<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2024:1754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-27T09:56:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-002115-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1754">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-27T09:55:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1754 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 05-04-2024 / 20-002115-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2024:1754:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2024:1754:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-002115-23 </para>
  <para>Uitspraak	: 5 april 2024</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK (art. 279 Sv)</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 17 juli 2023, in de strafzaak met parketnummer 02-096811-23 tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake medeplegen van oplichting (<emphasis role="italic">feiten 1 en 2</emphasis>) en diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels (<emphasis role="italic">feiten 3 en 4</emphasis>) veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, waarvan 6 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop het berust, met aanvulling en verbetering van de gronden en met uitzondering van de opgelegde straf. Het vonnis zal in zoverre worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanvulling van de bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naast de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen komt de bewezenverklaring mede te berusten op de navolgende eigen waarneming van het hof. Dit aanvullende bewijsmiddel wordt slechts gebruikt tot het bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Eigen waarneming van het hof.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof neemt waar dat de persoon afgebeeld op de stills van pagina 20 (gevoegd bij bewijsmiddel 3.1.2., het hof begrijpt stills van 2 juni 2021) dezelfde persoon is als de persoon afgebeeld op de still van pagina 30 (gevoegd bij bewijsmiddel 3.1.5., het hof begrijpt een still van 7 juli 2021). Het hof neemt waar dat de vorm van het rechter oor sterke gelijkenis vertoont, op de stills een gelijkende horizontale groef op het voorhoofd zichtbaar is en de haardracht met inhammen overeenkomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverweging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewijsoverweging van de politierechter behoeft, mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, verbetering. Omwille van de leesbaarheid wordt de bewijsvoering in haar geheel vervangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de herkenningen van de verbalisanten als onvoldoende betrouwbaar moeten worden aangemerkt, gelet op de slechte kwaliteit van de beelden en het feit dat de persoonskenmerken die door de verbalisanten worden genoemd niet onderscheidend zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van het dossier en hetgeen dat ter terechtzitting naar voren is gebracht stelt het hof vast dat aangevers [aangever 1] en [aangever 2] zijn opgelicht. Zij zijn op respectievelijk 2 juni 2021 en 7 juli 2021 benaderd door onbekende personen die zich voordeden als medewerkers van de ING bank en onder het voorwendsel dat er opvallende transacties plaatsvonden op hun rekening bewogen tot afgifte van hun bankpas en pincode onder het mom dat het geld op hun rekening veilig zou worden gesteld. Kort nadat zij gebeld waren is de bankpas met de pincode opgehaald. In plaats van het veiligstellen van het geld van de slachtoffers werden er daarna grote geldbedragen van hun rekeningen gepind. Uit het dossier is gebleken dat de oplichting in vereniging is gepleegd. Het pinnen heeft beide keren op dezelfde dag als de oplichting plaatsgevonden en is steeds vastgelegd op camerabeelden. Door drie verbalisanten is de verdachte op de stills van de beelden van 7 juli 2021 herkend. Ook is de verdachte herkend door een verbalisant op de stills van de beelden van 2 juni 2021.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt voorop dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan. Dit geldt te meer wanneer deze herkenningen de voornaamste bewijsmiddelen zijn die de betrokkenheid van een verdachte bij het hem tenlastegelegde kunnen aantonen. Het komt bij de beoordeling van het bewijs erop aan dat kan worden getoetst of de aan de hand van foto’s of beelden gedane herkenningen voldoende betrouwbaar zijn om daadwerkelijk tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van een herkenning aan de hand van camerabeelden of foto’s is onder meer van belang in hoeverre hierop voldoende duidelijke, specifieke en onderscheidende persoonskenmerken zichtbaar zijn. Of hiervan sprake is, hangt af van de kwaliteit van de camerabeelden of de foto’s en de mate van zichtbaarheid van persoonskenmerken op die camerabeelden of foto’s. Daarnaast is ook van belang onder welke omstandigheden en met welke frequentie de waarnemer de door hem of haar herkende persoon eerder heeft gezien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht de herkenningen door de verbalisanten op de stills van de camerabeelden – anders dan de raadsman – voldoende betrouwbaar. Daarbij is van belang dat het hof heeft geconstateerd dat de stills van goede kwaliteit zijn en dat op die stills duidelijke, specifieke en onderscheidende persoonskenmerken waarneembaar zijn. Voorts is van belang dat voor beide politieambtenaren geldt dat zij voorafgaand aan de herkenning meerdere keren in aanraking zijn geweest met de verdachte. De politieambtenaren hebben nauwkeurig omschreven waaraan zij de verdachte hebben herkend Ten slotte heeft ook het hof waargenomen dat de pinnende persoon op zowel de beelden van 2 juni 2021 als op de beelden van 7 juli 2021 dezelfde persoon is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen sanctie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten twee keer schuldig gemaakt aan oplichting door middel van een babbeltruc. Daarbij hebben de verdachte en zijn mededaders zich voorgedaan als medewerkers van een bank en is er misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zij in die hoedanigheid van de slachtoffers wisten te winnen. Vervolgens heeft de verdachte met de weggenomen pinpassen en bijbehorende pincodes aanzienlijke geldbedragen opgenomen van de rekeningen van de slachtoffers. De slachtoffers zijn op doordachte en slinkse wijze uitgekozen en waarbij gelet op hun hoge leeftijd misbruik is gemaakt van hun kwetsbare positie. De verdachte heeft daarbij kennelijk enkel en alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en zich niet bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers. Naast de veroorzaakte financiële schade, brengen dergelijke feiten ook gevoelens van onrust en onveiligheid met zich mee, in het bijzonder voor de slachtoffers, maar ook voor de maatschappij in het algemeen. Het hof rekent deze feiten de verdachte ernstig aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof eveneens gelet op de inhoud van een verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 25 januari 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Voorts heeft het hof rekening gehouden met de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overziend, is het hof van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 63, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">150 (honderdvijftig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. S. Riemens, voorzitter,</para>
      <para>mr. A.C. Bosch en mr. M. van der Horst, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C. Schenker, griffier,</para>
      <para>en op 5 april 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. S. Riemens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>