<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:2710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-26T15:55:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.279.899_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2710">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-26T15:51:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:2710 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 02-08-2022 / 200.279.899_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:2710:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schuldeisersverzuim. Eigenmachtige ontruiming door de verhuurder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:2710:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF  ̓s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
  </para>
  <para>Team Handelsrecht</para>
  <parablock>
    <para>zaaknummers 200.279.891/01 en 200.279.899/01</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">arrest van 2 augustus 2022 </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de gevoegde zaken van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline italic">zaaknummer 200.279.891/01</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [persoon A]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] , </para>
    <para>appellant in het principaal appel,</para>
    <para>geïntimeerde in het incidenteel appel,</para>
    <para>advocaat: mr. D.M. Lamers te Eindhoven,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [persoon B]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] (België),</para>
    <para>geïntimeerde in het principaal appel,</para>
    <para>appellant in het incidenteel appel,	</para>
    <para>advocaat: mr. B. Poort te Eindhoven,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>als vervolg op het arrest in het incident van dit hof van 15 december 2020 en het tussenarrest van 5 april 2022 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer/rolnummer 6983523 CV EXPL 18-4557 tussen partijen gewezen vonnis van 26 maart 2020.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline italic">zaaknummer 200.279.899/01</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [persoon A]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] , </para>
    <para>appellant in het principaal appel,</para>
    <para>geïntimeerde in het incidenteel appel,</para>
    <para>advocaat: mr. D.M. Lamers te Eindhoven,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [persoon B]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] (België),</para>
    <para>geïntimeerde in het principaal appel,</para>
    <para>appellant in het incidenteel appel,	</para>
    <para>advocaat: mr. B. Poort te Eindhoven,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>als vervolg op het arrest in het incident van dit hof van 15 december 2020 en het tussenarrest van 5 april 2022 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer/rolnummer 6983523 CV EXPL 18-4557 tussen partijen gewezen vonnis van 28 november 2019.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">8. 	Het verdere verloop van de procedures</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline italic">zaaknummers 200.279.891/01 en 200.279.899/01</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het verdere verloop van de procedures blijkt uit:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>het tussenarrest van 5 april 2022;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de akte van [persoon B] van 3 mei 2022 met producties;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de brief van [persoon A] van 23 mei 2022.</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <para>Partijen hebben arrest gevraagd.</para>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">zaaknummers 200.279.891/01 en 200.279.899/01</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>Bij tussenarrest van 5 april 2022 heeft het hof  overwogen dat partijen uitsluitsel dienen te geven over de vraag welke stukken in de zaak met zaaknummer 200.279.899/01 na het tussenarrest van 15 december 2020 zijn genomen. Het hof heeft de zaak daartoe naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van [persoon B] die van deze gelegenheid [persoon B] gebruik zou kunnen maken om een ontbrekende productie (productie 3 bij dagvaarding in eerste aanleg) aan het dossier toe te voegen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <para>Naar aanleiding hiervan heeft [persoon B] bij brief van 7 april 2022 (op de rol aangemerkt als akte) laten weten dat in beide procedures op 12 april 2021 alle stukken van na 3 november 2020, de eerdere fourneerdatum, zijn gefourneerd. Tevens heeft [persoon B] hierbij de ontbrekende productie bijgevoegd. Bij brief van 23 mei 2022 heeft [persoon A] zich hierbij aangesloten. Bij brief van 8 juni 2022 heeft [persoon A] om misverstanden te voorkomen het procesdossier in hoger beroep en het bijbehorende H-formulier toegezonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof gaat ervan uit dat inmiddels alle stukken van de eerste aanleg en van het hoger beroep in elk van beide zaken, zoals door beide partijen gefourneerd, aan het hof zijn overgelegd. Daarmee is de door het hof gesignaleerde onduidelijkheid evenwel niet opgelost. In het tussenarrest van 5 april 2022 heeft het hof dat in rechtsoverweging 6.4 als volgt omschreven:</para>
