<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:544</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T15:07:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.303.327_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2021:5911" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2021:5911</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:544">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:544</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T14:52:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:544 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 22-02-2022 / 200.303.327_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:544:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijk, hoger beroep van tussenvonnis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:544:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH </bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.303.327/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 22 februari 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [appellant] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.W.J. Schoonbrood te Heerlen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vaartlanddirect.nl B.V., tevens handelend onder de naam Vaartlanddirect.nl B.V. en Vaartland.nl,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te in de [vestigingsplaats] en kantoorhoudend te [kantoorplaats] , en mede kantoorhoudend te [kantoorplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna aan te duiden als Vaartlanddirect,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op de door het hof op 14 december 2021 gegeven rolbeslissing in het hoger beroep van het onder zaaknummer 8889658 CV EXPL 20-5849 door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, tussen partijen gewezen vonnis van 21 juli 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het tegen Vaartlanddirect verleende verstek;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voormelde rolbeslissing van 14 december 2021.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij  rolbeslissing van 14 december 2021 heeft de rolraadsheer geconstateerd dat het vonnis waarvan beroep een tussenvonnis is, aangezien uit dit vonnis niet is gebleken dat de rechtbank door een uitdrukkelijk dictum omtrent enig deel van het gevorderde reeds een einde aan het geding heeft gemaakt. [appellant] is daarop in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep (AP). [appellant] heeft naar aanleiding hiervan geen akte genomen en zich dus niet uitgelaten over de ontvankelijkheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 337 lid 2 Rv is tussentijds hoger beroep van een tussenvonnis, niet zijnde een provisioneel vonnis, uitgesloten, tenzij de rechter die de uitspraak heeft gedaan anders heeft bepaald, hetzij in de bestreden tussenuitspraak zelf, hetzij bij afzonderlijke beslissing op een binnen de beroepstermijn gedaan daartoe strekkend verzoek. Bij gebreke van een zodanige beslissing van de rechter die de bestreden tussenuitspraak heeft gedaan, dient [appellant] die tussentijds beroep instelt, in dit beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard, zonodig ambtshalve (zie HR 14 juli 2006, ECLI:NL:HR: 2006:AV9442).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het hof constateert dat in het bestreden vonnis niet is bepaald dat tussentijds hoger beroep van het vonnis openstaat. Niet gebleken is dat [appellant] de kantonrechter (tijdig) heeft verzocht tussentijds hoger beroep toe te staan van het bestreden tussenvonnis. Dat betekent dat tegen het bestreden vonnis op het moment van het instellen van het hoger beroep in deze zaak geen hoger beroep open stond. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Een en ander leidt tot de conclusie dat [appellant] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de kosten van dit hoger beroep, aan de zijde van Vaartlanddirect tot aan deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 februari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>