<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:1794</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T11:42:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.346.286_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1794">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1794</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T11:40:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1794 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 26-06-2025 / 200.346.286_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:1794:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot vaststellen omgangsregeling afgewezen (bekrachtiging). Hof stelt verder informatieregeling vast.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:1794:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 26 juni 2025</para>
      <para>Zaaknummer: 200.346.286/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg: C/02/404296 / FA RK 22-5605 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beschikking over omgang en een informatie- en consultatieregeling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. D. Marcus,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende op een bij het hof bekend adres, </para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. T. Möller.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak gaat over de minderjarige <emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de <emphasis role="bold">Raad voor de Kinderbescherming</emphasis>,</para>
      <para>regio Zuidwest Nederland, locatie [locatie] , hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 16 juli 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader is in hoger beroep gekomen tegen voornoemde beschikking bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 25 september 2024. De vader heeft verzocht om de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft de beslissing over de omgang en opnieuw rechtdoende:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>primair, een opbouwende omgangsregeling vast te stellen, alsmede een verdeling van de vakanties en feestdagen, dan wel;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>subsidiair, een informatie- en consultatieregeling vast te stellen, waarbij de moeder de vader maandelijks schriftelijk op de hoogte stelt en wekelijks foto’s en filmpjes van [minderjarige] aan de vader toezendt, en;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>primair en subsidiair, een beslissing te nemen die het hof juist acht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>kosten rechtens.  </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 10 december 2024, heeft de moeder verzocht om de verzoeken van de vader in hoger beroep af te wijzen, althans een beslissing te nemen die het hof juist acht, met dien verstande dat zij kan instemmen met het verzoek van de vader om een informatieregeling vast te stellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 mei 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>mr. Marcus namens de vader;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder, bijgestaan door mr. C. Mouwen (waarnemend);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [vertegenwoordiger van de raad] namens de raad.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vader is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 18 juli 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het V6-formulier met bijlage van de advocaat van de vader d.d. 31 oktober 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De feiten </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit de relatie van partijen is [minderjarige] geboren. De vader heeft [minderjarige] erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over [minderjarige] uit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van 23 februari 2023 heeft de rechtbank partijen (en de minderjarige) naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Midden-Brabant verwezen voor (jeugd)hulpverlening. De rechtbank heeft aan de raad verzocht, voor zover de eindrapportage van de zorgaanbieder daartoe aanleiding geeft, om de rechtbank te adviseren over de in die beschikking vermelde onderzoeksvragen. Er is verder een voorlopige contactregeling tussen de vader en [minderjarige] vastgesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking van 16 juli 2024 heeft de rechtbank - voor zover in deze procedure van belang - het verzoek van de vader om een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige] vast te stellen, afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De vader kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De vader voert, samengevat, het volgende aan. </para>
        <para>De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat omgang tussen de vader en [minderjarige] op dit moment niet in het belang van [minderjarige] is. </para>
