<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:2009</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-31T12:28:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.354.815_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroepKortGeding">Hoger beroep kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2009">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2009</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-31T12:25:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2009 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 15-07-2025 / 200.354.815_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2009:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vervangende toestemming inschrijving op middelbare school.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2009:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Team Familierecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.354.815/01 <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 15 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. C.L.M Gommers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,	</para>
      <para>hierna: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. B.E.S. Chin-A-Fat,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 14 mei 2025 ingeleide hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, gewezen vonnis in kort geding van 28 april 2025 tussen appellant – de vader – als gedaagde in conventie en eiser in reconventie en geïntimeerde – de moeder – als eiseres in conventie en gedaagde in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak gaat over de inschrijving op een middelbare school van <emphasis role="bold">[de minderjarige]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] (hierna: [de minderjarige] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming</emphasis>,</para>
      <para>
        [locatie] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaaknummer C/02/433592 / KG ZA 25-138) </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis in kort geding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij voormeld exploot heeft de vader grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van de moeder en het alsnog toewijzen van de vorderingen van de vader, althans tot het nemen van een passende beslissing met inachtneming van de in de dagvaarding geformuleerde grieven en met verbetering van de rechtsgronden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij memorie van antwoord, ingekomen bij het hof op 10 juni 2025, heeft de moeder de grieven bestreden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het hof heeft [de minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft hiervan gebruik gemaakt en heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling een gesprek gevoerd met de zaaksvoorzitter in het bijzijn van de griffier. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van dit gesprek zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 24 juni 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Op deze mondelinge behandeling zijn verschenen:</para>
      <para>- de vader, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Gommers;</para>
      <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. Chin-A-Fat;</para>
      <para>- de raad, vertegenwoordigd door [persoon A].</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.4.1.</nr>
        <para>Op de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de vader zittingsaantekeningen overgelegd en deze voorgedragen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Partijen hebben aan het slot van de mondelinge behandeling verklaard dat het hof uitspraak kan doen op basis van de stukken zoals die zich in het dossier bevinden. Het hof beschikt over het procesdossier van eerste aanleg. Daarnaast bevindt zich in het dossier:</para>
      <para>- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de rechtbank van 14 april 2025;</para>
      <para>- een H12-formulier van de advocaat van de moeder van 17 juni 2025, met de producties 3 en 4.</para>
      <para>- een H12-formulier van de advocaat van de vader van 18 juni 2025, met de producties 1 tot en met 6;</para>
