<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-04T12:35:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-002683-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:443">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-04T12:34:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:443 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 27-01-2022 / 20-002683-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:443:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>gepubliceerd in verband met het ingesteld cassatieberoep</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:443:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>Parketnummer: 20-002683-20 </title>
    <para>Uitspraak	: 27 januari 2022</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>TEGENSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, locatie </para>
      <para>’s Hertogenbosch, van 27 november 2020, in de strafzaak met parketnummer 01-283577-19 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995, </para>
      <para>wonende te [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde gevangenisstraf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat het hof de vordering tot een bedrag van € 1.250,00 zal toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedings-maatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verweer gevoerd ten aanzien van een deel van de bewezenverklaring alsmede ten aanzien van de opgelegde straf. Verder heeft de raadsman bepleit dat het hof de verplichting tot schadevergoeding zal matigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks de periode van 17 augustus 2019 tot en met 18 augustus 2019 te Helmond, althans in het arrondissement Oost-Brabant, in ieder geval in Nederland, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte: </para>
    </parablock>
    <para>- meerdere malen, althans eenmaal, de borst(en) van die [slachtoffer] betast/aangeraakt en/of </para>
    <para>- meerdere malen, althans eenmaal, met zijn, verdachtes, vinger(s) de vagina van die [slachtoffer] betast/aangeraakt en/of</para>
    <para>- meerdere malen, althans eenmaal, die [slachtoffer] gekust en/of</para>
    <para>- meerdere malen, althans eenmaal, zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]   geduwd/gebracht en/of gehouden en/of </para>
    <para>- meerdere malen, althans eenmaal, zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden en/of </para>
    <para>- meerdere malen, althans eenmaal, zijn, verdachtes, vinger(s) in de anus van die [slachtoffer] gebracht/geduwd en/of gehouden en/of </para>
    <para>- meerdere malen, althans eenmaal, zich laten aftrekken door die [slachtoffer] en/of</para>
    <para>- meerdere malen, althans eenmaal, die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis laten vasthouden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 18 augustus 2019 te Helmond met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, </para>
      <para>ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen </para>
      <para>van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte:</para>
    </parablock>
    <para>- de borst(en) van die [slachtoffer] betast/aangeraakt en</para>
    <para>- met zijn vinger(s) de vagina van die [slachtoffer] betast/aangeraakt en</para>
    <para>- die [slachtoffer] gekust en</para>
    <para>- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en gehouden en </para>
    <para>- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en gehouden en </para>
    <para>- zich laten aftrekken door die [slachtoffer] en </para>
    <para>- die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis laten vasthouden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_9f144916-4ad2-418d-8730-034c4a28c3ee" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 19 augustus 2019 (pag. 75-85), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] :</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: vraag verbalisant </para>
      <para>A: antwoord aangeefster</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(p. 75)</para>
      <para>Ik doe aangifte van seksueel misbruik op het adres [adres 2] , in de vroege ochtend van 18 augustus 2019.</para>
      <para>Zaterdagavond 17 augustus (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: 2019</emphasis>) was ik bij een vriendin [getuige 1] (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: [getuige 1]</emphasis>) slapen. Daarna zijn we naar een vriend van haar geweest, [betrokkene 1] , daar waren nog meer vrienden aanwezig genaamd [verdachte] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en nog een jongen waarvan ik de naam niet weet. (..) Zij hadden lachgas staan en ballonnen. Zij vroegen of wij dat ook gingen gebruiken en ik zei dat ik dat al een paar keer had gedaan. Ik heb toen wat van dat lachgas genomen. </para>
      <para>(p. 76)</para>
