<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:2001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-17T13:01:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.331.881_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2023:1836" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2023:1836</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2001">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-17T12:40:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2001 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 15-07-2025 / 200.331.881_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2001:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>causaal verband tussen wanprestatie en (gevolg)schade; feitelijk dispuut over minderwerk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:2001:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.331.881/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 15 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vennootschap onder firma [X] v.o.f.,<?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente Roerdalen,</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[vennoot 1] ,</emphasis><?linebreak?>wonende te [woonplaats] , gemeente Roerdalen,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[vennoot 2] ,</emphasis><?linebreak?>wonende te [woonplaats] , gemeente Roerdalen,</para>
    <parablock>
      <para>appellanten in principaal hoger beroep,</para>
      <para>geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>hierna afzonderlijk aan te duiden als [X] , [vennoot 1] en [vennoot 2] en gezamenlijk ook aan te duiden als [geïntimeerden] ,</para>
      <para>advocaat: mr. G.J.M. Philipsen te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HIE B.V., h.o.d.n. Hees Installaties [Y] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde in principaal hoger beroep,</para>
      <para>appellante in incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>hierna aan te duiden als Hees,</para>
      <para>advocaat: mr. L.W.J.P.F. Einig te Venlo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 12 juni 2023 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van 15 juli 2020, 28 april 2021, 26 mei 2021 en 15 maart 2023, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [geïntimeerden] als gedaagden in conventie, eisers in reconventie en Hees als eisers in conventie, verweerders in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/246196 / HA ZA 18-78)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van grieven met producties 35 tot en met 52;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties 25 tot en met 31;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de op 4 maart 2025 bij H3 formulier toegezonden en ter griffie ontvangen producties 53 tot en met 60, die mr. Philipsen tijdens de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in principaal en incidenteel hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kern van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben een overeenkomst van aanneming van werk gesloten. Hees heeft in dat kader werkzaamheden verricht voor [geïntimeerden] . Inmiddels staat onherroepelijk vast dat Hees haar werkzaamheden onterecht heeft opgeschort en dat [geïntimeerden] die overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden.</para>
        <para>De rechtbank heeft verder vastgesteld dat Hees aan [geïntimeerden] uit hoofde van ongedaanmakingsverbintenissen als gevolg van de ontbinding € 17.929,50 dient te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na het bestreden vonnis. <?linebreak?>[geïntimeerden] had daarnaast verwijzing naar de schadestaat gevraagd in verband met gederfde winst, te weten exploitatieschade in verband met de niet volledige oplevering door Hees. </para>
        <para>Die vordering heeft de rechtbank afgewezen omdat het bestaan van deze schadepost onvoldoende aannemelijk is gemaakt.</para>
        <para>In hoger beroep heeft [geïntimeerden] haar exploitatieschade nader becijferd en gevorderd. Hees voert verweer tegen die vordering.</para>
        <para>Het hof zal die vordering van [geïntimeerden] afwijzen en dat hierna toelichten.</para>
        <para>Daarnaast komt [geïntimeerden] op tegen een beslissing van de rechtbank ter zake de hoogte van het minderwerk in verband met de pellet cv. Die grief slaagt zoals hierna zal blijken.</para>
        <para>Hees komt in incidenteel hoger beroep ook op tegen de beslissing over de hoogte van het minderwerk in verband met de pellet cv. Die grief faalt zoals hierna zal worden uiteengezet.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In dit hoger beroep kan -voor zover in hoger beroep nog relevant- worden uitgegaan van de volgende feiten:</para>
      <paragroup>
        <nr>3.2.1.</nr>
        <para>Hees exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met installatiewerken elektro, sanitair, centrale verwarming en klimaatbeheersing en de verkoop van installatiemateriaal.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            [vennoot 1] en [vennoot 2] hebben een oude boerderij gekocht in [plaats] , [vestigingsplaats] met</para>
          <para>als doel deze deels te verbouwen tot een woonhuis voor zichzelf en deels om hierin</para>
          <para>appartementen te realiseren voor recreatieve verhuur. In het kader van deze recreatieve</para>
          <para>verhuur hebben [vennoot 1] en [vennoot 2] [X] opgericht.<?linebreak?></para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3.</nr>
