<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2024:2035</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-24T10:50:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-001198-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2021:1985" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2021:1985, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2035">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2035</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-21T13:03:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2035 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 20-06-2024 / 20-001198-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2024:2035:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verdachte wordt veroordeeld ter zake van: </para>
        <para>feit 1: </para>
        <para>als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet.</para>
        <para>en</para>
        <para>deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, en artikel 10a eerste lid van de Opiumwet;</para>
        <para>feit 2:</para>
        <para>medeplegen van witwassen.</para>
        <para>en</para>
        <para>van het plegen van witwassen een gewoonte maken;</para>
        <para>feit 3:</para>
        <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>Gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Beslissing omtrent het beslag en vordering tot tenuitvoerlegging eerder voorwaardelijk opgelegde geldboete van 500 euro.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2024:2035:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-001198-21 </para>
  <para>Uitspraak	: 20 juni 2024</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 22 april 2021, parketnummer 02-283436-19 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 13-049537-19, in de strafzaak tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,</para>
      <para>wonende te [woonadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij vonnis waarvan beroep de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten bewezenverklaard en deze gekwalificeerd als:</para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="italic">Feit 1: </emphasis>als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid en artikel 10a</para>
    <parablock>
      <para>eerste lid van de Opiumwet</para>
      <para>en</para>
      <para>deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een</para>
      <para>misdrijf als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid en artikel l 0a eerste</para>
      <para>lid van de Opiumwet;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2: </emphasis>het medeplegen van witwassen</para>
      <para>en</para>
      <para>van het plegen van witwassen een gewoonte maken</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3: </emphasis>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet</para>
      <para>gegeven verbod.</para>
      <para>De verdachte is daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Voorts heeft de rechtbank beslist omtrent het beslag. Tot slot heeft de rechtbank de tenuitvoerlegging gelast van de eerder voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 500,-. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de beslissing omtrent het onder 1 tenlastegelegde alsmede de opgelegde straf en de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het onder 1 tenlastegelegde bewezen zal verklaren, met dien verstande dat, anders dan de rechtbank heeft gedaan, ook bewezen zal worden verklaard dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie met betrekking tot het lab in Esch; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft, naar het hof begrijpt:</para>
    </parablock>
    <para>- met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde:</para>
    <parablock>
      <para>o vrijspraak bepleit voor wat betreft het leiding geven/deelnemen aan een criminele organisatie gericht op de uitvoer van drugs naar Frankrijk;</para>
      <para>o vrijspraak bepleit voor wat betreft het leiding geven/deelnemen aan een criminele organisatie betrekking hebbend op de labs in Hechtel-Eksel en Esch;</para>
      <para>o voor wat betreft de criminele organisatie in het lab in Rilland enkele opmerkingen geplaatst die zien op het tenlastegelegde leiding geven;</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>partiële vrijspraak van feit 2 bepleit, namelijk voor zover betrekking hebbend op de Harley Davidson motor en de Rolex horloges, en bepleit dat geen sprake is van gewoontewitwassen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een strafmaatverweer gevoerd, waarbij is verzocht om te volstaan met een gevangenisstraf waarvan de duur gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2018 tot en met 26 november 2019 in na te noemen plaatsen heeft deelgenomen aan een of meer organisatie(s), welke organisatie(s) bestond(en) uit een of meer samenwerkingsverband(en) van hem, verdachte en na te noemen perso(o)n(en), te weten </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>* in of omstreeks de periode van 14 maart 2018 tot en met 24 oktober 2018 te Bergen op Zoom en/of Almere en/of elders in Nederland en/of in Frankrijk en/of Polen en/of Tsjechië en/of Engeland en/of Oostenrijk met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer (andere) perso(o)n(en) (criminele organisatie 11B Opiumwet [verdachte] - [medeverdachte 2] - [medeverdachte 1] ) en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 29 januari 2019 te Hechtel-Eksel, althans in België en/of te Bergen op Zoom en/of Valkenswaard en/of Eindhoven en/of in een of meer andere plaats(en) in Nederland met [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of een of meer (andere) perso(o)n(en) (criminele organisatie 11B Opiumwet lab Hechtel-Eksel) en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* in of omstreeks de periode van 1 februari 2019 tot en met 3 juli 2019 te Esch, gemeente Haaren en/of te Bergen op Zoom en/of te Tiel en/of te Culemborg en/of Renesse en/of een of meer andere plaatsen in de gemeente Schouwen-Duiveland en/of elders in Nederland met [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 14] en/of een of meer(andere) perso(o)n(en) (criminele organisatie 11B Opiumwet lab Esch) en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* in of omstreeks de periode van 1 februari 2019 tot en met 19 juli 2019 te Rilland, gemeente Reimerswaal en/of te Bergen op Zoom en/of te Goes en/of Renesse en/of Brouwershaven en/of Burgh-Haamstede en/of Oosterland en/of Serooskerke Schouwen althans in de gemeente Schouwen-Duiveland en/of elders in Nederland met [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 15] en/of een of meer (andere) perso(o)n(en) (criminele organisatie 11B Opiumwet lab/opslaglocatie Rilland) en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* in of omstreeks de periode van 19 juli 2018 tot en met 26 november 2019 te Bergen op Zoom en/of Steenbergen en/of Zierikzee en/of Nieuwerkerk en/of Renesse en/of Brouwershaven en/of Burgh-Haamstede althans in ieder geval in een of meer plaatsen in de gemeente Schouwen-Duiveland en/of in een of meer andere plaats(en) in Nederland met [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 16] en/of [medeverdachte 15] en/of een of meer (andere) perso(o)n(en) (criminele organisatie 11B Opiumwet "nieuwe locatie") </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welke organisatie(s) tot oogmerk had(den) het (telkens) plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid, 10A eerste lid van de Opiumwet, namelijk </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het (telkens) bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van een of meer middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of </para>
    <para />
    <para>- het (telkens) buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of </para>
    <para />
    <para>- het (telkens) plegen van voorbereidings- of bevorderingshandelingen zoals bedoeld in artikel 10A eerste lid van de Opiumwet,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zulks terwijl hij, verdachte, oprichter en/of leider en/of bestuurder van voormelde organisatie(s) was; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 26 november 2019 te Bergen op Zoom en/of Sas van Gent en/of Almere en/of elders in Nederland en/of in Antwerpen en/of elders in België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, althans zich schuldig heeft/hebben gemaakt aan (schuld)witwassen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), toen en daar (telkens) (krachtens die gewoonte) meermalen (telkens) (van) een of meer voorwerp(en) en/of een of meer geldbedrag(en), te weten (van) (onder meer) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een personenauto BMW 335i en/of een bedrag van € 18.000,- (verkoopwaarde) (punt 52 pv) en/of </para>
    <para />
    <para>- een (personen)auto Mercedes kenteken [kenteken 1] en/of een bedrag van 21.500 euro (ten behoeve van de aankoop van die auto) (punt 56 pv) en/of </para>
    <para />
    <para>- een motorfiets (Harley Davidson) kenteken [kenteken 2] (punt 55 Pv) en/of - een horloge, merk Rolex, type Submariner, voorzien van groene wijzerplaat (ibn nr. [nummer 1] , uniek nr. [nummer 2] ) (punt 41 pv) en/of </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-een horloge, merk Rolex, goudkleurig met zwarte wijzerplaat (ibn nr. [nummer 3] , uniek nr. [nummer 4] ) en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-een horloge, merk Rolex, zilverkleurig met blauwe wijzerplaat (ibn nr. [nummer 5] , uniek nr. [nummer 6] ) en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-een horloge, merk Rolex, zilverkleurig met zwarte wijzerplaat (ibn nr. [nummer 7] , uniek nr. [nummer 8] ) en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-een horloge, merk Rolex met zwart wijzerplaat (ibn nr. [nummer 9] , uniek nr. [nummer 10] ) en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-een personenauto (Mercedes Benz SL350, kenteken [kenteken 3] ) en/of een geldbedrag van € 19.000,- (verkoopwaarde) (punt 34.1) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een personenauto (Mini Cooper), kenteken [kenteken 4] (punt 34.2 pv) en/of </para>
    <para />
    <para>- een zitbank (Chesterfield) en/of een salontafel ter waarde van in totaal € 13.650,-, althans enig geldbedrag (nr. 57 pv) en/of </para>
    <para />
    <para>- 19, althans een (aantal), contante stortingen ter waarde van € 6.925,-, althans enig geldbedrag aan [persoon 1] (punt 51 pv) en/of </para>
    <para />
    <para>- contante betalingen ten behoeve van meerdere CJIB boetes tot een bedrag van € 1.976,= en/of 3210,81 althans enig geldbedrag (punt 50 en 54) en/of </para>
    <para />
    <para>- 8.080 euro contant geld (aangetroffen tijdens doorzoeking) </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemde voorwerpen en/of geldbedrag(en) was en/of voorhanden had </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van dat/die (genoemde) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) gebruik gemaakt, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.<?linebreak?>hij op of omstreeks 26 november 2019 te Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 3,032 kilogram, althans een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>hij in de periode van 14 maart 2018 tot en met 26 oktober 2019 in na te noemen plaatsen heeft deelgenomen aan organisaties, welke organisaties bestonden uit samenwerkingsverbanden van hem, verdachte, en na te noemen personen, te weten </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>* in of omstreeks de periode van 14 maart 2018 tot en met 24 oktober 2018 te Bergen op Zoom en/of Almere en/of elders in Nederland en/of in Frankrijk met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid, 10A eerste lid van de Opiumwet, namelijk </para>
    </parablock>
    <para>- het verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van een of meer middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I</para>
    <para>- het buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I</para>
    <para>- het plegen van voorbereidings- of bevorderingshandelingen zoals bedoeld in artikel 10A eerste lid van de Opiumwet,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zulks terwijl hij, verdachte, leider van voormelde organisatie was;</para>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* in de periode van 25 maart 2019 tot en met 19 juli 2019 te Rilland, gemeente Reimerswaal, en/of te Bergen op Zoom en/of Renesse en/of Brouwershaven en/of Burgh-Haamstede en/of Oosterland en/of Serooskerke Schouwen althans in de gemeente Schouwen-Duiveland en/of elders in Nederland met [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] en [medeverdachte 15] en een andere persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en vierde lid, 10A eerste lid van de Opiumwet, namelijk </para>
    </parablock>
    <para>- het bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van een of meer middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I </para>