      <para>- een H12-formulier van de advocaat van de moeder van 23 juni 2025, met productie 5.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De gronden van het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de appeldagvaarding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak om het volgende.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <para>Tussen partijen staat onder meer het volgende vast.</para>
        <para>- Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Bij beschikking van 19 december 2016 is de echtscheiding tussen hen uitgesproken. </para>
        <para>- Zij zijn de ouders van [de minderjarige] (en van [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]). </para>
        <para>. Zij hebben samen het gezag over [de minderjarige] . </para>
        <para>- In de echtscheidingsbeschikking is bepaald dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijf heeft bij de moeder.</para>
        <para>- Het ouderschapsplan van 23 november 2016 is aangehecht aan en maakt deel uit van de echtscheidingsbeschikking. Daarin hebben partijen onder 3.1 een zorgregeling tussen de vader en de kinderen opgenomen. Vast staat dat deze regeling met betrekking tot [de minderjarige] al ruim een half jaar niet meer wordt uitgevoerd.</para>
        <para>-Verder is onder 3.5 opgenomen dat partijen een keuze voor een (type) school gezamenlijk maken. Zij zullen de kinderen bij deze keuze betrekken.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <para>In het schooljaar 2025-2026 start [de minderjarige] op de middelbare school. Partijen kunnen het niet eens worden over de schoolkeuze voor [de minderjarige] . De moeder wil [de minderjarige] inschrijven op het [XXX] College in [plaats], een particuliere middelbare school. De vader wil [de minderjarige] inschrijven op het [ZZZ] in [plaats]. In eerste aanleg hebben beide ouders vervangende toestemming gevraagd voor inschrijving van [de minderjarige] op de middelbare school van hun keuze.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <para>De voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland West-Brabant, zittingsplaats Breda heeft in het bestreden vonnis in kort geding de vordering van de moeder toegewezen en de vordering van de vader afgewezen. Dit betekent dat aan de moeder vervangende toestemming is verleend, uitvoerbaar bij voorraad, voor de inschrijving van [de minderjarige] op het [XXX] College.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.4.</nr>
        <para>De vader kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. Hij heeft zeven grieven geformuleerd. Deze grieven zullen in het navolgende gezamenlijk worden besproken.<?linebreak?></para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De vader kan zich niet vinden in de overweging van de voorzieningenrechter dat op het [XXX] College meer dan op het [ZZZ] gestructureerde onderwijsbegeleiding wordt geboden voor kinderen zoals [de minderjarige] met specifieke onderwijsbehoeften. Door de vertegenwoordiger van de raad is tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg expliciet gesteld dat beide scholen kunnen bieden wat [de minderjarige] nodig heeft en dat beide scholen dus geschikt zijn. <?linebreak?>Ook heeft de voorzieningenrechter niet of onvoldoende aandacht gehad voor de door de vader aangehaalde uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 augustus 2021 (ECLI:NL:RBMNE:2021:4145) waaruit – kort gezegd – volgt het door de overheid gefinancierde publieke onderwijs (in het algemeen) goed is, zodat niet zonder meer aannemelijk is dat kleinschalig, particulier onderwijs beter is.</para>
        <para>De voorzieningenrechter heeft onvoldoende oog gehad voor het feit dat de moeder met [de minderjarige] het [XXX] College heeft bezocht, terwijl zij al wist dat de vader niet instemde met de keuze voor deze school. <?linebreak?>Ook is niet in beeld hoe naar de bezochte scho(o)l(en) is gekeken en hoe [de minderjarige] hierbij door de moeder is gestuurd, zoals door de raad ook tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg naar voren is gebracht. Er is door de moeder immers niet in samenspraak met de vader gekeken naar een passende school voor [de minderjarige] .</para>
