<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2023:781</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-17T08:48:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/01152</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:781">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:781</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-17T08:47:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:781 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 08-03-2023 / 21/01152</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2023:781:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WOZ 2019. Partijen hebben ter zitting van het hof overeenstemming bereikt over de WOZ-waarde. In hoger beroep is enkel de proceskostenvergoeding in geschil. Het hof acht niet geloofwaardig dat de taxatiedeskundige 8 uur aan het opstellen van het rekenblad heeft besteed en stelt de kostenvergoeding vast op 2 uur x  € 68. Het hof heeft kort na de verzending van de uitspraak geconstateerd dat per abuis geen vergoeding voor de conclusie van repliek in eerste aanleg is toegekend en dat een onjuist tarief voor de kosten van bezwaar is gehanteerd. Het hof heeft deze misslagen verbeterd middels een hersteluitspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2023:781:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">HERSTELUITSPRAAK</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team belastingrecht</para>
      <para>Enkelvoudige belastingkamer</para>
      <para>Nummer: 21/01152</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak gewezen ter verbetering van de schriftelijke uitspraak van 1 maart 2023 van de Enkelvoudige Belastingkamer op het hoger beroep van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>hierna: belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg (hierna: de rechtbank) van 3 augustus 2021, nummer ROE 20/133, in het geding tussen belanghebbende en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking en Gemeenten en Waterschappen Limburg,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna: de heffingsambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De uitspraak in dit geding </title>
    <para />
    <para>1. Het hof heeft in bovenvermelde zaak op 1 maart 2023 uitspraak gedaan en kort na de verzending van de uitspraak geconstateerd dat de uitspraak een misslag bevat, omdat een onjuist tarief voor de kosten van bezwaar is gehanteerd.</para>
    <para />
    <para>2. Rechtsoverweging 4.7 van de uitspraak van 1 maart 2023 luidde:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>‘4.7. Het hof stelt de tegemoetkoming voor de bezwaarfase vast op 2 (punten)<footnote-ref linkend="_3c9aaa2b-9dd0-4d1e-81cc-5c1950faffd8" /> x € 597 (waarde per punt) x 1 (factor gewicht van de zaak) is € 1.194.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In plaats van het bedrag van € 296 (voor besluiten genomen op grond van een wettelijk voorschrift inzake onder andere belastingen) is het bedrag van € 597 (voor overige gevallen) in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Herstel van de misslag brengt mee dat in de onder 2. vermelde passage het bedrag van € 597 wordt vervangen door € 296 en het bedrag van € 1.194 door € 592.</para>
    <para />
    <para>4. Rechtsoverweging 4.8. van de uitspraak van 1 maart 2023 luidde: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>‘4.8. Het hof stelt de tegemoetkoming voor de beroepsfase en de hoger beroepsfase vast op 4 (punten)  x € 837 (waarde per punt) x 1 (factor gewicht van de zaak) is € 3.348.’</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het hof is gebleken dat per abuis geen vergoeding voor de conclusie van repliek in eerste aanleg is toegekend. </para>
    <para />
    <para>6. Herstel brengt mee dat de onder 4. vermelde passage wordt vervangen door de volgende: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>‘Het hof stelt de tegemoetkoming voor de beroepsfase en de hoger beroepsfase vast op 4,5 (punten)  x € 837 (waarde per punt) x 1 (factor gewicht van de zaak) is € 3.767.’</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. In het onderdeel ‘Beslissing’ van de uitspraak van 1 maart 2023 is vermeld:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>‘veroordeelt de heffingsambtenaar in de kosten van het bezwaar van € 1.194;</para>
      <para>veroordeelt de heffingsambtenaar in de kosten van het geding het hof van – in totaal – € 3.513.’</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook hier dient het bedrag van € 1.194 te worden vervangen door € 592; het bedrag van € 3.513 te worden vervangen door € 3.932. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Het hof voert de verbeteringen door en verstaat dat de uitspraak van 1 maart 2023 aldus verbeterd moet worden gelezen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verbetert de misslagen in de op 1 maart 2023 in deze zaak gedane uitspraak op de hiervoor weergegeven wijze en stelt de verbetering op de minuut van die uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze hersteluitspraak is gedaan door P.A.M. Pijnenburg, raadsheer, in tegenwoordigheid van E. Royakkers, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2023 en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De raadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>E. Royakkers	P.A.M. Pijnenburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het aanwenden van een rechtsmiddel:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze hersteluitspraak staat geen beroep in cassatie dan wel een ander rechtsmiddel open (zie Hoge Raad 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1449).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3c9aaa2b-9dd0-4d1e-81cc-5c1950faffd8" label="1">
    <para> 1 punt voor bezwaarschrift en 1 punt voor verschijnen op de hoorzitting.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>