    <para>- het plegen van voorbereidings- of bevorderingshandelingen zoals bedoeld in artikel 10A eerste lid van de Opiumwet;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij in de periode van 1 januari 2013 tot en met 26 november 2019 te Bergen op Zoom en/of Sas van Gent en/of Almere tezamen en in vereniging met een ander zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers hebben hij, verdachte en zijn mededader (van)</para>
    </parablock>
    <para>- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 1] en/of een bedrag van 21.500 euro (ten</para>
    <para>behoeve van de aankoop van die auto)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de werkelijke aard en de herkomst verhuld</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>voorhanden gehad en/of omgezet en/of van dat voorwerp en/of geldbedrag gebruik gemaakt,</para>
      <para>terwijl hij en zijn mededader wisten dat dat voorwerp en/of geldbedrag - onmiddellijk of</para>
      <para>middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 26 november 2019 te Bergen op</para>
      <para>Zoom en/of elders in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt immers heeft hij, verdachte, meermalen (van) voorwerpen en/of geldbedragen, te weten van</para>
      <para>onder meer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een personenauto BMW 335i en/of een bedrag van € 18.000,- en/of </para>
    <para />
    <para>- een motorfiets (Harley Davidson) kenteken [kenteken 2] en/of</para>
    <para />
    <para>- een horloge, merk Rolex, type Submariner, voorzien van groene wijzerplaat (ibn nr. [nummer 1] , uniek nr. [nummer 2] ) en/of </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-een horloge, merk Rolex, zilverkleurig met blauwe wijzerplaat (ibn nr. [nummer 5] , uniek nr. [nummer 6] ) en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-een horloge, merk Rolex, zilverkleurig met zwarte wijzerplaat (ibn nr. [nummer 7] , uniek nr. [nummer 8] ) en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-een horloge, merk Rolex met zwart wijzerplaat (ibn nr. [nummer 9] , uniek nr. [nummer 10] ) en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-een personenauto (Mercedes Benz SL350, kenteken [kenteken 3] ) en/of een geldbedrag van € 19.000,- en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een personenauto (Mini Cooper), kenteken [kenteken 4] en/of </para>
    <para />
    <para>- een zitbank (Chesterfield) en/of een salontafel ter waarde van in totaal € 13.650,-, en/of </para>
    <para />
    <para>- contante stortingen ter waarde van € 6.925,- aan [persoon 1] en/of </para>
    <para />
    <para>- contante betalingen ten behoeve van meerdere CJIB boetes tot een bedrag van € 1.976,- en/of € 3.210,81 en/of </para>
    <para />
    <para>- 8.080 euro contant geld </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de werkelijke aard en/of de herkomst verhuld </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>voorhanden gehad en/of omgezet en/of van die voorwerpen en/of geldbedragen gebruik gemaakt, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij wist dat die voorwerpen en/of geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.<?linebreak?>hij op 26 november 2019 te Bergen op Zoom opzettelijk aanwezig heeft gehad 3,032 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof neemt de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen, opgenomen in Bijlage II bij het vonnis, over, die als hier herhaald en ingelast worden beschouwd, met uitzondering en aanvulling van het hiernavolgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In bewijsmiddel 12.1, pagina 23 van het vonnis, wordt voorafgaand aan de derde alinea die begint met “Op 14 maart 2018 te 22.10 uur (…)” toegevoegd:</para>
      <para>In het regionaal dagblad De Stentor stond op 10 en 13 maart 2018 vermeld dat de Zweedse Justitie twee Urkers uit Nederland had opgepakt in verband met het smokkelen van drugs (cocaïne). De twee Urkse mannen werden opgepakt met een lading drugs in hun auto. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddel 12.2 (het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 1] , map 26, pagina’s 847-860), p. 28-29 vonnis, wordt vervangen en komt als volgt te luiden:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 849)</emphasis>
      </para>
      <para>	V: Wat is de relatie tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] ?</para>
      <para>	A: Ik weet dat [medeverdachte 2] zijn ‘boekhouding’ doet.</para>
      <para>	O: Getuige maakt in de lucht met zijn vingers het gebaar ‘tussenhaakjes’. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	V: Wat bedoelt u met tussenhaakjes?	</para>
      <para>A: Ja, hij komt van het kamp. Ik ken hem ook nog in verband met iets anders. (…) [medeverdachte 2] heeft mij in contact gebracht met [verdachte] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 850)</emphasis>
      </para>
      <para>Op een gegeven ogenblik kreeg ik een speciale telefoon. Ik kreeg deze telefoon via [medeverdachte 2] . Ik ga ervan uit dat die uit Bergen op Zoom, van [verdachte] kwam. Uiteindelijk was het [verdachte] die mij berichten stuurde via die telefoon. Ik moest die telefoon op een speciale manier aanzetten. Ik moest 2 knopjes indrukken en dan een wachtwoord invullen. Je kon alleen maar tekst versturen. Dat was eind juni 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 851)</emphasis>
      </para>
      <para>V: Wie bedoel je met de man uit Bergen op Zoom?<?linebreak?>A: [verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina’s 855-856)</emphasis>
      </para>
      <para>V: U zegt in het WhatsApp-gesprek dat [medeverdachte 2] dan 300 euro verdient. Waarom krijgt [medeverdachte 2] daar geld voor?</para>
      <para>A: De afspraak was dat als ik iets zou doen voor [verdachte] dat [medeverdachte 2] dan 300 euro zou krijgen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: [medeverdachte 2] vraagt waarom stressen en dat alles toch goed gegaan is. U zegt dat het bij jou wel goed gegaan is en dat je alles gedaan hebt zoals het moest. [medeverdachte 2] vraagt dan of je de envelop hebt waarop jij zegt dat ze met bitcoins betaald hebben. Wie heeft er aan wie betaald? </para>
      <para>A: Dat is een hele goeie. Ik ben toen in Frankrijk geweest. Ik heb toen ook iets afgeleverd bij een wegrestaurantje en ik kreeg een bericht binnen dat er via bitcoins was betaald. Klaarblijkelijk was er al betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Van wie kreeg u het berichtje dat er al betaald was?</para>
      <para>A: Van [persoon 2] . De persoon die zich [persoon 2] noemde.</para>
      <para>V: Wat weet je van het gebruik van bitcoins door [verdachte] ?</para>
      <para>A: Ik had de indruk dat [verdachte] daar niks mee deed. [verdachte] was dol op cash.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Van dit gebeuren lijkt u [medeverdachte 2] ook weer 300 te betalen. Waarom?</para>
      <para>A: Dat was de afspraak als ik iets zou doen dan kreeg ik mijn geld ervoor en ik had met [medeverdachte 2] de afspraak dat als ik wat wegbracht dat [medeverdachte 2] dan van mij 300 euro kreeg. Ik ging ergens dozen ophalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Waar heb je die dozen toen op 23 april 2018 opgehaald?</para>
      <para>A: Ik moest in de buurt van Eindhoven op een parkeerplaats wachten en dan zou er iemand komen en die zou mij de dozen aanreiken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Van wie kreeg u de informatie wanneer u daar moest zijn?</para>
      <para>A: Ja via die speciale telefoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Wie betaalde u? En hoeveel was dit?<?linebreak?><emphasis role="italic">(pagina 857)</emphasis></para>
      <para>A: Ik kreeg altijd de centjes via [medeverdachte 2] . Dat ritje van 23 april 2018, heb ik via [medeverdachte 2] betaald gekregen. Dat was een bedrag minus 300 euro. Ik denk dat ik voor die rit 4000 euro betaald heb gekregen. Dus min 300 euro is dat 3700 euro. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Van wie kreeg u het adres waar de dozen naar toe gebracht moesten?</para>
      <para>A: Die kreeg ik van een contactpersoon over de speciale telefoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Zijn de dozen die je wegbracht op 23 april 2018 van [verdachte] ?<?linebreak?>A: [verdachte] stuurde mij een berichtje of ik een ritje wilde doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Dus de opdrachtgever van het transport was [verdachte] ?<?linebreak?>A: Ja dat klopt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 858)</emphasis>
      </para>
      <para>V: Op 11 juni 2018 zegt u dat Bergen ineens weer een rit heeft en dat hij perse het Encro adres van die Franse wil weten. (…) Wie bedoelt u met Bergen?<?linebreak?>A: Bergen op Zoom, [verdachte] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Op 2 juli 2018 bent u weer in Parijs volgens de chat. In opdracht van wie en waarom?</para>
      <para>A: Ik denk dat ik zelf naar Parijs ben geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In bewijsmiddel 12.3 wordt de volgende zin geschrapt: “Ik hoorde ook pas later, nadat ik [medeverdachte 1] met [verdachte] in contact had gebracht, over de drugsritten die [medeverdachte 1] voor [verdachte] deed. Nadat ik over de ritten hoorde ging het nog steeds door.” (de eerste twee zinnen van de tweede alinea (p. 29 vonnis).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen 12.7, 12.8, 12.9 en 12.10 worden geschrapt (p. 30-31 vonnis).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddel 12.33 (het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 15] d.d. 7 november 2019, map 12, pagina’s 2812-2824), p. 42-43 vonnis, wordt vervangen en komt als volgt te luiden:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 2815-2816)</emphasis>
      </para>
      <para>P1: Wat was de reden dat je in deze woning aan [adres] Rilland sliep?</para>
      <para>V: Ik had ruzie met mijn vader en stiefmoeder. Een vriend vroeg toen of ik bij hem kwam wonen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: Wie is die vriend? (…) Hij heeft denk ik als voornaam [voornaam medeverdachte 13] , klopt dat?<?linebreak?>V: Klopt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: En [voornaam medeverdachte 13] heeft ook het pand gehuurd?<?linebreak?>V: Ja klopt dat weet ik. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 2817)</emphasis>
      </para>
      <para>P1: Moest je huur betalen?<?linebreak?>V: Nee. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 2819)</emphasis>
      </para>
      <para>P1: Waar sliep jij in de woning?<?linebreak?>V: In de kamer naast de woonkamer. Op de begane grond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: Je had het net over de deur waarlangs jij binnenkwam. Dat was bij het washok, dat klopt he?</para>
      <para>V: Ja klopt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: Daar troffen wij dit aan (bijlage 3 en 4 gelaatsmasker in de doos en een vacuümpomp en het gelaatsmasker uit de doos).</para>
      <para>V: (verdachte lacht).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: Ik zie je lachen waarom?</para>
      <para>V: Ja ik heb hem wel een zien staan in de bijkeuken het masker. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: Tot op heden is er enkel DNA van jou aangetroffen in de woning. Dit is op het</para>
      <para>kussen en op verschillende sigarettenpeuken en joints. Ik laat je nu bijlage 5, 6 en 7</para>
      <para>zien. Tonen we de foto's waarop DNA is aangetroffen. Dat is DNA op het hoofdkussen en op alle peuken in beide asbakken. Dat waren 19 peuken in totaal waarop allemaal DNA op zat. Op 10 andere peuken is geen DNA aangetroffen. Dus al het DNA wat is aangetroffen is van jou.</para>
      <para>V: Dat kan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 2820)</emphasis>
      </para>
      <para>P1: Er werd een DNA-spoor van [medeverdachte 13] , veiliggesteld op een handschoen, welke werd aangetroffen in de schuur bij de woning [adres] te Rilland. Ben jij ooit wel eens in dat schuurtje geweest?</para>
      <para>V: Ooit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 2821)</emphasis>
      </para>
      <para>P1: Wat was jouw rol daar dan? </para>
      <para>V: Ze vroegen of ik mee wilde doen met produceren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: Je bent hier nu door andere naar toe gesleept. Zij hebben jou gevraagd om mee te doen in het lab voor een fooitje iets van 1000 of 2000 euro bijvoorbeeld?</para>
      <para>V: 3000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddel 12.34 (het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 9 juli 2020), p. 43 vonnis, wordt vervangen en komt als volgt te luiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 29)</emphasis>
      </para>
      <para>	Rilland. Daar heb ik mee te maken. Ik had een draaier nodig voor in Rilland. (…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 30)</emphasis>
      </para>
      <para>(…) had ook geld nodig. Ik heb hem op voorhand geld gegeven. Hij zou dan MDMA gaan maken. </para>
      <para>	Vraag verbalisant P1: Hoe is dat Rilland verhaal gestart?</para>
