<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:1792</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T11:23:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.353.085_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2025-0233</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1792">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1792</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-03T10:48:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1792 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 26-06-2025 / 200.353.085_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:1792:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing, rechtsmiddelenverbod artikel 807 Rv; hof verwerpt beroep op doorbrekingsgrond, geen schending van hoor en wederhoor.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:1792:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 26 juni 2025</para>
      <para>Zaaknummer: 200.353.085/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg: C/01/412323 / JE RK 25-137</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. G.A.P. Avontuur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),</para>
      <para>advocaat: mr. I.J.M. Gelissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de vader] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend:</para>
      <para>de Raad voor de Kinderbescherming,</para>
      <para>vestiging: [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In het kort:</emphasis>
      </para>
      <para>Deze zaak gaat over: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2017,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>hierna samen ook te noemen: de kinderen.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 20 maart 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 3 april 2025, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en de moeder alsnog ontvankelijk te verklaren in haar verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing en dit verzoek inhoudelijk te behandelen op de gronden als vermeld in haar verzoek en haar verzoek gegrond te verklaren. </para>
        <para>Kosten rechtens.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 1 mei 2025 heeft de GI verzocht de moeder niet-ontvankelijk te verklaren dan wel haar verzoek in hoger beroep af te wijzen als zijnde ongegrond en/of onbewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft het hof aan partijen medegedeeld dat tijdens de mondelinge behandeling alleen de ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen de beschikking in eerste aanleg behandeld zal worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 mei 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder, bijgestaan door mr. G.A.P. Avontuur;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI, bijgestaan door mr. I.J.M. Gelissen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.4.1.</nr>
        <para>De vader is<emphasis role="italic">,</emphasis> hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.4.2.</nr>
        <para>De raad heeft het hof per brief d.d. 18 april 2025 laten weten niet op de mondelinge behandeling te zullen verschijnen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 20 februari 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het V6-formulier van de advocaat van de moeder d.d. 23 april 2025 met bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het V6-formulier van de advocaat van de moeder d.d. 7 mei 2025 met bijlagen. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.5.1.</nr>
        <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder een van de bijlagen bij het V6formulier d.d. 7 mei 2025 ter verduidelijking nogmaals overgelegd. Omdat het geen nieuwe stuk betreft en alle partijen hiervan reeds kennis hebben genomen dan wel hadden kunnen nemen, slaat het hof daarom ook acht op die bijlage.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd geweest. Vóór het huwelijk zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 1] geboren. De vader en de moeder hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen bij de moeder en er is een zorgregeling met de vader. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 25 april 2022 zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht van de GI gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna telkens verlengd, voor zover bekend bij het hof, laatstelijk tot 23 mei 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op 29 november 2024 heeft de GI een schriftelijke aanwijzing aangekondigd en de moeder de gelegenheid gegeven daarop te reageren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op 20 december 2024 heeft de GI een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . Hierin is het volgende opgenomen: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Contact tussen vader en de kinderen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. <emphasis role="italic">De GI verwacht uw medewerking aan onbelast contact tussen vader en de kinderen, hiervoor is het noodzakelijk dat u adviezen gericht op solo parallelouderschap van de GI zal opvolgen.</emphasis></para>
      <para />
      <para>2. <emphasis role="italic">U doet geen negatieve uitspraken over vader tegen de kinderen. Op het moment dat hulpverlening waarneemt dat u negatieve uitspraken over vader doet richting de kinderen, verwacht de Gl een herstelgesprek tussen u en de kinderen in aanwezigheid van de GI waarin u zelf uitleg geeft aan de kinderen dat de negatieve uitspraken niet terecht waren.</emphasis></para>
