<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2024:3697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-25T12:59:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.347.518_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=512&amp;g=1994-01-01">Wetboek van Strafvordering 512</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=513&amp;g=1994-01-01">Wetboek van Strafvordering 513</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3697">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-25T12:57:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3697 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 19-11-2024 / 200.347.518_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2024:3697:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het verzoek van de verzoeker kan de kwalificatie van ‘wrakingsverzoek’ niet dragen, nu iedere motivering ontbreekt en de wrakingskamer stelt het verzoek buiten behandeling. Tevens heeft de wrakingskamer bepaald dat een volgend verzoek om wraking van de verzoeker (ongeacht of het voldoet aan de vereisten van de artikelen 512 en 513 Sv) niet in behandeling wordt genomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2024:3697:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingsnummer	: 200.347.518/01</para>
      <para>Uitspraak		: 19 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van een wrakingsverzoek van het gerechtshof 's-Hertogenbosch</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gegeven op het schriftelijke wrakingsverzoek voor de zitting van 30 oktober 2024 ingekomen ter griffie van het hof op 30 oktober 2024 in de zaak met parketnummer [parketnummer] , in hoger beroep aanhangig bij de meervoudige strafkamer van dit gerechtshof, ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Bondsrepubliek Duitsland) op [geboortedatum] 1985, <?linebreak?>BRP adres: [BRP adres] ;</para>
      <para>Postadres: [Postadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: ‘de verzoeker’,</para>
      <para>
        <?linebreak?>strekkende tot wraking van “de voorzitter”,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof, in de samenstelling van mrs. J. Platschorre (voorzitter), S. Riemens en P. van Etteger, raadsheren, heeft ter terechtzitting van 30 oktober 2024 een aanvang gemaakt met de tegen de verzoeker aanhangig gemaakte strafzaak onder parketnummer </para>
        <para>
          [parketnummer] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De verzoeker is gedagvaard om op 30 oktober 2024 ter terechtzitting van het hof te verschijnen teneinde tegenwoordig te zijn bij de behandeling van de strafzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De verzoeker is niet in persoon verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Tijdens de behandeling ter terechtzitting heeft de verzoeker bij e-mailbericht, ingekomen ter griffie van het hof op 30 oktober 2024 om 14.41 uur, een wrakingsverzoek ingediend. Dit e-mailbericht vermeldt uitsluitend: “<emphasis role="italic">Wrakingsverzoek. Ik dien een wrakingsverzoek in, ik wraak voorzitter Met vriendelijke groet, [verzoeker] ”. </emphasis></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 512 Sv kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 513 lid 2 Sv moet een wrakingsverzoek worden gemotiveerd. Dit houdt in dat het verzoek ten aanzien van een of meer rechters concrete feiten of omstandigheden dient te vermelden waardoor volgens de verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer is van oordeel dat het ‘wrakingsverzoek’ gelet op de artikelen 512 en 513 Sv die kwalificatie niet kan dragen, nu iedere motivering ontbreekt. Immers het e-mailbericht van 30 oktober 2024 te 14.41 uur luidt slechts “<emphasis role="italic">Wrakingsverzoek. Ik dien een wrakingsverzoek in ,ik wraak voorzitter Met vriendelijke groet, [verzoeker]</emphasis>”. Daarmee ontbreekt</para>
        <para>de vermelding van concrete feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de wrakingskamer is geen nadere motivering binnengekomen, nog los van de vraag of dit tijdig geweest zou zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen bestaat geen reden voor</para>
        <para>een mondelinge behandeling. Het ‘wrakingsverzoek’ zal buiten behandeling worden gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte: de wrakingskamer is er ambtshalve mee bekend dat de verzoeker eerder – in een andere strafzaak – een wrakingsverzoek heeft ingediend dat bij gebreke van (samengevat) iedere motivering die kwalificatie niet kan dragen.<footnote-ref linkend="_e7c7b8d9-1b44-4eb4-9dfb-38e59d0e60d3" /> Hetzelfde geldt voor het ‘wrakingsverzoek’ dat, ingediend zeer kort voor de zitting, recentelijk door het hof werd gepasseerd en waarin de wrakingskamer op 4 oktober 2024 uitspraak deed.<footnote-ref linkend="_f6fc4853-bca4-48d9-8aa5-9d4237ebd9b1" /></para>
        <para>Het door verzoeker thans tijdens de zitting ingediende ‘wrakingsverzoek’ lijdt deels aan dezelfde gebreken. De wrakingskamer is van oordeel dat sprake is van misbruik van het wrakingsmiddel en de wrakingskamer ziet aanleiding op de voet van artikel 515 lid 4 Sv te bepalen dat een volgend verzoek om wraking van verzoeker niet in behandeling wordt genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>stelt het verzoek buiten behandeling;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het verzoek;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bepaalt dat een volgend verzoek om wraking van de verzoeker (ongeacht of het voldoet aan de vereisten van de artikelen 512 en 513 Sv) niet in behandeling wordt genomen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan de verzoeker, het Openbaar Ministerie en de in 1.1. genoemde raadsheren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven te ’s-Hertogenbosch op 19 november 2024 door mrs. J.W. van Rijkom, voorzitter, A.M.G. Smit en E.H. Schulten, leden, bijgestaan door mr. J. de Leijer, griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Mr. A.M.G. Smit is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e7c7b8d9-1b44-4eb4-9dfb-38e59d0e60d3" label="1">
    <para> zie Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 8 februari 2023, ECLI :NL:GHSHE:2023 :495</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f6fc4853-bca4-48d9-8aa5-9d4237ebd9b1" label="2">
    <para>zie Gerechtshof 's-Hertogenbosch 4 oktober 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3126 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/deeplink/ecliSearch?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3126)</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>