      <para>Antwoord [verdachte] : Er is iemand bij me gekomen, ik noem geen naam. Die wilde eigenlijk dat ik geld leende of investeerde om dat op te starten in Rilland. Ik ging erin mee en dat was Rilland een MDMA-locatie maken. (…) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij had een draaier nodig die het kon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 31)</emphasis>
      </para>
      <para>V: Wanneer ben jij benaderd door de persoon die jij niet wil noemen? Welke periode hebben we het dan over?<?linebreak?>A: 2018 of 2019. Misschien eind 2018. (…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik heb zoveel geld getrokken en gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 36-38)</emphasis>
      </para>
      <para>V: Als [medeverdachte 9] in het bos is geweest, komen daarna die andere jongens.</para>
      <para>A: Ja, bij die andere ventjes. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Wie waren die jongens?<?linebreak?>A: [voornaam medeverdachte 13] en [voornaam medeverdachte 14] . [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] .</para>
      <para>Het ging over Rilland. We hebben het erover gehad wanneer ze daar nou aan de bak zouden gaan. </para>
      <para>Die ventjes hadden dus ook een aandeel in Rilland. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 39)</emphasis>
      </para>
      <para>P1: en dan gaan we weg uit het boos. En dan? Spreek je ze dan nog? Zie je ze dan nog?<?linebreak?>V: Ja maar ook eigenlijk niet veel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: Hoe had je met hun contact?<?linebreak?>V: Encro. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 41)</emphasis>
      </para>
      <para>V: Waarom rijden zij, [medeverdachte 13] , [medeverdachte 14] en [medeverdachte 9] , in een auto van [persoon 3] waar jij een goede klant van bent, begrijp ik. </para>
      <para>A: Ja man dat klopt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Die jij dan ook nog betaalt.</para>
      <para>A: De eerste keer heeft [medeverdachte 9] betaald. </para>
      <para>V: Nou, de tweede keer.</para>
      <para>A: Dat is mijn stommigheid. Ik breng die mensen aan voor [persoon 3] en die zegt maar [verdachte] jij staat garant. Ik heb dat betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 44)</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] zijn een keer uit het lab bij mij thuis geweest. Rilland was er ook nog steeds want het was de bedoeling om daar iets te gaan doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 48)</emphasis>
      </para>
      <para>En de huur heb ik betaald. Voor die woning. (…) Ik heb [medeverdachte 13] ook huur gegeven. Zo wist ik dat hij de locatie op zijn naam had.  </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 50)</emphasis>
      </para>
      <para>V: Kort samengevat, jij bent de financierder van Rilland.</para>
      <para>A: Ja.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: er is een persoon.</para>
      <para>V: Ja mister X. Dat was de regelaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 51)</emphasis>
      </para>
      <para>De locatie betaalde ik.</para>
      <para>In het bos hoorde ik dat [medeverdachte 13] dat huis op naam had. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddel 12.35 (verhoor verdachte d.d. 10 juli 2020, proces-verbaalnummer 2274-A) wordt vervangen en komt als volgt te luiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 12)</emphasis>
      </para>
      <para>Vraag verbalisant P1: Jij zou opdraaien voor de kosten van de grondstoffen in Rilland?</para>
      <para>Verklaring verdachte (v): Ja, dat denk ik. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 54)</emphasis>
      </para>
      <para>Ik kom bij heel veel gasten. Ik kom bij boefjes, ik kom bij nette gasten. Mij maakt het niet uit. Geld is geld, zeg ik gewoon eerlijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 69)</emphasis>
      </para>
      <para>P1: [medeverdachte 2] werd jouw boekhouder?</para>
      <para>V: Mijn boekhouder. Hij heeft er een tering zooitje van gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 70)</emphasis>
      </para>
      <para>Volgens mij was ik al bezig met die klokjes zelfs en dat die zei ja je moet het wel wit, snap je? Het moet wel aantoonbaar zijn. </para>
      <para>P1: wit?</para>
      <para>V: Ja ik deed het gewoon hobbymatig. Ik douwde het gewoon zwart in mijn zak. (…) Natuurlijk deed ik wel eens een autootje dat ik niet opgaf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 71)</emphasis>
      </para>
      <para>Met de autohandel had ik een beetje gesjacheld. </para>
      <para>P1: Ben je niet helemaal eerlijk geweest.</para>
      <para>V: Nee ben ik niet helemaal eerlijk geweest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 73)</emphasis>
      </para>
      <para>P1: Wat verdiende je per maand?<?linebreak?>V: Tussen de 3 en 5000 per maand. </para>
      <para>P1: De rest heb je dan niet opgegeven?<?linebreak?>V: Nee nee. </para>
      <para>Ik wist wel nou ben ik verkeerd bezig. Maar ik moet toch geld verdienen. </para>
      <para>(…)</para>
      <para>Heel veel gaat contant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 75)</emphasis>
      </para>
      <para>P1: Hoe kijk je tegen jouw witwasverhaal aan?<?linebreak?>V: Ja ehm. Nogmaals, ik weet heus wel dat ik zwart geld in het zakje heb gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: Dus als we dat witwasverhaal samen gaan vatten. Dan zeg jij ik heb wel zwart geld niet opgegeven. </para>
      <para>V: Ja. </para>
      <para>P1: En ik heb geld niet opgegeven aan de Belastingdienst.</para>
      <para>V: Ja. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 76)</emphasis>
      </para>
      <para>P1: Met name die contante stortingen en die opnames, dat is niet heel normaal zullen we maar zeggen.</para>
      <para>V: Nee. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: Dat komt wel eens voor maar dan heb je het over handelaren denk ik of mensen met veel contant geld. </para>
      <para>V: Ja. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>P1: Dus dat roept wel vraagtekens bij ons op. </para>
      <para>V: Ja. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddel 12.36, 12.37 en 12.52 worden geschrapt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder vult het hof de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aan met:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres] Rilland) d.d. 10 september 2019, map 23, pagina’s 343-352, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten B. Bakkum en J. van Merrienboer:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 343)</emphasis>
      </para>
      <para>Op 19 juli 2019 kwamen wij voor een forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] te Rilland, gemeente Reimerswaal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 344)</emphasis>
      </para>
      <para>Door het onderzoeksteam waren de volgende goederen gemarkeerd om veilig te stellen:</para>
      <para>AALP3607ML Werkhandschoen op vloer schuur</para>
      <para>Wij zagen dat deze werkhandschoen op de vloer van de schuur lag. De meerkleurige</para>
      <para>werkhandschoen was licht vervuild. De handschoen werd door ons veiliggesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 345)</emphasis>
      </para>
      <para>AALP3597NL Kussensloop uit slaapkamer</para>
      <para>Wij zagen in de slaapkamer op de begane grond in de woning een bed staan. Op dit bed lag onder meer een kussen, met daaromheen een kussensloop. Door ons werd deze kussensloop veiliggesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 346)</emphasis>
      </para>
      <para>Peuken uit asbak op salontafel. </para>
      <para>Op de salontafel werd door het onderzoeksteam een asbak aangetroffen met daarin</para>
      <para>meerdere peuken. Door ons werden de volgende voor aanvullend DNA-onderzoek in aanmerking komende peuken daaruit veiliggesteld:</para>
      <para>AALP3602NL-peuk 1</para>
      <para>AANC0831NL- peuk 2 t/m AANC0847NL-peuk 18</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Peuken uit asbak op nachtkastje in slaapkamer</para>
      <para>AALP3601NL- peuk 1</para>
      <para>AANC0828NL t/m AANC0830NL </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- Het NFI-rapport ‘DNA-onderzoek naar aanleiding van een maatwerkonderzoek gepleegd in Rilland op 19 juli 2019’ d.d. 13 september 2019, map 23, pagina’s 338-341, voor zover inhoudende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 339)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <informaltable>
      <tgroup cols="4">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <colspec colname="colD" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>SIN</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Beschrijving DNA-profiel</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Celmateriaal kan afkomstig zijn van</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Matchkans </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>AANC0843NL#01</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Afgeleid DNA-hoofdprofiel van een man</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                [medeverdachte 15]
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Kleiner dan één op één miljard</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>AANC0847NL#01</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>DNA-profiel van een man</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                [medeverdachte 15]
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Kleiner dan één op één miljard</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tabel overzicht opgenomen en vergeleken DNA-profielen</para>
    </parablock>
    <informaltable>
      <tgroup cols="4">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <colspec colname="colD" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>SIN</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Datum opname</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Celmateriaal kan afkomstig zijn van</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>DNA-profielcluster</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>AANC0835NL#01</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>12-09-2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                [medeverdachte 15]
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>46890</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 340)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <informaltable>
      <tgroup cols="4">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <colspec colname="colD" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>SIN</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Beschrijving DNA-profiel</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Celmateriaal kan afkomstig zijn van</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Matchkans </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>AALP3601NL#01</para>
              <para>AALP3602NL#01</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>DNA-profiel van een man</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                [medeverdachte 15]
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Kleiner dan één op één miljard</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>AANC0828NL#01 t/m AACN0842NL#01</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>DNA-profiel van een man</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                [medeverdachte 15]
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Kleiner dan één op één miljard</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para>- Het NFI-rapport ‘Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een overtreding van de Opiumwet in Rilland op 19 juli 2019’ d.d. 18 oktober 2019, map 23, pagina’s 353-357, voor zover inhoudende:</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="4">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <colspec colname="colD" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>SIN</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Beschrijving DNA-profiel</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>DNA kan afkomstig zijn van</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Matchkans DNA-profiel</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>AALP3597NL #01, #03, #04, #05</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>DNA-profiel van een man</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                [medeverdachte 15]
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Kleiner dan één op één miljard</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>AALP3607NL#01</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>DNA-mengprofiel van minimaal 2 personen</para>
              <para>DNA-hoofdprofiel</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>
                [medeverdachte 13]