        <para>De vader wil het advies van de raad opvolgen voor hulpverlening. Uit het advies van de raad volgt dat het in het belang van [minderjarige] is dat zij contact heeft met beide ouders. Uit de procedure in eerste aanleg volgt verder dat de moeder dit belang eveneens onderschrijft. De ouders kunnen alleen geen overeenstemming bereiken over de invulling van het contact tussen de vader en [minderjarige] . Er is enige tijd uitvoering gegeven aan de voorlopige omgangsregeling, maar in mei 2023 is dit gestopt. De vader wil graag een rol vervullen in het leven van [minderjarige] en hij zal daarom de noodzakelijke hulpverlening accepteren. Voor zijn financiën heeft de vader sinds januari 2024 hulp van een bewindvoerder, nadat de ambulante hulpverlening vanuit [instantie 1] tot een einde is gekomen. </para>
        <para>De vader krijgt verder hulp vanuit [instantie 2] voor het regelen van allerlei voorkomende zaken. Deze organisatie en begeleiders zijn eerder bij de vader betrokken geweest. De vader zou graag willen dat de omgang met [minderjarige] door [instantie 2] wordt begeleid, zodat de opvoedvaardigheden van de vader in beeld kunnen komen. </para>
        <para>Het gaat inmiddels goed met de vader. Hij is clean en hij verricht vrijwilligerswerk op een sportschool, zodat sprake is van een gestructureerde daginvulling. Hij heeft er wel moeite mee dat er geen contact is tussen hem en [minderjarige] . In het verleden zou [instantie 3] ook bij de vader betrokken zijn geweest, maar de advocaat van de vader weet hier het fijne niet van en kan hiervan geen stukken overleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder voert, samengevat, het volgende aan. </para>
        <para>Zij vindt net als de raad dat de vader eerst aan zichzelf dient te werken en inzicht dient te geven in zijn persoonlijk functioneren, waaronder zijn alcohol- en drugsverslaving. De vader ontkent deze problematiek niet. Het is niet duidelijk welke hulpverlening de vader momenteel in het kader van zijn verslavingsproblematiek heeft. De begeleiding vanuit [instantie 4] is gestopt, omdat de vader niet kwam opdagen en hij steeds wilde weten waar de moeder woonde. De hulpverlening van [instantie 1] is eveneens gestopt, omdat de vader deze niet meer wenste te ontvangen. </para>
        <para>De vader moet enige tijd aantoonbaar ‘clean’ zijn om een betrouwbare en stabiele rol in het leven van [minderjarige] te kunnen hebben. Op dit moment is omgang niet in het belang van (de veiligheid van) [minderjarige] . </para>
        <para>
          [minderjarige] weet nu niet wie haar vader is. De moeder wil het contact met de vader pas herstellen wanneer zij erop kan vertrouwen dat de vader zijn afspraken naar behoren kan nakomen. De moeder is nog niet begonnen met statusvoorlichting. [minderjarige] stelt geen vragen over de vader en de moeder wil [minderjarige] hiermee niet tot last zijn. Ze weet ook niet goed hoe ze dit moet aanpakken.</para>
        <para>De moeder heeft geen bezwaar tegen de vaststelling van een informatieregeling. Zij wil de vader eenmaal per maand via een e-mail informeren. Daarnaast is zij eventueel op vrijwillige basis bereid om de vader op regelmatige basis via Whatsapp foto’s te sturen, wat ze in het verleden ook heeft gedaan. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat de vader de nodige afstand blijft bewaren. De vader probeert steeds dichterbij te komen en is recent in de buurt van de woning van de moeder verschenen. De moeder heeft het gevoel dat de vader haar nog steeds niet kan loslaten.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling als volgt geadviseerd. </para>
        <para>Er is niets veranderd ten aanzien van de situatie ten tijde van het opstellen van het raadsrapport. Er zijn duidelijke contra-indicaties en de raad heeft duidelijk gesteld wat er moet gebeuren voor contactherstel. Dit gaat om stappen die de vader moet zetten. Er wordt namens de vader gesteld dat het met de vader goed zou gaan, maar dit is niet onderbouwd. De situatie van de vader is niet zichtbaar gewijzigd. Het is voor de vader fijn dat er bewindvoering is en hulpverlening vanuit [instantie 2] , maar dit helpt niet bij zijn alcohol- of persoonlijkheidsproblematiek. De stappen die de vader dient te zetten, zoals door de raad geadviseerd, zijn niet uitgevoerd. Er is in het verleden al geïnvesteerd om begeleide omgang in gang te zetten, maar de vader heeft het laten afweten. De vader moet eerst voldoen aan de door de raad gestelde voorwaarden, waarbij er voor de vader individuele hulpverlening wordt ingezet. Daarna kan er pas gestart worden met begeleide contacten. De bal ligt voor 100% bij de vader. De nadelen voor [minderjarige] bij het herstel van het contact op dit moment zijn groter dan de voordelen. Het is wel belangrijk dat [minderjarige] weet dat ze een vader heeft en wie haar vader is. De raad adviseert om het verzoek in hoger beroep af te wijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omgang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW) stelt de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Het hof is, op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, met de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de vader om een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige] vast te stellen dient te worden afgewezen. Het hof zal hierna uitleggen waarom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de stukken is gebleken dat de raad onderzoek heeft gedaan en advies heeft uitgebracht, nadat de hulpverlening vanuit het Uniform Hulpaanbod en/of vanuit [instantie 4] en [instantie 1] voortijdig tot een einde is gekomen. </para>
