<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2025:1513</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-16T11:16:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.353.244_02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1513">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1513</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-16T11:14:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1513 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 09-04-2025 / 200.353.244_02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2025:1513:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek tegen wrakingskamer buiten behandeling gesteld. Misbruik van het wrakingsmiddel. Wrakingsverbod.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2025:1513:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingsnummer	: 200.353.244/02</para>
      <para>Uitspraak		: 9 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van een wrakingsverzoek van het gerechtshof 's-Hertogenbosch</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gegeven op het schriftelijke wrakingsverzoek voor de zitting van 9 april 2025 ingekomen ter strafgriffie van het hof op 8 april 2025 in de zaak met parketnummer [parketnummer] , in hoger beroep aanhangig bij de meervoudige strafkamer van dit gerechtshof, ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>huidig BRP-adres: [postcode] [woonplaats] , [adres] ,</para>
      <para>hierna te noemen: ‘de verzoeker’,</para>
      <para>
        <?linebreak?>strekkende tot wraking van “de leden van de wrakingskamer”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Voor de strafkamer van het hof, in de samenstelling van mrs. R.G.A. Beaujean, (voorzitter), Y.G.M. Baaijens-van Geloven en A.C. van der Schans, raadsheren, staat gepland op zitting van 9 april 2025 de voortzetting van de behandeling van de strafzaak tegen verzoeker onder genoemd parketnummer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De behandeling van deze strafzaak is op verzoek van de verdachte twee keer door het hof aangehouden. Bij e-mail van 30 maart 2025 heeft de verdachte opnieuw om aanhouding verzocht. Het hof heeft de verdachte bij e-mail van 3 april 2025 laten weten:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dat het geen aanleiding ziet om op voorhand aan te kondigen dat de behandeling opnieuw zal worden uitgesteld, nu een onderbouwing van gestelde ernstige gezondheidsklachten ontbreekt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat ter terechtzitting van 9 april 2025 op het aanhoudingsverzoek zal worden beslist;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat de verdachte er rekening mee moet houden dat zijn strafzaak die dag inhoudelijk kan worden behandeld.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De verzoeker heeft daarop e-mailberichten van 3 april 2025 aan de strafgriffie gestuurd onder meer inhoudende: “De zaak wordt aangehouden. Punt uit. Ik herhaal mijn verzoek net zolang tot u de zaak aanhoudt.” </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De verzoeker heeft bij e-mail van 8 april 2025 om 14:15 uur aan de strafgriffie met<emphasis role="bold"> “</emphasis>Onderwerp<emphasis role="bold">:</emphasis> Re: 4de HERHALING uitstelverzoek behandeling zaaknr. [parketnummer] ” het volgende medegedeeld: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Jullie zijn echt van voor tot achter zo corrupt als de pest: de hele keten is verziekt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de bijlage (*) de opname, die evident laat zien (luisteren is jullie totaal onbekend!) wat er aan de hand is, en hoe jullie op mensenlevens tuffen!</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Asociaal, inhumaan en kansloos gedrag. Altijd maar corruptie achter elkaar. En jullie pretenderen recht te spreken? Jullie schenden aan de lopende band gewoon alle verdragen!</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hierbij ga ik noodgedwongen over tot wraking van de leden van de meervoudige kamer, wegens de schijn van kennelijke vooringenomenheid. Een uitstelverzoek niet in behandeling willen nemen, en steeds weigeren om de nodige tijd te gunnen die op basis van de gezondheidssituatie aan de orde is, is gewoon een regelrechte misdaad tegen de menselijkheid. En het maar gek vinden dat mensen zoveel kritiek hebben op de rechterlijke macht. U moet zich de ogen uit het hoofd schamen, hoe corrupt dit overkomt (!).