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>Kleiner dan één op één miljard</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para>- Het proces-verbaal van bevindingen verkeersgegevens d.d. 24 september 2019, met bijlagen, map 23, pagina’s 361-397, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 361)</emphasis>
      </para>
      <para>Door de officier van justitie werden de historische en toekomstige verkeersgegevens gevorderd van het telefoonnummer 31683700287. Dit nummer is in gebruik bij [medeverdachte 15] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door KPN werden de verkeersgegevens geleverd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de gevorderde verkeersgegevens is gebleken dat de telefoon van [medeverdachte 15] gebruik heeft gemaakt van</para>
      <para>Cell-ID's die gekoppeld zijn aan zendmasten op de locaties:</para>
      <para>1. Krabbendijke, Oude Rijksweg 13 en 13c;</para>
      <para>2. Rilland, A58 PP Het Rak 3, Oostelijke Schelderijnweg3°, Rijksweg A58, Valckenisseweg;</para>
      <para>3. Rilland, Westelijke Spuikanaalweg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(pagina 362)</emphasis>
      </para>
      <para>Het betreft contacten op de volgende data waaruit blijkt dat [medeverdachte 15] vermoedelijk op de locatie [adres] in Rilland is geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Datum</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Periode op zendmast 1-2-3</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>25/03/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>13.52</para>
              <para>2 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>27/03/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>10.06 en 10.08 uur</para>
              <para>2 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>28/03/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>08.36 en 11.25 uur</para>
              <para>4 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>01/04/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>11.28 en 11.36 uur</para>
              <para>2 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>08/04/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>07.38 uur en 07.40 uur</para>
              <para>4 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>10/04/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>09.36 uur en 09.37 uur</para>
              <para>4 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>11/04/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>12.21 uur t/m 12.29 uur</para>
              <para>6 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>18.04/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>12.21 uur 3 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>09/05/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>09.37 uur 1 contact</para>
              <para>12.53 en 13.00 uur 2 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>10/05/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>09.07 uur en 09.08 uur 3 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>14/05/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>08.06 uur 1 contact</para>
              <para>11.54 en 11.55 uur 3 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>15/05/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>00.20 t/m 08.37 uur</para>
              <para>14 contacten</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>15/05/2019 t/m 18/05/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>23.33 uur t/m 15.23 uur</para>
              <para>Uitgezonderd van enkele onderbrekingen van een paar uur is de telefoon constant onder de zendmasten 1, 2 of 3</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>22/05/2019 t/m 23/05/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>19.29 uur t/m 21.48 uur</para>
              <para>Uitgezonderd van enkele onderbrekingen van een paar uur is de telefoon constant onder de zendmasten 1, 2 of 3</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>26/05/2019 t/m 29/05/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>18.19 uur t/m 08.37 uur</para>
              <para>Uitgezonderd van enkele onderbrekingen van een paar uur is de telefoon constant onder de zendmasten 1, 2 of 3</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>31/05/2019 t/m 01/06/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>01.01 uur t/m 12.49 uur</para>
              <para>Uitgezonderd van enkele onderbrekingen van een paar uur is de telefoon constant onder de zendmasten 1, 2 of 3</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>03/06/2019 t/m 08/06/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>19.05 uur t/m 16.23 uur</para>
              <para>Uitgezonderd van enkele onderbrekingen van een paar uur is de telefoon constant onder de zendmasten 1, 2 of 3</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>10/06/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>07.12 t/m 12.17 uur</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>11/06/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>08.36 t/m 15.42 uur</para>
              <para>Uitgezonderd van enkele onderbrekingen van een paar uur is de telefoon constant onder de zendmasten 1, 2 of 3</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>04/07/2019</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>13.07 t/m 16.00 uur</para>
              <para>Uitgezonderd van enkele onderbrekingen van een paar uur is de telefoon constant onder de zendmasten 1, 2 of 3</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(pagina 363)</emphasis>
        </para>
        <para>In de periodes dat [medeverdachte 15] aanwezig is op de locatie [adres] te Rilland, heeft hij slechts 3 belcontacten. De overige contacten zijn uitsluitend dataverkeer.</para>
        <para>Bijlage: overzicht van alle contacten over de zendmasten 1, 2 en 3 (pag. 363 t/m 397)</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- Het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 18 januari 2021, voor zover inhoudende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>U, mr. [raadsman 1] , vraagt mij of het klopt dat ik voor meneer [verdachte] ritten naar het buitenland heb gereden. </para>
        <para>Ik ben voor [verdachte] naar Frankrijk geweest, dat klopt.</para>
        <para>U vraagt mij wie de opdracht gaf die ritten te rijden. Dat verliep via [medeverdachte 2] . Hij belde mij dan of ik tijd had om met hem naar Bergen op Zoom te gaan. </para>
        <para>U vraagt mij of dat bij elke rit zo ging. </para>
        <para>Voorafgaand aan iedere rit ging dat zo. In totaal denk ik zo’n keer of drie, vier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Al die contacten verliepen altijd via [medeverdachte 2] omdat hij nogal erg erop gericht was te weten wat er speelde. </para>
        <para>U vraagt mij of ik daarmee de inhoud van de ritten bedoel. Nou [medeverdachte 2] was nogal erg op de centjes gericht. Voor iedere keer dat ik weg ging, kreeg ook hij zijn geld. </para>
        <para>U vraagt mij hoeveel geld per rit. </para>
        <para>Ik weet niet wat hij kreeg van [verdachte] , maar ik gaf hem 150 euro of 300 euro. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>U vraagt mij of ik naast [verdachte] nog andere opdrachtgevers had waar ik ritten voor reed. Ik werkte ook voor andere mensen ja. Dat liep niet via [medeverdachte 2] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>U, mr. [raadsman 2] , vraagt mij of ik over een PGP-toestel beschikte. In die tijd heb ik via [medeverdachte 2] zo’n toestel ter beschikking gekregen. [medeverdachte 2] had zelf ook zo’n toestel en ik begreep [verdachte] ook. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Toen de PGP het nog deed, kreeg ik de opdracht via de PGP.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>U, mr. [raadsman 1] , vraagt mij hoe ik aan de pakketjes kwam. </para>
        <para>Ik sprak een aantal keer met [medeverdachte 2] af bij Van der Valk of elders en dan werd ik toegelicht over waar ik werd verwacht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>U, officier van justitie, vraagt mij wanneer ik ongeveer [verdachte] via [medeverdachte 2] heb leren kennen.</para>
        <para>Dat zal ergens eind 2017 zijn geweest. Ze hadden mij toen nodig voor die Golf. Ik werd benaderd in het laatste kwartaal van 2017 door [medeverdachte 2] met het verzoek één of meerdere auto’s op naam van de stichting SO-Ex te zetten. Ik zou daar een maandelijkse vergoeding voor krijgen. Uiteindelijk heb ik mij daarmee ingelaten. (…)</para>
        <para>U vraagt mij wanneer ik van [medeverdachte 2] een PGP-telefoon heb gekregen. Laten we het houden op het eerste kwartaal van 2018. U vraagt mij of het contact via de PGP ook betrekking had op de ritjes die ik reed. Ja, uiteindelijk is er een aantal keer contact geweest via de PGP over de ritten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>U vraagt mij naar juni 2018 waar [naam 1] een bericht naar mij stuurt waarin staat ‘jij moet zorgen dat dat [naam 2] bij mij bestelt en jij brengt de bestellingen’ en u vraagt mij waar dat over ging. </para>
        <para>Ik denk dat dat betrekking had op één van zijn Franse cliënten.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>U vraagt mij naar het moment waarop ik het pakketje in handen kreeg dat ik weg moest brengen, of ik op dat moment wist waar ik het naartoe moest brengen. Ja. Er werd dan alleen gezegd "je moet richting Lyon" of richting Parijs" bijvoorbeeld. Onderweg kreeg ik via de PGP te horen waar ik precies naartoe moest. Via de PGP werd er sowieso contact gehouden en moest ik van tijd tot tijd een foto maken waar ik reed.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft – met weglating en verbetering van passages waarmee het hof zich niet verenigt en met enkele toevoegingen – onder meer het volgende vastgesteld en overwogen:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Feit 1: criminele organisatie uitvoer drugs</emphasis></para>
        <para>De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 1] op 24</para>
        <para>oktober 2018 in Frankrijk is aangehouden voor het vervoeren van verdovende middelen. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat deze [medeverdachte 1] contacten had met verdachte en</para>
        <para>medeverdachte [medeverdachte 2] . Bij bestudering van de appberichten op de telefoon van [medeverdachte 2]</para>
        <para> blijkt dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] vanaf 14 maart 2018 regelmatig contact</para>
        <para>hebben over ritten naar Frankrijk. Uit de appberichten in combinatie met de verklaringen</para>
        <para>van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] blijkt dat een deel van deze ritten is gereden in</para>
        <para>opdracht van verdachte. Afspraken voor deze ritten werden gemaakt via een speciale</para>
        <para>telefoon en [medeverdachte 2] kreeg een deel van de opbrengsten van de ritten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de verklaringen van [medeverdachte 2] volgt naar het oordeel van de rechtbank ook dat hij</para>
        <para>ervan op de hoogte was dat er sprake was van drugsritten in opdracht van verdachte. (…)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op voornoemde feiten acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1]</para>
        <para> in de tenlastegelegde periode drugstransporten naar Frankrijk heeft uitgevoerd voor</para>
        <para>verdachte en dat [medeverdachte 2] meedeelde in de opbrengsten hiervan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Was er ook sprake van een criminele organisatie?</emphasis>
        </para>
        <para>Om te kunnen spreken van een criminele organisatie is blijkens de jurisprudentie een aantal</para>
        <para>aspecten van belang. Vereist is dat sprake is van een gestructureerd samenwerkingsverband</para>
        <para>tussen twee of meer personen, met een zekere duurzaamheid en structuur en een bepaalde</para>
        <para>organisatiegraad. Het oogmerk van de criminele organisatie dient te zijn gericht op het</para>
        <para>plegen van misdrijven. De deelnemers aan zo'n organisatie dienen niet ieder voor zich, maar</para>
        <para>in het verband van deze organisatie te participeren, zonder dat vereist is dat zij met alle</para>
        <para>personen in de organisatie samenwerken of alle personen in de organisatie kennen.</para>
        <para>Een betrokkene moet weten - in de zin van onvoorwaardelijk opzet - dat de organisatie het</para>
        <para>plegen van misdrijven in zijn algemeenheid tot het oogmerk heeft. Een betrokkene hoeft</para>
        <para>echter geen opzet te hebben gehad op concrete door de criminele organisatie beoogde</para>
        <para>misdrijven. Wetenschap van één of verscheidene concrete misdrijven is evenmin vereist.</para>
        <para>Elke bijdrage aan een organisatie kan strafbaar zijn. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit</para>
        <para>het (mede)plegen van een misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten.</para>
        <para>Daarbij geldt dat niet iedere bijdrage kan leiden tot het oordeel dat iemand deel uitmaakt</para>