      <para>Toen deed hij mijn broek en onderbroek omlaag. Hij begon mij toen te vingeren. (..) Het werd toen voor mij een beetje wazig, ik besefte het niet echt wat er gebeurde. Voor dat ik het wist had hij seks met mij. (..) </para>
      <para>Hij zei laat mij even want ik wil klaarkomen. Toen hij was klaargekomen ben ik weggegaan. Ik ben toen naar beneden gegaan en toen besefte ik nog steeds niet wat er gebeurd was. (..) Toen wij weggingen werden wij door [betrokkene 2] en [verdachte] thuisgebracht. (..) </para>
      <para>Toen wij bij haar thuis waren vroeg [getuige 1] wat er gebeurd was en toen heb ik dat verteld. Ik besefte toen pas wat er precies was gebeurd. Daarna ben ik naar huis gegaan en mama was nog niet thuis. Daarna ben ik naar de moeder van mijn vriend, genaamd [getuige 2] (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: getuige [getuige 2]</emphasis>), gegaan en daar heb ik tegen verteld wat er gebeurd was. Daarna ben ik samen met [getuige 2] naar mama gegaan en toen heb ik mama verteld wat er gebeurd was. (..)</para>
      <para>V: Hoe heet [getuige 1] nog meer?</para>
      <para>A: [getuige 1] .</para>
      <para>(p. 77)</para>
      <para>V: Hoe oud zijn die jongens?</para>
      <para>A: [betrokkene 1] is volgens mij 17 en de rest is volgens mij boven de 18 jaar.</para>
      <para>V: Hoe weet je dat? Er werd gevraagd hoe oud ik was. Ik heb toen gezegd dat ik 15 jaar oud was (..). </para>
      <para>V: Wat deed het lachgas met jou toen je dat gebruikte?</para>
      <para>A:  Ik kreeg daarvan een zweverig gevoel en ik werd wat lichter in mijn hoofd.</para>
      <para>(p. 78)</para>
      <para>Hij (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: verdachte [verdachte]</emphasis>) had mij aan mijn pols en liep zo met mij mee naar boven naar een kamer, de trap op meteen een kamer links (..) Hij sloeg zijn arm om mij heen en ging over mijn shirt heen aan mijn borsten zitten. Hij zat links naast mij. Ik voelde dat hij mijn borst streelde. </para>
      <para>(..) Hij ging over mijn broek heen over mijn vagina strelen. (..) We gingen naar de zijkant van het bed. (..) en toen deed hij mijn broek en onderbroek omlaag.</para>
      <para>(p. 79)</para>
      <para>Toen ik op het bed zat duwde hij mij op bed. Ik kwam toen op mijn rug terecht en mijn voeten waren toen ook op het bed. Toen hij mij op het bed had geduwd heeft hij mij gevingerd. Met 2 vingers. (..) Daarna had hij seks met mij. (..) Hij deed toen zijn penis in mijn vagina. </para>
      <para>(p. 80) </para>
      <para>Ik lag op mijn rug en hij lag op mij. Het stopte toen hij was klaargekomen. </para>
      <para>V: Waar bleef zijn sperma dan?</para>
      <para>A: Hij had een condoom om. (..) Hij had mij eerst gevingerd. Hij stond toen op en deed zijn broek en onderbroek omlaag en toen moest ik hem aftrekken. (..) Hij heeft mij ook gezoend op mijn lippen. Dat was ook met een tong. </para>
      <para>(p. 81)</para>
      <para>Hij zelf heeft dat condoom omgedaan. Bij het aftrekken zat het condoom er al om. Hij is toen niet klaargekomen, dat was pas bij de seks. </para>
      <para>(p. 83)</para>
      <para>Wij (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: [slachtoffer] en [getuige 1]</emphasis>) zijn door [betrokkene 2] en [verdachte] naar huis gebracht. (..) Ik ben toen bij [getuige 1] blijven slapen en pas de volgende morgen naar huis gegaan. (..) Toen ik bij [getuige 1] was, heb ik de moeder van mijn vriend al geappt met de vraag of ik die middag nog langs kon komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 augustus 2019 (pag. 134-141), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - als verklaring van getuige [getuige 1] :</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>(p. 135)</para>
      <para>Een vriend van mij had (<emphasis role="italic">hof: zaterdagavond 17 augustus 2019</emphasis>) gevraagd of wij (<emphasis role="italic">hof: getuige [getuige 1] en [slachtoffer]</emphasis>) naar hen wilden komen. (..)</para>
      <para>
        [slachtoffer] was zaterdag 17 augustus (<emphasis role="italic">hof: 2019</emphasis>) rond 19.00 uur bij mij. Omstreeks 03.00 uur zijn wij opgehaald en zijn wij naar een bovenwoning gegaan. (..) Toen wij binnenkwamen waren er al drie jongens.</para>
      <para>(p. 136)</para>
      <para>
        [verdachte] heet de jongen die met [slachtoffer] boven was. </para>
      <para>(p. 138) </para>
      <para>Ze (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: [slachtoffer]</emphasis>) heeft verteld dat zij 15 jaar was.</para>
      <para>(p. 139) </para>
      <para>
