<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:1870</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-10T09:44:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.353.473_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=265h&amp;g=2025-07-01">Burgerlijk Wetboek Boek 1 265h</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1870">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1870</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-10T09:43:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1870 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 03-07-2025 / 200.353.473_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:1870:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vernietiging bestreden beschikking. Gelet op de (veranderende) situatie wordt er nu niet voldaan aan de grond van artikel 1:265h BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:1870:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 3 juli 2025</para>
      <para>Zaaknummer: 200.353.473/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg: C/03/337534 / JE RK 24-2088</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de moeder]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekster in principaal hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. R.A.N.H. Theeuwen-Verkoeijen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Leger des Heils Jeugdbescherming &amp; Reclassering,</emphasis>
      </para>
      <para>regio Noord West, locatie [locatie] ,  </para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de vader]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>verzoeker in incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. J.H.M. Verstraten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak gaat over <emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als informant wordt aangemerkt:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de (voormalige) pleegmoeder]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen: de (voormalige) pleegmoeder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:</para>
      <para>de Raad voor de Kinderbescherming,</para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, locatie Roermond van 7 januari 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in principaal en incidenteel hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beroepschrift met producties, ingekomen bij de griffie op 7 april 2025, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en het verzoek van de GI om vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [minderjarige] af te wijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij verweerschrift met producties, ingekomen bij de griffie op 13 mei 2025, kan de GI vanwege de gewijzigde situatie zich vinden in het verzoek van de moeder, naar het hof begrijpt, om de bestreden beschikking te vernietigen en het inleidende verzoek van de GI om vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [minderjarige] af te wijzen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij verweerschrift tevens inhoudende een incidenteel hoger beroep met producties, ingekomen bij de griffie op 6 mei 2025, verzoekt de vader om de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek van de GI om vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [minderjarige] af te wijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De (voormalige) pleegmoeder is als belanghebbende in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen en ze is opgeroepen voor de mondelinge behandeling. <?linebreak?>De pleegmoeder heeft het hof op 16 mei 2025 bericht dat ze niet meer betrokken wil zijn in de procedure. <?linebreak?>De pleegmoeder is door de rechtbank Limburg aangemerkt als informant. [minderjarige] verbleef toen bij de pleegmoeder. [minderjarige] verblijft sinds 7 maart 2025 bij een kleinschalige jeugdaanbieder [jeugdaanbieder] . Hij woonde ten tijde van het indienen van het beroepschrift op 7 april 2025 derhalve niet meer bij de pleegmoeder. Het hof merkt de pleegmoeder daarom ook aan als informant. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
        <para>-	het procesdossier in eerste aanleg ingekomen bij de griffie op 30 april 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Op verzoek van partijen is de mondelinge behandeling op 23 mei 2025 niet doorgegaan</para>
        <para>en zal de zaak schriftelijk worden afgedaan. Het hof zal dit hieronder nader toelichten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Partijen zijn gehuwd. [minderjarige] is tijdens het huwelijk van de ouders geboren. Beide ouders zijn belast met het gezag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 5 april 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met</para>
        <para>ingang van 5 april 2024 tot 5 april 2025 en is een machtiging tot uithuisplaatsing van</para>
        <para>
          [minderjarige] in een netwerkpleeggezin verleend met ingang van 5 april 2024 tot 5 oktober 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 17 maart 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 5 april 2026 en is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 5 oktober 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [minderjarige] verblijft sinds 7 maart 2025 bij een kleinschalige jeugdaanbieder [jeugdaanbieder] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank vervangende toestemming verleend voor de medische behandeling van [minderjarige] , inhoudende: de door de gezondheidspsycholoog en kinder- en jeugdpsychiater van [instantie] geadviseerde behandeling met medicatie, te weten met een atypisch neurolepticum</para>
