<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2024:2210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-30T08:39:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.329.807_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005289&amp;artikel=98&amp;g=1992-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 6 98</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2210">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-07T10:08:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2210 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 09-07-2024 / 200.329.807_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2024:2210:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schadestaatprocedure in een omvangrijke helingszaak. Toerekening van de schade (6:98 BW)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2024:2210:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.329.807/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 9 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [appellant 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant sub 1;</para>
    </parablock>
    <para>2. <emphasis role="bold">[appellant 2] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant sub 2;</para>
    </parablock>
    <para>3<emphasis role="bold">. [de V.O.F. ] (IN LIQUIDATIE),</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>appellante sub 3;</para>
    </parablock>
    <para>4. <emphasis role="bold">[appellant 4]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant sub 4;</para>
    </parablock>
    <para>5. <emphasis role="bold">DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN [erflaatster]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellanten sub 5;</para>
      <para>hierna aan te duiden als [appellanten] dan wel als ieder afzonderlijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>advocaat: mr. M.M. van den Boomen te Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING VBV (VERZEKERINGSBUREAU VOERTUIGCRIMINALITEIT)</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde;</para>
      <para>hierna aan te duiden als de Stichting,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>advocaat: mr. R.R. Schuldink, te Hardenberg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 26 juni 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 12 april 2023, gewezen tussen de Stichting als eiseres, en [appellanten] als gedaagden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaaknummer C/03/288271/HA ZA 21-74)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:	</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 26 juni 2023;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het exploot van anticipatie van 17 juli 2023;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van grieven met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van antwoord met producties. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op</para>
        <para>bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak (nog) over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Stichting beoogt de bestrijding van voertuigcriminaliteit en vertegenwoordigt de belangen van verzekeraars en eigenaren van gestolen auto’s. Bij een grootschalig onderzoek door de politie in 2015 zijn op diverse plaatsen gestolen auto’s en onderdelen daarvan aangetroffen bij [appellanten] . Naar aanleiding hiervan heeft de Stichting een vordering wegens geleden schade ingesteld tegen [appellanten] .</para>
      <para>Nadat door dit hof op 17 maart 2020 in beginsel de aansprakelijkheid van [appellanten] voor die schade was vastgesteld, heeft de rechtbank in de daarop gevolgde schadestaatprocedure [appellanten] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van ruim anderhalf miljoen euro aldus dat daarbij de hoogte van dat te betalen bedrag voor [appellant 1] én van [persoon A] gelet op hun aandeel enigszins is beperkt. [appellanten] is het met die veroordeling(en) niet eens, omdat volgens hen niet is vastgesteld dat [appellanten] wisten of behoorden te weten dat de diverse onderdelen afkomstig waren van gestolen auto’s. [persoon A] heeft geen beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vaststaande feiten</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen de vaststelling van de feiten door de rechtbank is geen grief gericht, zodat ook het hof hiervan zal uitgaan, al dan niet aangevuld met andere vaststaande feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.1</nr>
        <parablock>
          <para>De Stichting is ingesteld door de vereniging Verbond voor Verzekeraars met als</para>
          <para>doel voertuigcriminaliteit te bestrijden en beoogt de belangen van verzekeraars en eigenaren</para>
          <para>van gestolen auto's te vertegenwoordigen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            [appellant 1] en zijn echtgenote [erflaatster] zijn de ouders van [appellant 2] , die weer de vader</para>
          <para>is van [appellant 4] [appellant 1] en zijn echtgenote zijn vennoten van de VOF. Zij hebben de</para>
          <para>VOF gedreven vanaf 1993 tot 25 november 2017. [appellant 2] is als vennoot tot de VOF toegetreden</para>
          <para>per 17 oktober 2008 en uitgetreden per 1 april 2011. Sinds 2011 zijn [appellant 2] en [appellant 4]</para>
          <para>vennoten van [---] VOF (hierna te noemen [---] ). De beide vennootschappen</para>
          <para>onder firma houden zich bezig met sloop en schadeherstel van auto's. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3</nr>
        <parablock>
          <para>Op 28 juli 2015 zijn er door de politie auto's en onderdelen aangetroffen op de</para>
          <para>volgende locaties:</para>
          <para>I. [adres ] te [vestigingsplaats] : dit betreft het adres van [---] waarvan [appellant 2] en [appellant 4]</para>
          <para>vennoten zijn;</para>
          <para>II. [adres ] te [vestigingsplaats] : dit betreft het adres van Autoschadeherstelbedrijf [persoon A]</para>
          <para> ;</para>
          <para>III. [adres ] te [vestigingsplaats] : dit betreft een garagebox gelegen op het bedrijfsterrein aan</para>
