<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:2160</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T17:19:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-001182-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2160">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2160</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T17:18:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2160 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-07-2025 / 20-001182-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2160:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mishandeling. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2160:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-001182-24 </para>
  <para>Uitspraak	: 21 juli 2025</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 17 april 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-043235-24 tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1993,</para>
      <para>thans uit anderen hoofde verblijvende in [detentieadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep en omvang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte integraal van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 30 april 2024 tegen voormeld vonnis onbeperkt hoger beroep ingesteld. Bij akte van 30 mei 2024 heeft de officier van justitie het hoger beroep partieel ingetrokken, te weten voor zover ziende op de vrijspraak van feit 1 (mishandeling van [slachtoffer 1] ). Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat nog aan het oordeel van het hof is onderworpen, te weten de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal vernietigen en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen onder 2 en 3 aan de verdachte is tenlastegelegd en de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met een proeftijd van 2 jaren en met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, te weten: een meldplicht bij [instelling] , meewerken aan een ambulante behandeling, een contactverbod met aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en een locatieverbod voor het adres [adres 1] (de woning van [slachtoffer 2] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft integrale vrijspraak van het onder 2 en 3 tenlastegelegde bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepen vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal worden vernietigd, nu het proces-verbaal houdende de aantekening van het mondeling vonnis niet is ondertekend door de politierechter, maar enkel door de griffier. Het wel door de politierechter ondertekende stempelvonnis dient, ten aanzien van de beslissing op de onder </para>
    </parablock>
    <para>2 en 3 tenlastegelegde feiten, eveneens te worden vernietigd, omdat het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering en voorts omdat het hof tot een ander oordeel komt dan de politierechter.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is, voor zover thans nog aan de orde, tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij op of omstreeks 6 februari 2024 te ’s-Hertogenbosch [slachtoffer 2] heeft mishandeld door </para>
    <parablock>
      <para> die [slachtoffer 2] bij haar haren vast te pakken en/of haar haren vast te blijven houden, en/of</para>
      <para> het hoofd van die [slachtoffer 2] (met kracht) naar beneden te trekken, en/of</para>
      <para> meermalen, althans eenmaal, op/tegen het gezicht, althans het hoofd, van die [slachtoffer 2] te slaan en/of te stompen, en/of </para>
      <para> die [slachtoffer 2] tegen een trap aan te duwen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.<?linebreak?>hij op of omstreeks 6 februari 2024 te ’s-Hertogenbosch [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een snijdende beweging langs zijn keel met zijn hand en/of vinger te maken terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] aankeek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij op 6 februari 2024 te ’s-Hertogenbosch [slachtoffer 2] heeft mishandeld door </para>
    <parablock>
      <para> die [slachtoffer 2] bij haar haren vast te pakken en haar haren vast te blijven houden, en</para>
      <para> het hoofd van die [slachtoffer 2] (met kracht) naar beneden te trekken, en</para>
      <para> meermalen op/tegen het gezicht, althans het hoofd, van die [slachtoffer 2] te slaan en/of te stompen, en </para>
      <para> die [slachtoffer 2] tegen een trap aan te duwen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.<?linebreak?>hij op 6 februari 2024 te ’s-Hertogenbosch [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een snijdende beweging langs zijn keel met zijn vinger te maken terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] aankeek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de feiten 2 en 3:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de hierna volgende bewijsmiddelen wordt verwezen naar het proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, zaakregistratienummer: PL2100-2024027435, in de wettige vorm opgemaakt en op 7 februari 2024 gesloten door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie, met bijlagen, bestaande uit in wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en/of geschriften, doorgenummerde dossierpagina’s 1-44.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde dossierpagina’s 6-7, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] , wonende op [adres 2] :</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 6)</emphasis>