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals u begrijpt heb ik hier duidelijk geen ruimte voor, en is het CORRUPTE Openbaar Ministerie - u faciliteert daar als rechterlijke macht kennelijk maar al te graag aan - alleen maar ten doen om net als in eerste aanleg - zonder inhoudelijke behandeling en verdediging - een veroordeling op basis van leugens en halve waarheden te verkrijgen. In eerste aanleg opzettelijk oproepen op een niet bestaand adres, en hier mensen de vernieling in trappen met het faciliteren aan corruptie, en dan vervolgens weer op dezelfde wijze een proces er "even doorheen douwen". Ook de raadkamer in [plaats] had er medio juni 2024 duidelijk in de gaten waar men bij het Openbaar Ministerie mee bezig was. Kennelijk is de MK dus gewoon niet voornemens om op integere wijze haar werk te doen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Luister de opname, in plaats van zo met mensen met gezondheidsproblemen om te gaan Wie denken jullie wel niet dat jullie zijn?! Waar denken jullie het recht aan te ontlenen, om deze corruptie op mensen bot te vieren?!</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Openbaar Ministerie is corrupt, en wil dat niet toevoegen. Sterker nog, het is mevrouw [naam 1] als landelijk advocaat-generaal zelf die uit hoofde van haar vorige rol als hovj van het parket Zwb dondersgoed weet wat hier aan de hand is. Direct na haar vertrek zijn de streken voortgezet, en nu faciliteert ze er dus zelf aan door ze alsnog toe te laten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Geen greintje integriteit is er meer bij het OM te bekennen. Prove me wrong, mw. [naam 2] en mw. [naam 3] !!”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Aan de verzoeker is door de coördinator van de wrakingskamer (hierna: de coördinator) bij e-mail van 8 april 2025 medegedeeld dat het wrakingsverzoek door de wrakingskamer zal worden behandeld op 9 april 2025 om 09:00 uur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>In reactie daarop heeft de verzoeker bij e-mail van 8 april 2025 het volgende  <?linebreak?>uitstelverzoek gedaan: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Ik verzoek tot uitstel van de behandeling door de wraking kamer, tot mijn gezondheid dit toelaat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals uit de eerdere medische verklaring ook blijkt, kan ik de zitting immers niet bijwonen wegens ernstige gezondheidsproblemen. Gezondheidsproblemen die gewoon bekend zijn bij jullie fantastische ketenpartners.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik verzoek de behandeling in ieder geval 14 dagen aan te houden, aangezien ik hier geen enkele ruimte voor heb.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Maar gewoon doordouwen nietwaar? Want het corrupte systeem moet gefaciliteerd.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Namens de voorzitter van de wrakingskamer heeft de coördinator aan de verzoeker daarop op 8 april 2025 gemaild:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“De voorzitter van de wrakingskamer deelt u het volgende mee.</para>
        <para>Wrakingsverzoeken behoren naar hun aard met voorrang behandeld te worden.</para>
        <para>U verzoekt weliswaar om uitstel, maar iedere onderbouwing van de gestelde “ernstige gezondheidsproblemen” ontbreekt. Dat die “Gezondheidsproblemen (…) gewoon bekend zijn bij jullie fantastische ketenpartners.” betekent niet dat die ook bij de wrakingskamer bekend zijn.</para>
        <para>Bij deze stand van zaken vindt geen aanhouding van de behandeling van het wrakingsverzoek plaats.”<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>Bij e-mail van 8 april 2025 om 15:38 uur heeft de verzoeker daarop als volgt gereageerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“U bent moedwillig bezig om die zitting er doorheen te duwen. Wij zijn niet achterlijk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>En anders gaat die AG (die een pak boter op het hoofd heeft) toch even lekker bij zijn ketenoplichters te raden, die hebben immers bijgedragen aan de gezondheidschade door mijn vrouw met paniekaanvallen steeds weer opnieuw lastig te vallen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Neen, gewoon doorgaan, terwijl jullie weten dat [naam 4 / huisarts] corrupt is. Hij weigert zijn eerdere verklaring af te geven, omdat drs. [naam 5] èn hij verwikkeld zijn in een letselschadezaak wegens evidente medische fouten (eerste zaaknummer is [zaaknummer] , Rb Zwb). Dus hou maar op met liegen, iedereen ziet wat hier het doel is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dus ik begrijp goed dat de wrakingskamer weigert om de behandeling aan te houden?