          <para>de [adres ] te [vestigingsplaats] welke door [persoon A] is gehuurd;</para>
          <para>IV. [adres ] te [vestigingsplaats] : dit betreft het adres van de VOF waarvan destijds</para>
          <para>
            [appellant 1] en zijn (overleden) echtgenote [erflaatster] vennoten waren.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.4</nr>
        <parablock>
          <para>Op 28 februari 2018 heeft de rechtbank Limburg vonnis gewezen inzake een</para>
          <para>procedure van de Stichting tegen onder andere [appellanten] Daarbij zijn de vorderingen van de Stichting jegens de VOF, [appellant 1] en [erflaatster] afgewezen; [appellant 4] , [appellant 2] en [persoon A] zijn veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de Stichting, op te maken bij staat. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.5</nr>
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van de Stichting jegens [appellant 4] , [appellant 2] en [persoon A] heeft de rechtbank het volgende geoordeeld:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“4.28. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank van oordeel is dat [appellanten] en [persoon A] bij het</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">omkatproces waren betrokken en dat dit handelen onrechtmatig was. Vast is komen te staan, dat zij</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">daarbij als groep zijn opgetreden, waarin voor ieder een rol was weggelegd die bijdroeg aan de</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">bedrijfsvoering. In dat geval is naar het oordeel van de rechtbank voor het aannemen van hoofdelijke</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW niet noodzakelijk, dat vast is komen te staan bij het</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">omkatten van precies welke auto’s eenieder der aangesproken partijen betrokken is geweest. Hieruit</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">volgt dat, behoudens voor zover de hierna te bespreken verweren van causaliteit, toerekenbaarheid</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">en relativiteit doel treffen, ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die is toegebracht</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">aan alle eigenaren van de gestolen auto’s die bij hen zin aangetroffen of waarvan onderdelen zin</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">aangetroffen, alsmede aan de in hun rechten gesubrogeerde verzekeraars. Voor zover VBV namens</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">die eigenaren en verzekeraars optreedt, zijn zij dan ook jegens VBV hoofdelijk aansprakelijk.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.29.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellanten] en [persoon A] hebben achtereenvolgens nog als verweer gevoerd dat dit onrechtmatig</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">handelen niet. Aan hen toerekenbaar is, dat causaal verband tussen de onrechtmatige daad en de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">schade ontbreekt alsmede dat niet is voldaan aan het relativiteitsvereiste zoals bedoeld in artikel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">6:163 BW.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.30.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verweer dat de onrechtmatige daad niet toerekenbaar is, is gebaseerd op de stelling dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uit het enkele aantreffen van gestolen goederen nog niet volgt dat hun iets kan worden verweten. Dit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verweer faalt om de hiervoor reeds genoemde redenen, die erop neerkomen dat het niet slechts gaat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">om het te goeder trouw voorhanden hebben van enkele gestolen goederen maar om het op grote</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">schaal en structureel verwerven en verwerken van gestolen onderdelen en auto’s en dat is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verwijtbaar.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.31.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorts betwisten [appellanten] en [persoon A] het causale verband tussen de onrechtmatige daad en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de gevorderde schade. Zij doelen daarmee op het condicio sine qua non-verband van artikel 6:162</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">BW en betogen dat de schade het gevolg is van de diefstallen en niet van de heling. De rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">volgt hen daarin niet. Er is sprake van een bedrijfsmodel dat is gebaseerd op het op grote schaal</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werken met en verwerken van gestolen auto’s en gestolen onderdelen. Uit het feit dat er gestolen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">auto’s en onderdelen zijn aangetroffen, die over een periode van verschillende jaren tot slechts enkele</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dagen voor de inval zin gestolen, leidt de rechtbank de continuïteit van het bedrijf af. Ook als [appellanten]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> en [persoon A] niet zelf auto’s hebben gestolen, hebben zij anderen bij voorbaat de gelegenheid</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gegeven auto’s die gestolen waren of zouden worden, dan wel onderdelen daarvan via hen te gelde te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">maken. Zij hebben dan ook meegewerkt aan de instandhouding van een afzetmarkt voor autodieven.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hun optreden staat daarmee in zodanig nauw verband met de diefstallen van de auto’s waarvan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onderdelen bij [appellanten] en [persoon A] zin aangetroffen dat de schade behalve van die diefstallen ook</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">rechtstreeks het gevolg is van de heling (vgl. de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">december 2016, ECLI: NL: RBGEL: 2016: 7041). “</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.6</nr>