        [slachtoffer] en ik zijn toen (<emphasis role="italic">hof: p. 140, omstreeks 06.00 uur</emphasis>) door [verdachte] en een andere jongen naar huis gebracht. [slachtoffer] heeft mij toen verteld dat zij gewoon seks had gehad met [verdachte] . Dat zij onderop lag en hij bovenop haar lag. Dat hij een condoom had gebruikt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 oktober 2019, met bijlage (pag. 119-133),  voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] :</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 18 augustus 2019 werd uit handen van aangeefster [slachtoffer] haar telefoon in beslag genomen teneinde deze uit te lezen. Deze telefoon, een iPhone 7 plus, werd overgedragen aan de digitale recherche welke een zogenaamde "image" heeft gemaakt van de inhoud van haar telefoon. (..). Bij het uitkijken van de veiliggestelde digitale gegevens kwam er een WhatsApp gesprek naar voren. Dat betreft een gesprek tussen [getuige 1] en [slachtoffer] . De telefoonnummers welke zijn gebruikt om te WhatsAppen zijn respectievelijk de </para>
      <para>telefoonnummers van [getuige 1] en [slachtoffer] . De inhoud van dit gesprek gaat over dat [slachtoffer] </para>
      <para>aan [getuige 1] vraagt wie de jongeman was die haar geneukt had. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(p. 120)</para>
      <para>Bijlage (extraction report Apple iPhone Logical Whatsapp-gesprek), </para>
      <para>(p. 121)</para>
      <para>Deelnemers Whatsapp.net:</para>
      <para>
        [getuige 1] [telefoonnummer 1] en [slachtoffer] (owner) [telefoonnummer 2] </para>
      <para>(p. 123)</para>
      <para>18 augustus 2019 te 15:47:41 uur ( [slachtoffer] ): Hoe heette hun </para>
      <para>18 augustus 2019 te 15:54:06 uur ( [getuige 1] ): [verdachte] en [betrokkene 1]</para>
      <para>(p. 124)</para>
      <para>18 augustus 2019 te 16:09:31 uur ( [slachtoffer] ): En die mij ‘verkrachte’</para>
      <para>18 augustus 2019 te 16:09:59 uur ( [getuige 1] ): Uhm [verdachte] was da toch </para>
      <para>(p. 126)</para>
      <para>18 augustus 2019 te 16:12:05 uur ( [slachtoffer] ): Dus die gene die mij echt heb geneukt is [verdachte] ofs </para>
      <para>18 augustus 2019 te 16:12:13 uur ( [getuige 1] ): Ja</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 augustus 2019, met bijlage (pag. 93-116), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] :</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betreft: digitaal onderzoek zoekslagen telefoon [slachtoffer] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 augustus 2019 stelde ik een onderzoek in naar de veiliggestelde gegevens afkomstig van het toestel van het merk Apple, type iPhone 7 Plus. Aan mij werd verzocht te onderzoeken wat voor zoekslagen op het internet zijn gedaan met voornoemd toestel in de periode 18 augustus 2019 te 00:00 uur en 19 augustus 2019 te 24:00 uur. Ik zag dat er in deze periode diverse zoektermen waren ingevoerd in de Safari web browser. Ik zag dat er op Google onder andere was gezocht op de woorden:</para>
      <para>“seksueel misbruik”</para>
      <para>“seksueel geweld”</para>
      <para>“iemand vertellen dat je verkracht bent”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bijlage 1</emphasis>
      </para>
      <para>(p. 110)</para>
      <para>nr. 106: Safari Source file iPhone van [slachtoffer] :</para>
      <para>18/08/2019, 07:43:41: zoekterm: <emphasis role="italic">seksueel misbruik</emphasis>.</para>
      <para>(p. 108)</para>
      <para>nr. 93: Safari Source file iPhone van [slachtoffer] :</para>
      <para>18/08/2019, 07:45:06: zoekterm: <emphasis role="italic">seksueel geweld</emphasis></para>
      <para>(p. 96): </para>
      <para>Nr. 18: Safari Source file iPhone van [slachtoffer] :</para>
      <para>18/08/2019, 14:51:03: zoekterm: <emphasis role="italic">iemand vertellen dat je verkracht bent. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">5. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 16 september 2019 (pag. 162-165), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2] :</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>(p. 162)</para>
      <para>
        [slachtoffer] heeft verkering met mijn zoon [naam 1] . </para>
      <para>(p. 163)</para>
      <para>
        [slachtoffer] was bij ons (<emphasis role="italic">het hof begrijpt op 18 augustus 2019</emphasis>) en heeft in eerste instantie gezegd dat zij iets wilde komen vertellen. (..) [slachtoffer] vertelde toen dat zij de avond daarvoor, samen met [getuige 1] , naar jongens was gegaan en dat daar iets was gebeurd.(..) Daarna ben ik met haar naar haar moeder gegaan. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>Toen vertelde [slachtoffer] dat zij bij [getuige 1] was geweest, dat zij samen met [getuige 1] naar jongens was geweest die zijzelf niet kende maar [getuige 1] wel, dat die jongens daar ballonnen hadden gebruikt en zijzelf ook, dat een van die jongens dingen bij haar gedaan had die zij niet wilde. (..) Toen vroeg moeder direct aan [slachtoffer] : "Is hij in jou klaargekomen?". Waarop [slachtoffer] zei: "Ja".</para>