        <para>Tussen Hees enerzijds en [geïntimeerden] anderzijds is op 27 juni 2016 een overeenkomst van aanneming van werk (hierna: de aanneemovereenkomst) tot stand gekomen met betrekking tot het leveren en monteren van diverse elektro- en werktuigbouwkundige installaties ten behoeve van zowel het woonhuis als van de appartementen. In de aanneemovereenkomst is een omschrijving van de te verrichten werkzaamheden opgenomen. Verder is daarin een vaste aanneemsom van € 74.112,50 inclusief btw (€ 61.250,00 exclusief btw) is overeengekomen (hierna: “de overeengekomen aanneemsom”). Voorts hebben partijen afgesproken dat facturatie plaatsvindt in zes termijnen: de eerste termijn (15%) bij aanvang van de werkzaamheden; de tweede tot en met vijfde termijn naar rato van de voortgang van de werkzaamheden (80%) en de zesde termijn (5%) bij de oplevering van het werk. De aanneemovereenkomst vermeldt geen concrete datum voor oplevering van het werk.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.4.</nr>
        <parablock>
          <para>Na de totstandkoming van de aanneemovereenkomst zijn partijen nog meerwerk</para>
          <para>overeengekomen dat in meerdering strekt op de overeengekomen aanneemsom. Hierover is</para>
          <para>afgesproken dat het meerwerk pas gefactureerd zou worden nadat het is uitgevoerd. Verder</para>
          <para>is sprake van minderwerk dat in mindering strekt op de overeengekomen aanneemsom.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.5.</nr>
        <parablock>
          <para>Oplevering van het werk, waaronder het meerwerk, heeft niet</para>
          <para>plaatsgevonden.<?linebreak?></para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.6.</nr>
        <para>Hees heeft in de periode van 7 februari 2017 tot 2 augustus 2017 en vanaf 4 december 2017 al haar werkzaamheden opgeschort.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Het geschil en de uitspraak  in de rechtbankprocedure</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Hees vorderde in eerste aanleg (in conventie):<?linebreak?>1. [geïntimeerden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Hees van € 28.099,83 primair vermeerderd met wettelijke handelsrente en subsidiair met wettelijke rente vanaf het einde van de betalingstermijnen van de facturen, subsidiair vanaf 19 december 2017 en meer subsidiair vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;</para>
      <para>2. [geïntimeerden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Hees van € 280,68, ten titel van buitengerechtelijke incassokosten, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;</para>
      <para>3. [vennoot 1] en [vennoot 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Hees van € 9.976,43, vermeerderd met wettelijke rente vanaf het einde van de betalingstermijn van de factuur d.d. 19 januari 2018, subsidiair vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;</para>
      <para>4. [geïntimeerden] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en in de nakosten vermeerderd</para>
      <para>met wettelijke rente daarover.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>In reconventie vorderde [geïntimeerden] na herhaalde eisvermeerdering (laatstelijk bij conclusie na deskundigenbericht van 29 juni 2022):</para>
          <para>A. de overeenkomst van aanneming tussen partijen op grond van tekortkomingen</para>
          <para>van Hees te ontbinden ten aanzien van de aangenomen werkzaamheden die</para>
          <para>Hees nog dient uit te voeren (waaronder mede begrepen overeengekomen maar</para>
          <para>nog niet uitgevoerd meerwerk) én ten aanzien van de tekortkomingen die Hees</para>
          <para>nog dient te herstellen;</para>
          <para>B. Hees te veroordelen om aan [X] c.s. te betalen op grond van art. 6:271 BW een</para>
          <para>bedrag van primair € 26.481,14 en subsidiaire 25.290,28, te vermeerderen met</para>
          <para>de wettelijke rente ex art. 6:119 BW met ingang van primair 15 juli 2020,</para>
          <para>subsidiair 29 juni 2022, en meer subsidiair de dag van uitspraak in deze</para>
          <para>procedure, tot de dag van algehele voldoening;</para>
          <para>C. Hees te veroordelen om aan [X] c.s. te betalen op grond van art. 6:277 BW een</para>
          <para>schadevergoeding voor het herstel van gebreken van in totaal primair €</para>
          <para>15.250,05 en subsidiair € 13.260,91, te vermeerderen met de wettelijke rente ex</para>
          <para>art. 6:119 BW met ingang van primair 4 december 2017, subsidiair 29 juni 2022,</para>
          <para>en meer subsidiair de dag van uitspraak in deze procedure, tot de dag van</para>
          <para>algehele voldoening;</para>
          <para>D. Hees te veroordelen om aan [X] c.s. te betalen een vergoeding voor</para>
          <para>gevolgschade ad € 6.459,38 te vermeerderen met de wettelijke rente ex</para>
          <para>art. 6:119 BW met ingang van 1 juni 2018 tot de dag van algehele voldoening;</para>
          <para>E. te verklaren voor recht dat Hees aansprakelijk is voor alle door de [X] c.s.</para>
          <para>geleden en te lijden schade, waaronder in ieder geval begrepen gederfde winst,</para>
          <para>als gevolg van de onterechte opschorting door Hees BV van haar</para>
          <para>werkzaamheden gedurende de periode 7 februari 2017 tot 2 augustus 2017 en</para>
          <para>de periode 4 december 2017 tot het moment dat de rechtbank de onder A.</para>
          <para>verzochte ontbinding uitspreekt, en Hees daarbij te veroordelen tot vergoeding</para>
          <para>van die schade nader op te maken bij staat;</para>
          <para>F. Hees te veroordelen in de proceskosten van dit geding in reconventie, inclusief</para>
          <para>de kosten van de deskundigenbericht en nakosten, te vermeerderen met de</para>
          <para>wettelijke rente met ingang van de derde dag na betekening van het te wijzen</para>