        <parablock>
          <para>De Stichting heeft vervolgens op 28 mei 2018 hoger beroep ingesteld tegen de</para>
          <para>afwijzing van de vorderingen tegen de VOF, [appellant 1] en de [appellanten] (aangeduid als [appellanten] ). Op 17 maart 2020 heeft het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch arrest gewezen. Dit arrest heeft kracht van gewijsde gekregen. Uit dit arrest blijkt onder meer het navolgende:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“3.20. Het hof beoordeelt vervolgens de geschiedenis van de vof en de rol en positie van de</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">grootvader en [erflaatster].</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.21.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De grootvader en [erflaatster] hebben de vof gedreven vanaf 1993 tot 25 november</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2017. [appellant 2] is toegetreden per 17 oktober 2008 en uitgetreden per 1 april 2011 (grieven, blz.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">29-30). [appellanten] heeft aldus gedurende enkele jaren een gezamenlijke onderneming</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gedreven met [appellant 2] . [appellant 2] is daarna verder gegaan in [---] . VBV stelt onvoldoende weersproken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat van diefstal afkomstige onderdelen, zoals van carrosserieën, zich hebben bevonden op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het bedrijfsterrein in de periode dat [appellant 2] vennoot was van de vof (v66r de oprichting van [---]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in 2011) (grieven, blz. 30). Deze onderdelen hebben volgens VBV onweersproken een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“totale schadelast” van € 350.000,00. Verder heeft VBV erop gewezen dat enkele voormelde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voertuigen (3.14-3.17 hiervoor) zijn gestolen in de periode van de gezamenlijke vof van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellanten] en [appellant 2] (grieven, blz. 15 (Ferrari, gestolen in 2010), 17 (Porsche, gestolen in 2009),</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">21 (Von Dutch, gestolen in 2009), 25 (Mercedes, gestolen in 2009, gekocht door de vof in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2009).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.22.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">VBV stelt onweersproken dat [appellanten] het bedrijfsterrein aan [appellant 2] ter beschikking</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">heeft gesteld (grieven, blz. 11) . Vaststaat in hoger beroep dat [appellant 2] op dat terrein (een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wezenlijk onderdeel van) het omkatproces heeft uitgevoerd. [appellant 2] is door de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeeld en hij is niet in hoger beroep gekomen. [appellanten] betwist de stellingen van VBV</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">niet (gemotiveerd) voor zover het gaat om de gewraakte handelwijze van [appellant 2] ,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.23.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De grootvader en [erflaatster] hebben in de relevante periode gewoond in een huis,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gelegen naast het bedrijfsterrein (grieven, blz. 29). Het moet er dan ook, zonder nadere</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toelichting die ontbreekt, voor worden gehouden dat zij dagelijks zicht hadden op het reilen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en zeilen van de (bedrijfs)activiteiten op het bedrijfsterrein en het komen en gaan van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mensen en voertuigen. Omdat grootvader zelf (nog steeds) actief was in een sloop- en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">schadeherstelbedrijf en in de autohandel, kon hij deze activiteiten duiden en kon het illegale</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">karakter daarvan hem ook om die reden niet ontgaan zijn.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.24.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daarbij komt nog dat de grootvader een gewaarschuwd mens was: hij was in de jaren</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">negentig veroordeeld tot een taakstraf in verband met soortgelijke activiteiten en [appellant 2] is destijds</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf (grieven, blz. 70-71). Een dergelijke gevangenisstraf past,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">naar bij gebreke. van een nadere toelichting moet worden aangenomen, bij een zwaar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vergrijp. [appellanten] voert zelf aan dat de grootvader in 1996 strafrechtelijk is veroordeeld omdat hij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellant 2] toegang had gegeven tot zijn eigendom (antwoord, 7.39). Dat is in de kern het verwijt dat in dit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geding aan de orde is.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.25.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De tussenconclusie is dat [appellanten] onrechtmatig heeft gehandeld door de illegale</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">activiteiten mogelijk te maken, door het ter beschikkingstellen van zin bedrijfsterrein, door</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onvoldoende onderzoek te doen en door onvoldoende toezicht te houden. De illegale activiteiten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kunnen [appellanten] niet zijn ontgaan. [appellanten] heeft deze activiteiten op onrechtmatige wijze</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gefaciliteerd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.26.