      <para>(..) De datum weet ik niet meer. Ik weet wel dat wij haar ’s middags om 14.00 uur bij het station [locatie] hebben opgehaald en dat wij die middag om 16.00 uur bij haar moeder waren.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Noot verbalisanten:</emphasis>
      </para>
      <para>Getuige vertelt dat zij op 18 augustus (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: 2019</emphasis>) om 12.11 uur een appje heeft gekregen van [slachtoffer] waarin staat te lezen: "Ik moet even iets kwijt en ik weet niet bij wie anders".</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">6. Proces-verbaal forensisch medisch onderzoek CSG Eindhoven d.d. 23 augustus 2019 (pag. 19-20), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] :</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 18 augustus 2019 werd een forensisch medisch onderzoek verricht bij [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] .</para>
      <para>(p. 20) </para>
      <para>Door de forensisch arts M. Nagtegaal werden 36 bemonsteringen veiliggesteld middels een zedenset. Deze zedenset werd na het onderzoek aan mij, verbalisant, overhandigd en veiliggesteld onder SIN ZAAC9942NL.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">7. Het NFI-rapport d.d. 28 oktober 2019 met betrekking tot onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van een zedenmisdrijf gepleegd in Helmond op 18 augustus 2019 (pag. 172-178), inhoudende als bevindingen van rapporteur ing. J.H.C. Gits :</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>(p. 172)</para>
      <para>Vraagstelling:</para>
      <para>Politie Eenheid Oost-Brabant heeft verzocht (..) onderzoeksset zedendelicten ZAAC9942NL van slachtoffer [slachtoffer] te onderzoeken op de aanwezigheid van humane biologische sporen en DNA, het referentiemateriaal van slachtoffer [slachtoffer] te onderwerpen aan een DNA-onderzoek en de verkregen DNA-profielen met elkaar te vergelijken. Tevens is verzocht het DNA-profiel van verdachte [verdachte] te betrekken bij het vergelijkend DNA-onderzoek. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen (..) of er DNA van een ander dan een ander dan het slachtoffer in de bemonsteringen aanwezig is en wie dat DNA afkomstig kan zijn.</para>
      <para>(p. 173)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoeksset zedendelicten ZAAC9942NL van slachtoffer [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
      <para>In de onderzoeksset zijn 26 lichaamsbemonsteringen en 10 nagelbemonsteringen aanwezig. In overleg met [verbalisant 4] van Politie Eenheid Oost-Brabant zijn vijf bemonsteringen van de vagina en schaamlippen onderworpen aan een onderzoek naar sperma(vloeistof) en bloed. De resultaten van dit onderzoek staan vermeld in tabel 1. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tabel 1 Overzicht resultaten onderzoek naar biologische sporen</title>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="5">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <colspec colname="colD" />
        <colspec colname="colE" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Omschrijving van de bemonstering</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>(..)</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Aanwijzing spermavloeistof</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>bloed</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Veiliggesteld voor DNA-onderzoek als:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>23 diep vaginaal</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>(..)</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>ja</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>ja</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>ZAAC9942NL#05</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een Y-chromosomaal DNA- </para>
      <para>Onderzoek:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ZAAC9942NL#05:  bemonstering uit de onderzoeksset zedendelicten van slachtoffer [slachtoffer] .</para>
      <para>WAAA6538NL: een referentiemonster wangslijmvlies van verdachte [verdachte]</para>
      <para>(geboren op 11 juni 1995)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(p. 174)</para>
      <para>Van referentiemonster wangslijmvlies WAAA6568NL van slachtoffer [slachtoffer] is een DNA-profiel verkregen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek en omdat het bemonsteringen van haar lichaam zijn, wordt aangenomen dat bemonsteringen </para>
      <para>ZAAC9942NL#01 t/m #05 DNA bevatten dat afkomstig is van slachtoffer [slachtoffer] .</para>
      <para>(..) In bemonstering ZAAC9942NL#05 (diep vaginaal) is een aanwijzing verkregen voor de </para>
      <para>aanwezigheid van een relatief geringe hoeveelheid mannelijk DNA.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(p. 175)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Resultaten, interpretatie en conclusie Y-chromosomaal DNA-onderzoek </emphasis>