      </para>
      <para>Op 6 februari 2024, om 18.55 uur, kwam mijn ex-partner [verdachte] (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: [verdachte]</emphasis>  onze dochter brengen (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: naar de woning van aangeefster</emphasis>). Wij hebben samen een omgangsregeling. Mijn moeder is altijd bij de overdacht aanwezig. Mijn moeder stond bij de voordeur. Ik stond in de gang. Ik hoorde dat er een woordwisseling ontstond over de omgangsregeling. Ik zag dat mijn ex-partner mijn moeder in het gezicht sloeg en haar bij haar haren pakte. Ik zag dat mijn moeder een bloedneus had.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik zag dat mijn ex-partner met zijn hand een snijdende beweging langs zijn keel maakte met zijn vinger en mij daarbij aankeek in mijn ogen. Ik ben echt heel bang dat mijn ex-partner ons iets aan gaan doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde dossierpagina’s 12-14, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] :</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 12)</emphasis>
      </para>
      <para>Ik doe aangifte van mishandeling gepleegd door [verdachte] uit [geboortedag 1] 1993. Ik had pijn en letsel overgehouden van dit feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omstreeks 19.00 uur (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: op 6 februari 2024</emphasis>) kwam [verdachte] naar het adres van mijn dochter, [adres 2] (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: te ’s-Hertogenbosch</emphasis>), om de overdacht van mijn kleindochter te doen. Deze overdracht doe ik altijd. [verdachte] kwam met [slachtoffer 1] naar de voordeur gelopen. Ik hoorde [verdachte] toen zeggen: “Luister de vakantie gaat verdeeld worden”, of woorden van gelijke strekking. Dit zei [verdachte] met een verheven intimiderende stem. Ik antwoorde daar op dat ik daar niks van af wist. Ik zei tegen [verdachte] dat dit via de advocaat moet gaan. Toen ik dat had gezegd pakte [verdachte] mij bij mijn haren vast. Ik voelde dat hij met kracht mijn hoofd naar beneden trok. Dit deed pijn. Ik voelde tegelijkertijd dat hij dit deed, dat ik werd geslagen. Ik denk dat dit met een vuist was, maar ik kon dit niet zien. Deze slagen waren tegen mijn gezicht. Deze slagen deden pijn. Ik had hierna een bloedneus.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna werd ik door [verdachte] tegen de trap aan geduwd. Ik viel achterover tegen de trap aan. Ik kreeg hierbij een traptrede in mijn rug. Dit deed pijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 13)</emphasis>
      </para>
      <para>Terwijl dit allemaal gebeurde bleef [verdachte] mij vasthouden aan mijn haar. Ik voelde dat [verdachte] mij bleef slaan. Hierna kwam mijn dochter naar beneden gelopen. Ik hoorde haar zeggen: “Laat mijn moeder los”, of woorden van gelijke strekking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna zag ik dat [verdachte] een snijdende beweging met zijn vinger bij zijn keel maakte. [verdachte] keek op dat moment naar onze richting. Ik hoorde hem iets in het Marokkaans naar ons zeggen. Dit deed hij weer met een verheven intimiderende stem. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpagina 8, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 februari 2024, omstreeks 19.20 uur, waren wij doende met een wijkzorg dienst te ’s-Hertogenbosch. Wij werden door het Operationeel Centrum gestuurd naar [adres 2] alwaar bewoonster en moeder mishandeld zouden zijn door de ex-partner van de bewoonster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter plaatse op het bovengenoemde adres spraken wij de bewoonster ( [slachtoffer 1] ) en haar</para>
      <para>moeder ( [slachtoffer 2] ). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wij verbalisanten zagen dat de moeder zichtbare verwondingen had. Wij zagen een blauwe plek op haar linkerarm boven de elleboog en schaafwonden op de knokkels van haar linkerhand. Foto's van het letsel zijn toegevoegd bij de aangifte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarneming hof: op dossierpagina 44 neemt het hof op de daar opgenomen foto een op opgedroogd bloed gelijkende substantie op de linker neusvleugel waar. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>4. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpagina 10, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 februari 2024 was ik doende met het incident aan [adres 2] </para>
      <para> . Ik kreeg van aangever [slachtoffer 1] de camerabeelden ter beschikking van de camera aan de gevel van de woning.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de beelden was te zien dat het voertuig van verdachte [verdachte] voor de woning</para>
