<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:1795</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T10:28:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.353.384_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=278&amp;g=2025-01-01">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 278</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=281&amp;g=2008-09-01">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 281</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=362&amp;g=2002-01-01">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 362</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1795">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1795</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T10:27:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1795 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 26-06-2025 / 200.353.384_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:1795:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Appellant is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, omdat het beroepschrift niet is ingediend door een Nederlandse advocaat en dit verzuim niet (tijdig) is hersteld. Artikelen 278 lid 3 en 281 lid 1 Rv in verbinding met artikel 362 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:1795:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak	: 26 juni 2025</para>
      <para>Zaaknummer	: 200.353.384/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg	: C/01/399355 / EX RK 23-187</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [appellant] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [verweerster] ,</para>
      <para>advocaat: mr. P.L. Tjiam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats </para>
      <para>’s-Hertogenbosch, van 12 februari 2025, hersteld bij beschikking van 26 februari 2025, gegeven tussen [verweerster] enerzijds en [appellant] en de Stichting Administratiekantoor [Stichting Administratiekantoor] anderzijds. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verloop van de procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beroepschrift, ontvangen op 11 april 2025, is hoger beroep ingesteld tegen voornoemde beschikking. Uit de inhoud van het beroepschrift begrijpt het hof dat alleen [appellant] in hoger beroep komt van voornoemde beschikking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het beroepschrift is niet door een Nederlandse advocaat ingediend. Op het moment van indiening was de appeltermijn nog niet verstreken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij brief en e-mail van 16 april 2025 heeft het hof [appellant] tot het einde van de appeltermijn de gelegenheid gegeven om dit verzuim te herstellen door ondertekening van het reeds ingediende beroepschrift door een Nederlandse advocaat, dan wel door alsnog indiening van een beroepschrift opgesteld en ondertekend door een Nederlandse advocaat. [appellant] is er in de brief op gewezen dat hij niet-ontvankelijk zal worden verklaard als het verzuim niet tijdig wordt hersteld. [appellant] heeft het verzuim niet binnen de gestelde termijn hersteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het hof heeft [appellant] vervolgens bij e-mail van 21 mei 2025 een tweede en laatste termijn gegeven om het verzuim te herstellen door ondertekening van het reeds ingediende beroepschrift door een Nederlandse advocaat. Deze termijn liep tot en met 4 juni 2025. Ook binnen deze termijn heeft [appellant] het verzuim niet hersteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Een beroepschrift moet op grond van artikel 278 lid 3 in verbinding met artikel 362 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) worden ondertekend door een (Nederlandse) advocaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Artikel 281 lid 1 Rv bepaalt dat als een verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend, de rechter de verzoeker de gelegenheid geeft binnen een door hem te stellen termijn dit verzuim te herstellen en dat als de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, hij in het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze bepaling is op grond van artikel 362 Rv ook van toepassing in hoger beroep.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft het verzuim niet (tijdig) hersteld. Daarom zal hij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 12 februari 2025, hersteld bij 26 februari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en N.W.M. van den Heuvel en is in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>