        <para>De voorzieningenrechter heeft ten onrechte de mening van [de minderjarige] als doorslaggevend aangemerkt. Juist omdat de mening van een kind van [de minderjarige] leeftijd door een ouder kan zijn beïnvloed, kan de wens van de minderjarige niet altijd worden gevolgd. </para>
        <para>De vader is van mening dat [de minderjarige] met de keuze voor deze particuliere en heel dure school, onderdeel wordt van een selecte groep, terwijl de vader het belangrijk vindt hij deel uitmaakt van het ‘echte leven’ en omgang heeft met zoveel mogelijk verschillende mensen met verschillende achtergronden.</para>
        <para>Tenslotte wijst de vader erop dat de ouders, zonder hulp van een derde, niet in staat zijn het schoolgeld van (minimaal, want de kosten nemen in de bovenbouw en bij extra voorzieningen toe) € 28.900,- per schooljaar te dragen. De moeder heeft alleen eigen inkomen uit werkzaamheden in het bedrijf van haar partner. De moeder en haar partner wonen ongehuwd samen, zodat alleen de vader en de moeder een onderhoudsverplichting jegens [de minderjarige] hebben. Dat de partner van de moeder bereid is het hoge schoolgeld te betalen, lost de bezwaren van de vader niet op. Door de raad is tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg al naar voren gebracht dat het als complex wordt ervaren dat zogezegd een derde zonder onderhoudsverplichting de hoge kosten van de particuliere school zal moeten dragen en dat partijen en [de minderjarige] in dit opzicht dus afhankelijk zijn van de bereidwilligheid van deze derde terwijl het ontbreekt aan onderling vertrouwen. De vader heeft bijzonder veel moeite met een situatie waarin partijen als de (onderhoudsplichtige) ouders van [de minderjarige] niet bij machte zijn deze kosten voor [de minderjarige] te betalen en de niet-onderhoudsplichtige partner van de moeder deze kosten voor zijn rekening neemt. Het zijn de vader en de moeder die het financiële risico dragen als de partner de betaling van het schoolgeld zou stopzetten. Dit heeft de voorzieningenrechter ten onrechte van ondergeschikt belang geacht.</para>
        <para>De laatste grief van de vader richt zich tegen de overweging (ten overvloede) van de voorzieningenrechter, dat de toezegging van de moeder dat zij de schoolkosten zal betalen, niet betekent dat de vader geen eigen bijdrage hoeft te betalen. Hiermee is de voorzieningenrechter buiten de rechtsstrijd is getreden, aangezien de moeder zowel in haar inleidende dagvaarding als tijdens de mondelinge behandeling, expliciet heeft aangegeven de kosten voor het [XXX] College voor haar rekening te zullen nemen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>De moeder voert het volgende verweer.</para>
          <para>De moeder heeft op zowel het [XXX] College als op het [ZZZ] nagevraagd welke begeleiding geboden kan worden met betrekking tot de specifieke problematiek van [de minderjarige] , zoals bijvoorbeeld zijn dyscalculie. Het [ZZZ] biedt slechts standaardbegeleiding, zoals extra tijd bij examens, terwijl het [XXX] College uitgebreidere begeleiding biedt en onderwijs op maat. <?linebreak?>Verder heeft het [XXX] College kleine klassen van maximaal 8 leerlingen. Het [ZZZ] is weliswaar een kleine school, maar de klassen hebben geen maximum aantal leerlingen. <?linebreak?>De moeder meent dat in de specifieke situatie van [de minderjarige] , namelijk zijn aanzienlijke kindeigen problematiek (ADHD, dyscalculie, moeite met emotieregulatie en disharmonisch intelligentieprofiel), de kleine klassen met daardoor persoonlijke aandacht van leraren en de mogelijkheden van extra begeleiding, maken dat het [XXX] College een betere keuze is voor [de minderjarige] . Reguliere scholen zijn vanwege de grote klassen en de gebondenheid aan vaste studieprofielen vaak handelingsverlegen bij kinderen als [de minderjarige] met speciale onderwijsbehoeften.</para>