        <para>In de zaak met zaaknummer 200.279.899/01 zijn in het procesdossier na het tussenarrest van 15 december 2020 memories opgenomen die gelijkluidend zijn aan de memories die in de andere zaak zijn genomen, waarbij op die stukken alleen het zaaknummer is gewijzigd. Die memories betreffen niet het deelvonnis van 28 november 2019 en niet de memorie van grieven over dat vonnis.</para>
        <para>Over deze kwestie hebben partijen vooralsnog geen uitsluitsel gegeven. Het hof zal dit op basis van de stukken die thans voorhanden zijn als volgt nader toelichten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.4</nr>
      <para>De zaak met zaaknummer 200.279.899/01 betreft het hoger beroep van [persoon A] tegen het vonnis van 28 november 2019. Volgens de opgave van [persoon B] waar [persoon A] zich bij heeft aangesloten zijn in die zaak na het tussenarrest van 15 december 2020 de volgende stukken genomen:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>memorie van antwoord in het principaal appel tevens memorie van grieven in het incidenteel appel d.d. 23 februari 2021 met producties 1 tot en met 15;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van antwoord in het incidenteel appel d.d. 6 april 2021 met producties 44 en 45.  </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.5</nr>
      <para>Stuk a) draagt het zaaknummer 200.279.899/01 en begint alinea 2 van deze memorie aldus: “ [persoon B] heeft kennis genomen van de memorie van grieven van [persoon A] inzake het eindvonnis van 20 maart 2020.” Vervolgens bespreekt [persoon B] de tien grieven van [persoon A] tegen het eindvonnis van 20 maart 2020, vermeldt geen reactie op de twee grieven van [persoon A] tegen het vonnis van 28 november 2019, stelt incidenteel appel in tegen het eindvonnis van 26 maart 2020 (geen grieven tegen het vonnis van 28 november 2019) en concludeert tot het bekrachtigen en gedeeltelijk vernietigen van het vonnis van 28 november 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.6</nr>
      <para>Stuk b) draagt het zaaknummer 200.279.899/01 en houdt het antwoord van [persoon A] in op de grief van [persoon B] tegen het eindvonnis van 26 maart 2020 in het in rechtsoverweging 9.5 vermelde incidenteel appel. [persoon A] concludeert tot bekrachtiging van het eindvonnis van 26 maart 2020 voor zover daarbij vorderingen van [persoon B] zijn afgewezen. In punt 31 van deze memorie vermeldt [persoon A] dat [persoon B] tegen het vonnis van 28 november 2019 <emphasis role="underline">geen</emphasis> hoger beroep heeft ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.7</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de volgende conclusies:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Partijen hebben in het hoger beroep van [persoon A] tegen het vonnis van 28 november 2019 weliswaar memories genomen die door de vermelding van het zaaknummer 200.279.899/01 zijn aangeduid als memories in het hoger beroep tegen dat vonnis en ook als zodanig op de rolkaart zijn geregistreerd, maar daar in werkelijkheid geen betrekking op hebben.  </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Partij [persoon B] heeft in het hoger beroep tegen het vonnis van 28 november 2019 geen memorie van antwoord genomen die betrekking heeft op de memorie van grieven van [persoon A] in dat hoger beroep.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Partij [persoon B] heeft geen memorie van grieven in het incidenteel appel tegen het vonnis van 28 november 2019 genomen.    </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen zich <emphasis role="underline">bij akte</emphasis> uit te laten over de juistheid van deze conclusies. Het hof zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen voor akte aan de zijde van [persoon A] . [persoon B] zal hierop bij antwoordakte kunnen reageren. Deze aktewisseling is niet voor enig ander doel bestemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.8</nr>
      <para>Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">zaaknummers 200.279.891/01 en 200.279.899/01</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 30 augustus 2022 voor akte aan de zijde van [persoon A] met het hiervoor onder 9.7 vermelde doel, waarna antwoordakte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. L.S. Frakes, P.S. Kamminga en B.A. Meulenbroek en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 2 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>			griffier						rolraadsh</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>