      <para />
      <para>3. <emphasis role="italic">U bent zelf niet aanwezig bij de overdrachten. In principe vinden de overdrachten op school plaats. U bent niet aanwezig op school als vader de kinderen naar school brengt of op school ophaalt. Tijdens uitzonderingen als vakanties, studiedagen, ziekte, etc, dient u uw netwerk in te schakelen om de overdrachten te verzorgen.</emphasis></para>
      <para />
      <para>4. <emphasis role="italic">U treedt op geen enkele wijze in contact met de kinderen en u bent op geen enkele wijze aanwezig bij de kinderen tijdens de omgangsregeling van vader. Denk hierbij aan voetbaltraining, voetbalwedstrijden, voetbalactiviteiten en andere hobby’s. Hierbij ook denkende aan schoolactiviteiten, zoals voorleesmoeder, wandelen met de kinderen tijdens schooltijd, etc. Er wordt van u verwacht dat er geen enkele vorm van contact zal zijn tussen u en de kinderen (fysiek/telefonisch/etc.) tijdens de omgangstijd van vader. Met uitzondering van 112-situaties of andere calamiteiten.</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Hulpverlening aan de kinderen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. <emphasis role="italic">U ondertekent de benodigde formulieren om hulpverlening bij [instantie] voor vader en de kinderen te kunnen continueren. Ook wordt er van u verwacht dat u zorg draagt, in uw omgangstijd, voor doorgang van de kindercoaching.</emphasis></para>
      <para />
      <para>6. <emphasis role="italic">U geeft toestemming aan [instantie] voor het verstrekken van de verslaglegging aan de GI. Het is voor de GI noodzakelijk om goed zicht te krijgen en te houden op de kinderen. Hoewel de GI de informatie wettelijk gezien mag opvragen zonder toestemming van u, zien we dat het mogelijk intrekken van toestemming de hulpverlening kan belemmeren en daarom vindt de GI het noodzakelijk deze bodemeis te stellen.</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Gesprekken GI met de kinderen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. <emphasis role="italic">U geeft toestemming aan de GI om minimaal 1 keer per maand een afspraak met de kinderen in te plannen op de door de GI gekozen plek en tijdstip, waarbij de Gl tevens bepaalt of u als moeder hierbij aanwezig bent.</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Inzicht krijgen in de mogelijkheden van u om onbelast contact tussen de kinderen en vader te kunnen faciliteren:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>8. <emphasis role="italic">U geeft toestemming voor overleg tussen de GI en behandelaar van uzelf in gezamenlijkheid/aanwezigheid van u, met als doel nagaan of u uw eigen perspectief ten aanzien van vader kan onderscheiden van het perspectief van de kinderen naar vader toe. En of u als moeder de autonomie van de kinderen hierin kan stimuleren.</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien u besluit zich niet aan deze aanwijzing(en) te houden, zijn wij genoodzaakt om een volledige plaatsing van de kinderen bij vader te overwegen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De GI verwacht dat vanuit een plaatsing bij vader de kinderen onbelast contact kunnen hebben met zowel vader als moeder.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De moeder heeft op 31 januari 2025 een verzoekschrift bij de rechtbank OostBrabant ingediend met het verzoek om de schriftelijke aanwijzing van de GI vervallen te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking, heeft de rechtbank Oost-Brabant de moeder nietontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing van 20 december 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling - samengevat – het volgende aan. </para>
        <para>Op grond van artikel 807 Rv is het in beginsel niet mogelijk om in hoger beroep te komen van een beschikking betreffende een verzoek tot vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing. Er is in dit geval echter een doorbreking van het appelverbod aan de orde. De rechtbank heeft met haar beslissing namelijk in strijd gehandeld met het elementaire rechtsbeginsel van hoor en wederhoor. De moeder verwijst expliciet naar een uitspraak van de Hoge Raad van 25 juni 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1003). De moeder heeft feitelijk geen toegang tot de rechter gehad doordat de kinderrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de moeder te laat was met haar verzoek. </para>
        <para>De moeder heeft echter pas medio januari 2025 kennis genomen (en redelijkerwijs kennis kunnen nemen) van de schriftelijke aanwijzing van de GI van 20 december 2024. De moeder heeft de schriftelijke aanwijzing pas op haar verzoek per e-mail toegestuurd gekregen, nadat zij gereclameerd had dat zij tot dat moment geen enkele reactie van de GI had ontvangen. Vervolgens heeft de moeder binnen de termijn van twee weken (en dus tijdig) het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing ingediend. </para>
        <para>De kinderrechter heeft ten onrechte aangenomen dat het Track &amp; Trace bericht afkomstig was uit de Post NL-app van de moeder en dat zij dus op de hoogte kon zijn van de aangetekende brief van de GI. Het Track &amp; Trace bericht was echter van de GI. De kinderrechter in eerste aanleg heeft hier tijdens de mondelinge behandeling ook niet (expliciet) naar gevraagd. </para>
