<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:351</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-08T13:54:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.281.613/02 en 200/281.613/03</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:351">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:351</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-08T13:51:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:351 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 10-02-2022 / 200.281.613/02 en 200/281.613/03</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:351:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zorgregeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:351:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 10 februari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers:</para>
      <para>200.281.613/02 (voorlopige voorziening) en</para>
      <para>200.281.613/03 (aanvullende voorlopige voorziening)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg: C/02/349709 / FA RK 18-5011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. J. Nederlof,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. G. Demir.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak gaat over <emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:</para>
      <para>de Raad voor de Kinderbescherming,</para>
      <para>regio Zuidwest Nederland,</para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 22 juli 2020 uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader is in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking (200.281.613/01).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft bij verzoekschrift van 21 december 2021 tevens om een provisionele voorziening ex artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verzocht.</para>
      <para>Hij heeft vervolgens bij verzoekschrift van 19 januari 2022 een aanvullend verzoek ex artikel 223 Rv gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft het hof verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen met betrekking tot de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen hem en de minderjarige zoon van partijen ([minderjarige]), onder oplegging van een dwangsom aan de moeder (zaaknummer 200.281.613/02).</para>
      <para>Bij zijn aanvullend verzoek heeft de vader verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen met betrekking tot de periode van 5 maart 2022 tot en met 12 maart 2022 alsmede gedurende de dagen 30 en 31 maart 2022 om met [minderjarige] naar Frankrijk te reizen. In dat verband heeft de vader ook verzocht - ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de moeder - om aan hem toestemming te verlenen om aan de directeur van de basisschool van [minderjarige] bijzonder verlof te vragen in verband de voornoemde vakantiedagen alsook de moeder te veroordelen tot afgifte van de identiteitskaart dan wel paspoort van [minderjarige] en hier een dwangsom aan te verbinden (zaaknummer 200.281.613/03).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter mondelinge behandeling bij het hof van 31 januari 2022 heeft (de advocaat van) de vader, in het licht van de ter mondelinge behandeling tussen de ouders nader gemaakte afspraken omtrent voorlopige omgang tussen de vader en [minderjarige], genoemde verzoeken</para>
      <para>ingetrokken (zaaknummers 200.281.613/02 en 200.281.613/03). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof maakt uit voormelde mededeling ter mondelinge behandeling op dat de door de vader ingediende verzoeken ter zake provisionele voorzieningen (zaaknummer 200.281.613/02 en /03) niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de vader niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoeken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaken bekend onder <emphasis role="underline">zaaknummer 200.281.613/02 en zaaknummer 200.281.613/03</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoeken tot het treffen van provisionele voorzieningen ex artikel 223 Rv.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, C.N.M. Antens, A.J.F. Manders en is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>