          <para>vonnis tot de dag van algehele voldoening;</para>
          <para>subsidiair, indien de rechtbank de ontbinding niet uitspreekt:</para>
          <para>G. Hees te veroordelen om uiterlijk 36 dagen na datum betekening van het te dezen</para>
          <para>wijzen vonnis de werkzaamheden zoals opgesomd onder sub 23, 24 en 25 van</para>
          <para>de conclusie van antwoord d.d. 9 mei 2018 alsnog volledig uit te voeren,</para>
          <para>waaronder tevens begrepen het leveren van deugdelijke installatietekeningen</para>
          <para>en schema's die voldoen aan NEN 1010, op straffe van een aan [X] c.s. te</para>
          <para>betalen dwangsom van € 5.000,-- voor iedere dag (gedeelte van de dag</para>
          <para>daaronder begrepen) dat Hees in gebreke blijft om aan de veroordeling te</para>
          <para>voldoen, en zulks met een maximum van € 75.000,--;</para>
          <para>H. Hees te veroordelen om uiterlijk 36 dagen na datum betekening van het te dezen</para>
          <para>wijzen vonnis de gebreken zoals opgesomd in sub 72 t/m 78 van de conclusie</para>
          <para>van antwoord d.d. 9 mei 2018, en welke zijn bevestigd in het rapport IJpma,</para>
          <para>voor eigen rekening deugdelijk te herstellen inclusief eventuele gevolgschade,</para>
          <para>op straffe van een aan [X] c.s. te betalen dwangsom van € 5.000,-- voor iedere</para>
          <para>dag (gedeelte van de dag daaronder begrepen) dat Hees in gebreke blijft om</para>
          <para>aan de veroordeling te voldoen, en zulks met een maximum van € 75.000,--;</para>
          <para>I. Hees te veroordelen om uiterlijk 36 dagen na datum betekening van het te dezen</para>
          <para>wijzen vonnis de gebreken en niet uitgevoerde werkzaamheden, zoals</para>
          <para>opgesomd in sub 8 van de akte uitlating deskundigenbericht d.d. 29 juli 2020, en</para>
          <para>welke zijn bevestigd in het rapport IJpma, deugdelijk te herstellen of alsnog uit</para>
          <para>te voeren, inclusief eventuele gevolgschade, op straffe van een aan [X] c.s. te</para>
          <para>betalen dwangsom van € 5.000,-- voor iedere dag (gedeelte van de dag</para>
          <para>daaronder begrepen) dat Hees in gebreke blijft om aan de veroordeling te</para>
          <para>voldoen, en zulks met een maximum van € 75.000,--;</para>
          <para>J. Hees te veroordelen om aan [X] c.s. te betalen een vergoeding voor</para>
          <para>gevolgschade ad € 6.459,38, te vermeerderen met de wettelijke rente ex art.</para>
          <para>6:119 BW met ingang van 1 juni 2018 tot de dag van algehele voldoening;</para>
          <para>K. te verklaren voor recht dat Hees aansprakelijk is voor alle door de [X] c.s.</para>
          <para>geleden en te lijden schade, waaronder in ieder geval begrepen gederfde winst,</para>
          <para>als gevolg van de onterechte opschorting door Hees van haar werkzaamheden</para>
          <para>gedurende de periode 7 februari 2017 tot 2 augustus 2017 en de periode 4</para>
          <para>december 2017 tot het moment dat [X] c.s. de oplevering alsnog hebben</para>
          <para>aanvaard, en Hees daarbij te veroordelen tot vergoeding van die schade nader</para>
          <para>op te maken bij staat;</para>
          <para>L. Hees te veroordelen in de proceskosten van dit geding in reconventie, inclusief</para>
          <para>de kosten van de deskundigenbericht en nakosten, te vermeerderen met de</para>
          <para>wettelijke rente met ingang van de derde dag na betekening van het te wijzen</para>
          <para>vonnis tot de dag van algehele voldoening.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>De rechtbank heeft bij eindvonnis </para>
          <para>in conventie:<?linebreak?>- de vorderingen van Hees afgewezen;<?linebreak?>- Hees veroordeeld in de proceskosten, daaronder begrepen de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente;<?linebreak?>- de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard;</para>
          <para>en in reconventie:</para>
        </parablock>
        <para>- de overeenkomst van aanneming tussen partijen ontbonden op grond van</para>
        <para>tekortkomingen van Hees ten aanzien van de aangenomen werkzaamheden die Hees nog diende uit te voeren (waaronder mede begrepen overeengekomen maar nog niet uitgevoerd meerwerk) en ten aanzien van de tekortkomingen zijdens Hees;<?linebreak?>- Hees veroordeeld om aan [geïntimeerden] te betalen op grond van artikel 6:271 BW een bedrag van € 17.929,50, vermeerderd met wettelijke rente;</para>
        <para>- Hees veroordeeld om aan [geïntimeerden] te betalen op grond van artikel 6:277 BW een schadevergoeding van in totaal € 13.905,70, te vermeerderen met wettelijke rente ex artikel 6:119 BW;<?linebreak?>- Hees veroordeeld om aan [geïntimeerden] te betalen een vergoeding voor gevolgschade ad € 2.421,-, te vermeerderen met wettelijke rente;<?linebreak?>- voor recht verklaard dat Hees aansprakelijk is voor alle door [geïntimeerden] geleden en te lijden schade, waaronder in ieder geval begrepen gederfde winst, als gevolg van de onterechte opschorting door Hees van haar werkzaamheden gedurende de periode 7 februari 2017 tot 2 augustus 2017 en de periode 4 december 2017 tot de datum van het vonnis;<?linebreak?>- Hees veroordeeld in de proceskosten, daaronder begrepen de nakosten, aan de zijde van [geïntimeerden] te vermeerderen met wettelijke rente; <?linebreak?>- het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;</para>