        <para>De moeder heeft, in tegenstelling tot wat de kinderrechter heeft aangenomen, geen ophaalbericht gehad van Post NL en evenmin is zij door de GI in kennis gesteld van het feit dat de schriftelijke aanwijzing onderweg was, zodat zij dit redelijkerwijs ook niet kon weten.</para>
        <para>De kinderrechter heeft de moeder ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. Daarmee heeft de kinderrechter het bepaalde in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) geschonden (recht op toegang tot de rechter; hoor en wederhoor). Vanwege deze strijd met elementaire eisen van procesrecht is de moeder ontvankelijk in hoger beroep. Zij verzoekt de beschikking van de kinderrechter te vernietigen, te bepalen dat zij ontvankelijk is in haar verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing en de zaak alsnog inhoudelijk te behandelen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <parablock>
        <para>De GI voert in het verweerschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling ‑ samengevat – het volgende aan.</para>
        <para>De GI stelt zich ten aanzien van de ontvankelijkheid op het standpunt dat de moeder in haar beroep niet-ontvankelijk verklaard dient te worden nu artikel 807 Rv een hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank ten aanzien van een vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing, niet toestaat. De argumenten van de moeder om het appelverbod te doorbreken acht de GI onvoldoende en niet voldoende onderbouwd. Als de kinderrechter haar beslissing onvoldoende heeft gemotiveerd dan is dat geen doorbrekingsgrond. Er is geen sprake van schending van het beginsel van hoor en wederhoor. </para>
        <para>Het poststuk (te weten de schriftelijke aanwijzing) is door de GI op 20 december 2024 aangetekend verstuurd en op 14 januari 2025 retour ontvangen. De moeder heeft het poststuk niet afgehaald bij het post-NL-punt. De moeder betwist de feitelijke gang van zaken maar dat maakt niet dat er sprake is van een doorbrekingsgrond die het appelverbod van art. 807 Rv doorbreekt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De motivering van de beslissing </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Het hof overweegt het volgende. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.10.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Op grond van artikel 1:263 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de GI ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Zij kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder(s) of de minderjarige niet instemmen met, of onvoldoende medewerking verlenen aan de uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 4.1.3. eerste lid van de Jeugdwet of indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreiging in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. </para>
          <para>Op grond van art. 1:264 BW kan de kinderrechter op verzoek van een ouder een schriftelijke aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren. Het verzoek heeft geen schorsende kracht, tenzij de kinderrechter het tegendeel bepaalt. </para>
          <para>De termijn voor het indienen van het verzoek bedraagt twee weken en vangt aan met ingang van de dag waarop de beslissing is verzonden of uitgereikt. </para>
          <para>Lid 4 van voornoemd artikel bepaalt dat van een na afloop van de termijn ingediend verzoek niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijft indien van de verzoeker redelijkerwijze niet geoordeeld kan worden in verzuim te zijn geweest. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Ingevolge artikel 807 Rv staat tegen een beschikking ingevolge artikel 1:264 BW geen hoger beroep open maar slechts cassatie in het belang der wet.</para>
          <para>Volgens vaste rechtspraak kan, indien de wet een hogere voorziening uitsluit, in sommige gevallen deze uitsluiting van het hoger beroep worden doorbroken en wel indien de rechter:</para>
        </parablock>
        <orderedlist numeration="arabic">
          <listitem>
            <para>de betreffende regeling ten onrechte heeft toegepast (buiten het toepassingsgebied van deze regeling is getreden),</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>deze regeling ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten, of</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>bij de behandeling van de zaak een zodanig fundamenteel rechtsbeginsel heeft veronachtzaamd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken, waarbij een motiveringsgebrek (zowel géén als een gebrekkige motivering) geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel oplevert.</para>
          </listitem>
        </orderedlist>
        <para>Indien hiervan sprake is, vormt dat een doorbrekingsgrond van het appelverbod. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.3.</nr>
        <para>Allereerst ligt de vraag voor of de moeder in haar hoger beroep tegen de bestreden beschikking kan worden ontvangen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.4.</nr>
        <para>De moeder heeft in haar beroepschrift een grond voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van artikel 807 Rv gesteld. Gelet hierop is zij ontvankelijk in haar hoger beroep. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.5.</nr>
