<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2024:2804</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-08T12:03:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.339.019_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=337&amp;g=2005-10-15">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 337</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2804">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2804</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-08T12:02:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2804 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 03-09-2024 / 200.339.019_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2024:2804:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 337 Rv. Hoger beroep tegen tussenvonnis, appellante niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2024:2804:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.339.019/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 3 september 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [X advies B.V.]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [appellante] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.W. Damstra te Apeldoorn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>, </para>
      <para>handelende onder de naam [X] Advies en Bewindvoering WSNP,</para>
      <para>in hoedanigheid van bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling van de </para>
      <para>in [woonplaats] wonende [persoon A] , </para>
      <para>kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , </para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J. van Andel te Driebergen-Rijsenburg, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 21 februari 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis in incident van 31 januari 2024, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen [appellante] als gedaagde en [geïntimeerde] als eiseres.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/399077 / HA ZA 23-763)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van grieven tevens inhoudende incident ex artikel 611d Rv, met producties; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord, ook in het incident, van [appellante] . </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij het in dit hoger beroep bestreden vonnis heeft de rechtbank de vordering van [geïntimeerde] in het incident, ertoe strekkende om [appellante] op de voet van artikel 843a Rv te gebieden aan [geïntimeerde] afschriften van stukken te verstrekken, grotendeels toegewezen. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat [appellante] de (gronden van de) vordering niet had weersproken. </para>
        <para>Bij het vervolgens op 10 april 2014 tussen partijen gewezen vonnis heeft de rechtbank de vordering van [appellante] in het incident, ertoe strekkende om [geïntimeerde] niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen in de hoofdzaak, afgewezen, en is de hoofdzaak naar de rol verwezen voor beraad. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 337 Rv bepaalt dat van tussenvonnissen, behoudens van vonnissen waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd (waarvan in het onderhavige geval geen sprake is), hoger beroep slechts openstaat tegelijk met dat van het eindvonnis, tenzij de rechter anders heeft bepaald. In het vonnis van 31 januari 2024 is ten aanzien van geen van de vorderingen van [geïntimeerde] in de hoofdzaak door een uitdrukkelijk dictum omtrent enig deel van het gevorderde een einde is gemaakt, zodat dat vonnis niet is aan te merken als een deelvonnis. In het vonnis is niet bepaald dat tussentijds hoger beroep van het vonnis openstaat. Ook heeft de rechtbank niet na het tussenvonnis alsnog verlof heeft verleend voor het tussentijds instellen van hoger beroep. De conclusie is dan ook dat [appellante] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. </para>
        <para>Op de grieven die zijn gericht tegen het bestreden vonnis behoeft niet te worden ingegaan. Hetzelfde geldt voor het in de memorie van grieven door [appellante] opgeworpen incident. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Als de in het ongelijk gestelde partij zal [appellante] in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het hoger beroep; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het incident, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] op € 349,- aan griffierrecht en op € 1.214,- aan salaris advocaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. E.H. Schulten,  J.M.H. Schoenmakers en P.P.M. Rousseau en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 september 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>		griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>