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het hof overweegt dat het handelen van de grootvader [ [appellant 1] ] moet worden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toegerekend aan de vof en daarmee ook aan [erflaatster] als vennoot in de vof . Het hof</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">neemt hierbij allereerst het lange tijdvak - meerdere jaren - en het stelselmatige karakter van het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">omkatproces in aanmerking. De grootvader heeft dit proces stelselmatig gefaciliteerd door het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedrijfsterrein ter beschikking te stellen zonder voldoende onderzoek te doen en voldoende toezicht</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uit te oefenen. De grootvader heeft aldus anderen, zoals [appellant 2] , de gelegenheid gegeven om voertuigen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">om te katten. Talrijke auto's zijn in die periode langs gekomen. Het gaat hier niet om een incident of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">een geïsoleerde éénmansactie van de grootvader. Het gaat niet om (marginale) privé-activiteiten van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de grootvader. Het gaat, naar bij gebreke van een voldoende gemotiveerd verweer moet worden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aangenomen, om een doelgerichte en structurele handelwijze die niet los valt te zien van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedrijfsactiviteiten die de grootvader in de vof uitvoerde. Dit betrof vergelijkbare bedrijfsactiviteiten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">als die waaronder (onder meer) [appellant 2] de illegale praktijken ondernam. Om die reden wist de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">grootvader van de hoed en de rand over hoe het er aan toegaat in de autohandel, de autosloop en het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">autoschadeherstel. Het was als vermeld ook het bedrijfsterrein waaraan het bedrijf van de vof was</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gevestigd dat grootvader aan [appellant 2] ter beschikking stelde. Naar VBV voldoende aannemelijk heeft</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gemaakt en [appellanten] onvoldoende heeft weersproken, heeft de bedrijfsvoorraad van de vof zich</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">daarbij in zekere mate vermengd met die van het bedrijf van [appellant 2] , wat heeft bijgedragen aan (a) de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feitelijke situatie dat voertuigen niet goed zijn toe te scheiden aan de vof dan wel aan het bedrijf van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellant 2] en daarmee ook (b) het faciliteren van de illegale activiteiten van [appellant 2] . Het hof neemt hierbij ook</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het opkopersregister in aanmerking. De verplichting om dit register bij te houden rust op de vof. Het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">is een eigen verantwoordelijkheid van de vof om het register bij te houden. De vof heeft het register</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">echter niet adequaat bijgehouden. De vof heeft aldus zodanig gehandeld in het verkeer dat de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vereiste gegevens niet kunnen worden achterhaald en dat het vereiste inzicht niet wordt geboden. Het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hof overweegt verder dat [appellant 2] gedurende enkele jaren vennoot in de vof is geweest en dat de illegale</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">activiteiten ook in die periode plaatsvonden (3.21 hiervoor). In die periode hebben de illegale</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">activiteiten bijgedragen aan het resultaat van de vof, waarbij de grootvader en [erflaatster] als vennoot</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">belang hadden. Nadat [appellant 2] uit de vof is uitgetreden (2011), zijn de illegale activiteiten voortgezet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(onder de vlag van [---] ).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij het voorgaande komt nog dat een Chevrolet met een vals VIN gedurende enkele jaren op naam</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van [erflaatster] heeft gestaan en in deze periode haar eigendom was (grieven, blz. 18); vanaf 30 juni</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2015 behoorde de Chevrolet tot de bedrijfsvoorraad van de vof. Uit het voorgaande volgt dat iedere</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vennoot betrokken was bij de gewraakte handelwijze (3.25 hiervoor). De conclusie is dat het hiervoor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">omschreven handelen van de grootvader moet worden toegerekend aan de vof.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.27.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan de orde is vervolgens het door VBV gestelde causaal verband</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.28.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het hof is van oordeel dat het vereiste causaal verband (condicio sine qua non) aanwezig is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tussen de onrechtmatige handelwijze en ten minste een deel van de gestelde schade. Indien [appellanten]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voldoende onderzoek zou hebben gedaan en voldoende toezicht op zijn terrein zou hebben</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitgeoefend, zoals onder de voormelde omstandigheden van hem mocht worden verlangd, zou het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">omkatproces niet - in deze omvang - mogelijk zijn geweest. Uit de aard van de zaak volgt immens dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ruimte vereist is op een afgelegen plaats met een eigenaar of terreinbeheerder die geen of weinig</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onderzoek doet en niet met de nodige aandacht toezicht houdt. Een zakelijke eigenaar,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">terreinbeheerder of verhuurder (neutrale derde) zou anders hebben gehandeld dan [appellanten] . Die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">andere handelwijze zou het omkatproces op die locatie en op die wijze onmogelijk hebben gemaakt.