        <para>- het meer of anders gevorderde afgewezen. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het geschil en de beoordeling  in hoger beroep</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Partijen hebben na de uitspraak in eerste aanleg een vaststellingsovereenkomst gesloten met de volgende inhoud:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. [X] zal grieven tegen de overweging c.q. eindbeslissing van de rechtbank om niet te verwijzen naar de schadestaat (rov.2.36) en zij zal bij het gerechtshof vorderen om op basis van de verklaring voor recht in rov. 3.9 van het eindvonnis alsnog een schadevergoeding toe te wijzen ten laste van Hees. Hees zal niet grieven tegen het oordeel dat zij ten onrechte haar</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">werkzaamheden heeft opgeschort en grieft ook niet tegen die verklaring voor recht in rov. 3.9 van het eindvonnis. Zij zal evenmin de aan die eindbeslissingen ten grondslag liggende overwegingen van de rechtbank betwisten. Hees mag wel de door [X] te onderbouwen schadevordering betwisten waar het gaat om bewijs van de schade, de causaliteit, toerekenbaarheid, en omvang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Hees mag grieven tegen de overweging en eindbeslissing van de rechtbank over het minderwerk van de pellet kachel (rov 2.21 en 2.22) gelijk [X] haar eis mag wijzigen en maximaal EUR 18.077,16 incl BTW aan minderwerk ter zake mag vorderen bij het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gerechtshof, waarvan de rechtbank reeds EUR 13.290,40 incl BTW heeft toegewezen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Met uitzondering van het hiervoor bepaalde onder 1 en 2 zullen alle overige beslissingen en overwegingen van de rechtbank in zijn vonnissen onbestreden blijven c.q. zullen geen onderdeel vormen van het hoger beroep (daaronder tevens begrepen de proceskostenveroordeling in eerste aanleg). Ook de inhoud van het rapport IJpma zal niet meer bestreden worden door partijen gelijk zij daarin berusten. Beide partijen hebben weliswaar moeite hebben met onderdelen van dat rapport maar wensen dat niet langer onderdeel te laten zijn van het geschil.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Deze procesafspraken zijn vastgelegd in e-mails tussen de advocaten van partijen en betreffen samen een vaststellingsovereenkomst. Voor zover een partij daar belang bij meent te hebben, staat het haar vrij een afschrift van deze emails openbaar te maken aan het gerechtshof, al dan niet in de processtukken.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5. Partijen dragen ieder hun eigen kosten ter zake (het bereiken van) deze vaststellingsovereenkomst.</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>In hoger beroep heeft [geïntimeerden] drie grieven aangevoerd. Daarvan strekt de tweede grief met de erop gegeven toelichting tot het wijzigen van de eis, in de zin dat [geïntimeerden] niet meer vragen om verwijzing naar de schadestaat, maar vorderen dat Hees wordt veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan primair [X] en subsidiair aan [vennoot 1] en [vennoot 2] , bestaande uit de gederfde winst. Hees heeft zich tegen die eiswijziging niet verzet terwijl het hof haar ook overigens niet in strijd acht met de eisen van een goede procesorde. Recht zal daarom worden gedaan op de gewijzigde eis. Daarmee vorderen [geïntimeerden] het bestreden vonnis gedeeltelijk te vernietigen en opnieuw recht doende bij arrest en uitvoerbaar bij voorraad Hees alsnog te veroordelen:</para>
      <para>1. tot betaling aan primair [X] en subsidiair [vennoot 1] en [vennoot 2] , een</para>
      <parablock>
        <para>schadevergoeding van:</para>
        <para>A. € 75.965,27 over de periode 30 maart tot en met 31 december 2018, te</para>
        <para>vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW met ingang van primair</para>
        <para>1 juli 2018, subsidiair 1 januari 2019, en meer subsidiair een datum die het</para>
        <para>gerechtshof passend acht, tot de dag van algehele voldoening;</para>
        <para>B. € 109.751,40 over 2019, te vermeerderen met de wettelijke rente ex art.</para>
        <para>6:119 BW met ingang van primair 1 juli 2019, subsidiair 1 januari 2020, en meer</para>
        <para>subsidiair een datum die het gerechtshof passend acht, tot de dag van algehele</para>
        <para>voldoening;</para>
        <para>C. € 160.006,30 over 2020, te vermeerderen met de wettelijke rente ex art.</para>
        <para>6:119 BW met ingang van primair 1 juli 2020, subsidiair 1 januari 2021, en meer</para>
        <para>subsidiair een datum die het gerechtshof passend acht, tot de dag van algehele</para>
        <para>voldoening;</para>
        <para>D. € 196.622,30 over 2021, te vermeerderen met de wettelijke rente ex art.</para>
        <para>6:119 BW met ingang primair 1 juli 2021, subsidiair 1 januari 2022, en meer</para>
        <para>subsidiair een datum die het gerechtshof passend acht, tot de dag van algehele</para>
        <para>voldoening;</para>
        <para>E. € 114.718,80 over 2022, te vermeerderen met de wettelijke rente ex art.</para>
        <para>6:119 BW met ingang van primair 1 juli 2022, subsidiair 1 januari 2023, en meer</para>
        <para>subsidiair een datum die het gerechtshof passend acht, tot de dag van algehele</para>
        <para>voldoening;</para>
        <para>F. € 24.114,45 over 1 januari 2023 tot 15 maart 2023, te vermeerderen met de</para>
        <para>wettelijke rente ex art. 6:119 BW met ingang van primair 15 maart 2023, en</para>
        <para>subsidiair een datum die het gerechtshof passend acht, tot de dag van algehele</para>
        <para>voldoening;</para>
      </parablock>
      <para>2. tot betaling aan appellanten een bedrag van EUR 4.786,78 aan minderwerk ter zake</para>
      <para>de pellet kachel;</para>
