<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2023:408</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-17T08:46:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.318.129_01 H</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2022:4164" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/Inachtnemingherstelarrest" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Herstelde arrest: ECLI:NL:GHSHE:2022:4164</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=31&amp;g=2017-09-01">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 31</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:408">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:408</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-17T08:40:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:408 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 02-02-2023 / 200.318.129_01 H</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2023:408:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolg op het arrest van 1 december 2022. Verzoek herstel op de voet van artikel 31 RV/ afgewezen, geen fout als bedoeld in artikel 31 Rv aan de orde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2023:408:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH    </emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team Handelsrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak	: 2 februari 2023</para>
    <para>Zaaknummer	: 200.318.129/01</para>
    <para>Zaaknummers EA	: C/03/308722 / FT RK 22/319 (vonnis faillietverklaring)</para>
    <para>: C/03/309637 / FT RK 22/353 (verzetprocedure)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [B.V. A ] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>appellante,</para>
    <para>hierna ook te noemen: [B.V. A - (indirect) bestuurder 1] , </para>
    <para>advocaat: mr. S.H.O. Aben te Weert,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [B.V. A ] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>verweerster,</para>
    <para>hierna ook te noemen: [B.V. A. - (indirect) bestuurder 2] ,</para>
    <para>advocaat: mr. A.J.T.M. Hendriks te Weert.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>belanghebbenden:</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">a. [B.V. 1] Holding B.V.</emphasis>,</para>
  <parablock>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] , </para>
    <para>hierna te noemen: [B.V. 1] ,</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">b. [B.V. 2] B.V.</emphasis>,</para>
  <parablock>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>hierna te noemen: [B.V. 2] ,</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">c. [B.V. 3] B.V.</emphasis>,</para>
  <parablock>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>hierna te noemen: [B.V. 3] ,</para>
    <para>advocaat: mr. M.M.M. Rooijen te Weert,</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">d. mr. H.A.W. van Wel in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [B.V. A ]</emphasis>, </para>
  <parablock>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>hierna te noemen: de curator,</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">e. mr. A.J.T.M. Hendriks,</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>wonend en kantoorhoudend te [kantoorplaats] ,</para>
    <para>advocaat: mr. Rooijen,</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">f. de vennootschap naar buitenlands recht [BVBA] BVBA</emphasis>,</para>
  <parablock>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] , België, </para>
    <para>hierna te noemen: [BVBA] ,</para>
    <para>advocaat: mr. Rooijen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In vervolg op het arrest van 1 december 2022.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het nader verzoek van de zijde van [B.V. A. - (indirect) bestuurder 2]</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op 30 december 2022 heeft mr. Hendriks, advocaat van [B.V. A. - (indirect) bestuurder 2] het volgend verzoek ingediend:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Edelachtbare Heer/Vrouwe,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Naar aanleiding van het arrest van 1 december 2022 bericht ik u als volgt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijns inziens is het dictum van dit arrest niet volledig duidelijk voor wat betreft de proceskostenveroordeling. Ik wil Uw Hof beleefd verzoeken deze onduidelijkheid te verbeteren ex artikel 31 Rv.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het dictum luidt als volgt: </emphasis>