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.29.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het hof neemt ook in het kader van het causaal verband in aanmerking dat sprake is van een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">stelselmatige handelwijze van (in het bijzonder) de grootvader die gedurende vele jaren heeft,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">plaatsgevonden. Voldoende aannemelijk is dat een groot aantal auto's/onderdelen, -zoals omschreven</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">door VBV, op het bedrijfsterrein aanwezig is geweest en (aldaar of elders) is omgekat en dat deze</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">illegale activiteiten door de grootvader gedurende vele jaren -zijn gefaciliteerd door de illegale</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">activiteiten mogelijk te maken, door het ter beschikking stellen van zijn bedrijfsterrein, door</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onvoldoende onderzoek te doen en door onvoldoende toezicht te houden. Het ging om activiteiten op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">grote schaal en om een organisatie met continuïteit gedurende vele jaren. [appellanten] heeft bij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voorbaat de gelegenheid gegeven (aan [appellant 2] ,de kleinzoon, [---] , [persoon A] en andere) om gestolen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">goederen te gelde te maken. [appellanten] heeft daarmee — evenzeer als door de activiteiten van [appellant 2] , de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kleinzoon, [---] en [persoon A] — een noodzakelijke bijdrage aan de illegale activiteiten geleverd en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">meegewerkt aan de instandhouding van een afzetmarkt voor autodieven. Met betrekking tot de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">desbetreffende auto's/onderdelen die zich op het bedrijfsterrein hebben bevonden, neemt het hof het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vereiste condicio sine qua non verband aan tussen de handelwijze van [appellanten] en de gestelde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">schade. De volgende vragen behoeven in dit geding niet te worden beantwoord:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(a) welke specifieke auto's/onderdelen het hier betreft;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(b) voor welke andere specifieke auto's/onderdelen het condicio sine qua non verband moet worden</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">aangenomen (bijvoorbeeld voor zover gestolen voertuigen of onderdelen daarvan niet op het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedrijfsterrein van [appellanten] aanwezig of gestald lijn geweest en het omkatten niet op dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedrijfsterrein heeft plaatsgevonden, maar voor die voertuigen wel geldt dat zij zijn gestolen, geheeld</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en omgekat waarbij sprake is van -zodanige samenhang met de stelselmatige onrechtmatige</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">handelwijze van [appellanten] dat aangenomen moet worden dat ook de schade ter -zake van de diefstal</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en het omkatten van die voertuigen niet zou zijn ontstaan =onder die handelwijze);</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(c) in hoeverre de gestelde schade in redelijkheid kan worden toegerekend aan het handelen van</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellanten] (of bij voorbeeld in een te ver verwijderd verband staat) (6:98 BW).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze onderwerpen kunnen in de schadestaatprocedure aan de orde komen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.30.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het hof verwerpt het standpunt van [appellanten] dat de vereiste relativiteit -zou ontbreken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(antwoord, 13; antwoord in eerste aanleg, 95). De door de grootvader overtreden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-zorgvuldigheidsnorm strekt -zonder meer tot bescherming van VBV (en haar achterban van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verzekeraars en de niet-verzekerde eigenaren die hun vorderingen aan VBV ter incasso hebben</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gecedeerd) tegen schade, -zoals deze zich voordoet (diefstal van voertuigen en claims van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verzekerden). Het hof onderschrijft de overweging van de rechtbank onder 4.32 van het bestreden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vonnis en acht deze overweging ook relevant voor de positie van [appellanten] De handelwijze van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellanten] is onrechtmatig om de hiervoor beschreven redenen, vormt een inbreuk op de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">eigendomsrechten van de eigenaren van de gestolen auto's en is in strijd met de jegens hen in acht te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nemen maatschappelijke zorgvuldigheid. (...) [VBP] behoort tot de kring die door die strafbepaling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wordt beschermd en dat de strafbepaling beoogt te beschermen tegen het soort schade dat is geleden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">1n het geval van heling is in eerdere rechtspraak uitgemaakt (o.m. HR 14 maart 1998, NJ 1998, 537)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat de strafbaarstelling van heling (mede) strekt ter bescherming van het belang van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">rechthebbende op het geheelde goed zodat VBV -zich op die norm kan beroepen. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.33.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het hof acht gezien het bovenstaande de mogelijkheid voldoende aannemelijk dat partijen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voor wie VBV optreedt, schade hebben geleden als gevolg van de onrechtmatige handelwijze van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [appellanten] De mogelijkheid is aannemelijk dat schade (in enige mate) in redelijkheid aan [appellanten]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kan worden toegerekend. De primaire vordering, die strekt tot schadevergoeding, op te maken bij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">staat, kan dan ook worden toegewezen. De subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen van VBV</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">behoeven geen behandeling. "</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.7</nr>
        <parablock>
          <para>In zijn arrest veroordeelt het gerechtshof te 's- Hertogenbosch (ook) de VOF, [appellant 1] en de [appellanten] hoofdelijk tot vergoeding van de schade die de Stichting lijdt ten</para>
          <para>gevolge van het onrechtmatig handelen van de VOF, [appellant 1] en de [appellanten] , op te</para>
          <para>maken bij staat.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Eerste aanleg</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>De Stichting heeft in eerste aanleg, samengevat, gevorderd om primair</para>
          <para>
            [appellant 4] , [appellant 2] , [persoon A] , de VOF, [appellant 1] en de [appellanten] hoofdelijk te veroordelen om aan de Stichting de door de niet tegen diefstalschade verzekerde eigenaren van voertuigen geleden schade te betalen, alsmede de door de in rechten van eigenaren van voertuigen gesubrogeerde verzekeraars geleden schade, in totaal een bedrag van € 1.768.657,96,  subsidiair een bedrag van € 1.299.322,85, en meer subsidiair [appellant 4] ., [appellant 2] en [persoon A] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het eerder genoemde bedrag van € 1.768.657, 96. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <para>Grondslag voor deze vorderingen is volgens de Stichting gelegen in de aard van de aansprakelijkheid (vloeit als onrechtmatig handelen voort uit de wet), die betrekking heeft op de gevolgen van heling en/of omkatten. Verder dat deze schade een redelijkerwijs te verwachten gevolg is van deze handelwijze van [appellant 4] , [appellant 2] en [persoon A] en het faciliteren hiervan door de VOF, [appellant 1] en de [appellanten] . Daarbij is tenslotte een ruime toerekening op zijn plaats gezien het professionele karakter van het jarenlang onrechtmatig handelen van [appellanten] </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3</nr>
        <parablock>
          <para>De rechtbank heeft de vorderingen van de Stichting goeddeels toegewezen en zij heeft daartoe meer in het bijzonder het volgende overwogen:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Toerekening van schade ex art. 6:98 BW</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechtbank stelt het volgende voorop. Zoals reeds overwogen dient er voor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aansprakelijkheid uit onrechtmatige een condicio sine qua non-verband te bestaat tussen de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onrechtmatige daad en de schade. Voorts dient deze schade ook te kunnen worden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toegerekend ex artikel 6:98 BW. Uit het vonnis van de rechtbank Limburg en het arrest van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het Gerechtshof 's-Hertogenbosch blijkt dat [appellanten] aansprakelijk is voor de schade die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voortvloeit uit het onrechtmatig handelen met betrekking tot het omkatproces. Hierbij staat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vast dat zij als groep hebben opgetreden en er voor ieder een rol was weggelegd bij de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedrijfsvoering met betrekking tot het omkatproces en dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voor de schade. De rechtbank is van oordeel dat er wel degelijk een condicio sine qua non-verband</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bestaat tussen de onrechtmatige daad en de schade. Vast staat immer dat [appellanten]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">met betrekking tot het omkatproces een bedrijfsmodel in stand hield dat is gebaseerd op het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op grote schaal verwerken van gestolen auto-onderdelen. Door dit stelselmatig karakter met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">betrekking tot het omkatproces hebben zij meegewerkt aan het in stand houden van een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">afzetmarkt voor autodieven. Het optreden van [appellanten] staat dan ook in een zodanig nauw</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verband met de diefstallen van de auto's waarvan onderdelen bij [appellanten] zijn aangetroffen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat schade van deze diefstallen een rechtstreeks gevolg is van het onrechtmatig handelen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van [appellanten]  heeft hierdoor geprofiteerd van de autodiefstallen van anderen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">door anderen in de gelegenheid te stellen om gestolen auto's via het gehanteerde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedrijfsmodel van [appellanten] te gelde te maken. Hierbij komt dat [appellanten] onvoldoende</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gemotiveerd heeft weersproken dat er sprake is van een condicio sine qua non-verband. De</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">enkele