        <para>Uit het rapport van de raad volgt onder meer dat er een aantal contra-indicaties zijn voor het contact tussen de vader en [minderjarige] . De grootste zorgen van de raad zien op het welzijn van de vader. Zo is er geen zicht op het persoonlijk functioneren en de verslavingsproblematiek van vader en ook niet op zijn woon- en leefsituatie, terwijl dit, gelet op het verleden van de vader noodzakelijk is. Er is eveneens geen zicht op de pedagogische vaardigheden van de vader. De raad heeft verder vastgesteld dat de vader onbetrouwbaar is in het nakomen van afspraken en dat hij zich in de relatie met de moeder agressief en dreigend heeft opgesteld. </para>
        <para>De vader heeft in eerste aanleg erkend dat hij een moeilijke periode achter de rug heeft, waardoor hij niet goed bereikbaar is geweest. Hij stelt dat het inmiddels goed met hem gaat, dat hij ‘clean’ is en dat hij hulp krijgt bij het regelen van zaken vanuit [instantie 2] . Verder heeft de vader voor zijn financiële zaken hulp in de vorm van bewindvoering.  </para>
        <para>Alhoewel de vader stelt dat hij geen middelen meer gebruikt en dat hij in die zin ‘clean’ is, kan dit op geen enkele wijze worden geverifieerd en blijkt dit nergens uit. De vader heeft geen onderliggende stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij een behandeling ondergaat of heeft ondergaan voor zijn verslavingsproblematiek en/of overige persoonlijke (psychische) problematiek. Ook blijkt nergens uit dat de vader zijn medewerking heeft verleend of op korte termijn gaat verlenen aan een persoonlijkheidsonderzoek, zoals door de raad als één van voorwaarden voor contact wordt gesteld. </para>
        <para>De vader is bovendien in hoger beroep opnieuw niet verschenen op de mondelinge behandeling, zodat hij geen nadere toelichting heeft kunnen geven op zijn verzoek en het hof zich geen zelfstandig beeld over de vader heeft kunnen vormen. </para>
        <para>Dat de vader hulp krijgt bij praktische en bij financiële zaken is verder positief, maar dit is niet toereikend om de zorgen die er over de vader zijn weg te nemen.  </para>
        <para>Al met al is er nog steeds geen zicht op het functioneren van de vader en zijn de contra-indicaties voor contact met de vader nog steeds aanwezig. Het hof ziet daarom op dit moment geen mogelijkheid om het contact tussen de vader en [minderjarige] te herstellen, ook niet in een begeleide vorm. Het is in het belang van [minderjarige] dat eerst inzichtelijk wordt of de vader in staat is om het contact op een structurele en veilige manier vorm te geven.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <parablock>
        <para>Het voorgaande doet er niet aan af dat het hof het de vader en [minderjarige] gunt dat dit in de toekomst anders zal zijn. Het is daarvoor noodzakelijk dat de vader de adviezen van de raad opvolgt en dat hij, bij onduidelijkheid daarover, zich hierover nader laat voorlichten.</para>
        <para>Het hof onderschrijft verder het advies van de raad aan de moeder om zo snel mogelijk te starten met statusvoorlichting aan [minderjarige] . Het is voor de (identiteits)ontwikkeling van [minderjarige] van belang dat zij weet wie haar vader is. Het hof gaat ervan uit dat de moeder zich voor eventuele hulp en ondersteuning hierbij op korte termijn tot [instantie 5] zal wenden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Informatie- en consultatieregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:377b BW is de ouder die met het gezag is belast gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen - zo nodig door tussenkomst van derden - over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van een ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>De vader heeft in hoger beroep een verzoek ingediend om een informatieregeling vast te stellen. De moeder stemt ermee in dat er een regeling wordt vastgesteld waarbij ze de vader eenmaal per maand via e-mail over [minderjarige] informeert en aan de vader een foto en video/filmpje van [minderjarige] toestuurt. Het hof zal deze informatieregeling vaststellen. Het staat de moeder daarnaast vrij om, zoals zij nu doet, op vrijwillige basis vaker dan eens per maand aan de vader via Whatsapp foto’s en filmpjes te sturen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, bekrachtigen en aanvullend een informatieregeling vaststellen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, nu partijen een relatie hebben gehad.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda van 16 juli 2024<emphasis role="italic">, </emphasis>voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt een informatieregeling vast, waarbij de moeder één keer per maand een e-mail aan de vader stuurt waarin de moeder de vader informeert over de gewichtige aangelegenheden met betrekking tot [minderjarige] , vergezeld van een foto en video/filmpje van [minderjarige] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. G.M. Goes, E.P. de Beij en S.P.A. Wensink-Vergunst en is in het openbaar uitgesproken door mr. S.P.A. Wensink-Vergunst op <?linebreak?>26 juni 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>