      <para>3. in de proceskosten in dit hoger beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Hees heeft de grieven van [geïntimeerden] bestreden. Voorts heeft Hees in incidenteel hoger beroep vier grieven opgeworpen, waarvan de tweede, de derde en de vierde grief voorwaardelijk, omdat Hees de daarmee naar voren gebrachte kwesties al in haar verweer in het principaal hoger beroep heeft toegelicht, zo begrijpt het hof. Hees vordert in het incidenteel hoger beroep:</para>
      <para>- [geïntimeerden] niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep dan wel de grieven te verwerpen, althans de vorderingen te matigen;</para>
      <para>- het bestreden vonnis, gedeeltelijk, meer in het bijzonder betreffende de begroting van het</para>
      <para>minderwerk van de voorzieningen voor de pelletkachel (r.o. 2.21 en 2.22), te vernietigen;<?linebreak?>- [geïntimeerden] te veroordelen tot terugbetaling van een bedrag van € 9.128,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van indiening van deze memorie, ter zake het minderwerk voor de voorzieningen voor de pelletkachel;</para>
      <para>- voorwaardelijk: het bestreden vonnis, gedeeltelijk, meer in het bijzonder betreffende</para>
      <para>(r.o.'s 2,18 t/m 2.23 en r.o.'s 2.30 en 2.31) te vernietigen;<?linebreak?>- [geïntimeerden] te veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep, daaronder begrepen de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na dagtekening van het arrest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [geïntimeerden] heeft de grieven in het incidenteel hoger beroep bestreden en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring in het incidenteel hoger beroep dan wel de grieven te verwerpen althans de vorderingen te matigen, met veroordeling van Hees in de proceskosten van het incidentele hoger beroep met rente en nakosten. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.7.1</nr>
        <para>Het hof overweegt dat [geïntimeerden] geen kenbare grieven heeft gericht tegen de tussen partijen gewezen tussenvonnissen, zodat het hoger beroep niet ontvankelijk is voor zover het de in de appeldagvaarding vermelde tussenvonnissen betreft.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Met grief 1 komt [geïntimeerden] op tegen de afwijzing door de rechtbank van haar vordering tot verwijzing naar de schadestaatprocedure. Het gaat daarbij om een vordering tot schadevergoeding wegens gederfde winst. </para>
        <para>
          [geïntimeerden] voert daartoe aan dat de rechtbank met de overweging dat [geïntimeerden] het daadwerkelijke bestaan van die schadepost onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, het onjuiste beoordelingskader heeft gehanteerd voor afwijzing van die vordering.</para>
        <para>Het hof overweegt dat voor verwijzing naar een schadestaatprocedure vereist is dat het bestaan van de mogelijkheid van schade voldoende aannemelijk is gemaakt. In zoverre heeft [geïntimeerden] gelijk. Aangezien  [geïntimeerden] in hoger beroep geen verwijzing naar de schadestaatprocedure vordert, maar toewijzing van haar schadevordering heeft [geïntimeerden] echter geen belang meer bij principale grief 1.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Met grief 2 concretiseert [geïntimeerden] de schadevordering wegens gederfde winst en verzoekt zij toewijzing daarvan. Deze grief slaagt niet. Het hof is met Hees van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat er causaal verband is tussen de (ongerechtvaardigde) opschorting door Hees van haar werkzaamheden in de periode van 7 februari 2017 tot 2 augustus 2017 en vanaf 4 december 2017 en de door [geïntimeerden] gestelde gederfde winst met ingang van 31 maart 2018. Daartoe acht het hof het volgende van belang.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.9.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Ter onderbouwing van haar schadevordering wegens gederfde winst voert [geïntimeerden] aan dat op het moment dat Hees haar werkzaamheden op 4 december 2017 ongerechtvaardigd opschortte sprake was van de volgende tekortkomingen:</para>
          <para>- de vakantiewoningen waren niet voorzien van een gecertificeerde brandmeldcentrale die gekoppeld was aan de rookmelders en met automatisch doormelding naar een meldkamer;<?linebreak?>- ventilatie-units die bovenmatig veel geluid (beter gezegd: lawaai) produceerden en die niet conform Bouwbesluit waren;<?linebreak?>- waterleidingen waar nog geen water op stond en die niet waren getest c.q. opgeleverd;<?linebreak?>- er dienden nog veel elektrische aansluitpunten en wandcontactdozen gerealiseerd te worden in met name de keukens van de appartementen, waardoor deze niet in gebruik konden worden genomen;<?linebreak?>- er dienden nog koud- en warmwaterleidingen in de badkamers en keukens gerealiseerd te worden, waardoor deze dus nog niet in gebruik konden worden genomen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.9.2.</nr>