      </para>
      <para>Van het referentiemateriaal WAAA6538NL van verdachte [verdachte] en het mannelijke DNA in bemonstering ZAAC9942NL#05 (diep vaginaal) zijn Y-chromosomale DNA-profielen verkregen. Deze Y-chromosomale DNA- profielen komen met elkaar overeen. Dit betekent dat het mannelijke DNA in deze bemonstering afkomstig kan zijn van verdachte [verdachte] of van een in de mannelijke lijn aan hem verwante man.</para>
      <para>(p. 176)</para>
      <para>Om de bewijskracht van de match te kunnen formuleren in verbale termen van waarschijnlijkheid is het onderstaand hypothesepaar beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hypothese 3: </para>
      <para>Bemonstering ZAAC9942NL #05 bevat mannelijk DNA dat afkomstig is van verdachte [verdachte] of van een in de mannelijke lijn aan hem verwante man.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hypothese 4: </para>
      <para>Bemonstering ZAAC9942NL #05 bevat mannelijk DNA dat niet afkomstig is van verdachte [verdachte] , maar van een willekeurig gekozen, niet in de mannelijke lijn aan [verdachte] verwante man.</para>
      <para>De verkregen resultaten zijn <emphasis role="underline">zeer veel waarschijnlijker</emphasis> als hypothese 3 waar is, dan als </para>
      <para>hypothese 4 waar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(p. 177)</para>
      <para>Bewijskracht van de resultaten van vergelijkend DNA-onderzoek</para>
      <para>(..)</para>
      <para>De bevindingen van het onderzoek zijn:</para>
      <para>(..) zeer veel waarschijnlijker (10.000 – 1.000.000) … wanneer hypothese .. waar is, dan wanneer hypothese .. waar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">8. De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg op 13 november 2020, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik bevond mij op 18 augustus 2020 in een woning aan [adres 2] </para>
      <para> . Ik was daar met onder meer met [betrokkene 2] en [betrokkene 1] . Ergens tussen 03:00 uur </para>
      <para>en 04:00 uur kwamen twee meisjes binnen. (..) De meisjes hebben ook lachgas gebruikt. Ik ben met een van die meisjes naar boven gegaan. We hebben elkaar gekust en aangeraakt. Ik heb haar vagina met mijn vingers aangeraakt en heb haar gevingerd. Zij heeft met haar handen aan mijn penis gezeten. Zij heeft mij afgetrokken. Ik had een condoom om. Ik kwam klaar. Ik zat met mijn vingers aan en in haar vagina. </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">9. De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 13 januari 2022, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klopt dat ik een condoom heb omgedaan. Het was een mooi meisje, misschien ging er iets gebeuren. Zij betastte mijn lichaam en ik betastte haar lichaam. Ik dacht dat er misschien wel seks van zou komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ook in hoger beroep bepleit dat voor wat betreft de feitelijke toedracht uit dient te worden gegaan van de verklaring van de verdachte en dat de bewezenverklaring dient te wordt beperkt tot de door de verdachte erkende ontuchtige handelingen. Dit betekent dat de bewezenverklaring ter zake van seksuele penetratie dient te worden beperkt tot vingers in de vagina nu er voor het penetreren met de penis slechts de verklaring van aangeefster voorligt, welke verklaring niet wordt ondersteund door enig bewijs dat afkomstig is van een andere bron dan aangeefster zelf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte, ten tijde van het tenlastegelegde feit 24 jaar oud, wordt verweten dat hij in de nacht van 17 op 18 augustus 2019 in een woning aan [adres 2] met de destijds 15-jarige [slachtoffer] , ontuchtige handelingen heeft verricht, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam in de zin van artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 18 augustus 2019 omstreeks 18.00 uur is er aan verbalisanten doorgegeven dat er een melding was binnengekomen van een mogelijke verkrachting van een meisje, genaamd [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), waarna omstreeks 20.20 uur een informatief gesprek met haar op het politiebureau heeft plaatsgevonden, gevolgd door een medisch forensisch onderzoek diezelfde avond (proces-verbaal hoofd ambtelijk verslag p. 6). Vervolgens heeft [slachtoffer] op 19 augustus 2019 aangifte gedaan. In deze aangifte heeft zij verklaard dat zij in de nacht van 17 op 18 augustus 2019 bij haar vriendin [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ) verbleef en dat zij en [getuige 1] (hof: omstreeks 03.00 uur aldus [getuige 1] ) naar de woning aan [adres 2] waren gegaan waar zich een vriend van [getuige 1] bevond en nog een aantal andere jongens. Ze hadden daar lachgas gebruikt en één van de jongens, de verdachte, had haar mee naar boven genomen naar een kamer. De aangeefster heeft verklaard dat de verdachte eerst haar