        <para>(risperidon). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De vader en de moeder kunnen zich met deze beslissing niet verenigen en zijn beiden hiervan in hoger beroep gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder voert samengevat het volgende aan.</para>
        <para>De rechtbank heeft ten onrechte en in weerwil van het advies van [instantie] besloten toestemming te verlenen tot het toedienen van medicatie aan [minderjarige] terwijl is geadviseerd eerst in te zetten op psychologische behandeling. Het was te prematuur om te oordelen dat de psychologische behandeling niet helpend is. Sinds de bestreden beschikking zijn de omstandigheden zodanig gewijzigd waardoor de psychiater heeft besloten toch niet te starten met het toedienen van de medicatie. De klachten bij [minderjarige] zijn afgenomen tot onder de drempel voor medicatie. Het stoppen met school is volgens de psychiater hierop van invloed geweest en de rust die dit met zich heeft meegebracht is een verklaring voor het afnemen van de klachten bij [minderjarige] . Er was dus geen sprake van een psychose en er heeft geen noodzaak bestaan tot het toedienen van de medicatie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De GI voert samengevat het volgende aan. </para>
        <para>De rechtbank heeft gelet op de omstandigheden die speelde van eind 2024 tot begin 2025 terecht vervangende toestemming verleend voor het toedienen van medicatie aan [minderjarige] . Desondanks is de bestreden beschikking nooit uitgevoerd. De situatie van [minderjarige] is sinds de bestreden beschikking volledig veranderd. Vanaf 7 maart 2025 verblijft [minderjarige] bij een kleinschalige jeugdhulpaanbieder [jeugdaanbieder] , die hem één op één begeleiding biedt. [jeugdaanbieder] is gespecialiseerd in het werken met getraumatiseerde kinderen met gedragsproblematiek welke voortkomen uit mogelijke hechtingsproblematiek, ADHD en autisme. Naast de één op één begeleiding werkt [minderjarige] bij [jeugdaanbieder] aan het herkennen van zijn emoties met verschillende methodes. Op dit moment ziet [jeugdaanbieder] geen aanleiding voor het inzetten op een medicamenteuze behandeling. De GI kan zich vanwege de gewijzigde omstandigheden vinden in het vervallen verklaren van de bestreden beschikking. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <parablock>
        <para>De vader voert samengevat het volgende aan. </para>
        <para>De rechtbank heeft ten onrechte besloten dat de inzet van medicatie noodzakelijk was voor de behandeling van [minderjarige] . Sinds de bestreden beschikking zijn de omstandigheden gewijzigd. [minderjarige] is gestopt op school waardoor de rust is teruggekeerd. Dit zorgt ervoor dat [minderjarige] ook zonder inzet van medicatie rustiger is en behandeling mogelijk is. De psychiater heeft dit ook erkend door niet te starten met de medicatie nu de noodzaak ertoe ontbreekt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Bij bericht van 20 mei 2025 heeft de moeder verzocht de zaak schriftelijk af te doen nu blijkt uit het verweerschrift van de GI dat de GI het eens is met het verzoek van de moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Bij bericht van 20 mei 2025 heeft de vader eveneens verzocht de zaak schriftelijk af te doen omdat de GI instemt met de vernietiging van de bestreden beschikking nu de situatie rondom [minderjarige] enorm is verbeterd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>Bij bericht van 20 mei 2025 heeft de GI het hof bericht dat zij zich kan vinden in, naar het hof begrijpt, de vernietiging van de bestreden beschikking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>Het hof oordeelt als volgt. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.13.1.</nr>
        <para>Op grond van artikel 1:265h BW kan de rechter vervangende toestemming verlenen op verzoek van de GI voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien de behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.13.2.</nr>
        <para>De situatie van [minderjarige] is volledig veranderd sinds hij bij [jeugdaanbieder] verblijft. [minderjarige] krijgt hier één op één begeleiding en behandeling. [jeugdaanbieder] ziet op dit moment geen aanleiding voor het inzetten van een medicamenteuze behandeling. <?linebreak?>Gelet op deze (veranderende) situatie wordt er nu niet voldaan aan de grond van artikel 1:265h BW. Duidelijk is dat de medicatie voor [minderjarige] op dit moment niet noodzakelijk is om ernstig gevaar voor zijn gezondheid af te wenden. Alle betrokkenen zijn het hier over eens. Er is op dit moment dan ook geen reden meer aanwezig voor het verlenen van vervangende toestemming voor de medische behandeling van [minderjarige] . </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.13.3.</nr>
        <para>Op grond van het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en het inleidende verzoek van de GI om vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [minderjarige] alsnog afwijzen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline">in principaal en incidenteel hoger beroep:</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg, locatie Roermond van 7 januari 2025;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en opnieuw rechtdoende </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek van de GI om vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [minderjarige] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A.M. Scheij, S.P.A. Wensink-Vergunst en <?linebreak?>F. Dunki Jacobs en is op 3 juli 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>