        <para>van de organisatie. De bijdrage moet een zekere duur en intensiteit hebben.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, in</para>
        <para>onderling verband en samenhang bezien, dat er in de periode van 14 maart 2018 tot en met</para>
        <para>24 oktober 2018 sprake is geweest van een gestructureerde samenwerking gericht op het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet</para>
        <para>en artikel 10a van de Opiumwet. Gedurende deze gehele periode hebben [medeverdachte 1] ,</para>
        <para>
          [medeverdachte 2] en verdachte deel uitgemaakt van dit samenwerkingsverband. Uit de</para>
        <para>appgesprekken blijkt dat de verhoudingen in het begin van de periode goed waren. [medeverdachte 1]</para>
        <para> had zeer regelmatig contact met [medeverdachte 2] . Deze gesprekken werden gevoerd op</para>
        <para>vriendschappelijke toon en informatie over de ritten die [medeverdachte 1] reed werd openlijk</para>
        <para>gedeeld. [medeverdachte 2] stelde gerichte vragen over de ritten en heeft [medeverdachte 1]</para>
        <para>meermalen gewezen op afspraken die waren gemaakt met betrekking tot de opbrengsten uit</para>
        <para>de ritten. Uit de inhoud van de appgesprekken volgt dat [medeverdachte 1] via een speciale</para>
        <para>telefoon (een PGP-telefoon) contact had met verdachte en voor verdachte ritten naar</para>
        <para>Frankrijk uitvoerde. Verdachte en [medeverdachte 1] zijn door [medeverdachte 2] (…) </para>
        <para> met elkaar in contact gekomen.</para>
        <para>Uit de appberichten blijkt een duidelijke rolverdeling. Verdachte was de opdrachtgever voor</para>
        <para>de transporten die door [medeverdachte 1] werden uitgevoerd. [medeverdachte 2] was de</para>
        <para>bemiddelaar die beide personen met elkaar in contact heeft gebracht en die contact</para>
        <para>onderhield met beiden gedurende de periode waarin de ritten werden uitgevoerd. Op de</para>
        <para>momenten waarop de emoties bij [medeverdachte 1] hoog opliepen probeerde [medeverdachte 2] de</para>
        <para>situatie te sussen. Daarnaast deelde hij ook mee in de opbrengst die [medeverdachte 1] ontving.</para>
        <para>Hiermee is de structuur van de organisatie een gegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het samenwerkingsverband tussen de verdachten had naar het oordeel van de rechtbank ook</para>
        <para>een duurzaam karakter. In de beginperiode was er sprake van een hoge intensiteit in de</para>
        <para>contacten. Regelmatig werd er meerdere dagen achter elkaar gecommuniceerd tussen [medeverdachte 1]</para>
        <para> en [medeverdachte 2] . Uit die gesprekken blijkt ook dat er in diezelfde periode</para>
        <para>contact is met verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien blijkt dat het samenwerkingsverband het oogmerk had om misdrijven te plegen als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet en artikel 10a van de Opiumwet. Dat er slechts een beperkt aantal ritten is uitgevoerd in de tenlastegelegde periode doet hier niet aan af. De contacten zijn doorgelopen ook na wat, zo zou achteraf blijken, de laatste rit te zijn geweest. Op enig moment zijn de verhoudingen tussen de betrokkenen ernstig bekoeld door problemen met een voertuig op naam van [medeverdachte 1] . Dit neemt niet weg dat er gedurende de tenlastegelegde periode sprake was van een gestructureerde en duurzame samenwerking om het beoogde doel te verwezenlijken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet hierop komt de rechtbank tot de conclusie dat het samenwerkingsverband als een</para>
        <para>organisatie kan worden aangemerkt met een gestructureerd en duurzaam karakter. Deze</para>
        <para>organisatie had als oogmerk het vervoeren, uitvoeren en verkopen van drugs. Gelet op het</para>
        <para>bovenstaande was de bijdrage die alle verdachten leverden naar het oordeel van de</para>
        <para>rechtbank van voldoende intensiteit en duur om te worden aangemerkt als deelnemer van de</para>
        <para>organisatie. Het bewijs van het opzet van de verdachten, zowel op de deelname aan de</para>
        <para>organisatie als op het oogmerk van de organisatie, volgt uit de bewijsmiddelen en uit</para>
        <para>hetgeen over de rol van de verdachten is overwogen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat er in de</para>
        <para>periode van 14 maart 2018 tot en met 24 oktober 2018 sprake was van een criminele</para>
        <para>organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde,</para>
        <para>vierde en vijfde lid van de Opiumwet en artikel 10a van de Opiumwet, waar verdachte	 onderdeel van uitmaakte. Gelet op zijn rol als opdrachtgever van de drugstransporten is de</para>
        <para>rechtbank van oordeel dat verdachte als leider van deze organisatie kan worden aangemerkt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1: criminele organisatie Hechtel-Eksel</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt allereerst vast dat het onderzoek Kandinsky verscheidene processen-verbaal bevat waaruit mogelijke betrokkenheid van verdachte bij voornoemd laboratorium concreet kan worden afgeleid. Allereerst zijn er de processen-verbaal met TCI-informatie. Deze processen-verbaal mogen echter niet worden gebruikt voor het bewijs. Daarnaast is er een proces-verbaal met als inhoud de weergave van een WhatsAppgesprek tussen [persoon 4] (de (toenmalige) vriendin van verdachte) en [persoon 1] (de moeder van verdachte). De rechtbank stelt vast dat dit gesprek pas 8 maanden na het aantreffen van de drie overleden personen in het laboratorium in Hechtel-Eksel heeft plaatsgevonden. Ongeacht of de inhoud van het gesprek al dan niet als betrouwbaar kan worden aangemerkt, stelt de rechtbank vast dat uit het gesprek niet blijkt welke rol of aandeel verdachte zou hebben gehad bij of in het laboratorium in Hechtel-Eksel. De overige bewijsmiddelen in het dossier, waaronder de contacten met [medeverdachte 3] , de gedragingen van verdachte op 28 januari 2019 en de reis bewegingen en contacten van verdachte op 29 januari 2019 bieden geen, althans onvoldoende, concrete en directe aanwijzingen voor de betrokkenheid van verdachte bij het lab in Hechtel-Eksel. Daar komt bij dat deze stukken in combinatie met de andere bewijsmiddelen niet slechts op één manier kunnen worden geïnterpreteerd. Op basis van het procesdossier kan de rechtbank daarom niet vaststellen wat het aandeel van verdachte zou zijn geweest in de verweten criminele organisatie. Om die reden spreekt zij verdachte vrij van deelname aan de criminele organisatie met als oogmerk de productie van synthetische drugs in Hechtel-Eksel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1: criminele organisatie Esch</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte contacten heeft gehad met</para>
        <para>medeverdachten [medeverdachte 9] , [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] . Deze medeverdachten hebben alle</para>
        <para>drie gebruik gemaakt van een personenauto, die verdachte samen met [medeverdachte 9] heeft</para>
        <para>opgehaald en waarvan een deel van de leasetermijnen door verdachte is voldaan. Daarnaast</para>
        <para>volgt uit de afgeluisterde OVC-gesprekken met [persoon 9] dat er door verdachte is</para>
        <para>gesproken over investeringen die verband houden met, zoals verdachte ook heeft verklaard,</para>
        <para>de productie van drugs. Hieruit kan worden opgemaakt dat er kennelijk al hoge bedragen</para>
        <para>zijn geïnvesteerd, maar daaruit volgt niet met betrekking tot welke locatie dit heeft</para>
        <para>plaatsgevonden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij het lab in Esch ontkend en heeft aangegeven dat de</para>
        <para>verschillende bewijsmiddelen die lijken te zien op zijn betrokkenheid bij de productielocatie</para>
        <para>in Esch in werkelijkheid verband houden met rol bij de productielocatie in Rilland.</para>
        <para>In dat verband stelt de rechtbank vast dat een aantal van de genoemde medeverdachten ook</para>
        <para>betrokken zijn bij de opslaglocatie in Rilland. Daarnaast geldt dat er geen contacten kunnen</para>
        <para>worden vastgesteld tussen verdachte en medeverdachten [medeverdachte 10] , [medeverdachte 12] en [medeverdachte 11] ,</para>
        <para>die ook betrokken zijn bij het lab in Esch. Verdachte is zelf nooit gezien in het lab in Esch</para>
        <para>noch is gebleken dat zijn telefoon daar heeft aangestraald. Ook de geconstateerde</para>
        <para>reisbewegingen van de medeverdachten [medeverdachte 9] , [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] , de</para>
        <para>verschillende (heimelijke) ontmoetingen, de reeds aangehaalde investeringen en het OVC-gesprek op de luchtplaats tussen [medeverdachte 9] en [medeverdachte 13] wijzen, zonder nadere</para>
        <para>ondersteuning met overig bewijs, niet of onvoldoende op directe betrokkenheid van</para>
        <para>verdachte bij het lab Esch. Dit wordt niet anders voor zover deze bewijsmiddelen in</para>
        <para>onderlinge samenhang worden bezien, nu ook daaruit niet zonder meer de conclusie kan</para>
        <para>worden getrokken dat een en ander betrekking heeft op de locatie in Esch. Deze bewijsmiddelen kunnen immers ook zien op betrokkenheid bij de locatie Rilland en daarmee</para>
        <para>kunnen passen in de verklaring van verdachte daaromtrent.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit leidt tot de conclusie dat de rechtbank niet kan vaststellen dat de bewijsmiddelen slechts</para>
        <para>kunnen duiden op betrokkenheid van verdachte bij het lab in Esch. Zij zal verdachte daarom</para>
        <para>vrijspreken van dit onderdeel van feit 1.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1 criminele organisatie Rilland</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opslag</emphasis>
        </para>
        <para>Op 19 juli 2019 werden in de schuur en in de woning aan de [adres] in Rilland</para>
        <para>meerdere goederen en stoffen aangetroffen die gebruikt kunnen worden voor de productie</para>
        <para>van MDMA. Door het LFO en het NFI zijn rapporten opgesteld over de aangetroffen</para>
        <para>goederen en stoffen. Hieruit bleek dat alle onderdelen voor de productie van MDMA</para>
        <para>aanwezig waren, maar dat de laboratoriumopstelling niet volledig was aangesloten. Er kon</para>
        <para>dan ook op dat moment niet worden geproduceerd, maar de productie was wel zeer</para>
        <para>eenvoudig op te starten. (…) De woning en de schuur aan de [adres] werden vanaf l</para>
        <para>februari 2019 gehuurd door [medeverdachte 13] . In de woning zijn DNA-sporen aangetroffen van</para>
        <para>
          [medeverdachte 15] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het dossier voldoende bewijs bevat om te kunnen</para>
        <para>concluderen dat verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de voorbereidingshandelingen voor</para>
        <para>de productie van MDMA in Rilland.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 13] heeft bekend dat hij de goederen en stoffen heeft opgeslagen in de schuur.</para>
        <para>Hoewel er nog niet geproduceerd was, was het de bedoeling om ter plaatse MDMA te</para>
        <para>produceren. [medeverdachte 15] heeft bekend dat hij enige tijd in de woning heeft verbleven. Dit</para>
        <para>wordt bevestigd door het feit dat zijn telefoon vanaf 25 maart 2019 regelmatig aanstraalt op</para>
        <para>zendmasten in de omgeving van [adres] . In een tapgesprek tussen [medeverdachte 15] en zijn</para>
        <para>moeder heeft [medeverdachte 15] bevestigd dat hij ook heeft geholpen met opbouwen. Ook [medeverdachte 14]</para>
        <para>heeft bekend dat hij aanwezig is geweest aan de [adres] . Dit gebeurde in een periode</para>
        <para>waarin hij veel optrok met [medeverdachte 13] . Gedurende dezelfde periode was [medeverdachte 14] samen</para>
        <para>met [medeverdachte 13] betrokken bij de productie van amfetamine in de kelder van de woning van</para>
        <para>
          [medeverdachte 9] in Esch.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de tapgesprekken, de reisbewegingen van verdachten, de verslagen van de</para>
        <para>observatieteams en de verklaringen van verdachten blijkt dat [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14]</para>
        <para>contact hadden met [hof: onder andere] verdachte (…). Verdachte heeft op 29 mei 2019 een ontmoeting in het bos met [medeverdachte 13] , [medeverdachte 14] en [persoon 5] . [<emphasis role="italic">toevoeging hof: Verdachte heeft verklaard dat dit gesprek ging over het lab in Rilland</emphasis>.]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien blijkt dat voornoemde personen</para>
        <para>aanvankelijk onder leiding van mister X een MDMA-lab zouden opzetten op voornoemde</para>
        <para>locatie. Verdachte heeft bekend dat hij de investeerder was van het op te zetten lab in</para>