          <para>De vader meent dat de moeder de keuze van [de minderjarige] voor het [XXX] College heeft beïnvloed omdat zij met hem deze school heeft bezocht, terwijl zij wist dat de vader niet achter de keuze voor deze school zou staan. De moeder betwist dat zij [de minderjarige] heeft beïnvloed in zijn keuze. De basisschool van [de minderjarige] heeft het advies gegeven om breed te oriënteren op middelbare scholen. Dit hebben de moeder en [de minderjarige] ook gedaan. Zij hebben heel veel scholen bezocht, waaronder ook het [ZZZ]. Ondanks uitnodigingen van de moeder aan de vader en door haar verstrekte informatie over de mogelijkheden, is de vader niet met [de minderjarige] en de moeder mee gegaan bij het bezoeken van (open dagen van) de scholen, noch heeft hij zelfstandig (al dan niet met [de minderjarige] samen) scholen en open dagen bezocht. </para>
          <para>Voor de moeder is het belangrijkste, omdat [de minderjarige] het al zo moeilijk heeft, dat hij naar een school kan gaan waar <emphasis role="underline">hij</emphasis> zich het beste voelt.  </para>
          <para>De moeder meent dat de voorzieningenrechter de mening van [de minderjarige] niet als doorslaggevend heeft aangemerkt, maar slechts heeft overwogen dat de mening van de minderjarige over het algemeen zwaar weegt bij een beslissing over de middelbare school. Dit is dus niet het enige of doorslaggevende argument geweest voor de beslissing</para>
          <para>De vader spreekt de vrees uit dat [de minderjarige] op een particuliere school onderdeel wordt van een selecte groep en geen deel uitmaakt van het ‘echte leven’. Waaruit het ‘echte leven’ zou bestaan maakt de vader niet duidelijk. De moeder meent dat bij een keuze voor een particuliere middelbare school, [de minderjarige] nog altijd in aanraking zal komen met mensen van verschillende achtergronden. ‘Het leven’ bestaat immers uit meer dan alleen school. [de minderjarige] heeft op een gewone basisschool gezeten en heeft ook een leven naast school, in het gezin met moeder, zijn broertje en haar partner, met familie en vrienden. Voor de moeder is het op dit moment van belang dat [de minderjarige] het onderwijs krijgt dat het beste aansluit bij zijn behoeften. Juist door een goede ontwikkeling zal [de minderjarige] zich in ‘het leven’ zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Als [de minderjarige] ongelukkig is en zijn leercapaciteiten niet goed kan inzetten, zal dat hem in ‘het leven’ ook niet verder helpen. </para>
          <para>Het is de moeder niet duidelijk waarom de vader blijft vasthouden aan het [ZZZ]. Hij voerde aanvankelijk aan dat het van belang was dat [de minderjarige] bij vriendjes op school zou kunnen komen/blijven, maar inmiddels is duidelijk dat maar één van die vriendjes naar het [ZZZ] gaat. </para>
          <para>Voor wat betreft het financiële aspect voert de moeder het volgende aan. Zij zou uiteraard niet eens hebben overwogen om met [de minderjarige] het [XXX] College te bezoeken als zij de hoge kosten daarvan niet zou kunnen dragen. De moeder heeft er begrip voor dat de vader moeite heeft met de situatie, maar dit dient volgens haar minder zwaar te wegen dan het belang van [de minderjarige] . </para>
          <para>Het klopt dat de moeder met haar eigen inkomen niet de volledige schoolkosten kan dragen. Wel kan zij de kosten van één schooljaar ruimschoots voldoen, zodra de vader meewerkt aan de uitkering van een aan de moeder toekomend bedrag van (in ieder geval) € 34.877,25 uit een polis bij AEGON. </para>
          <para>De partner van de moeder, met wie zij al 8 jaar een relatie heeft en samenwoont, heeft een stabiel inkomen van ruim € 250.000,- bruto per jaar. Hij is bereid om bij te dragen in de schoolkosten van het [XXX] College. De moeder herhaalt dat zij bereid en in staat is – met hulp van haar partner – om de schoolkosten van het [XXX] College volledig en gedurende alle schooljaren voor haar rekening te nemen. Het schoolgeld voor het eerste jaar is inmiddels voldaan en voor de overige jaren wordt een voorziening getroffen. De moeder en haar partner hebben daarover afspraken gemaakt, die bij de notaris zullen worden vastgelegd. Er spelen dienaangaande nog wat fiscale vragen die verder moeten worden uitgezocht. Zodra er toestemming is voor de inschrijving van [de minderjarige] op het [XXX] College, wordt alles verder geregeld en vastgelegd. </para>