          <?linebreak?>veroordeelt [B.V. A ] in de proceskosten van dit hoger beroep, en begroot die kosten overeenkomstig het liquidatietarief tot op heden aan de zijde van [B.V. A. - (indirect) bestuurder 2] op € 783,- voor griffierecht en € 2.228,- voor salaris advocaat.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Duidelijk is dat de proceskosten dus voldaan dienen te worden aan [B.V. A. - (indirect) bestuurder 2] . Dit is ook naar voren gekomen bij de aanduiding van partijen. Daar wordt steeds gesproken over [B.V. A - (indirect) bestuurder 1] enerzijds en anderzijds [B.V. A. - (indirect) bestuurder 2] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijns inziens diende aldus in het arrest van 1 december 2022 in het dictum</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te moeten staan: “veroordeelt [B.V. A - (indirect) bestuurder 1] in de proceskosten (…)”. Zodoende zou aanstonds duidelijk zijn dat [B.V. A - (indirect) bestuurder 1] in de proceskosten zou zijn veroordeeld.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit is mijns inziens ook in lijn met het oordeel ter zake de kosten van de curator gevallen na de uitspraak in eerste aanleg. In rechtsoverweging 3.8 van het arrest wordt immers een nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen [B.V. A - (indirect) bestuurder 1] en [B.V. A ] als vennootschap zelf (…)</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De passage “Voorts wordt [B.V. A ] als vennootschap die centraal staat (…)” dient in mijn visie zo gelezen te worden dat hier [B.V. A ] zelf wordt bedoeld, zulks ter onderscheiding van [B.V. A - (indirect) bestuurder 1] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie moet dan dus zijn dat [B.V. A - (indirect) bestuurder 1] de proceskostenveroordeling dient te dragen van [B.V. A ] ten opzichte van [B.V. A. - (indirect) bestuurder 2] . Gelieve het arrest op dit punt te verbeteren door in het dictum achter [B.V. A ] toe te voegen “( [B.V. A - (indirect) bestuurder 1] )” in elk geval ten aanzien van het hiervoor aangehaalde dictumonderdeel.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een afschrift van dit schrijven wordt per gelijke post toegezonden aan mr. Aben”</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Op 4 januari 2023 heeft mr. Van Rooijen, advocaat van [B.V. A. - (indirect) bestuurder 2] het volgende in reactie op het verzoek van zijn kantoorgenoot bericht:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Inzake opgemeld bericht ik u dat er geen bezwaar bestaat tegen de verzochte aanvulling/verbetering. Het verzoek van mr. Hendriks is logisch en invoelbaar.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een afschrift van dit schrijven wordt per gelijke post toegezonden aan mr. Aben en mr. Hendriks”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 16 januari 2023 heeft mr. Aben in reactie op de rieven van mr. Hendriks en Van Rooijen het volgende geantwoord: <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Ondergetekende zag de brief van mr. Hendriks van 30 december 2022 houdende diens verzoek het dictum van het arrest ingevolge artikel 31 Rv. te verbeteren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daartegen wordt namens cliënte bezwaar gemaakt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verzoek van mr. Hendriks behelst niet de verbetering van een "kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent". Hij verzoekt een partij in de proceskosten te veroordelen die geen procespartij is. Dat uw hof aan de appellerende partij, [B.V. A ] BV, verschillende typeringen heeft gegeven maakt dit niet anders. Uw hof heeft daar bewust voor gekozen. Dit berust dan ook niet op een kennelijke fout. Nog daargelaten dat aantasting de facto een integrale herziening van de systematiek en redactie van het arrest zou impliceren.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Om voormelde redenen wordt uw hof verzocht het verzoek af te wijzen”. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De nadere beslissing op het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Het verzoek dat is gedaan onder verwijzing naar artikel 31 Rv, is klaarblijkelijk een verzoek tot verbetering van een “<emphasis role="italic">kennelijke schrijffout</emphasis>”, erin bestaande dat volgens verzoeker het hof in de geciteerde passage van het dictum verzuimd heeft achter de eerste woorden [B.V. A ] <emphasis role="italic">“( [B.V. A - (indirect) bestuurder 1] ”)</emphasis> in te voegen, zodat aanstonds duidelijk zou zijn dat [B.V. A - (indirect) bestuurder 1] in de proceskosten is veroordeeld. Mr. Aben heeft het verzoek bestreden zoals hierboven weergegeven, in de kern aangevend dat het hof volgens hem bewust gekozen heeft voor de bestreden woorden/woordkeuze.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Het hof heeft inderdaad bewust op de wijze zoals in de beschikking is neergelegd <emphasis role="bold italic">[B.V. A ]</emphasis> als de in deze procedure centraal staande entiteit in de proceskosten veroordeeld van [B.V. A. - (indirect) bestuurder 2] , net zoals in de kosten van de curator. Van een schrijffout of andere fout als bestreken door artikel 31 Rv is derhalve geen sprake.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Het verzoek zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>De aard van de procedure leidt ertoe dat een proceskostenveroordeling achterwege dient te blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.<?linebreak?></para>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. R.R.M. de Moor, B.E.L.J.C. Verbunt en C.M. Molhuysen en is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>