        <para>Hees stelt zich primair op het standpunt dat het causaal verband tussen haar opschorting en de gestelde exploitatieschade ontbreekt. Hees voert daartoe aan dat tot op de dag van de zitting in hoger beroep een adequate luchttoevoervoorziening in de vakantiewoningen ontbreekt. Zij voert aan dat, gelet op de eisen die daaraan op grond van de Woningwet en andere regelgeving worden gesteld, de appartementen alleen al om die reden, die niet toe te rekenen is aan Hees, niet kunnen worden geëxploiteerd. Dit verweer van Hees slaagt. Het volgende is daarvoor redengevend.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.9.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <?linebreak?>Hees heeft als productie 27 in eerste aanleg een email-bericht van 1 mei 2018 van toezichthouder Van der Vlugt overgelegd met onder meer de volgende inhoud:<?linebreak?><emphasis role="italic">“Naar aanleiding van de ontvangen gereedmelding van de op 26 november 2015 aan [vennoot 1] verleende omgevingsvergunning met kenmerk Z16/1095818, heb ik op 25 april 2018 een inspectie uitgevoerd naar de tenuitvoerlegging van genoemde vergunning.</emphasis></para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Tijdens de inspectie zijn de hieronder beschreven strijdigheden geconstateerd.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Tevens is geconstateerd dat u een woning in gebruik hebt genomen.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Hiermee handelt u in strijd met de Woningwet, artikel 1b, 1e en 3e lid, (…).</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Hierbij verzoek ik u de hieronder beschreven strijdigheden binnen een maand na verzending van deze email in overeenstemming te brengen met het relevant bepaalde in het Bouwbesluit 2012, althans de geconstateerde strijdheden met de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 binnen een maand na verzending van deze email te beëindigen en beëindigd te houden.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Indien u niet binnen een maand na verzending van deze email de geconstateerde strijdigheden met de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 hebt beëindigd en beëindigd gehouden, kunnen wij gebruik maken van onze bevoegdheid m bestuursdwang toe te passen of in plaats daarvan een last onder dwangsom op te leggen.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Deze maatregel is dan bedoeld om de geconstateerde overtreding(en) te (doen) laten beëindigen en beëindigd te houden.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Strijdigheden</emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Bouwbesluit, artikel 3.34, l e lid (Alle woningen)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">De toevoer van de in artikel 3.29 bedoelde hoeveelheid verse lucht naar een verblijfsgebied vindt rechtstreeks van buiten plaats.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Er is geen luchttoevoer in alle woningen.”</emphasis>
            <?linebreak?>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.9.4.</nr>
        <parablock>
          <para>De door de rechtbank benoemde deskundige IJpma heeft op pagina 6 van zijn rapport van 26 mei 2021 ten aanzien van de luchttoevoer het volgende gerapporteerd: <?linebreak?><emphasis role="italic">“De verrichtte werkzaamheden zijn uitgevoerd zoals volgt uit de facturen van Hees.</emphasis></para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Volgens de kozijnenstaat van de architect zijn de kozijnen voorzien van microventilatie.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Microventilatie is een niet genormeerd begrip voor raam- en deurbeslag met een kleine</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">spleet zodat enige lucht van buiten kan worden toegevoerd. Bij integrale vervanging</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">dienen de ventilatie toevoervoorzieningen te worden getoetst aan de prestatie-eisen</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">bouwbesluit nieuwbouw.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">De capaciteit van de microventilatie is onvoldoende om de mechanisch afgezogen lucht</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">van buiten toe te voeren. </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Mechanische luchttoevoer of de levering van kozijnen met ventilatievoorzieningen met</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">voldoende capaciteit voor verse luchttoevoer maken geen deel uit van de overeenkomst</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">van aanneming van Hees.”</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.9.5.</nr>
        <parablock>
          <para>Door [geïntimeerden] is op dit verweer en de daaraan ten grondslag gelegde stukken niet, althans onvoldoende gemotiveerd gereageerd. Daarmee staat voldoende vast dat het ontbreken van een adequate luchttoevoervoorziening op zichzelf en zonder meer in de weg staat aan verhuur van de appartementen. Nu dit blijkens het deskundigenrapport geen onderdeel is van overeenkomst van aanneming van Hees, is het ontbreken ervan aan [geïntimeerden] toe te rekenen. Dit betekent dat een oorzaak die aan [geïntimeerden] zelf is toe te rekenen, eraan in de weg staat dat nog altijd geen verhuur van de appartementen mogelijk is. </para>
          <para>Hees heeft in haar memorie van antwoord in principaal hoger beroep nog aangevoerd dat het euvel betreffende de ontoereikende luchtafvoer weliswaar kan worden verholpen door het aanbrengen van Dauerluftung (een raamrooster), maar dat dit bij de geleverde ramen en kozijnen geen eenvoudige en tevens een kostbare opgave is. Hierop is door [geïntimeerden] evenmin inhoudelijk gereageerd. De eerdere verwijzing van [geïntimeerden] naar de rapportage van deskundige Feron acht het hof onvoldoende. [geïntimeerden] heeft evenmin enig stuk overgelegd waaruit blijkt dat de luchttoevoer inmiddels wel aan de vereisten van het Bouwbesluit voldoet. </para>
          <para>Ten slotte overweegt het hof dat door [geïntimeerden] ook niet aannemelijk is gemaakt dat deze niet aan Hees toe te rekenen verhindering om over te gaan tot verhuur in opdracht van [geïntimeerden] al zou zijn hersteld als Hees haar werkzaamheden niet zou hebben opgeschort.  </para>
          <para>Daarmee staat voldoende vast dat het causaal verband tussen de opschorting door Hees en de gestelde exploitatieschade ontbreekt.  Anders gezegd: ook indien Hees haar verplichtingen uit de aanneemovereenkomst tijdig was nagekomen had [geïntimeerden] niet kunnen over gaan tot het exploiteren van de appartementen. </para>