        <para>Naar het oordeel van het hof is in het onderhavige geval evenwel geen sprake van de door de moeder gestelde doorbrekingsgrond.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.6.</nr>
        <parablock>
          <para>Het hof overweegt daartoe als volgt. </para>
          <para>Daargelaten de vraag of de kinderrechter inhoudelijk een juiste beslissing heeft genomen, gaat het nu alleen om de vraag of er sprake is van een doorbrekingsgrond van het appelverbod. De moeder stelt zich op het standpunt dat de rechtbank een fundamenteel rechtsbeginsel heeft geschonden en dat er daardoor geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden. Het hof oordeelt anders. De stelling van de moeder dat de kinderrechter haar beslissing heeft gebaseerd op onjuiste feiten en omstandigheden vormt naar het oordeel van het hof geen doorbrekingsgrond.</para>
          <para>De kinderrechter is er volgens de moeder ten onrechte van uitgegaan dat zij bekend was met het Track &amp; Trace bericht en dus kennis had kunnen nemen van de schriftelijke aanwijzing. De moeder stelt zich op het standpunt dat zij in het geheel geen Track &amp; Trace bericht heeft ontvangen, maar, belangrijk voor de ontvankelijkheidsvraag: dat zij ook niet in de gelegenheid is geweest haar mening te geven over de vraag of zij al dan niet bekend was met het Track &amp; Trace bericht.</para>
          <para>De kinderrechter is aan dat onderwerp tijdens de mondelinge behandeling volgens de moeder ten onrechte voorbij gegaan en heeft vervolgens ten onrechte geconcludeerd dat de moeder te laat was met het indienen van het verzoek tot vervallen verklaren van de schriftelijke aanwijzing, hetgeen heeft geresulteerd in de nietontvankelijk verklaring. </para>
          <para>Het hof is echter van oordeel dat de ontvankelijkheid van de moeder en de vraag of redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden of zij in verzuim was wat betreft de termijn van indiening van haar verzoek, wel degelijk onderdeel van debat is geweest in eerste aanleg. </para>
          <para>Zo heeft de GI als verweerster in eerste aanleg reeds in haar verweerschrift gesteld dat de schriftelijke aanwijzing correct per aangetekende post was verzonden, dat de moeder het bericht niet heeft opgehaald blijkens de terugmelding van Post.nl en dat de moeder derhalve niet-ontvankelijk verklaard dient te worden omdat zij te laat is met haar verzoek vervallenverklaring. Voorts heeft de moeder in haar brief van 19 februari 2025, derhalve vóór de mondelinge behandeling in eerste aanleg, expliciet op de door de GI gestelde niet-ontvankelijkheid een reactie gegeven. Daarbij heeft zij in bijlage 7 een emailbericht van de GI van 17 januari 2025 aan haar advocaat  in het geding gebracht met daarin een tijdslijn van de GI rondom het proces (vooraankondiging) schriftelijke aanwijzing, met daarbij het betreffende Track &amp; Trace bericht. </para>
          <para>Gelet op deze stukkenwisseling stelt het hof vast dat partijen over en weer standpunten hebben uitgewisseld over de ontvankelijkheid van het verzoek in eerste aanleg en het aangetekende poststuk. Naar het oordeel van het hof volgt hieruit dat het voor beide partijen voldoende duidelijk was dat de ontvankelijkheid een discussiepunt was. Dat de ontvankelijkheid ter mondelinge behandeling in eerste aanleg niet meer door de kinderrechter expliciet ter sprake is gebracht, kan hier niet aan afdoen. Bovendien had de (advocaat van de) moeder dit punt ook zelf ter mondelinge behandeling ter sprake kunnen brengen, hetgeen zij blijkens het proces-verbaal kennelijk niet gedaan heeft. Er is derhalve geen sprake van schending van het beginsel van hoor en wederhoor. Dat de kinderrechter uit de gang van zaken rondom het poststuk vervolgens een conclusie heeft getrokken die volgens de moeder onjuist is, levert geen doorbrekingsgrond op. </para>
          <para>De conclusie is dan dat niet is gebleken dat er sprake is van verzuim van essentiële vormen die maken dat voldaan is aan de gestelde eisen voor een doorbrekingsgrond. Ook overigens heeft de moeder onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld die meebrengen dat het appelverbod in het onderhavige geval moet worden doorbroken. </para>
          <para>Ook de uitspraak van de Hoge Raad (van 25 juni 2021: ECLI:NL:HR:2021:1003) waarnaar de moeder tijdens de mondelinge behandeling verwijst, strekt niet tot een andere conclusie. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.7.</nr>
        <para>Uit het voorgaande volgt dat de moeder zich niet met succes op doorbreking van het appelverbod van artikel 807 Rv kan beroepen, zodat het hoger beroep van de moeder dient te worden verworpen. Het hof komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van haar verzoek tot het vervallen verklaren van de schriftelijke aanwijzing. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.8.</nr>
        <para>Het hof zal – gelet op de aard van de procedure – de proceskosten in hoger beroep compenseren. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.10.9.</nr>
        <para>Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwerpt het hoger beroep van de moeder;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, J.C.E. Ackermans-Wijn en S.P.A. Wensink-Vergunst en is in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>