          <para>De moeder heeft inmiddels ook de bevestiging vanuit het [XXX] College overgelegd, dat de vader voor deze kosten niet zal worden aangesproken. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep het volgende naar voren gebracht.</para>
          <para>De raad begrijpt dat het gevoelsmatig voor de vader heel ingewikkeld is dat de partner van moeder een groot deel van de kosten voor het [XXX] College voor zijn rekening neemt. Zeker gelet op het feit dat er al (ruim) een half jaar geen contact meer is tussen de vader en [de minderjarige] en de vader voor zijn gevoel al zo moet knokken voor zijn plek als vader. De raad merkt op dat er tussen de ouders en tussen [de minderjarige] en de vader veel meer speelt dan alleen de schoolkeuze, en dat het moeilijk is om dat los te trekken.</para>
          <para>De raad heeft zich in eerste aanleg gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter en geen standpunt ingenomen over welke school het beste is voor [de minderjarige] . De raad benadrukt dat een schoolkeuze altijd een behoorlijke gok is. Het uiteindelijke welslagen van de schoolkeuze is altijd in grote mate afhankelijk van de klik met de leraren en medeleerlingen. Dit blijft vooraf op iedere school ongewis. </para>
          <para>Gebleken is echter dat [de minderjarige] volhardend is in zijn wens om naar het [XXX] College te gaan en daar geeft de raad wel gewicht aan. Of deze keuze wel of niet is beïnvloed door de moeder kan de raad niet vaststellen. Maar zelf als dit het geval zou zijn, dan heeft [de minderjarige] die wens inmiddels zo geïnternaliseerd, dat dit niet meer van belang is. <?linebreak?>Er moet nu met name gekeken worden naar wat er gebeurt als [de minderjarige] niet naar het [XXX] College mag; wat dit doet met hem en met zijn beleving richting de vader. De raad heeft zorgen dat dit negatief zou kunnen uitpakken. Kijkend naar de kindeigen problematiek van [de minderjarige] , geeft de raad aan dat een kind als hij meer helderheid en houvast nodig heeft en dat hij rigide kan reageren als dingen anders gaan dan hij wil of had gehoopt. Dit wordt geïllustreerd door zijn uitlating dat hij het zijn vader kwalijk neemt als hij niet naar het [XXX] College mag en dat hij dan ook geen contact meer met hem wil. De raad snapt dat dit voor de vader voelt als een dwangmiddel dat [de minderjarige] inzet om zijn zin te krijgen en dat de vader van mening is dat [de minderjarige] moet leren dat je in het leven niet altijd je zin krijgt. Hoewel dat laatste in zijn algemeenheid zeker waar is, ligt dat in dit geval bij de schoolkeuze anders. Een keuze voor een andere school dan het [XXX] College zal een nodeloze extra belemmering vormen om het contact tussen [de minderjarige] en de vader te herstellen. <?linebreak?>De raad heeft niet de vrees dat een keuze voor het [XXX] College [de minderjarige] een signaal zal geven dat hij het contact met een van zijn ouders kan inzetten als een drukmiddel om zijn zin te krijgen en dat hij de ouders hiermee tegen elkaar uit zal gaan spelen. De sleutel hierbij ligt wel bij de manier waarop de ouders beslissingen met [de minderjarige] communiceren. Als zij aan [de minderjarige] duidelijk maken dat zij samen als ouders hebben nagedacht over wat het beste is voor [de minderjarige] en dat zij samen tot deze beslissing zijn gekomen, dan heeft de raad hier geen zorgen over. </para>
          <para>Voor wat betreft de zorgen van de vader over het behoren tot een selectie groep en het niet deelnemen aan het ‘echte leven’, stelt de raad dat het ‘echte leven’ voor [de minderjarige] inhoudt dat hij verbonden is en kan blijven met iedereen die voor hem belangrijk is.</para>
          <para>Dit alles in overweging nemend neigt de raad dus naar een advies aan het hof om aan de moeder vervangende toestemming te verlenen [de minderjarige] in te schrijven op het [XXX] College. </para>
