<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:3018</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-02T08:49:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.305.612_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2021:6741" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2021:6741</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:3018">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:3018</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-02T08:45:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3018 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 30-08-2022 / 200.305.612_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:3018:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiswijziging bij verstek in hoger beroep</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:3018:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.305.612/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 30 augustus 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna: [appellant],</para>
      <para>advocaat: mr. D. Stikkelbroeck te Maastricht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna: [geïntimeerde],</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij dagvaardingsexploot van 24 november 2021 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 25 augustus 2021 tussen [appellant] als eiser en [geïntimeerde] als gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaak C/03/285573 /H A ZA 20-600) </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiervoor verwijst het hof naar voornoemd vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de rolaantekening dat tegen [geïntimeerde] verstek is verleend;</para>
      <para>- de memorie van grieven van [appellant] met producties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Na gevraagd arrest heeft het hof een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op de voornoemde stukken en de stukken van de eerste aanleg. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In dit met de dagvaarding van 24 november 2021 ingeleide geding heeft [appellant] in eerste aanleg kort gezegd gevorderd: </para>
      <orderedlist numeration="upperalpha">
        <listitem>
          <para>voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] is tekortgeschoten in de tussen partijen gesloten koopovereenkomst, dat deze koopovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden en dat [geïntimeerde] is gehouden de door [appellant] geleden schade te vergoeden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [geïntimeerde] te veroordelen om aan [appellant] te betalen € 650.000,--, met wettelijke rente; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [geïntimeerde] te veroordelen in de proceskosten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij het beroepen vonnis heeft de rechtbank samengevat de vorderingen van [appellant] afgewezen en [appellant] veroordeeld in de proceskosten van de eerste aanleg, met wettelijke rente en nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>In beroep formuleert [appellant] elf grieven en vordert [appellant] na eiswijziging in de kern dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en kort gezegd: </para>
        <para>I. <emphasis role="underline">primair</emphasis>: voor recht zal verklaren dat [geïntimeerde] is tekortgeschoten in de tussen partijen gesloten koopovereenkomst, dat deze koopovereenkomst rechtsgeldig is (of alsnog zal worden) ontbonden en dat [geïntimeerde] is gehouden de door [appellant] geleden schade te vergoeden;</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis>: voor recht zal verklaren dat [geïntimeerde] in zijn hoedanigheid van bestuurder van GDTC onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld en dat [geïntimeerde] is gehouden de door [appellant] geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vergoeden;</para>
        <para>II. [geïntimeerde] te veroordelen om aan [appellant] te betalen € 650.000,--, met wettelijke rente;</para>
        <para>III. [geïntimeerde] te veroordelen tot terugbetaling van wat [appellant] ter uitvoering van het beroepen vonnis heeft betaald, met wettelijke rente;</para>
        <para>IV. [geïntimeerde] te veroordelen in de proceskosten van beide instanties, met wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het hof overweegt als volgt. Op grond van het in de artikelen 130 lid 1 jo. 353 lid 1 Rv besloten uitgangspunt en de in artikel 347 lid 1 Rv vervatte tweeconclusieregel mag [appellant] als oorspronkelijk eiser de (grondslag van de) eis bij de memorie van grieven (schriftelijk) wijzigen, maar tegen de in beroep niet verschenen [geïntimeerde] is dat volgens de artikelen 130 lid 3 jo. 353 lid 1 Rv uitgesloten, tenzij [appellant] de eiswijziging (tijdig) bij exploot aan [geïntimeerde] kenbaar heeft gemaakt. Omdat de gewijzigde vordering I niet in het aan [geïntimeerde] betekende appeldagvaardingsexploot was opgenomen, is niet duidelijk of [appellant] dat (al) heeft gedaan. Daarom zal het hof [appellant] nu eerst de gelegenheid bieden om zo’n betekeningsexploot (alsnog) te overleggen. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 27 september 2022 voor akte aan de zijde van [appellant] voor het in rov. 3.4 vermelde doel;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, L.S. Frakes en G.J.S. Bouwens en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 30 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>