        <para>Rilland [<emphasis role="italic">toevoeging hof: en dat hij op zoek ging naar iemand die het lab kon draaien en hij met [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] heeft besproken dat er iets uit moest komen.</emphasis>]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Was er ook sprake van een criminele organisatie?</emphasis>
        </para>
        <para>Voor het toetsingskader van de criminele organisatie verwijst de rechtbank naar hetgeen</para>
        <para>hiervoor is overwogen.</para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, in</para>
        <para>onderling verband en samenhang bezien, dat er in de periode van 1 februari 2019 tot en met</para>
        <para>19 juli 2019 sprake is geweest van een gestructureerde samenwerking gericht op het plegen</para>
        <para>van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en vierde (…) lid van de Opiumwet en</para>
        <para>artikel 10a van de Opiumwet. De rechtbank kan op grond van de stukken vaststellen dat</para>
        <para>
          [medeverdachte 13] vanaf 1 februari 2019, (…) verdachte en [medeverdachte 15] vanaf 25 maart 2019 en [medeverdachte 14] vanaf 29 mei 2019 deel uit hebben gemaakt van dit samenwerkingsverband.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van verdachten in samenhang bezien met de</para>
        <para>overige bewijsmiddelen blijkt dat er sprake was van wederzijds vertrouwen tussen</para>
        <para>verdachten. (…) Daarnaast heeft verdachte [medeverdachte 9] erbij betrokken en een deel van de kosten voor de leaseauto van [medeverdachte 9] voor zijn rekening genomen. Deze leaseauto werd op enig moment in gebruik genomen door [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] . Daarnaast werd er door een aantal deelnemers van het samenwerkingsverband afgesproken op openbare plaatsen of in het bos, met de kennelijke bedoeling om zoveel mogelijk het risico te beperken dat hetgeen daar werd besproken [<emphasis role="italic">toevoeging hof: buiten de leden van het samenwerkingsverband</emphasis>] bekend zou worden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Evenals bij legale organisaties was er sprake van een hiërarchische managementstructuur.</para>
        <para>Ieder had zijn eigen rol binnen het samenwerkingsverband. Verdachte was de investeerder</para>
        <para>en degene die naar zijn zeggen de "draaier" heeft gezocht. Hij was ook degene die in overleg (…) besloot welke soort drugs geproduceerd zou gaan worden. (…) [medeverdachte 13] regelde [<emphasis role="italic">toevoeging hof: en huurde op zijn naam</emphasis>] de locatie en zou naar de overtuiging van de rechtbank samen met [medeverdachte 14] verantwoordelijk zijn voor de daadwerkelijke productie. [<emphasis role="italic">Toevoeging hof: In de productieruimte (schuur) is ook een vervuilde werkhandschoen met daarop DNA-materiaal van [medeverdachte 13] aangetroffen.</emphasis>] Zij hebben de locatie in Rilland hiervoor grotendeels gereed gemaakt. Tot slot werd [medeverdachte 15] in de organisatie betrokken om te helpen met het opbouwen. Daarnaast heeft hij opgetreden als bewaker van de goederen en stoffen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het samenwerkingsverband tussen de verdachten had naar het oordeel van de rechtbank ook</para>
        <para>een duurzaam karakter. De intensiteit van de contacten in de bewezenverklaarde periode</para>
        <para>blijkt uit de waargenomen ontmoetingen, de tapgesprekken en alle reisbewegingen. Niet alle</para>
        <para>verdachten hebben onderling direct contact gehad, maar dit is ook niet vereist voor de</para>
        <para>bewezenverklaring van de criminele organisatie. Vastgesteld kan worden dat alle verdachten</para>
        <para>in de verweten periode contact hebben gehad met in ieder geval een of meerdere andere</para>
        <para>personen uit de organisatie met betrekking tot de opslag in Rilland. Deze contacten tussen</para>
        <para>de verdachten kunnen gelet op hun duur en hetgeen verdachten erover verklaren niet als</para>
        <para>vluchtig worden aangemerkt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet hierop komt de rechtbank tot de conclusie dat het samenwerkingsverband als een</para>
        <para>organisatie kan worden aangemerkt met een gestructureerd en duurzaam karakter. Deze</para>
        <para>organisatie had als oogmerk het plegen van voorbereidings- of bevorderingshandelingen</para>
        <para>zoals bedoeld in artikel 10A eerste lid van de Opiumwet. Deze voorbereidingshandelingen</para>
        <para>hadden moeten leiden tot productie van synthetische drugs. (…) De bijdrage die verdachte leverde is naar het oordeel van de rechtbank ook van voldoende intensiteit en duur waardoor hij kan worden aangemerkt als deelnemer van de organisatie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bewijs van het opzet van de verdachten, zowel op de deelname aan de organisatie als op</para>
        <para>het oogmerk van de organisatie, volgt uit de bewijsmiddelen en uit hetgeen over de rol van</para>
        <para>de verdachten is overwogen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat er in de</para>
        <para>periode van 1 februari 2019 tot en met 19 juli 2019 sprake was van een criminele organisatie</para>
        <para>die tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en</para>
        <para>vijfde lid van de Opiumwet en artikel 10a van de Opiumwet, waar verdachte van 25 maart</para>
        <para>2019 tot en met 19 juli 2019 deel van uitmaakte. (…)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1: criminele organisatie nieuwe locatie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat onvoldoende</para>
        <para>wettig en overtuigend bewijs voorhanden is, waaruit blijkt dat verdachte zich schuldig heeft</para>
        <para>gemaakt aan dit onderdeel van feit 1. Zij zal verdachte daarom vrijspreken van deelname</para>
        <para>aan de criminele organisatie met als oogmerk het vinden van een nieuwe locatie voor de</para>
        <para>productie van drugs.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordelingskader</emphasis>
        </para>
        <para>In deze zaak kan geen direct verband worden gelegd tussen een bepaald misdrijf en de</para>
        <para>specifieke in de tenlastelegging genoemde bedragen, goederen en voertuigen. Dat betekent</para>
        <para>dat er geen gronddelict bekend is. De rechtbank zal daarom gebruik maken van het</para>
        <para>toetsingskader dat voor dergelijke gevallen volgt uit het zogenaamde 6-stappen arrest van</para>
        <para>het Gerechtshof Amsterdam van 11 januari 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013:BY8481).</para>
        <para>Hieruit volgt dat het in de tenlastelegging opgenomen bestanddeel 'afkomstig uit enig</para>
        <para>misdrijr pas bewezen kan worden, als het op grond van de vastgestelde feiten en</para>
        <para>omstandigheden niet anders kan zijn dan dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank doorloopt bij de toets of sprake is van witwassen de volgende stappen. Als er</para>
        <para>op basis van de feiten en omstandigheden sprake is van een vermoeden van witwassen, dan</para>
        <para>mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de</para>
        <para>goederen dan wel gelden. Deze verklaring moet concreet, in enige mate verifieerbaar en niet</para>
        <para>op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Zodra de verklaring van verdachte voldoende</para>
        <para>tegenwicht biedt, is het aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de</para>
        <para>door verdachte gestelde alternatieve herkomst van de goederen. Uit de resultaten van dat</para>
        <para>onderzoek zal moeten blijken of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten</para>
        <para>dat de gelden, goederen en voertuigen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale</para>
        <para>herkomst hebben en dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring overblijft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vermoeden van witwassen</emphasis>
        </para>
        <para>Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31</para>
        <para>december 2017 beperkte legale inkomsten en een beperkt vermogen had. Desondanks heeft</para>
        <para>verdachte meerdere contante betalingen verricht bij de aankoop van waardevolle goederen</para>
        <para>en heeft hij meerdere geldboetes contant voldaan. Bij de doorzoeking van de woning van</para>
        <para>verdachte is een aantal waardevolle goederen en een contant geldbedrag van € 8.080,00 aangetroffen. Gebleken is dat op de rekeningen van verdachte een grote hoeveelheid contante bedragen is gestort. Van ongeveer € 54.000,00 is niet te herleiden waarvan dit geldbedrag afkomstig is. Verdachte heeft bevestigd dat zijn boekhouding niet op orde was. Hij heeft andere personen, zoals [medeverdachte 2] en [medeverdachte 16] , gevraagd facturen op</para>
        <para>te maken voor zijn bedrijf PG Watches, maar lang niet alle transacties werden opgenomen</para>
        <para>in de administratie. Verder is uit de bewijsmiddelen gebleken dat verdachte voertuigen die</para>
        <para>hij kocht niet op eigen naam wilde hebben. Hij heeft [persoon 6] en [medeverdachte 2] bereid</para>
        <para>gevonden om voertuigen voor hem te importeren, dan wel op naam te zetten. Verdachte was</para>
        <para>echter wel zelf de feitelijke gebruiker van de voertuigen. Gelet op voornoemde feiten en</para>
        <para>omstandigheden bestaat het vermoeden dat er sprake is van witwassen, hetgeen overigens</para>
        <para>ook door de verdediging wordt toegegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Was er ook sprake van witwassen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eigendom goederen</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft in de eerste plaats aangevoerd dat hij niet de eigenaar is van de volgende</para>
        <para>goederen:</para>
      </parablock>
      <para>1. een motorfiets (Harley Davidson) kenteken [kenteken 2] ;</para>
      <para>2. een horloge, merk Rolex, type Submariner, voorzien van groene wijzerplaat (ibn</para>
      <para>nr. [nummer 1] , uniek nr. [nummer 2] );</para>
      <para>3. een horloge, merk Rolex, goudkleurig met zwarte wijzerplaat (ibn nr. [nummer 3] ,</para>
      <para>uniek nr. [nummer 4] );</para>
      <para>4. een horloge, merk Rolex, zilverkleurig met zwarte wijzerplaat (ibn nr. [nummer 7] ,</para>
      <para>uniek nr. [nummer 8] );</para>
      <para>5<emphasis role="italic">. </emphasis>een horloge, merk Rolex met zwart wijzerplaat (ibn nr. [nummer 9] , uniek nr.</para>
      <para>
        [nummer 10] ).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Doordat verdachte niet de eigenaar is van voornoemde goederen, kan er naar de mening van</para>
        <para>de verdediging ook geen sprake zijn van witwassen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat er meerdere klaagschriftprocedures over voornoemde goederen</para>
        <para>zijn gevoerd en daarin de volgende stellingen zijn ingenomen. J. [persoon 3] heeft</para>
        <para>aangevoerd dat hij de eigenaar van de motorfiets (Harley Davidson) met kenteken [kenteken 2] is. [persoon 7] heeft gesteld dat het horloge als hiervoor genoemd onder nummer 3 aan hem toebehoort. Verder heeft [persoon 8] aangevoerd dat de horloges als genoemd onder nummers 2, 4 en 5 aan hem toebehoren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de horloges en de motorfiets met de sleutels en de kentekenpapieren bij de doorzoeking van de woning en aanhorigheden van verdachte op 26</para>
        <para>november 2019 zijn aangetroffen. In beginsel wordt de beslagene aangemerkt als eigenaar van een inbeslaggenomen goed. Dit is anders als de rechtbank vast kan stellen dat een ander dan de beslagene de redelijkerwijs rechthebbende op het inbeslaggenomen goed is. In dat verband overweegt de rechtbank als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er is nader onderzoek gedaan naar de aankoop van de motorfiets (Harley Davidson) met</para>
        <para>kenteken [kenteken 2] en de hierop volgens verdachte en [persoon 3] gevolgde</para>
        <para>leaseconstructie. Uit dit onderzoek is gebleken dat verdachte het voertuig heeft aangekocht,</para>
        <para>maar op naam van [persoon 6] heeft laten invoeren. Dit terwijl de motor bij verdachte zelf in</para>
        <para>gebruik was. Vervolgens zou hij de motor met behoorlijke winst hebben verkocht aan Van</para>
        <para>der Vloed. Uit de administratie van [persoon 3] is echter niet gebleken dat dit specifieke</para>
        <para>voertuig door hem is aangekocht. Ook is niet gebleken van een sluitende administratie waaruit blijkt dat verdachte de motor van hem zou leasen. De door betrokkenen opgestelde</para>
        <para>stukken en de tijdstippen waarop zij zijn opgesteld komen niet overeen met de door</para>