          <para>Als [de minderjarige] naar het [XXX] College gaat, is het belangrijk dat de vader een duidelijke positie krijgt als gezaghebbende ouder en dat hij niet op het tweede plan komt. Ook is belangrijk dat op het [XXX] College goed gekeken wordt naar wat [de minderjarige] nodig heeft en dat het [XXX] College de verwachtingen op dat gebied waar gaat maken. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het hof komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het spoedeisend belang staat vast nu het gaat om de inschrijving van [de minderjarige] op een middelbare school voor het schooljaar 2025/2026, dat begint op 18 augustus 2025.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.5.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Partijen hebben het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] . Dit betekent dat beide partijen</para>
          <para>de toestemming van de andere partij nodig hebben om hem in te schrijven op een</para>
          <para>middelbare school. Gebleken is dat zij met elkaar geen overeenstemming kunnen bereiken</para>
          <para>over de schoolkeuze. De moeder wil dat [de minderjarige] naar het [XXX] College gaat, een particuliere school, terwijl de vader wil dat [de minderjarige] naar het [ZZZ] gaat, een publieke school. Dit betekent dat het hof de beslissing zal moeten nemen naar welke school [de minderjarige] aankomend schooljaar gaat en dat deze beslissing in de plaats zal treden van de toestemming van de andere ouder.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.2.</nr>
        <para>Kort gezegd heeft de vader drie voor hem doorslaggevende redenen aangevoerd waarom hij niet kan instemmen met de keuze voor het [XXX] College:</para>
        <para>1. de financiën; de ouders zijn afhankelijk van financiële steun van de partner van de moeder;</para>
        <para>2. [de minderjarige] zal onderdeel gaan uitmaken van een select groepje;</para>
        <para>3. de wens van [de minderjarige] om naar het [XXX] College te gaan is beïnvloed door de moeder. </para>
        <para>In het navolgende zal het hof deze bezwaren van de vader bespreken.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Financiën</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.6.</nr>
        <parablock>
          <para>Het hof stelt aan de ene kant voorop er alle begrip te hebben voor het feit dat het voor de vader niet goed voelt dat de partner van de moeder een groot deel van de schoolkosten voor zijn rekening neemt. Zeker gelet op het feit dat de vader zich in zijn rol als vader al behoorlijk achtergesteld voelt, doordat hij inmiddels ruim een half jaar geen contact meer heeft met [de minderjarige] . Ook maakt de vader zich terecht zorgen over wat er zal gebeuren als de partner van de moeder, om wat voor reden dan ook, het schoolgeld niet meer kan of wil betalen. Vast staat immers dat de ouders samen niet in staat zijn om het schoolgeld op te brengen. Dit zijn naar het oordeel van het hof zeker legitieme bezwaren die de vader heeft opgeworpen tegen een keuze voor het [XXX] College.</para>
          <para>Aan de andere kant heeft de moeder expliciet toegezegd dat zij – met hulp van haar partner – alle kosten van het [XXX] College gedurende alle schooljaren voor haar rekening zal nemen en dat de vader te allen tijde financieel gevrijwaard zal blijven. Het [XXX] College heeft ook schriftelijk bevestigd dat de vader niet tot betaling van het schoolgeld zal worden aangesproken, terwijl hij als ouder wel alle informatie krijgt over de vorderingen en ontwikkeling van [de minderjarige] . Hij wordt – net als de moeder – opgenomen in de mailinglijst, krijgt uitnodigingen voor voortgangsgesprekken op school en krijgt toegang tot Magister. </para>
          <para>De moeder heeft onbetwist gesteld dat het schoolgeld voor het eerste schooljaar inmiddels is voldaan en dat zij uit eigen middelen (zodra de vader meewerkt aan de uitkering van de AEGON-polis) nog een schooljaar kan betalen. Verder heeft zij onbetwist gesteld dat haar partner, met wie zij al acht jaar een relatie heeft en samen [de minderjarige] en Dayne een gezin vormt, ruimschoots voldoende inkomen heeft om het schoolgeld te betalen en dat hij dit ook heel graag voor [de minderjarige] wil doen. De moeder en haar partner hebben onderling afspraken gemaakt over de betaling van het schoolgeld voor de volledige schoolcarrière van [de minderjarige] op het [XXX] College. Voorts heeft de moeder verklaard dat deze afspraken bij de notaris zullen worden vastgelegd en van kracht blijven mocht de relatie onverhoopt stranden. </para>