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Geen wonder dat dit land zoveel problemen kent. Jullie produceren ze en mishandelen mensen omdat jullie dat kennelijk leuk vinden. Hoe ziek zijn jullie dan wel niet?”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze e-mail werd gevolgd door een e-mail op 8 april 2025 om 17:37 uur met (slechts):</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Mail van 15h38 gewoon opzettelijk negeren, dat is dus oplichting en de kluit bedonderen!”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>Namens de voorzitter van de wrakingskamer heeft de coördinator aan de verzoeker op 8 april 2025 om 17:22 uur gemaild: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Geachte heer [verzoeker] ,</para>
        <para>Namens de voorzitter van de wrakingskamer deel ik u het volgende mee.</para>
        <para>In uw e-mail van 15:41 uur stelt u de geheel onnodige vraag: “Dus ik begrijp goed dat de wrakingskamer weigert om de behandeling aan te houden?” waar immers de daaraan voorafgaande e-mail namens de voorzitter aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: geen aanhouding van de behandeling van het wrakingsverzoek nu iedere onderbouwing van de gestelde ernstige gezondheidsproblemen ontbreekt. Dat is nog steeds zo.</para>
        <para>U vraagt dus naar de bekende weg. Herhaling verandert dat niet (en het stellen van [e]en ultimatum voor de beantwoording van uw mail evenmin).”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.10.</nr>
      <para>Op 8 april 2025 om 18:09 uur is vervolgens het volgende wrakingsverzoek door de verzoeker gemaild: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Gelet op dat de leden van de wrakingskamer onderstaande negeren, is de schijn van vooringenomenheid van de wrakingskamer inmiddels ook gebleken. Zij weigert immers de onderbouwing te wegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond daarvan ga ik over tot wraking van de leden van de wrakingskamer.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onder deze e-mail hangen de e-mails genoemd in 1.8.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.11.</nr>
      <para>Op 9 april 2025 heeft de verzoeker om 07:32 uur en om 08.34 uur het volgende aan de leden van de wrakingskamer gemaild – beide e-mails bevatten dezelfde inhoud – :</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“L.S.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>U bent geweraakt, maar de griffie moffelt dat vast wel weer weg onder het mom van "niet tijdig gezien". Waarvan evident tegenbewijs is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Kennelijk is integriteit in uw gelederen (de justitiële keten) steeds schaarser aan het worden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>U hoort onafhankelijk en integer te zijn. Maar op basis van het handelen van iedereen bij het Hof rondom mijn gezondheid is duidelijk dat ik geen eerlijke behandeling hoeft te verwachten. Sterker nog: er wordt niet eens de kans geboden om iets aan te tonen, terwijl de verklaring die eerder al tot uitstel leide nog steeds evident leidend van aard is. Het is de wereld op zijn kop dat mensen die al midden in een letselschade zitten, en waarvan een zaak bij de rechtbank loopt, welke rechtbank ambtshalve weet van de gezondheidsproblemen, het gerechtshof dommetje loopt te spelen. En zaken moedwillig doordrukt. Uw handelen om zaken niet uit te stellen en mij dus een eerlijk proces te onthouden, is een moedwillige en zeer opvallende subjectieve handelswijze om de zaak WEDEROM zonder mijn aanwezigheid inhoudelijk te behandelen. Omdat de AG en het OM er alles aan doen om deze zaak te misbruiken om in een andere zaak - waar zij fraudeurs en oplichters faciliteert - deze zaak als kapstok te gebruiken. Tot eerder irritatie van de leden van de raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant aan toe. Kortom: uw praktijken bij het gerechtshof, de AG en het OM vallen inmiddels op en zijn een regelrecht aantasting van onze rechtstaat en mijn fundamentele rechten en vrijheden ex 94 GW. Bovendien circuleert er ook meer over gedragingen van u als raadsheren, over de manier hoe u aan malafide praktijken binnen de justitiële keten zou faciliteren. De snelheid waarmee de wrakingskamer is samengesteld, de evidente poging om mij in tijden van langdurige ziekte géén tijd te gunnen om de behandeling van de zaak voor te bereiden, spreekt allemaal tegen u. Dat alles bij elkaar is genoeg reden om u (3) als leden van de wrakingskamer te wraken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat het vertrouwen zoek is, moet u toch echt bij uzelf en uw handelswijze zoeken. En bij uw collega's. Het is evident dat dit een politieke vervolging is, en dat zal uiteindelijk ook gewoon uitkomen. Zelfs een hoop medewerkers binnen de justitiële keten zijn die mening toegedaan, omdat alles, maar dan ook alles tegen u spreekt. En vergeet u vooral niet dat aangevers en hun partners een hele lange kerfstok hebben. En ondergetekende een blanco strafblad. En dat blijft ook zo, aangezien ik naar het oordeel van de recherche - die vervolgens wèl over de schreef gaat en haar bevoegdheden heeft misbruikt en de raadkamer dat heeft geconstateerd - namelijk géén wettelijke grenzen heeft overtrrdden. Sterker nog: men zei expliciet dat ik zij van mening waren dat waar zij mij van verdachten binnen de grenzen van de wet viel. Meermaals irriteerde men zich er zelf aan dat ze hiertoe moestrn overgaan (van een meerdere). En daarmee is dit een stelselmatige politieke vervolging, om mij te criminaliseren. Zo ernstig is de betonrot in de keten, en die mening zijn dus ook steeds meer mensen in die keten toegedaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Kortom: u heeft heel veel boter op het hoofd èn bent overduidelijk niet voornemens om een inhoudelijke behandeling op zorgvuldige en eerlijke wijze te laten plaatsvinden. Op grond van artikel 94 GW geldt dat het VN-gehandicaptenverdrag alsmede het EVRM leidend zijn. En dat houdt dus in dat deze zaak na pas mijn fysieke en mentale welzijn kan plaatsvinden, en niet eerder. Als u weer discussie voert over het feit dat ik dat aan moet tonen, mr. [naam 6] heeft in 2019 als rechter de toepasselijkheid van het VN-gehandicaptenverdrag bevestigd. Ik ben zoals gezegd niet in staat om nu een goede verdediging van mijn zaak te doen, en u maakt daar overduidelijk misbruik van!!!</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan akte!”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.12.</nr>
      <para>Op 9 april 2025 heeft de verzoeker om 08:53 uur het volgende aan de leden van de wrakingskamer gemaild</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>	“L.S.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de bijlage (*) bewijs dat er tijdige kennisname van de wraking is door zowel mr. van Rijkdom als ook de griffie.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de e-mail zijn twee bijlagen gevoegd, te weten twee png-bestanden waaruit volgt dat een (e-mail)bericht door de voorzitter van de wrakingskamer en de coördinator is geopend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het verzoek tot wraking van de wrakingskamer.</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 513, lid 2, Sv moet een wrakingsverzoek worden gemotiveerd. Dit houdt in dat het verzoek ten aanzien van een of meer rechters concrete feiten of omstandigheden dient te vermelden waardoor volgens de verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De verzoeker heeft in zijn e-mail van 8 april 2025, zoals weergegeven onder 1.6., verzocht om uitstel van de zitting van de wrakingskamer vanwege – kort samengevat – ernstige gezondheidsproblemen. Naar aanleiding van de reacties van het hof, zoals weergegeven onder 1.7. en 1.9., inhoudende dat het verzoek om uitstel wordt afgewezen vanwege het ontbreken van onderbouwing van de gestelde ernstige gezondheidsproblemen, heeft de verzoeker de wrakingkamer bij e-mail van 8 april 2025, 18:09 uur, gewraakt. In zijn e-mail van 9 april 2025, zoals weergegeven onder 1.11., heeft de verzoeker onder meer naar voren gebracht dat de verklaring die eerder al tot uitstel leidde (het hof begrijpt: de doktersverklaring van 2 december 2024) nog steeds evident leidend van aard zou zijn en de wrakingskamer hem geen gelegenheid zou hebben gegeven om hem in tijden van langdurige ziekte de tijd te geven om de behandeling van de zaak voor te bereiden. Daarnaast heeft de verzoeker in dezelfde mail verwezen naar de snelheid waarmee de wrakingskamer is samengesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De wrakingskamer stelt vast dat in dat in de strafzaak onder parketnummer [parketnummer] een verklaring van huisarts [naam 4 / huisarts] betreffende de verzoeker is opgenomen met als datum aanvraag 2 december 2024. In deze verklaring van de huisarts is onder meer het volgende opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Aard van de verstrekking: Verklaring op verzoek van patiënt voor de rechtbank: bovengenoemde patiënt kan om medische redenen niet voor de rechtbank verschijnen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Diagnose en toelichting op de aanvraag: Om reden van privacy mag er geen medische diagnose in verklaringen gemaakt worden.