        <para>verdachte en [persoon 3] geschetste gang van zaken. Gelet hierop is de rechtbank van</para>
        <para>oordeel dat er sprake is van een schijnconstructie, waarbij verdachte wil doen voorkomen</para>
        <para>dat niet hij maar [persoon 3] de eigenaar van het voertuig is. De rechtbank is van oordeel</para>
        <para>dat verdachte zelf de eigenaar van de motorfiets is.</para>
        <para>(…)</para>
        <para>Tot slot heeft [persoon 8] gesteld dat hij de eigenaar is van de horloges als hierboven</para>
        <para>genoemd onder nummers 2, 4 en 5<emphasis role="italic">. </emphasis>Deze horloges zouden aan verdachte in consignatie zijn</para>
        <para>gegeven. De rechtbank stelt echter vast dat een consignatie-overeenkomst voor de horloges</para>
        <para>ontbreekt. Gelet op de hoge waarde van de horloges acht de rechtbank het ongeloofwaardig</para>
        <para>dat dergelijke horloges zonder enige vorm van bewijs of borgstelling zou worden</para>
        <para>overdragen aan een derde, in dit geval verdachte. Ook [persoon 8] heeft daarom onvoldoende</para>
        <para>onderbouwd dat de horloges op het moment van de inbeslagneming aan hem toebehoorden.</para>
        <para>Om die reden is de rechtbank van oordeel dat ook ten aanzien van deze horloges verdachte</para>
        <para>zelf de eigenaar is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op voornoemde conclusies zal de rechtbank ook ten aanzien van deze voorwerpen</para>
        <para>beoordelen of er sprake is van witwassen. Nu het vermoeden reeds is vastgesteld is het aan</para>
        <para>verdachte om over de herkomst van de gelden en goederen een concrete, verifieerbare en op</para>
        <para>voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring af te leggen. Dit betekent echter niet dat</para>
        <para>het aan verdachte is om aan te tonen dat dat deze gelden goederen niet uit misdrijf afkomstig</para>
        <para>zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verklaring verdachte herkomst</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft betoogd dat de goederen en contante gelden zijn verkregen door</para>
        <para>inkomsten uit de horloge- en autohandel. De rechtbank stelt vast dat de verdediging geen</para>
        <para>specifieke transacties heeft benoemd, waardoor de verklaring niet is geconcretiseerd. Deze</para>
        <para>algemene verklaring is bovendien niet te controleren door de gebrekkige administratie van</para>
        <para>verdachte persoonlijk en van zijn bedrijven. Er is geen enkel overzicht ter beschikking</para>
        <para>gesteld met gegevens waarin de handel in horloges en/of auto's en de daarmee gemoeide</para>
        <para>inkomsten volledig in kaart zijn gebracht, dan wel waarin de herkomst van de geldbedragen</para>
        <para>is onderbouwd of op andere wijze inzichtelijk is gemaakt. In tegenstelling tot het betoog van</para>
        <para>de verdediging kan de rechtbank door deze gebrekkige administratie ook niet vaststellen dat</para>
        <para>de inkomsten uit de horlogehandel per definitie een legale herkomst hebben. De rechtbank is</para>
        <para>dan ook van oordeel dat de verklaring onvoldoende concreet en verifieerbaar is. Het</para>
        <para>vermoeden van witwassen is dan ook niet ontkracht en dit betekent dat de conclusie geen</para>
        <para>andere kan zijn dan dat de gelden en goederen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de aard en de herkomst van de</para>
        <para>gelden en goederen heeft geprobeerd te verhullen met de in de bewezenverklaring</para>
        <para>genoemde handelingen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gewoonte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de verweten periode meerdere jaren omvat. Gedurende deze</para>
        <para>periode zijn door verdachte herhaaldelijk goederen en gelden verkregen die geen legale</para>
        <para>herkomst hadden. De rechtbank is van oordeel dat hierdoor gesproken kan worden over een</para>
        <para>gewoonte maken van het witwassen van gelden en goederen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Medeplegen</emphasis>
        </para>
        <para>Van de voornoemde gewoonte is de Mercedes met kenteken [kenteken 1] uitgezonderd. Uit de</para>
        <para>bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien blijkt dat [medeverdachte 2] en verdachte</para>
        <para>contact hebben gehad met de verkoper van de Mercedes [kenteken 1] , dat zij allebei een</para>
        <para>proefrit hebben gemaakt en beiden bij de aankoop van het voertuig aanwezig waren. Het</para>
        <para>aankoopbedrag van € 21.500,00 is contant voldaan. Na de aankoop van het voertuig is het</para>
        <para>voertuig op naam gezet van [medeverdachte 2] . Verdachte maakte gebruik van het voertuig en</para>
        <para>betaalde de verzekeringskosten in contanten aan [medeverdachte 2] . Uit deze omstandigheden</para>
        <para>blijkt dat verdachte en [medeverdachte 2] nauw en bewust hebben samengewerkt bij de aanschaf</para>
        <para>van en de verdere administratie rond het voertuig. [medeverdachte 2] had als boekhouder van</para>
        <para>verdachte inzicht in zijn financiële situatie en die van zijn bedrijf. Verdachte heeft zelf over</para>
        <para>deze boekhouding verklaard dat die niet klopte. Zo werd een deel van de inkomsten van</para>
        <para>verdachte buiten de boeken gehouden. Daarnaast blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 2]</para>
        <para>dat hij de nodige twijfels had over de inkomsten van [verdachte] . Zo wist hij niet of de</para>
        <para>inkomsten uit de horlogehandel eerlijk waren. Daannee acht de rechtbank het</para>
        <para>tenlastegelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op voornoemde acht de rechtbank het medeplegen van witwassen van de Mercedes</para>
        <para>met kenteken [kenteken 1] en/of het aankoopbedrag van € 21.500,00 wettig en overtuigend</para>
        <para>bewezen. Met betrekking tot de overige in de tenlastelegging genoemde goederen en gelden,</para>
        <para>acht zij het gewoontewitwassen wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat uit de bijgevoegde bewijsmiddelen blijkt dat bij de doorzoeking</para>
        <para>van de woning van verdachte op 26 november 2019 ongeveer 3,03 kilo hasjiesj is</para>
        <para>aangetroffen. Verdachte heeft bevestigd dat er sprake is van hasjiesj en dat het van hem is.</para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de inbeslaggenomen hasjiesj</para>
        <para>THC bevatte en dat de Opiumwet niet bepaalt dat er sprake moet zijn van een minimale</para>
        <para>hoeveelheid THC, alvorens er gesproken kan worden van hasjiesj. Zij verwerpt daarom</para>
        <para>voornoemd bewijsverweer. De rechtbank acht feit 3 wettig en overtuigend bewezen.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof neemt deze overwegingen van de rechtbank – voor zover geciteerd en met inachtneming van de aanpassingen/toevoegingen – over en maakt die tot de zijne. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In aanvulling daarop overweegt het hof in verband met het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep nog het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1, drugsritten Frankrijk</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft wederom vrijspraak bepleit van het leiding geven/deelnemen aan een criminele organisatie gericht op de uitvoer van harddrugs naar Frankrijk. Daartoe is, in aanvulling op hetgeen in eerste aanleg is betoogd, aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , waar zij het in hun onderlinge gesprekken over ‘de vriend in het zuiden’ hadden, doelden op [verdachte] . [medeverdachte 1] reed (ook) voor andere mensen en lijkt bovendien vaak nul op het rekest te krijgen, waarover hij dan boos is.  Niet kan worden bewezen dat [medeverdachte 1] in opdracht van [verdachte] drugsritten reed, althans dat [verdachte] daarbij een leidinggevende rol had. Als daarvan al sprake was, kan niet worden vastgesteld welke drugs er dan werden vervoerd, dit volgt niet uit de gesprekken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof is van oordeel dat het verweer van de raadsman zijn weerlegging vindt in de gebezigde bewijsmiddelen en de overwegingen van de rechtbank, waarmee het hof zich verenigt. Zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] hebben verklaard dat [medeverdachte 2] [medeverdachte 1] met verdachte in contact had gebracht (dit heeft verdachte overigens ook verklaard) en dat [medeverdachte 1] in opdracht van verdachte ritten naar Frankrijk reed. Het hof ziet geen reden om aan deze verklaringen te twijfelen, voor zover tot het bewijs gebezigd. Het hof overweegt dat [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris andermaal uitgebreid is gehoord en toen gedetailleerd heeft verklaard, ook over zijn eigen aandeel. De verklaring van [medeverdachte 1] vindt op onderdelen ook steun in de verklaring van [medeverdachte 2] en voorts in de WhatsApp-gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Daarin wordt niet alleen over ‘onze vriend in het zuiden’ gesproken, maar ook over ‘Bergen’ en ‘Bergen op Zoom’. Zie onder meer een gesprek van 26 mei 2018, waarin [medeverdachte 1] zegt: “Bergen op Zoom verwacht van mij 100% loyaliteit. Hij vindt het niet goed als ik voor anderen rijd.”. En op 11 juni 2018 zegt [medeverdachte 1] : “Ineens heeft Bergen zogenaamd een rit voor mij?”. Bergen op Zoom was de woonplaats van verdachte en [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij met ‘Bergen’ doelt op Bergen op Zoom en [verdachte] . Dat [medeverdachte 1] mogelijk ook voor anderen dan [verdachte] ritjes uitvoerde (naar andere Europese landen), staat aan een bewezenverklaring niet in de weg. Uit de gebezigde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, volgt in elk geval dat [medeverdachte 1] ook voor verdachte ritten naar Frankrijk reed. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband dat het oogmerk hierop heeft gehad vloeit voor het overige voort uit hetgeen de rechtbank in de hiervoor geciteerde overwegingen heeft vastgesteld en overwogen en uit de gebezigde bewijsmiddelen. Het verweer vindt voor het overige dus ook zijn weerlegging in hierin.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof acht voorts bewezen dat verdachte leiding gaf aan deze organisatie. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren immers afhankelijk van verdachte voor het krijgen van ritjes. Verdachte had het voor het zeggen, hij bepaalde wanneer er klussen voor hen waren en onderhield het contact. Uit de gesprekken komt naar voren dat dit er naar de zin van [medeverdachte 1] niet altijd genoeg waren. [medeverdachte 2] zei hierop tegen [medeverdachte 1] dat ‘het zuiden’, dus verdachte, vond dat hij zich teveel opdringt en dat dit in zijn nadeel werkt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verweer dat niet kan worden bewezen dat het om drugsritten in de zin van Lijst I Opiumwet ging en dat verdachte dit wist, vindt eveneens zijn weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen, te weten de verklaring van [medeverdachte 2] (die over pillen en MDMA sprak), de verklaring van zijn zoon [zoon medeverdachte 2] , de aanhouding van [medeverdachte 1] in Frankrijk die op dat moment in het bezit was van 8 kilo XTC en 1 kilo MDMA, alsmede wederom in de WhatsApp-gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . In dat kader licht het hof nog een gesprek uit van 14 maart 2018, daags nadat in de krant had gestaan dat er twee personen uit Urk waren aangehouden in verband met het smokkelen van cocaïne. Die berichten van 14 maart 2018 slaan duidelijk op dit nieuwsbericht en [medeverdachte 1] en verdachte bespreken dan samen dat zij niet met dit soort ‘amateurs’ in zee willen en hoe zij het beter zullen doen. [medeverdachte 1] zegt vervolgens: “Onze vriend in het zuiden weet hoe het moet. Daar zullen we maar hoop uit putten”, hetgeen [medeverdachte 2] bevestigt. Het hof acht derhalve bewezen dat [medeverdachte 1] in opdracht van verdachte (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I heeft vervoerd. Dat niet gespecificeerd is om welk(e) middel(en) dit gaat, staat aan een bewezenverklaring niet in de weg. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Resumerend acht het hof gelet op het voorgaande, de overwegingen van de rechtbank en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat hij het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals hierboven bewezen is verklaard. Al hetgeen overigens is aangevoerd maakt dit oordeel van het hof niet anders.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft ten aanzien van de Harley Davidson en de Rolexen met unieke nummers [nummer 2] , [nummer 11] , [nummer 8] en [nummer 12] aangevoerd dat deze niet aan verdachte toebehoren, maar dat deze eigendom zijn van, respectievelijk, [persoon 3] , Oomen en [persoon 8] . Het eerstgenoemde horloge lag bij verdachte ter reparatie en de overige drie horloges waren in consignatie gegeven aan verdachte. Verder is aangevoerd dat de tenlastegelegde voorwerpen/geldbedragen niet afkomstig zijn uit enig misdrijf maar zijn verdiend met legale arbeid in de horloge- en de autohandel. Dat verdachte hiervan geen administratie heeft bijgehouden, kan nog niet leiden tot het oordeel dat sprake is van (gewoonte)witwassen, aldus de raadsman.