      <para>van de aangeefster stond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om 19.00.43 uur hoorde ik een vrouwelijke stem gillen. Om 19.01.29 uur hoorde ik een vrouwelijke stem roepen: “Hou op, hou op!”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep integrale vrijspraak van het onder 2 en 3 tenlastegelegde bepleit. Daartoe is, kort gezegd, aangevoerd dat de verdachte ontkent [slachtoffer 2] te hebben mishandeld en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te hebben bedreigd. De aangeefsters hebben belastend over de verdachte verklaard uit ongenoegen over de omgangsregeling. Hun verklaringen zijn daardoor niet overtuigend. Anders dan de aangeefsters hebben verklaard, werd de verdachte meteen bij aankomst door zijn ex-partner [slachtoffer 1] aangevallen, waarbij zij de bril van het hoofd van de verdachte heeft afgetrokken. De verdachte heeft zich alleen verweerd door haar/hen weg te duwen, zodat hij zijn bril kon oppakken. Daarna is hij direct vertrokken. Bij gebrek aan overtuigend bewijs, dient de verdachte van beide feiten te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verklaring van de verdachte, kort gezegd inhoudende dat hij degene is die werd aangevallen en dat hij zichzelf alleen tegen die aanval heeft verdedigd, is in strijd met de hierboven bezigde bewijsmiddelen. Daaruit volgt naar het oordeel van het hof wettig én overtuigend dat de verdachte aangeefster [slachtoffer 2] heeft mishandeld en dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd. Het hof acht hun verklaringen betrouwbaar en deze vinden steun in elkaar en in de overige gebezigde bewijsmiddelen. Het hof schuift de verklaring van de verdachte derhalve als niet geloofwaardig ter zijde en acht zowel het onder 2 als het onder 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt derhalve het verweer van de verdediging in al zijn onderdelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>mishandeling.</title>
    <para>Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen sanctie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich op 6 februari 2024 schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer 2] , de moeder van zijn ex-partner [slachtoffer 1] en tevens oma van zijn eigen dochter, en van bedreiging met de dood van zowel zijn ex-partner als haar moeder. Hij heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit en/of persoonlijke levenssfeer en hij heeft het veiligheidsgevoel van de aangeefsters aangetast. Bovendien hebben de feiten plaatsgevonden bij de woning van [slachtoffer 1] , waar [slachtoffer 2] op dat moment ook aanwezig was om de overdracht van haar kleinkind in goede banen te leiden. Dit zou een situatie moeten zijn waar alle betrokkenen zich juist veilig zouden moeten voelen. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof gelet op de omstandigheid dat de verdachte, blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 april 2025, eerder ter zake van strafbare feiten met (een component van) geweld onherroepelijk is veroordeeld, doch niet recentelijk.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep en uit het reclasseringsrapport d.d. 26 maart 2024 is gebleken. Uit het rapport van de reclassering volgt dat het risico op recidive gemiddeld tot hoog wordt ingeschat en het risico op letselschade gemiddeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met een proeftijd van 2 jaren. Deze straf is ook door de advocaat-generaal gevorderd. Echter, anders dan de advocaat-generaal, ziet het hof geen meerwaarde in het daaraan verbinden van bijzondere voorwaarden, nu de verdachte thans uit anderen hoofde preventief is gehecht en er op dit moment nog geen zicht is op een datum van invrijheidsstelling in die strafzaak. </para>
      <para>Daarnaast zal het hof, ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten en ter bescherming van de aangeefsters, een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte opleggen. Daartoe overweegt het hof dat uit voornoemd reclasseringsrapport volgt dat sprake is van een gemiddeld tot hoog risico op recidive en een gemiddeld risico op letselschade, gezien het delictverleden van de verdachte en het aantal eerder gedane meldingen van huiselijk geweld bij de politie en Veilig Thuis. Voorts ziet de reclassering mogelijke risicofactoren in onder andere de slechte relatie van de verdachte met aangeefster [slachtoffer 1] , het psychosociaal functioneren van de verdachte en zijn houding. De maatregel behelst derhalve dat de verdachte zich – ook tijdens zijn huidige preventieve hechtenis – dient te onthouden van direct en indirect contact met beide aangeefsters in welke vorm dan ook. Deze maatregel geldt voor de duur van vijf jaren. Voor het geval de verdachte zich niet aan de maatregel houdt, zal telkens vervangende hechtenis voor de duur van 2 weken worden opgelegd (tot een maximum van 6 maanden). Nu er, gelet op het hiervoor overwogene, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens de aangeefsters, zal het hof het contactverbod, conform het advies van de reclassering, dadelijk uitvoerbaar verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">3 (drie) weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op de <emphasis role="bold">maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid</emphasis> inhoudende dat de verdachte voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] (geboortedatum: [geboortedag 2] 1993) en [slachtoffer 2] (geboortedatum: [geboortedag 3] 1971).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt <emphasis role="bold">2 (twee) weken</emphasis> voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk <emphasis role="bold">maximum</emphasis> van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,</para>
      <para>mr. C.M. Hilverda en mr. R. Lonterman, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,</para>
      <para>en op 21 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>