<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2023:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-25T14:26:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.305.929_01 H (afwijzing)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:91">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-25T14:17:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:91 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 17-01-2023 / 200.305.929_01 H (afwijzing)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2023:91:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verbeterverzoeken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2023:91:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
      </para>
      <para>Team Handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.305.929/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 17 januari 2023 op een verzoek tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 22 november 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de procedure in hoger beroep die bij dit hof aanhangig is geweest tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna: [appellante],</para>
      <para>advocaat: mr. H.G.A. Spoormans te Breda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [geïntimeerde 1],</title>
    <parablock>
      <para>    wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2. <emphasis role="bold">[geïntimeerde 2]</emphasis>,</para>
      <para>    wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>hierna: [geïntimeerde 1] respectievelijk [geïntimeerde 2], </para>
      <para>advocaat: mr. J.J. Bakker te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>10</nr>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het op 22 november 2022 tussen partijen gewezen eindarrest bevat in het dictum de volgende proceskostenveroordeling:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“veroordeelt [appellante] in de proceskosten van dit hoger beroep en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] op € 338,= aan griffierecht en op </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 9.834,= aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [appellante] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2</nr>
      <para>Bij brief van 2 december 2022 is namens [appellante] -kort gezegd- geschreven dat het hof daarbij een kennelijke fout heeft gemaakt. [appellante] betoogt dat de salariskosten onjuist zijn begroot: <emphasis role="underline">primair</emphasis> omdat tarief V is toegepast, terwijl op de ingestelde vordering van onbepaalde waarde (net als in eerste aanleg en voor het griffierecht) tarief II (ad € 563,= per punt) had moeten worden toegepast; <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis> omdat bij toepassing van tarief V ten onrechte niet € 1.770,= per punt is gehanteerd. [appellante] verzoekt om de salariskosten in het dictum te wijzigen en te begroten op <emphasis role="underline">primair</emphasis> € 1.689,= dan wel <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis> € 5.310,=.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 21 december 2022 is namens [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] -verkort weergegeven- geschreven dat geen sprake is van de door [appellante] bedoelde kennelijke fout. Volgens [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] worden de salariskosten bij een vordering van onbepaalde waarde in beginsel bepaald op basis van tarief II, tenzij duidelijke aanwijzingen bestaan dat de zaak onder een ander tarief valt. Op basis van de aan chalet 217 toe te kennen waarde van </para>
        <para>€ 108.375,= is hier volgens [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] terecht tarief V toegepast. Voor het geval het hof alsnog tarief II mocht gaan toepassen, wijzen [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] er op dat het tarief (in eerste aanleg € 563,= maar) in beroep € 1.114,= per punt bedraagt, met een maximum van 3 punten. Volgens [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] is wel een kennelijke fout gemaakt door de salariskosten te begroten op basis van (niet 4 maar) slechts 3 punten bij het in beroep geldende tarief V van </para>
        <para>€ 3.278,= per punt. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] verzoeken een dienovereenkomstige aanpassing van de proceskostenveroordeling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.4</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt dat geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het bedrag van de te liquideren salariskosten van de advocaat is in beginsel afhankelijk van de verrichte werkzaamheden en van het belang van de zaak. Zoals het hof met betrekking tot het belang van de zaak in eindarrest rov. 8.30 al heeft toegelicht, is nadrukkelijk:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) daarbij vanwege de aan chalet [nummer] toe te kennen waarde (1/8e deel van </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 860.000,= volgens het bij de toedeling gehanteerde taxatierapport) tarief V </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(een geldelijk belang tussen € 98.000,= en € 195.000,=) (…)”</emphasis>
        </para>
        <para>toegepast. Mede gezien die nadrukkelijke beslissing, heeft het hof in het licht van de verrichte werkzaamheden aanleiding gezien om aan salaris advocaat uiteindelijk niet meer dan € 9.834,= toe te kennen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.5</nr>
      <para>Nu ook het door [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] gedane verzoek tot verbetering wordt afgewezen, behoeft [appellante] niet de gelegenheid te worden geboden om daarop eerst nog te antwoorden. Het hof concludeert dat de beide verzoeken tot verbetering van het gewezen eindarrest moeten worden afgewezen. Het hof beslist als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de verzoeken tot verbetering van het op 22 november 2022 gewezen eindarrest af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, R.J.M. Cremers en M.R. van Zanten en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>		griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>