          <para>De overige door [geïntimeerden] gestelde (en door Hees deels betwiste) tekortkomingen behoeven derhalve geen bespreking. Daarbij tekent het hof nog aan dat de door de rechtbankdeskundige becijferde schade in verband met de tekortkomingen en niet uitgevoerde werkzaamheden van Hees beperkt is. Het vorenstaande brengt tevens mee dat de het hof niet toekomt aan een beoordeling van de grieven van Hees in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Met grief 3 komt [geïntimeerden] op tegen de beslissing van de rechtbank over het minderwerk ter zake de pellet CV.</para>
        <para>De rechtbank heeft daarop -ten onrechte aldus [geïntimeerden] - een correctie van € 3.956,01 exclusief btw aangebracht omdat die post aldus de rechtbank zou zien op materiaalkosten, te weten de pelletkachel zelf, die niet voor rekening van Hees kwam in de aanneemovereenkomst. Volgens [geïntimeerden] zien die materiaalkosten echter op materialen en arbeidskosten in verband met de aansluiting van de pelletkachel op de cv-installatie en die werkzaamheden behoorden wel tot de aanneemovereenkomst.. <?linebreak?>Hees voert verweer tegen grief 3 en komt op haar beurt met grief 1 in incidenteel hoger beroep op tegen het door de rechtbank in aanmerking genomen bedrag aan minderwerk ter zake de pellet cv. Hees voert aan dat slechts sprake is van minderwerk tot een bedrag van € 4.162,40 inclusief btw..</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.10.1</nr>
        <parablock>
          <para>Het hof zal beide grieven gezamenlijk beoordelen en overweegt het volgende:</para>
          <para>De door de rechtbank benoemde deskundige heeft ter zake de pellet cv in het rapport het volgende vermeld:<?linebreak?><emphasis role="italic">“Vraag 2</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Vraag 2a</emphasis></para>
          <para>
            <emphasis role="italic">In hoeverre is er voor wat betreft de overeengekomen werkzaamheden met betrekking</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">tot de pellet-CV sprake van minderwerk?</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Antwoord 2a</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">In de overeenkomst van aanneming staat vermeld:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Voorzieningen pellet ketel</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">• leveren en monteren van grondleiding CV naar kelder woonhuis</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">• Leveren en monteren 230V voedingen kelder tbv pompen en kleppen</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Deze voorzieningen betreffen geheel minderwerk en zijn gespecificeerd in de</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">beantwoording van vraag 2b.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Vraag 2b</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Indien sprake is van minderwerk betreffende de pellet-CV, welk redelijk bedrag gaat daar</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">dan mee gemoeid?</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Antwoord 2b</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het minderwerk heb ik bepaald aan de hand van de open begroting van Hees zoals ik die</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">ter informatie heb bijgevoegd in bijlage 4. Overeenkomstig mijn berekening in bijlage 3</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">bedraagt het minderwerk in redelijkheid € 14.939,80 excl. 21% BTW prijspeil 2016.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Vraag 2c</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Wat is een redelijke prijs voor de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">pellet-CV?</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Antwoord 2c</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Zie antwoord op vraag 2b.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In bijlage 3 begroot de deskundige het minderwerk aldus:<?linebreak?></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Uurtarief						            Prijs2016 Materiaal Uren prijspeil 2016</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <informaltable>
          <tgroup cols="5">
            <colspec colname="colA" />
            <colspec colname="colB" />
            <colspec colname="colC" />
            <colspec colname="colD" />
            <colspec colname="colE" />
            <tbody>
              <row>
                <entry namest="colA" nameend="colE">
                  <para>
                    <emphasis role="bold">excl. BTW</emphasis>
                  </para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Post <emphasis role="bold">1 </emphasis>CV en pelletkachel</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>€ 3.956,01</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>160</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>€ 36,67</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>9.823,21</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Post 2 Elktravoorziening pallet kachel- voeding 230V-20A / 3x 220 wed</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>€ 491,94</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>16</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>€ 36,67</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>1.078,66</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Post 3 Offerte pellet aangepast 7-9-2016 excl. Offerte Bijvoet en</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>€ 2.571,13</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>40</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>€ 36,67</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>4.037,93</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry namest="colA" nameend="colE">