          <para>Het hof overweegt ten slotte dat hoge schoolkosten invloed kunnen hebben op de hoogte van de behoefte van kinderen in het kader van kinderalimentatie. In dit geval kan het schoolgeld voor het [XXX] College echter niet als behoefteverhogend worden aangemerkt, omdat de moeder uitdrukkelijk heeft toegezegd dat de vader nimmer voor deze kosten zal worden aangesproken, met andere woorden, het behoefteverhogende aspect van deze schoolkeuze voor [de minderjarige] komt geheel voor rekening van de moeder.  </para>
          <para>Het hof is van oordeel dat aan alle de financiële bezwaren die de vader heeft opgeworpen voldoende tegemoet is gekomen, zodat hierin geen argument tegen het [XXX] College kan worden gevonden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Select groepje</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.7.</nr>
        <parablock>
          <para>Voorts is niet onbegrijpelijk de zorg van de vader dat met de keuze voor het [XXX] College [de minderjarige] onderdeel gaat uitmaken van een klein groepje van de “happy few”, dat zich dergelijke hoge schoolkosten kan veroorloven en dat de vader zorgen heeft dat dit een (nog grotere) verwijdering tussen hem en [de minderjarige] in de hand zal werken. Ook onderkent het hof de wens van de vader dat [de minderjarige] opgroeit in een omgeving waarin hij in aanraking komt met mensen met verschillende achtergronden. </para>
          <para>Het hof is echter van oordeel dat de moeder en de raad terecht hebben aangevoerd dat ‘het echte leven’, zoals de vader dat noemt, bestaat uit veel meer aspecten en onderdelen dan alleen maar de school. Dat omvat ook het gezin – of de gezinnen – waarin je opgroeit, je vriendengroep, en je sport- en of hobbyclubs en een eventueel bijbaantje. Verder geeft de keuze voor een reguliere, publieke middelbare school evenmin de garantie dat een kind uit zijn eigen sociaal-economische “bubbel” zal treden. </para>
          <para>Ook hierin kunnen dus onvoldoende argumenten tegen een keuze voor het [XXX] College worden gevonden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">De wens van [de minderjarige]</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.8.</nr>
        <parablock>
          <para>De vader heeft aangevoerd dat de door een minderjarige uitgesproken wens niet doorslaggevend mag zijn bij een schoolkeuze, en dat het uiteindelijk de ouders moeten zijn die bepalen wat de beste keuze hierin is. Dat kan dus een andere school zijn dan de school die de voorkeur heeft van het kind, maar kinderen moeten leren dat ze niet altijd hun zin krijgen.</para>
          <para>Hoewel het hof de vader hier voor een belangrijk deel in kan volgen, is het hof van oordeel dat bij de keuze voor een middelbare school de voorkeur van het kind – zoals de raad ook terecht heeft aangevoerd – wel een hele belangrijke rol speelt. Hij of zij is uiteindelijk degene die vier tot zes jaar van zijn of haar leven op deze school moet doorbrengen en niet diens ouders.</para>
          <para>Verder is ook niet gebleken dat het [ZZZ] de betere keuze zou zijn voor [de minderjarige] . Het lijkt er immers op dat het [XXX] College met zijn kleine klassen, onderwijs op maat en extra ondersteuningsmogelijkheden, [de minderjarige] precies zou kunnen bieden wat hij gelet op zijn kindeigen problematiek nodig heeft. Wellicht dat het [ZZZ] [de minderjarige] ook zou kunnen bieden wat hij nodig heeft. Immers het uitgangspunt is en blijft dat beide scholen geschikt zijn. Het gaat in de afweging die het hof moet maken ook niet meer zo zeer om de vraag welke school objectief het meest geschikt is voor [de minderjarige] , maar meer om de vraag wat het met [de minderjarige] zal doen als hij niet naar de school zou kunnen waarvoor hij gekozen heeft. Voldoende aannemelijk is geworden dat het dwingen van [de minderjarige] om