borsten heeft gestreeld en dat hij toen haar broek en onderbroek omlaag deed, haar op het bed duwde en vervolgens haar - gelegen op het bed - heeft gevingerd. Daarna heeft zij de verdachte, die naast het bed was gaan staan en een condoom had omgedaan, op zijn verzoek afgetrokken. Voorts heeft de aangeefster verklaard dat zij daarna seks hebben gehad op het bed waarbij de verdachte zijn penis in haar vagina bracht en dat hij toen is klaargekomen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg volgt dat hij de betreffende nacht in de voormelde woning aanwezig was, dat hij de aangeefster mee naar boven heeft genomen, dat hij haar heeft gezoend en aangeraakt, met zijn vingers haar vagina heeft aangeraakt en gepenetreerd en dat zij hem heeft afgetrokken. In zoverre stemt de verklaring van de verdachte overeen met de verklaring van de aangeefster. De verdachte heeft ontkend dat hij de borsten van de aangeefster heeft aangeraakt en dat hij haar vaginaal met zijn penis zou hebben gepenetreerd. In hoger beroep heeft de verdachte deze verklaring herhaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vooraleerst overweegt het hof dat in artikel 342, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering wordt bepaald dat een bewezenverklaring niet uitsluitend op de verklaring van één getuige kan worden gebaseerd. Uit vaste rechtspraak volgt echter ook dat dit zogeheten bewijs-minimum voor de tenlastelegging in haar geheel geldt en niet voor ieder onderdeel daarvan. Het is voldoende wanneer een belastende verklaring op bepaalde punten bevestiging vindt in (een) ander(e) bewijsmiddelen afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Tussen de belastende verklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal mag echter geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband.</para>
      <para>Gelet op de inhoud van de deels bekennende verklaring van de verdachte is in zoverre reeds </para>
      <para>voldaan aan het vereiste van het bewijsminimum ter zake van alle tenlastegelegde </para>
      <para>ontuchtige handelingen. Immers, niet is vereist dat alle tenlastegelegde handelingen </para>
      <para>(dubbel) worden bevestigd door een ander bewijsmiddel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel het hof geen enkele aanleiding ziet om aan de juistheid van de verklaring van aangeefster te dier zake te twijfelen, acht het hof evenals de rechtbank vanwege het verregaande ontuchtige en daarmee strafverzwarende karakter van het betwiste vaginaal penetreren met de penis echter van belang dat deze handeling wordt ondersteund door een ander bewijsmiddel. Dat geldt niet voor het gestelde betasten/aanraken van de borst(en). Dat is in het licht van alle verwijten een handeling van ondergeschikt belang die bovendien past in de door de aangeefster en de verdachte geschetste setting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is er voldoende overtuigend steunbewijs voor de verklaring van aangeefster dat er ook sprake was van vaginaal penetreren door de verdachte met zijn penis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>a.</para>
      <para>In de loop van 18 augustus 2019 heeft zij op meerdere momenten een zogenoemde disclosure gegeven. De aangeefster heeft verklaard dat zij pas toen zij vroeg in de ochtend weer thuis was bij [getuige 1] besefte wat er precies was gebeurd (p. 76). Ze heeft toen met [getuige 1] gedeeld dat zij ‘gewoon seks’ had gehad met de jongen die haar mee naar boven had genomen, dat zij op haar rug lag en dat hij bovenop haar had gelegen en dat hij een condoom had gebruikt (p. 139). </para>
      <para>Op internet heeft zij die ochtend, onder meer om 07:43 uur en 07:45 uur, gezocht naar termen als ‘seksueel misbruik’ en ‘seksueel geweld’. Het hof begrijpt dit aldus dat aangeefster voor zichzelf heeft willen duiden wat haar was overkomen. </para>
      <para>Om 12.11 uur heeft zij getuige [getuige 2] , de moeder van haar vriend, geappt met de mededeling: “<emphasis role="italic">ik moet even iets kwijt en ik weet niet bij wie anders</emphasis>” (p. 164). Rond 14.00 uur is zij door [getuige 2] bij het station opgehaald en naar het huis van [getuige 2] gegaan, waarna zij</para>
      <para>samen in de loop van de middag naar de moeder van aangeefster zijn gegaan om te vertellen wat er was gebeurd. Getuige [getuige 2] verklaart daarover dat op de vraag van de moeder van aangeefster of de jongen in haar, [slachtoffer] , was klaargekomen, [slachtoffer] bevestigend antwoordde (p. 163). In de periode tussen 14.00 uur en 16.00 uur heeft aangeefster op internet nog op de term “iemand vertellen dat je verkracht bent” gezocht.</para>