stelling van [appellanten] dat de voertuigen niet door [appellanten] zelf zijn gestolen is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hiertoe onvoldoende. Dat van een aantal auto's slechts een onderdeel (motorblok,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">versnellingsbak) is gevonden bij (een van de) gedaagden doet daaraan ook niet af. [appellanten]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">stellen weliswaar dat die onderdelen door [appellant 2] zijn ingekocht, zodat er geen sprake is van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">causaal verband tussen zijn handelen en de gestelde schade, doch de rechtbank is van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">oordeel dat dit voorhanden hebben van losse onderdelen van gestolen voertuigen juist</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">precies past in het bedrijfsmodel van [appellanten] waarbij auto's werden omgekat en opnieuw</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uit onderdelen van verschillende gestolen auto's werden samengesteld. Daarbij komt nog</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat [appellant 2] geen deugdelijke administratie van zijn handelsvoorraad voertuigonderdelen heeft</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kunnen produceren, zodat zijn stelling dat hij de aangetroffen gestolen onderdelen los heeft</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ingekocht ook hierom ongeloofwaardig is en door de rechtbank wordt gepasseerd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vervolgens dient te worden beoordeeld of de gestelde schade kan worden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toegerekend aan [appellanten] Om de toerekenbaarheid te beoordelen kan er gekeken worden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">naar verschillende relevante factoren. Hierbij kan onder andere worden gekeken naar de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aard van de aansprakelijkheid, de aard van de schade, de mate waarin dc pleger een verwijt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te maken valt en de voorzienbaarheid van de schade. Hiertoe overweegt de rechtbank het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">volgende.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De grondslag voor de aansprakelijkheid van [appellanten] is gelegen in het uitoefenen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van een bedrijfsmodel dat is gebaseerd op het op grote schaal werken met en verwerken van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gestolen auto's en gestolen onderdelen waardoor er een afzetmarkt in stand werd gehouden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voor autodieven. Van deze onrechtmatige daad kan [appellanten] een ernstig verwijt worden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gemaakt. Hierbij komt dat het tevens voorzienbaar was dat deze onrechtmatige daad de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal van auto's in de hand zou werken en dat hierdoor schade zou worden geleden door</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de eigenaren van de auto's dan wel de verzekeraars van deze auto's doordat deze</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verzekeringspenningen diende uit te keren aan de eigenaren van de auto's. De stelling dat er</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van auto's op meerdere verschillende plekken onderdelen zijn gevonden geeft de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in beginsel geen aanleiding om de schade niet toe te wijzen. Immers hanteerde [appellanten]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">een bedrijfsmodel dat deze omstandigheid in de hand werkt en is [appellanten] in beginsel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hoofdelijk aansprakelijk voor de gevorderde schade”.</emphasis>
        </para>
        <para>Met betrekking tot [appellant 1] en [persoon A] is de hoofdelijke toewijzing van de vordering(en) beperkt tot de voertuigen of onderdelen die op hun terrein(en) zijn aangetroffen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoger beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.4.1</nr>
        <para>
          [appellanten] hebben geen als zodanig geduide grieven aangevoerd, maar concentreren zich getuige de randnummers 4.1. en 4.2 en 4.3. van de memorie van grieven op het oordeel van de rechtbank dat de schade aan alle gedaagden en in gelijke mate kan worden toegerekend. [appellanten] stellen dat op onjuiste wijze toepassing is gegeven aan art. 6:98 BW en voeren daartoe aan dat van toerekening van de gehele door de diefstal van de auto geleden schade aan hen alleen plaats is indien komt vast te staan dat er – door ieder van hen - is samengespannen met de dief of dat er willens en weten door of met de dief een criminele keten in stand wordt gehouden. Geen van hen heeft (als vermeende heler) samengespannen met de dieven van de gestolen auto’s waarvan auto-onderdelen op de bedrijfsterreinen zijn aangetroffen en waarvoor een schadevergoeding wordt gevorderd. Evenmin is er door hen willens en wetens (dus opzettelijk) een criminele keten in stand gehouden. Veroordelingen wegens heling hebben niet plaatsgevonden. Steun voor hun standpunt – zo stellen [appellanten] - valt te vinden in de procedure die door de Stichting is gevoerd tegen Ciko Cars &amp; Parts, eindigend met een uitspraak van de Hoge Raad van 15 juli 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1104). De enkele omstandigheid dat bij [appellanten] gestolen onderdelen zijn gevonden maakt nog niet dat ook de schade van de gestolen auto aan hen kan worden toegerekend. Er is geen sprake van een bewust meewerken van [appellanten] aan een keten van handel in gestolen auto-onderdelen die in stand wordt gehouden en wordt gevoed door autodiefstallen. Daarvan is niets gebleken. Aldus [appellanten]</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.2</nr>
