<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:2912</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-25T08:51:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.286.433_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2020:7571" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2020:7571</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2912">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2912</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-25T08:42:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:2912 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 23-08-2022 / 200.286.433_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:2912:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>inspanningsverplichting rijschoolhouder?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:2912:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.286.433/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 23 augustus 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [appellant],</para>
      <para>advocaat: mr. J.H.M. Verstraten te Tegelen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] h.o.d.n. Motorrijschool [[X]],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [geïntimeerde],</para>
      <para>advocaat: mr. H.H.G. Theunissen te Leusden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 19 januari 2021 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, onder zaaknummer 8278255 / CV EXPL 20-186 gewezen vonnis van 7 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het tussenarrest van 19 januari 2021 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;</para>
        <para>- het proces-verbaal van deze mondelinge behandeling van 1 maart 2021, waar partijen geen minnelijke regeling hebben bereikt en de zaak naar de rol is verwezen voor memorie van grieven;</para>
        <para>- de memorie van grieven met als producties 1 tot en met 4 het procesdossier van de eerste aanleg;</para>
        <para>- de memorie van antwoord.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de gefourneerde stukken van de eerste aanleg. Daartoe behoren geen aantekeningen of een proces-verbaal van de in eerste aanleg gehouden mondelinge behandeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>
            [appellant] heeft tussen 18 januari 2018 en augustus 2018 autorijlessen afgenomen bij [geïntimeerde].</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Op 20 februari 2018 heeft [appellant] een tussentijdse toets afgelegd bij het Centraal Bureau voor Rijvaardigheid (hierna CBR). Hierin is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Onvoldoende examenonderdelen / toetsadviezen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bijzondere manoeuvres 		Kijken, beheersing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gedrag nabij en op kruispunten 	Kijkstructuur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhalen – zijdelingse verplaatsing 	Plaats</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Invoegen – uitvoegen 			Plaats, beheersing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rijden op rechte en bochtige 		Beheersing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">weggedeelten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Algemeen toetsadvies 			Melding na toets, beheersing, verkeerstaak</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Overige informatie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bijzondere opmerking 			Melding na toets, beheersing in combinatie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">					met verkeerstaak. Ogentest onvoldoende,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geeft zelf aan met linkeroog 60% zicht te hebben</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bijzondere opmerking wegens 		Negatieve ogentest</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Instructeur meegereden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Resultaat van de ogentest 		Niet goed</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para> Kort na deze tussentijdse toets is [appellant] overgegaan van een handgeschakelde auto naar een automaat om zijn lessen  mee te vervolgen.</para>
        <para> Op 3 augustus 2018 heeft het praktijkexamen bij het CBR plaatsgevonden. [appellant] heeft dit examen niet gehaald. Hierin is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:</para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Onvoldoende examenonderdelen / toetsadviezen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gedrag nabij en op kruispunten 	Kijkgedrag</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gedrag nabij en op kruispunten 	Plaats op weg/van handeling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gedrag nabij en op kruispunten 	Rijklaar maken en bediening/beheersing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhalen – zijdelingse verplaatsing 	Kijkgedrag</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhalen – zijdelingse verplaatsing 	Rijklaar maken en bediening/beheersing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Invoegen – uitvoegen 			Kijkgedrag</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rijden op rechte en bochtige 		Plaats op de weg/van handeling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">weggedeelten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rijden op rechte en bochtige 		Rijklaar maken en bediening/beheersing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">weggedeelten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Overige informatie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Automaat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bijzondere opmerkingen 	Kandidaat, [appellant] geeft aan meer dan 120 rijlessen te hebben gehad. [appellant] heeft het voertuig met name in de bochten en bij het afslaan niet onder controle. [appellant] heeft heel veel moeite met zijn motoriek. Niet alleen de fijne maar ook zeker zijn grove motoriek werkt nadelig bij het afslaan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">					Graag advies via DPR.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bijzondere opmerking wegens 		Opvallend afwijkend (rij)gedrag</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Instructeur meegereden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Resultaat van de ogentest 		Goed</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>6.2.1.</nr>
        <para>In de onderhavige procedure heeft [appellant] kort gezegd gevorderd te bepalen dat sprake is van wanprestatie zijdens [geïntimeerde] en dat [geïntimeerde] zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 3.356,40 vermeerderd met de proceskosten. De vordering bestaat uit een bedrag van € 179,00, zijnde de kosten voor de tussentijdse toets, een bedrag van € 2.948,40 zijnde de kosten voor de rijlessen en een bedrag van € 229,00 zijnde de kosten voor het rijexamen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.2.2.</nr>