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof sluit zich aan bij hetgeen de rechtbank in de hiervoor geciteerde overwegingen heeft vastgesteld. Hetgeen de raadsman in hoger beroep heeft aangevoerd vindt zijn weerlegging in deze overwegingen en in de gebezigde bewijsmiddelen. Het hof acht het medeplegen van witwassen (voor wat betreft de Mercedes met kenteken [kenteken 1] ) en het gewoontewitwassen (voor wat betreft de overige tenlastegelegde voorwerpen en geldbedragen) wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het Rolex horloge met ibn nr. [nummer 3] , uniek nr. [nummer 4] , nu het hof met betrekking tot dat horloge op basis van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep van oordeel is dat [persoon 7] redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, en artikel 10a eerste lid van de Opiumwet.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">medeplegen van witwassen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">van het plegen van witwassen een gewoonte maken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Op te leggen sanctie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich in de eerste plaats schuldig gemaakt aan het leiding gegeven aan een criminele organisatie die gericht was op het uitvoeren van drugs naar Frankrijk en deelneming aan een (andere) criminele organisatie die zich bezighield met het produceren van MDMA (lab Rilland). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit zijn ernstige feiten. Door de productie in drugs en de uitvoer van drugs naar het buitenland wordt de (internationale) handel in verdovende middelen in stand gehouden. Verdachte is daardoor medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die door de handel in- en het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Niet alleen op het gebied van milieuschade en de effecten van het gebruik van verdovende middelen voor de gezondheid van de gebruikers, maar ook vanwege het feit dat de handel in en het gebruik van harddrugs gepaard gaat met diverse vormen van andere (zware) criminaliteit. De verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals gezegd heeft verdachte leiding gegeven aan de criminele organisatie die zag op het uitvoeren van drugs naar Frankrijk. Maar ook met betrekking tot het drugslab in Rilland houdt het hof rekening met de voorname rol van de verdachte binnen de organisatie als investeerder/financier en als een deelnemer met zeggenschap. Daarmee begaf verdachte zich op hoger niveau, bleef hij meer op de achtergrond en liep hij daardoor minder (strafrechtelijke en gezondheids-) risico’s dan de deelnemers van de criminele organisatie die in het lab uitvoerende werkzaamheden verrichtten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen en het</para>
        <para>medeplegen van witwassen. Het witwassen van gelden en goederen vormt een ernstige</para>
        <para>bedreiging voor de legale economie en met dat witgewassen geld wordt bovendien vaak</para>
        <para>ander strafbaar handelen gefaciliteerd. Daarnaast wordt door witwassen vaak onderliggende</para>
        <para>strafbare feiten dan wel illegale handel afgedekt. Dit heeft verdachte gedurende maar</para>
        <para>liefst zes jaren gedaan, waardoor hij voor zichzelf een enorm financieel voordeel heeft</para>
        <para>gecreëerd. Het hof rekent dat verdachte aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van</para>
        <para>ongeveer 3 kilo hasjiesj.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft het hof acht geslagen op het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 26 maart 2024. Daaruit volgt dat hij eerder verschillende keren is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder ter zake van overtreding van de Wet wapens en munitie, bedreiging, belediging, Wegenverkeerswet en ook een overtreding van de Opiumwet. Laatstgenoemde veroordeling dateert weliswaar van 2011, maar toont aan dat de verdachte geen onbeschreven blad is op het gebied van de Opiumwet. Bovendien liep de verdachte, zoals hieronder zal worden besproken, tijdens het plegen van onderhavige feiten nog in de proeftijd van een eerdere veroordelingen waar een deels voorwaardelijke straf was opgelegd. Deze eerdere veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan, in dit geval ernstige, strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde feit, in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor forse duur met zich brengt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht het hof, evenals de rechtbank, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest, in beginsel passend en geboden. Deze straf is lager dan de advocaat-generaal gevorderde straf, omdat het hof de verdachte vrijspreekt voor betrokkenheid bij het lab in Esch en dus komt tot een mindere bewezenverklaring dan gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt met betrekking tot de redelijke termijn het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de onderhavige zaak is het hof gebleken dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangezien de verdachte een aanzienlijk deel van de procedure in hoger beroep in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, geldt – in elk geval voor dat deel - als uitgangspunt dat de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep dient te zijn afgerond met een eindarrest binnen 16 maanden na het instellen van het hoger beroep. Door het Openbaar Ministerie is op 4 mei 2021 hoger beroep ingesteld en op 6 mei 2021 namens de verdachte, terwijl het hof op 20 juni 2024 – en derhalve niet binnen 16 maanden na het instellen van het hoger beroep – arrest wijst. Hoewel sprake is van een omvangrijk onderzoek met een groot aantal medeverdachten en er in deze zaak (mede op verzoek van de verdediging) getuigen door de raadsheer-commissaris zijn gehoord, is het hof van oordeel dat die omstandigheden niet het gehele tijdsverloop kunnen verklaren. Van andere bijzondere omstandigheden die het tijdsverloop rechtvaardigen is niet gebleken. Er is derhalve sprake van een schending van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof zal de op te leggen gevangenisstraf gelet op deze overschrijding van de redelijke termijn met 6 maanden matigen. Het hof zal de verdachte derhalve veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Voorlopige hechtenis</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorlopige hechtenis van verdachte is op 30 augustus 2023 geschorst tot aan de datum van de inhoudelijke behandeling, welke schorsing tijdens de inhoudelijke behandeling is verlengd tot de datum van de einduitspraak, derhalve heden.</para>
        <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen. De verdediging heeft bepleit daarvan af te zien en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst tot de datum van de uitspraak. Het hof stelt vast dat per heden de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis is beëindigd. Het hof ziet geen aanleiding om het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen en wijst het verzoek van de verdediging af. Voorts ziet het hof geen aanleiding om de voorlopige hechtenis opnieuw te schorsen. Bij afweging van de persoonlijke belangen van de verdachte bij (voortduring van de) schorsing van de voorlopige hechtenis en de strafvorderlijke belangen bij de voortduring van de voorlopige hechtenis, wegen de laatstgenoemde belangen naar het oordeel van het hof het zwaarst. Het hof zal daarom niet opnieuw beslissen tot schorsing van de voorlopige hechtenis.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beslag</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof is van oordeel dat de inbeslaggenomen aansteker in de vorm van een pistool vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, nu dit voorwerp bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane misdrijven werd aangetroffen en dit aan verdachte toebehorende voorwerp kan dienen tot de belemmering van de opsporing daarvan, terwijl deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof zal de teruggave aan de verdachte gelasten van het inbeslaggenomen borduursel van Satudarah, aangezien het belang van strafvordering zich hier niet tegen verzet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof zal de teruggave aan [persoon 7] gelasten van de inbeslaggenomen Rolex horloges met goednummers 571759 en 571712, die op grond van het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Deze beslissing is eveneens opgenomen in de beschikking op het beklag tegen beslag dat door [persoon 7] is ingesteld gegrond is verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de overige inbeslaggenomen voorwerpen overweegt het hof als volgt.</para>
        <para>Het hof stelt met de rechtbank vast dat op de hierna te noemen goederen naast een klassiek beslag op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering een conservatoir beslag op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering rust. Dit conservatoire beslag kan gebruikt worden voor de betaling van het bedrag dat in het afzonderlijke ontnemingsvonnis is toegewezen. Indien het hof zoals gevorderd de verbeurdverklaring van de genoemde goederen zou bevelen, dan zou de waarde van goederen mogelijk niet in mindering komen op het te ontnemen bedrag. De verbeurdverklaring zou daarmee een extra straf vormen. Het hof ziet hiervoor geen aanleiding. Anders dan de rechtbank zal het hof deze voorwerpen niet bewaren ten behoeve van de rechthebbende, omdat deze inbeslaggenomen voorwerpen dan immers niet meer aan verdachte kunnen worden toegeschreven en zo in mindering kunnen worden gebracht op het ontnemingsbedrag dat aan hem wordt opgelegd. Het hof zal om die reden de teruggave aan verdachte gelasten van deze inbeslaggenomen voorwerpen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering tenuitvoerlegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke geldboete van € 500,00, opgelegd bij vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 16 juli 2019 onder parketnummer 13-049537-19. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van oordeel dat, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, de tenuitvoerlegging van de gehele voorwaardelijk opgelegde geldboete dient te worden gelast.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 3, 11 en 11b van de Opiumwet en de artikelen 47, 57, 63, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">5 (vijf) jaren en 6 (zes) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de <emphasis role="bold">onttrekking aan het verkeer</emphasis> van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>9. 1 STK Aansteker (G571732); </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">teruggave</emphasis> aan [persoon 7] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>7. 1 STK Horloge, G571759 (Omschrijving: goud, merk: Rolex); </para>
    <para>8. 1 STK Horloge, G571712 (Omschrijving: goud /groen, merk: Rolex);</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">teruggave</emphasis> aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>10. 35,40 Euro, G571761 datum; </para>
    <para>11. 1 STK Administratie _571751; brief van [medeverdachte 1] ; </para>
    <para>12. 1 STK Computer; _571730; GPS tracker + simkaart T-Mobile; </para>
    <para>13. 1 STK USB-stick (memorykaart); _574388; 16gb; </para>
    <para>14. 1 STK Naamplaat (517741; borduursels van Satudarah;</para>
    <para>en</para>
    <para>1. Euro, 571721, ibn 26-11-2019; </para>
    <para>2. 5500 Euro, 571720, ibn 26-11-2019; </para>
    <para>3. 1800 Euro, 571764, ibn 26-11-2019; </para>
    <para>4. 100 Euro, 571765, ibn 26-11-2019; </para>
    <para>5. 100 Euro, 571756, ibn 26-11-2019; </para>
    <para>6. 200 Euro, 571704, ibn 26-11-2019; </para>
    <para>15. 1 STK Motorfiets (Omschrijving: 571768, Harley Davidson, met sleutels); </para>
    <para>16. 1 STK Horloge (Omschrijving: 571725, Groen, merk: Rolex); </para>
    <para>17. 1 STK Horloge (Omschrijving: 571726, Zwart, merk: Rolex); </para>
    <para>18. 1 STK Horloge (Omschrijving: 571757, Zilver en zwart, merk: Rolex); </para>
    <para>19. 1 STK Horloge (Omschrijving: 571713, Rolex); </para>
    <para>20. 1 STK Horloge (Omschrijving: 571758, Goud, merk: Rolex).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 juli 2019, parketnummer 13-049537-19, te weten van:</para>
      <para>een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 500,00 (vijfhonderd euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">10 (tien) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. A.M.G. Smit, voorzitter,</para>
      <para>mr. C.P.J. Scheele en mr. F. van Es, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.E. van Dijk, griffier,</para>
      <para>en op 20 juni 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. F. van Es is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>