<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2024:3082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-08T09:31:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-000974-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3082">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-08T09:31:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3082 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 31-05-2024 / 20-000974-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2024:3082:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep, nu het hoger beroep niet conform de vereisten van artikel 450 van het Wetboek van Strafvordering is ingesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2024:3082:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-000974-23 </para>
  <para>Uitspraak	: 31 mei 2024</para>
  <parablock>
    <para>VERSTEK, ONIP</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 24 maart 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-022384-23 tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] , </title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,</para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>doch wonende te [adres] (Polen), [adres] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft primair gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep, nu het hoger beroep niet conform de vereisten van artikel 450 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is ingesteld. Subsidiair heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen, omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering, en opnieuw rechtdoende zal beslissen conform de beslissing van de politierechter ten aanzien van de kwalificatie en de strafoplegging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van het hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Volmacht instellen hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Uit de akte instellen hoger beroep blijkt dat het hoger beroep op 4 april 2023 is ingesteld door een griffiemedewerker van de rechtbank Limburg, die verklaarde daartoe gemachtigd te zijn blijkens een aan de akte gehechte brief, die beschouwd dient te worden als een bijzondere volmacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aan de appelakte gehechte brief van raadsvrouw mr. L. Windhorst, advocaat te Den Haag, gedateerd 4 april 2023, houdt – voor zover hier van belang – in:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Uw referentie: 03-022394-23 (hof: handmatig gecorrigeerd in 03-022384-23)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Namens cliënt, de heer [verdachte] (geboren op [geboortedag] 1983) wil ik in bovenstaande zaak (PR zitting Maastricht op 24 maart 2023 </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">hoger beroep instellen</emphasis>
        <emphasis role="italic"> tegen de uitspraak van Politierechter; ik ben door client bepaaldelijk gevolmachtigd tot het instellen van het hoger beroep. Bijgaand zend ik tevens het grievenformulier.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hierbij machtig ik de griffiemedewerker om het hoger beroep in te stellen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gaarne ontvang ik een ontvangstbevestiging van deze brief.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde raadsman/raadsvrouw schriftelijk hoger beroep doen instellen op de wijze als bedoeld in artikel 450, derde lid, Sv. De door de raadsvrouw aan de griffie verzonden schriftelijke volmacht dient dan echter aan de in artikel 450, eerste en derde lid, Sv geformuleerde eisen te voldoen. Dat betekent dat de schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen moet inhouden:</para>
      <para>(i) een verklaring van de advocaat dat hij/zij tot het instellen van het hoger beroep door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd (art. 450, eerste lid sub a, Sv);</para>
      <para>(ii) een verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep (art. 450, derde lid, Sv);</para>
      <para>(iii) het adres dat door de verdachte is opgegeven voor toezending van het afschrift van de appeldagvaarding (art. 450, derde lid, Sv).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat de brief van de raadsvrouw, voor zover aan te merken als een schriftelijke volmacht, niet voldoet aan de twee laatstgenoemde eisen en dat derhalve niet op de door de wet voorgeschreven wijze hoger beroep is ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens het arrest van de Hoge Raad van 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8357 bestaat onvoldoende grond voor niet-ontvankelijkverklaring van het appel wegens het niet voldoen van de volmacht aan de hiervoor onder (ii) en (iii) vermelde voorwaarden indien de verdachte of een door hem gemachtigde raadsman ter terechtzitting is verschenen. Het belang dat met die voorwaarden is gediend, is in zo een geval niet geschaad. Het verzuim kan dan voor gedekt worden gehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het onderhavige geval is noch de verdachte noch een door de verdachte op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep verschenen. Het hof is daarom van oordeel dat de geconstateerde verzuimen niet voor gedekt kunnen worden gehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het namens hem ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. S.C. van Duijn, voorzitter,</para>
      <para>mr. S.V. Pelsser en mr. R.G.A. Beaujean, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,</para>
      <para>en op 31 mei 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>