      <para>In een whatsapp-bericht van aangeefster aan [getuige 1] , verstuurd die middag omstreeks 16.00 uur, is voorts te lezen: “<emphasis role="italic">Dus diegene die mij echt heeft geneukt is [verdachte]</emphasis>” (p. 126). Het hof ziet in voornoemde uitlatingen van aangeefster ondersteuning voor haar verklaring dat de verdachte haar vagina met zijn penis heeft gepenetreerd. De door aangeefster uitgevoerde zoekslagen op internet passen voorts geheel bij het beeld dat uit het dossier naar voren komt, te weten het door een 15 jarig meisje naderhand trachten te duiden wat haar die nacht was overkomen terwijl zij onder invloed van lachgas verkeerde en vervolgens het door dat meisje worstelen met het aan haar (schoon)moeder vertellen van hetgeen ze had meegemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>b.</para>
      <para>Ook in de omstandigheid dat de verdachte erkend heeft dat hij een condoom had omgedaan ziet het hof ondersteuning voor voornoemde verklaring van aangeefster. Hieruit kan immers worden afgeleid dat de verdachte er op dat moment op anticipeerde dat er geslachtsgemeenschap tussen hem en de aangeefster zou gaan plaatsvinden. Dat volgt ook uit zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat het een mooi meisje was, dat zij hem betastte en hij haar en dat hij dacht dat er misschien wel seks van zou komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>c.</para>
      <para>Tot slot biedt ook het NFI-rapport d.d. 28 oktober 2019 ondersteuning voor de verklaring van aangeefster dat de verdachte haar vaginaal gepenetreerd heeft met zijn penis. Uit dit rapport volgt dat er zich in de diep vaginale bemonstering (ZAAC9942NL#05) sprake is van een aanwijzing voor de aanwezigheid van spermavloeistof, hetgeen duidt op geslachtsgemeenschap. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het Y-chromosomaal DNA-onderzoek blijkt dat de bevindingen van het onderzoek dat de bemonstering ZAAC9942NL#05 mannelijk DNA bevat dat afkomstig is van verdachte [verdachte] (of van een in de mannelijke lijn aan hem verwante man) zeer veel waarschijnlijker is dan dat dit mannelijk DNA niet afkomstig is van verdachte [verdachte] , maar van een willekeurig gekozen, niet in de mannelijke lijn aan [verdachte] verwante, man. Uit het dossier volgt niet dat het DNA-spoor afkomstig is van een in de mannelijke lijn aan de verdachte verwante man. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft betoogd dat de resultaten van het DNA-onderzoek niet kunnen worden gebruikt tot bewijs van de vaginale penetratie met de penis nu de diep vaginaal aangetroffen DNA-sporen ook op een andere wijze kunnen zijn overgebracht, zoals bijvoorbeeld doordat na het aftrekken sperma op de vingers van de verdachte is beland en vervolgens bij het vingeren diep in de vagina zijn gekomen. </para>
      <para>Het hof gaat aan dit verweer voorbij nu uit de verklaring van aangeefster blijkt dat er eerst sprake was van vingeren, dat de verdachte daarna een condoom omdeed en aangeefster de verdachte vervolgens heeft afgetrokken. Gelet op deze volgorde van gebeurtenissen acht het hof het niet aannemelijk dat het diep vaginale DNA-spoor door middel van vingeren zou zijn overgebracht. Voorts overweegt het hof dat de omstandigheid dat de verdachte een condoom droeg tijdens de penetratie de aanwezigheid van spermasporen in de vagina niet uitsluit, nu ook sprake kan zijn geweest van een gescheurd condoom. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het al voorgaande acht het hof ook bewezen dat de verdachte - ondanks dat hij dit heeft ontkend - de borsten van aangeefster heeft betast/aangeraakt en dat hij zijn penis in de vagina van aangeefster heeft geduwd, gebracht en gehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de </para>
      <para>feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen sanctie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam, met het destijds 15-jarige slachtoffer. De verdachte heeft het slachtoffer onder meer vaginaal met zijn vingers gepenetreerd en haar ook vaginaal gepenetreerd met zijn penis. Ook heeft hij haar borst(en) betast en zich door haar laten bevredigen. De verdachte was op dat moment 24 jaar oud. Gelet op de verklaring van [getuige 1] (p. 138) was de verdachte op de hoogte van de leeftijd van het slachtoffer. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ook verklaard dat hij wist dat seks met een minderjarige strafbaar is. Door het leeftijdsverschil van negen jaar was evident sprake van een ongelijkwaardige verhouding en verschillende levensfasen. Bovendien had het slachtoffer in het bijzijn van de verdachte lachgas gebruikt. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van lachgas ertoe leidt dat de gebruiker in een soort roes komt te verkeren. Het slachtoffer heeft daarover verklaard dat zij zweverig was en pas na thuiskomst besefte wat er gebeurd was. De verdachte heeft misbruik gemaakt van zijn overwicht en de minder weerbare gemoedstoestand van het slachtoffer. Hij heeft door zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en haar lichamelijke integriteit op grove wijze aangetast. Hij heeft onder kwalijke omstandigheden zijn eigen seksuele behoefte boven de belangen van het slachtoffer gesteld, waaronder haar recht op een ongestoorde seksuele ontwikkeling. Jeugdige slachtoffers van seksueel misbruik ondervinden daar niet zelden nog jarenlang last van op psychische en seksueel gebied. Ook in hoger beroep heeft het slachtoffer op indringende wijze verklaard over de impact die het gedrag van de verdachte op haar heeft gehad en nog steeds heeft.</para>
