<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:3367</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-07T12:39:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-000186-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:3367">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:3367</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-06T11:33:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3367 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 06-10-2022 / 20-000186-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:3367:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging van het vonnis waarvan beroep, waarin de verdachte niet strafbaar is verklaard voor het bewezenverklaarde wegens een geslaagd beroep op noodweerexces en derhalve is ontslagen van alle rechtsvervolging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:3367:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-000186-22 </para>
  <para>Uitspraak	: 6 oktober 2022</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 25 januari 2022, in de strafzaak met parketnummer 03-147501-21 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , </para>
      <para>wonende te [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de primair ten laste gelegde ‘poging tot doodslag’ door de rechtbank bewezen verklaard, de verdachte niet strafbaar verklaard voor het bewezenverklaarde en de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. Voorts heeft de rechtbank de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding. Ten slotte heeft de rechtbank beslist dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot jeugddetentie voor de duur van 180 dagen, waarvan 177 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de advocaat-generaal een werkstraf voor de duur van 120 uren gevorderd, subsidiair 60 dagen jeugddetentie alsmede een leerstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof deze zal toewijzen tot een bedrag van </para>
      <para>€ 6.885,25, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 0 dagen gijzeling. Voor het overige deel van de vordering heeft de advocaat-generaal gesteld dat deze niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door en namens de verdachte is vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde. Subsidiair is gesteld dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu hem een geslaagd beroep op noodweer(exces) toekomt. Meer subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. Ten slotte zijn opmerkingen gemaakt met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gesteld dat het openbaar ministerie van mening is dat er sprake is van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding ingevolge artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, waartegen de verdachte zich heeft mogen verdedigen. In het onderhavige geval stond de toegepaste verdedigingswijze echter niet in redelijke verhouding tot de aanranding en was de verdediging derhalve niet proportioneel. Bovendien was er geen sprake van een hevige gemoedsbeweging, ingevolge artikel 41, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, die ertoe heeft geleid dat de grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn overschreden. Resumerend komt de verdachte onder deze omstandigheden geen geslaagd beroep op noodweer(exces) toe, aldus de advocaat-generaal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak van het primair tenlastegelegde bepleit. Daartoe is - op gronden zoals verwoord in de pleitnota - gesteld dat het voorwaardelijk opzet met betrekking tot de poging tot doodslag ontbreekt waardoor er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen. Voorts is op gronden zoals verwoord in de pleitnota aangevoerd dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu hem een geslaagd beroep toekomt op noodweer dan wel noodweerexces.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof sluit zich volledig aan bij de overwegingen van de rechtbank en is met de rechtbank en de verdediging van oordeel dat de verdachte een geslaagd beroep op noodweerexces toekomt, nu de disproportionele reactie van de verdachte het onmiddellijke gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging die door de aanranding van zijn lijf is veroorzaakt. Concluderend ziet het hof geen aanleiding om anders te overwegen en te beslissen en zal derhalve het vonnis waarvan beroep dan ook integraal bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met in achtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. S.C. van Duijn, voorzitter,</para>
      <para>mr. H.A.T.G. Koning en mr. B.F.M. Klappe, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.B. Mobach, griffier,</para>
      <para>en op 6 oktober 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mrs. S.C. van Duijn en B.F.M. Klappe zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>