                  <para>
                    <emphasis role="underline">Monteur Pellet </emphasis>
                  </para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>
                    <emphasis role="bold">Totaal</emphasis>
                  </para>
                </entry>
                <entry namest="colB" nameend="colE">
                  <para>14.939,80</para>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </informaltable>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Uit de beantwoording bij vraag 2 blijkt dat de deskundige zich heeft gerealiseerd dat enkel het leveren van de grondleidingen voor de pelletkachel en niet de prijs van de pelletkachel behoorde te worden verdisconteerd in het minderwerk. Ook het antwoord van de deskundige op opmerking 4 van Hees in het deskundigenrapport sterkt het hof in de overtuiging dat de deskundige dit onder ogen heeft gezien, aangezien de deskundige de stelling van Hees dat hij ten onrechte de kosten van de pelletkachel als minderwerk heeft aangemerkt, niet volgt. Daarbij komt dat [geïntimeerden] in hoger beroep onweersproken heeft gesteld dat de kosten van de pelletkachel door Hees waren begroot op € 20.775,--, zodat ook hieruit volgt dat de deskundige de kosten van de pelletkachel niet heeft meegeteld als minderwerk. Daarmee slaagt grief 3 in principaal hoger beroep en zal het hof die post in het deskundigenrapport, anders dan de rechtbank, niet in mindering brengen op de berekening van de deskundige. </para>
          <para>Het hof gaat er verder vanuit dat de deskundige de minderwerkuren reëel heeft geschat. De deskundige heeft die uren ook gespecificeerd. [geïntimeerden] mochten verwachten dat die werkzaamheden door Hees werden uitgevoerd. De grief van Hees in incidenteel appel faalt om die reden.</para>
          <para>Dat betekent dat het hof uitgaat van het door de deskundige becijferde bedrag aan minderwerk. Dit leidt ertoe dat het door de rechtbank toegewezen bedrag ad € 17.929,50 vermeerderd wordt met € 3.956,01 excl btw en derhalve € 4.786,78 inclusief btw. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Door partijen is geen bewijs aangeboden van stellingen die, indien bewezen, leiden tot een ander oordeel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>Het hof zal het bestreden eindvonnis bekrachtigen, met uitzondering van het door de rechtbank onder 3.6. in de uitspraak vastgestelde bedrag ad € 17.929,50 en dit bedrag opnieuw vaststellen op € 22.716,28. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>Het hof zal [geïntimeerden] als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep veroordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>De kosten voor de procedure in principaal hoger beroep aan de zijde van Hees zullen vastgesteld worden op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Griffierechten			€  2.135,--</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Salaris advocaat		€ 10.572,--  (2 punt(en) x tarief VII)</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Nakosten			<emphasis role="underline">€ 178,-</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Totaal				€ 12.885,-</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>De kosten voor de procedure in incidenteel hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerden] zullen vastgesteld worden op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Salaris advocaat		€ 1.716,--  (2 punt(en) x tarief I)</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Nakosten			<emphasis role="underline">€    178,-</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        <?linebreak?>Totaal					€ 1.894,--			</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op het principaal en incidenteel hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het bestreden eindvonnis met uitzondering van het in 3.6 vermelde bedrag ad € 17.929,50 en stelt 3.6 als volgt opnieuw vast:</para>
      <para>
        <?linebreak?>veroordeelt Hees Installaties om aan [geïntimeerden] te betalen op grond van artikel 6:271</para>
      <para>BW een bedrag van € 22.716,28, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119</para>
      <para>BW over hetgeen Hees Installaties te dezer zake nog aan [geïntimeerden] verschuldigd mocht zijn</para>
      <para>vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op het principaal hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>verklaart [geïntimeerden] niet ontvankelijk in het principaal hoger beroep gericht tegen de vonnissen van 15 juli 2020, 28 april 2021 en 26 mei 2021;<?linebreak?></para>
      <para>veroordeelt [geïntimeerden] hoofdelijk in de proceskosten van het principaal hoger beroep van € 12.885, te betalen binnen veertien dagen na heden. Als [geïntimeerden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet [geïntimeerden] € 92,- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerden] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na heden zijn voldaan;</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">op het incidenteel hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Hees in de proceskosten van het incidenteel hoger beroep van € 1.894,--, te betalen binnen veertien dagen na heden. Als Hees niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet Hees € 92,-  extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op het principaal en incidenteel hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. P.P.M. Rousseau, B.E.L.J.C. Verbunt en J. van Kesteren en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 15 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>