      <para>Het hof rekent dit alles de verdachte, die ter terechtzitting er geen blijk van heeft gegeven dat hij de laakbaarheid van zijn handelen inziet, zwaar aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft tevens acht geslagen op de inhoud van het de verdachte betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 16 november 2021, alsmede op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan door de raadsman bepleit ziet het hof geen reden om in strafmatigende zin rekening te houden met de berichten die - hoe vervelend ook voor de verdachte - naar aanleiding van het onderhavige feit op sociale media zijn verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overziende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Anders dan de advocaat-generaal die een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest heeft gevorderd is het hof van oordeel dat in de op te leggen gevangenisstraf de aard en ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uiting komt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 2.000,00, ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus tot aan de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij is in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft er ter terechtzitting op gewezen dat de vordering in beginsel toewijsbaar is, maar dat de toelichting op de vordering van de benadeelde partij grotendeels ziet op de beweerde dwangcomponent, hetgeen beoordeling van de vordering ingewikkeld maakt nu dwang (verkrachting) niet aan de verdachte ten laste is gelegd. De raadsman heeft bepleit dat het hof de verplichting tot schadevergoeding zal matigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Naar het oordeel van het hof brengen de aard en de ernst van het bewezenverklaarde met zich mee dat de in dit verband relevante nadelige psychische gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon ex artikel 6:106, onder b, van het Burgerlijk Wetboek kan worden aangenomen. Uit hetgeen de benadeelde partij in hoger beroep naar voren heeft gebracht volgt ook dat zij nog steeds kampt met de nodige psychische klachten als gevolg van het handelen van de verdachte. </para>
      <para>Het hof acht naar maatstaven van billijkheid toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte immateriële schade, een bedrag van € 1.250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2019 tot aan de dag </para>
      <para>der algehele voldoening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het overige deel van de gevorderde immateriële schadevergoeding is het hof onvoldoende in staat een afgewogen beslissing te geven over de gestelde schade die door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte zou zijn veroorzaakt. Het inwinnen van de benodigde informatie op dat punt zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan daarom thans ten aanzien van het resterende deel niet in de vordering worden ontvangen en kan deze slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer] is toegebracht tot een bedrag van € 1.250,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op </para>
      <para>te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2019 tot aan de dag der algehele voldoening<emphasis role="italic">, </emphasis>nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 63 en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</title>
    <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
      <para>Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van </para>
      <para>€ 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 22 (tweeëntwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.</para>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 18 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,</para>
      <para>mr. S. Riemens en mr. A.C. Bosch, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.R.G.H. van Outheusden, griffier,</para>
      <para>en op 27 januari 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9f144916-4ad2-418d-8730-034c4a28c3ee" label="1">
    <para> Hierna wordt - tenzij anders vermeld - verwezen naar een dossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, zedenteam Eindhoven, registratienummer PL2100-2019171506, afgesloten d.d. 6 november 2019, bestaande uit wettig opgemaakte processen-verbaal en andere geschriften (doorgenummerde pagina’s 179).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>