        <para>Aan deze vordering heeft [appellant], kort samengevat, ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde] wanprestatie jegens hem heeft gepleegd. Hij heeft onder andere gesteld nog lang niet over de vereiste rijvaardigheid te beschikken die nodig was om voor het examen te kunnen slagen terwijl hij daarvoor wel is aangemeld.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.2.3.</nr>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.2.4.</nr>
        <para>In het bestreden vonnis van 7 oktober 2020  heeft de kantonrechter geoordeeld dat [geïntimeerde] oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van het rijexamen, namelijk niet met het doel om [appellant] te laten slagen. De kosten die [appellant] hiervoor heeft gemaakt, zijnde € 229,00, worden toegewezen en [geïntimeerde] is veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellant] dit bedrag te betalen. De vordering wordt voor het overige afgewezen. De proceskosten heeft de kantonrechter gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [appellant] heeft in hoger beroep twee grieven aangevoerd. [appellant] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis, tot het alsnog toewijzen van zijn vorderingen en het veroordelen van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties.</para>
        <para>In de memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] geconcludeerd tot het bekrachtigen van het bestreden vonnis. Hij verzoekt de vorderingen af te wijzen en [appellant] te veroordelen in de kosten van beide instanties.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof stelt vast dat geen (incidentele) grief is gericht tegen de beslissing van de kantonrechter om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van € 229,00. [geïntimeerde] heeft expliciet aangegeven geen incidenteel hoger beroep hiertegen in te stellen. Er is evenmin een grief gericht tegen de afwijzing van de gevorderde kosten voor de tussentijdse toets. </para>
        <para>Het hof verstaat de omvang van het hoger beroep daarom aldus - en zo heeft ook [geïntimeerde] de omvang van het hoger beroep verstaan - dat deze beide beslissingen van de kantonrechter niet worden bestreden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Grief 1 is gericht tegen de overweging van de kantonrechter onder 4.4 van het bestreden vonnis, inhoudende dat de vordering van [appellant] ten aanzien van de rijlessen dient te worden afgewezen. In deze overweging heeft de kantonrechter geoordeeld dat [appellant] onvoldoende heeft onderbouwd dat de lessen van onvoldoende kwaliteit waren. </para>
        <para>
          [appellant] stelt onder punt 15 van de memorie van grieven dat hij niet heeft gesteld dat [geïntimeerde] de rijvaardigheden verkeerd heeft aangeleerd. [appellant] stelt in hoger beroep dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door de rijlessen aan [appellant] voort te zetten, wetende dat [appellant] zijn rijbewijs niet zou kunnen behalen. Van hem als rijschoolhouder mag volgens [appellant] worden verwacht dat hij zijn werkzaamheden zou staken en [appellant] zou behoeden voor extra onnodige kosten, nu hij van mening was dat [appellant] niet geschikt was om het rijbewijs te halen. </para>
        <para>Subsidiair stelt [appellant] dat [geïntimeerde] ongerechtvaardigd is verrijkt door hem binnen de hiervoor geschetste context rijlessen te laten afnemen en betalen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>
        [geïntimeerde] betwist het gestelde (onrechtmatig) handelen. [geïntimeerde] geeft aan nooit te hebben gesteld dat bij [appellant] sprake was van een lichamelijke en/of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig. Het is ook niet aan hem om een dergelijk oordeel te geven; dit is voorbehouden aan het CBR, aldus [geïntimeerde]. [geïntimeerde] zegt [appellant] meermalen te hebben aangegeven dat het voor hem lastig zou worden om een rijbewijs te halen en is van mening dat [appellant] in staat moet zijn om uiteindelijk zijn rijbewijs te behalen, maar dan wel met behulp van heel veel lesuren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van het hof slaagt grief 1 niet. De stelling dat [geïntimeerde] wist dat [appellant] niet kan slagen voor het rijbewijs, is betwist, niet (voldoende) nader onderbouwd en ook niet ten bewijze aangeboden. Zo is gesteld noch gebleken dat het CBR tot het oordeel is gekomen dat sprake was van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig. Dat [appellant] niet in staat zou zijn het rijbewijs te halen, blijkt evenmin uit de handelwijze van [appellant] nadat partijen uiteen waren gegaan. Het hof wijst op de volgende, niet bestreden overweging van de kantonrechter:</para>
        <para>“(…) Ook nu – na minimaal 30 lessen bij [rijschool [Y]], en inmiddels een totaal van 190 lessen bij drie rijscholen – vindt de huidige [rijschool [Y]] dat [appellant] nog lang niet klaar is voor een examen. Kennelijk heeft [appellant] voor het behalen van het rijexamen – hoewel volgens [rijschool [Y]] niet onmogelijk – ruim meer dan het gemiddeld aantal lessen die er voor staan nodig. (…)”</para>
        <para>Om diezelfde reden treft ook geen doel het door [appellant] aan [geïntimeerde] gemaakte verwijt dat deze hem als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot, vanwege zijn kennelijke ongeschiktheid daartoe niet langer rijlessen had mogen laten volgen en betalen. </para>
        <para>Het subsidiaire beroep op ongerechtvaardigde verrijking wijst het hof eveneens af nu de daarvoor gestelde wetenschap van [geïntimeerde] in rechte niet komt vast te staan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.</nr>
      <para>Grief 2, gericht tegen de beslissing om de proceskosten te compenseren, bevat kort gezegd het betoog van [appellant] dat de rechtbank [geïntimeerde] reeds wegens de toekenning van het bedrag van € 229,00 aan kosten voor het rijexamen, had moeten veroordelen in de proceskosten van de eerste aanleg. Met dit betoog miskent [appellant] evenwel dat de mate waarin iemand in het ongelijk wordt gesteld, met name wordt bepaald door de mate waarin vorderingen worden toegewezen dan wel door een vergelijking van het dictum (in de uitspraak) met het petitum (in de inleidende dagvaarding). Deze grief heeft voor het overige geen zelfstandige betekenis en slaagt dan ook evenmin. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.</nr>
      <para>
        [appellant] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het hoger beroep veroordeeld. Het verzoek van [geïntimeerde] om [appellant] te veroordelen in de kosten van beide instanties wordt afgewezen. Dit verzoek is niet onderbouwd en bovendien mag het hoger beroep niet tot een voor [appellant] ongunstiger resultaat leiden (verbod van "reformatio in peius").</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor zover dit aan het oordeel van het hof is onderworpen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] op € 332,00 aan griffierecht en op € 1.574,00 aan salaris advocaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M.  Stienissen, J.M.H. Schoenmakers en G.J.S. Bouwens en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>