        <para>Het hof stelt allereerst vast dat met de uitspraak van dit hof van 17 maart 2020 het causale verband in de zin van een condicio sine qua non tussen het handelen van [appellanten] en de gestelde schade – onherroepelijk - is vastgesteld. Het hof stelt verder vast dat in de memorie van grieven niet valt te lezen dat de hoogte van de gevorderde en door de rechtbank toegewezen bedragen als zodanig wordt betwist. Ook het onderscheid dat de rechtbank heeft gemaakt bij de vastgestelde hoofdelijke aansprakelijkheid tussen [appellant 4] , [appellant 2] , de VOF en de [appellanten] enerzijds en [appellant 1] en [persoon A] anderzijds staat niet meer ter discussie. Uitsluitend de vraag naar de toerekening van de schade in verband met de diefstal van de diverse auto’s vormt nog onderwerp van discussie. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.3</nr>
        <para>Daarmee komt het hof toe aan de beantwoording van de vraag of deze schade (s) in zodanig verband staan met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van [appellanten] berust, dat zij hen, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van die gebeurtenis kan worden toegerekend (vgl. art 6:98 BW). </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.4</nr>
        <parablock>
          <para>In de memorie van grieven gaan [appellanten] kennelijk uit van de gedachte dat voor een dergelijk verband en daarmee de toerekening van schade uitdrukkelijk samengespannen moet zijn met de dief/dieven van de auto(’s), dan wel dat (juist) met deze persoon/personen willens en wetens een criminele keten in stand wordt gehouden. Deze opvatting die sterk leunt op het aannemen van een zeer concrete samenwerking tussen bepaalde personen als steler en heler getuigt naar het oordeel van het hof van een onjuiste, immers te beperkte opvatting van het hiervoor in rov. 3.4.3 genoemde toetsingskader. Het moge zo zijn dat op grond van de processtukken niet is komen vast te staan dat de bij [appellanten] aangetroffen onderdelen uit auto’s zijn gestolen op instigatie of anderszins door rechtstreeks toedoen van [appellanten] , maar daar staat tegenover dat [appellanten] op grote schaal en daarmee in zekere zin bedrijfsmatig deze wezenlijke onderdelen van auto’s zoals motoren, versnellingsbakken etc. tot zich nam en inbouwde in andere auto’s.  De rechtbank noemt dit – naar het oordeel van het hof terecht -  een bedrijfsmodel. Door een dergelijke handelwijze houden [appellanten] als vanzelfsprekend een markt voor gestolen goederen van deze aard in stand en creëren op die manier welbewust de ruimte voor een autodiefstal in het algemeen. Dat is dus de criminele keten als hiervoor bedoeld waarvan zij willens en wetens deel uit maken.  En in die zin is de schade van het verlies van de auto ook een rechtstreeks gevolg van de heling/het onrechtmatig handelen. </para>
          <para>Het illegale karakter van dit handelen – dat als zodanig ook verder niet wordt betwist door [appellanten] met een grief – rechtvaardigt bovendien een ruime toerekening van die schade. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.5</nr>
        <para>Door [appellanten] is nog een veeleer individueel geïnspireerd beroep op matiging gedaan. Daarbij komt het erop neer dat geen van de leden van de familie [x] enig reëel vermogen heeft waarmee ook maar een deel van de schade kan worden betaald. Bovendien is de schade van de Stichting volgens [appellanten] niet veroorzaakt door het handelen van de VOF, [appellant 1] en [erflaatster] .  Daarnaast wist de Stichting dat de gevorderde schadevergoeding nooit zou kunnen worden betaald door [appellanten] Zij zullen  met een handhaving van de te betalen schadevergoeding niet meer in staat zijn om een (financiële) toekomst op te bouwen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.6</nr>
        <para>Uitgangspunt voor de beoordeling vormt artikel 6:109 BW op grond waarvan de rechter, indien de toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden, waaronder de aard van de aansprakelijkheid, de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en hun beider draagkracht, tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden, een wettelijke verplichting tot schadevergoeding matigen. Daarbij dient de rechter een grote mate van terughoudendheid te betrachten.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.7</nr>
        <para>Het hof heeft voor dit beroep op matiging met name gelet op de aard van de aansprakelijkheid. Het gaat hier een om een langdurig welbewust onrechtmatig handelen in strijd met de wet en de maatschappelijke orde, waarbij de daarmee samenhangende schade (ook al is die mogelijk voor de individuele automobilist vanwege de verzekering enigszins beperkt) zeer aanzienlijk is te noemen. Het hof realiseert zich dat de toegewezen bedragen in het licht van de door [appellanten] gestelde, maar overigens slechts beperkt toegelichte, persoonlijke omstandigheden mogelijk diens financiële positie verre te boven gaan, maar die omstandigheid legt gezien hetgeen hiervoor is overwogen onvoldoende gewicht in de schaal om over te gaan tot matiging. Het puur uit eigen gewin en met welbewuste veronachtzaming van de geldende maatschappelijk normen handelen zoals [appellanten] hebben gedaan in de wetenschap dat dit tot schade van anderen leidt, kunnen geen omstandigheden voor matiging zijn, integendeel. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De aangevoerde grief slaagt niet en het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. [appellanten] zullen (ook) in de kosten van de procedure in hoger beroep aan de kant van de Stichting worden veroordeeld. Het hof stelt deze kosten vast op € 11.379,00 aan griffierechten en € 6.217,00 (1 punt tarief VIII) aan kosten advocaat.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 12 april 2023;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellanten] hoofdelijk in de proceskosten van dit beroep aan de kant van de Stichting en tot op heden vastgesteld op € 11.379,00 aan griffierecht en € 6.217,00 aan kosten advocaat alsmede de nakosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. van der Pol,  H.K.N. Vos en O.G.H. Milar en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>