in dit stadium alsnog naar een andere school te moeten gaan, effect zal hebben op zijn welbevinden, motivatie en slagingskansen op de middelbare school. Eveneens acht het hof aannemelijk dat het de toch al moeizame relatie tussen [de minderjarige] en de vader negatief beïnvloedt, omdat hij het zijn vader kwalijk gaat nemen dat hij niet naar het [XXX] College mag. Dit heeft hij zelf gezegd en dit past ook in de rigide manier waarop [de minderjarige] door zijn kindeigen problematiek reageert als dingen niet gaan zoals hij verwacht en hoopt. De raad heeft zijn zorgen uitgesproken over wat dit zou kunnen betekenen voor de mogelijkheden van contactherstel als. [de minderjarige] niet naar het [XXX] College gaat. Tijdens het kindgesprek voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [de minderjarige] verteld dat hij misschien weer contact met zijn vader zou willen als hij naar het [XXX] College gaat. Dat moet op dit moment worden gezien een waardevolle opening om het contact mogelijk weer op gang te krijgen. </para>
          <para>De zorg dat [de minderjarige] de onderhavige schoolkeuze zou kunnen gaan gebruiken als drukmiddel om zijn zin te krijgen en zijn ouders tegen elkaar uit te spelen, heeft de raad bij het hof weggenomen, met de kanttekening dat ouders hierin zelf een grote rol hebben. Het valt en staat bij de manier waarop zij met [de minderjarige] communiceren. Als zij bij [de minderjarige] de boodschap over brengen dat beslissingen – zowel beslissingen waar [de minderjarige] blij mee is, als beslissingen waar hij niet blij mee is – door de ouders samen in goed overleg zijn genomen, omdat zij vinden dat dat het beste is voor [de minderjarige] , dan meent de raad dat dit risico te verwaarlozen is. De sleutel ligt daarbij wel bij de ouders, hun onderlinge communicatie en hun communicatie richting [de minderjarige] . </para>
          <para>De vader heeft aangevoerd dat hij het gevoel heeft dat hij door de moeder bewust buiten spel is gezet, omdat zij met [de minderjarige] het [XXX] College heeft bezocht terwijl zij wist dat de vader daar niet achter stond. Het hof heeft echter geconstateerd dat de moeder zich samen met [de minderjarige] breed heeft georiënteerd. Zij zijn op meerdere scholen gaan kijken, waaronder ook de voorkeursschool van de vader. De vader heeft zich in deze oriëntatiefase passief opgesteld. Wellicht is het begrijpelijk dat hij, gelet op de moeilijke situatie waarin hij geen contact had met [de minderjarige] ,  maar de vader had ook zelf scholen kunnen benaderen voor een rondleiding en zelf open dagen kunnen bezoeken, of [de minderjarige] kunnen voorstellen samen met hem naar open dagen te gaan. Dat heeft de vader echter allemaal niet gedaan. Desgevraagd heeft de vader geantwoord het [ZZZ] niet zelf te hebben bezocht en niet bekend te zijn met de grootte van de klassen op het [ZZZ].</para>
          <para>Of [de minderjarige] keuze is beïnvloed door de moeder, zoals de vader stelt, kan het hof niet vaststellen, maar het hof is met de raad van mening dat het antwoord op deze vraag niet (meer) relevant is. Vastgesteld kan worden dat [de minderjarige] de wens om naar het [XXX] College te gaan zo heeft geïnternaliseerd dat het zijn eigen wens is geworden.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.9.</nr>
        <parablock>
          <para>Het voorgaande maakt dat het hof van oordeel is dat het in het belang van [de minderjarige] is dat hij naar het [XXX] College gaat.</para>
          <para>Dit betekent dat het hof het vonnis van de voorzieningenrechter zal bekrachtigen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.10.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">. </emphasis>Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten in hoger beroep tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, van 28 april 2025;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. E.M.D.M. van der Linden, J.C.E. Ackermans-Wijn en K.A. Boshouwers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 15 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>			griffier						rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>