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer stelt voorts vast dat het strafdossier geen recente(re) medische verklaring bevat en de verklaring van de huisarts uit december 2024 geen informatie bevat over de actuele gezondheidssituatie van de verzoeker. De wrakingskamer is dan ook van oordeel dat de enkele verwijzing van de verzoeker naar een verklaring van de huisarts die dateert uit december 2024 geen (voldoende) onderbouwing betreft van zijn verzoek tot aanhouding van de wrakingszitting op 9 april 2025. De blote stelling van de verzoeker “dat [naam 4 / huisarts] corrupt is” (e-mail geciteerd in 1.8) betekent niet dat aan zijn, eerder door verzoeker overgelegde, verklaring geen betekenis toekomt.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Ten aanzien van de snelheid waarmee de wrakingskamer is samengesteld, oordeelt de wrakingskamer dat dit inherent is aan de procedure van een wrakingsverzoek. Gelet op het bepaalde in artikel 515, lid 1, Sv wordt het verzoek tot wraking immers zo spoedig mogelijk behandeld door een meervoudige kamer waarin de rechter wiens wraking is verzocht geen zitting heeft. De wrakingskamer is van oordeel dat de verwijzing van de verzoeker naar de snelheid waarmee de wrakingskamer is samengesteld dan ook geen onderbouwing betreft van zijn verzoek tot aanhouding van de wrakingszitting op 9 april 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De wrakingskamer is van oordeel dat sprake is van een verzoek dat in redelijkheid niet anders kan worden verstaan dan als de aanwending van de bevoegdheid tot wraking voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven, namelijk om uitstel te krijgen van de behandeling van zijn strafzaak. Bij dit oordeel betrekt het hof dat, blijkens de uitspraak van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 augustus 2023<footnote-ref linkend="_9e9ef2f3-c1b0-4c13-8253-ac25cf3cfffc" /> in de strafzaak tegen de verzoeker in eerste aanleg, de verzoeker het wrakingsmiddel eerder heeft ingezet vanwege een hem kennelijk onwelgevallige beslissing op een aanhoudingsverzoek. Voor de verzoeker moet op grond van die uitspraak duidelijk zijn geweest dat een onwelgevallige beslissing op een aanhoudingsverzoek geen grond voor wraking oplevert. De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek tot wraking van de wrakingskamer niet kan worden aangemerkt als wrakingsverzoek in de zin van artikel 512 Sv. Het verzoek, dat blijk geeft van evident misbruik van het wrakingsmiddel, wordt door het hof daarom buiten behandeling gelaten, zonder dat de zaak in handen van een andere wrakingskamer wordt gesteld en zonder dat daartoe een zitting als bedoeld in artikel 515 Sv wordt gehouden.<footnote-ref linkend="_8bcd08f1-1848-46d6-ae26-008b86c72a46" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De wrakingskamer is gelet op het voorgaande van oordeel dat sprake is van misbruik van het wrakingsmiddel en de wrakingskamer ziet aanleiding op de voet van artikel 515, lid 4, Sv te bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van de verzoeker in de strafzaak onder parketnummer [parketnummer] niet in behandeling wordt genomen.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof (de wrakingskamer):</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- stelt het verzoek tot wraking van de wrakingskamer buiten behandeling;</para>
      <para />
      <para>- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van de verzoeker (ongeacht of het voldoet aan de vereisten van de artikelen 512 en 513 Sv) in de strafzaak onder parketnummer [parketnummer] niet in behandeling wordt genomen;</para>
      <para />
      <para>- beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan de verzoeker, het Openbaar Ministerie en de in 1.1. genoemde raadsheren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven te ’s-Hertogenbosch op 9 april 2025 door mrs. J.W. van Rijkom, voorzitter, J. Platschorre en A.L. Bervoets, leden, bijgestaan door mr. A.S. van Middelkoop en mr. N. van Abeelen, griffiers. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_9e9ef2f3-c1b0-4c13-8253-ac25cf3cfffc" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBZWB:2023:6623.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8bcd08f1-1848-46d6-ae26-008b86c72a46" label="2">
    <para> Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770, r.o. 4.5 tot en met 4.7.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>