsdag</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>vader</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Woensdag naar school</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>vader</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Woensdag uit school</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>moeder</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Donderdag</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>moeder</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Vrijdag naar school</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>moeder</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Vrijdag uit school</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>vader</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Zondag</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>vader</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Maandag naar school <emphasis role="bold underline">in week 3 oneven week</emphasis></para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>vader</para>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </informaltable>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.4.</nr>
        <para>Partijen kunnen verder met de navolgende <emphasis role="underline">voorlopige</emphasis> vakantieregeling instemmen:</para>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>dat tijdens de schoolvakanties van één week de hiervoor genoemde reguliere <emphasis role="underline">voorlopige</emphasis> zorgregeling doorloopt, waarbij het wisselmoment op woensdag om 14.00 uur plaatsvindt. Het hof zal daarbij bepalen – teneinde discussie tussen partijen hierover te voorkomen – dat de ouder waarbij [minderjarige] verblijft ervoor zorgt dat [minderjarige] om 14.00 uur bij de andere ouder aanwezig zal zijn;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>dat tijdens de schoolvakanties van twee weken [minderjarige] de eerste week bij de ouder verblijft bij wie hij volgens het eerste weekend van de reguliere <emphasis role="underline">voorlopige</emphasis> zorgregeling verblijft, waarbij het wisselmoment op zaterdag om 18.00 uur plaatsvindt. De ouder waar [minderjarige] verblijft zorgt ervoor dat [minderjarige] om 18.00 uur bij de andere ouder aanwezig zal zijn. Vervolgens verblijft [minderjarige] de tweede week inclusief het aansluitende weekend bij de andere ouder tot maandag naar school. Daarna loopt de reguliere <emphasis role="underline">voorlopige</emphasis> zorgregeling verder volgens bovenstaand schema. </para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.5.</nr>
        <parablock>
          <para>Partijen hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over de zomervakantie in 2025. Zij hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij allebei in dezelfde periode een vakantie met [minderjarige] hebben geboekt. Partijen hebben daarbij over en weer verklaard elkaar daarvoor geen toestemming te willen verlenen. Uiteindelijk hebben partijen het hof verzocht om hierover een beslissing te nemen. </para>
          <para>Het hof heeft – na een korte schorsing van de mondelinge behandeling in hoger beroep – beslist en aan partijen medegedeeld dat het hof van oordeel is dat het in het belang van [minderjarige] is dat hij in de zomervakantie met zijn moeder en haar gezin en zijn oma op vakantie mee kan naar Kroatië. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat met de behoorlijke uitbreiding van de huidige zorgregeling naar de <emphasis role="underline">voorlopige</emphasis> zorgregeling de vader ruim tegemoet wordt gekomen en dat het redelijk is dat met de zomervakantie de moeder tegemoet wordt gekomen. Het hof gaat er gelet op de toezegging tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep van uit dat de vader voor genoemde vakantie van [minderjarige] naar Kroatië en voor de aanvraag van een ID-bewijs voor [minderjarige] zijn toestemming verleent. De moeder dient op haar beurt aan de vader de gegevens te verstrekken waar [minderjarige] gedurende de vakantie in Kroatië verblijft. De zomervakantie dient voor het overige in onderling overleg tussen partijen te worden gedeeld. Partijen hebben aangegeven daarmee te kunnen instemmen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De slotsom</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande zal het hof beslissen als hierna onder 4 vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt de raad om een onderzoek in te stellen conform hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 3.10.1. is overwogen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt de raad tijdig vóór de hierna te noemen pro forma datum rapport en advies uit te brengen aan het hof, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt, voor de duur van het raadsonderzoek, een <emphasis role="underline">voorlopige</emphasis> regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen partijen met betrekking tot [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , vast zoals onder rechtsoverwegingen 3.10.3. tot en met 3.10.5. van deze beschikking is weergegeven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart tot zover deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing over de definitieve regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot <emphasis role="bold underline">26 februari 2026 PRO FORMA</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, G.M. Goes en K.A. Boshouwers en is op 28 augustus 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>