<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:2326</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-13T09:36:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-000120-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2326">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2326</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-13T09:35:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:2326 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 06-07-2022 / 20-000120-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:2326:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:2326:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Parketnummer	: 20-000120-22 </para>
    <para>Uitspraak	: 6 juli 2022</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>TEGENSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zitting houdende te Roermond, van 6 januari 2022, in de strafzaak met parketnummer 03-247459-21 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verdachte] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,</para>
      <para>thans uit anderen hoofde gedetineerd in de penitentiaire inrichting Utrecht – het Huis van Bewaring te Nieuwegein.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘diefstal door twee of meer verenigde personen’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft primair gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep wegens een gebrek aan belang van die behandeling in appel. Subsidiair heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit. Daarnaast heeft de raadsman een straftoemetingsverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust. Mede gelet op hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep aan de orde is gekomen, ziet het hof aanleiding om de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen te verbeteren en aan te vullen. Omwille van de leesbaarheid wordt de bewijsvoering in zijn geheel vervangen zoals hierna vermeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft tevens geconstateerd dat de politierechter bij het opleggen van de gevangenisstraf verzuimd heeft de tijd die door de verdachte in voorlopige hechtenis is doorgebracht, zijnde 1 dag, in mindering aftrek op de tenuitvoerlegging te brengen. Het hof zal mitsdien alsnog doen wat de politierechter had behoren te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hetgeen de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep bij pleidooi naar voren heeft gebracht met betrekking tot de bewezenverklaring en de op te leggen straf ziet het hof geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de politierechter, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in relatie tot zijn eerdere onherroepelijke veroordeling voor een soortgelijk misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Limburg, op ambtseed opgesteld door verbalisant [verbalisant] , hoofdagent van politie, registratienummer PL2321-2021000884, gesloten donderdag 30 september 2021, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde pagina’s 4 tot en met 88. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
    </title>
    <bridgehead role="bold">Het proces-verbaal van aangifte d.d. 2 januari 2021 (pg. 4-7), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] , namens [bedrijf] : </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik stond vanavond (hof: 2 januari 2021) bij kassa 2 van het filiaal gelegen aan [adres] . Ik zag dat een persoon met een donkere North face rugzak en een pet op voorbij de kassa liep. Even later zag ik dat dezelfde man weer naar binnen kwam.</para>
      <para>Ook zag ik dat dezelfde man die rugzak weer bij zich had.</para>
      <para>Een andere man welke toen bij mij in de rij van kassa 3 stond vroeg een aantal keer </para>
      <para>om wodka, ik zei toen dat ik dat niet had. Het viel mij op dat deze beide mannen</para>
      <para>Pools waren of leken. Vanaf de kassa zag ik dat de man met de rugzak bij de non-food stond </para>
      <para>en een niet verpakte joggingbroek vast had. Ik zag dat hij zijn rugzak van zijn </para>
      <para>schouder af wilde pakken. Daarna verdween de persoon uit mijn zicht. Toen deze enige </para>
      <para>tijd later weer in beeld kwam, zag ik dat de man de rugzak weer om had maar de </para>
      <para>joggingbroek zag ik niet meer. Ik riep de persoon in het Nederlands door dat ik</para>
      <para>in zijn rugzak wilde kijken. Ik hoorde dat de man "Nee" riep en hierbij zijn hoofd </para>
      <para>schudde. Ik zag dat de man vervolgens doorliep naar de uitgang. Ik zag toen ik even later weer naar de kassa keek dat de man welke om wodka had gevraagd, bij kassa 3 en 4 over een hekje sprong en naar de uitgang rende. Ik zag dat de beide mannen samen </para>
      <para>naar een grijze personenauto met kofferbak renden en hiermee wegreden. </para>
      <para>De man die om de Wodka vroeg, droeg een zwart trainingspak.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">2. </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Het proces-verbaal van verhoor d.d. 3 januari 2021 (pg. 77-83), voor zover inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte] : </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: U bent gister (hof: het verhoor dateert van 3 januari 2021, het hof begrijpt derhalve 2  </para>
      <para>     januari 2021) aangehouden voor winkeldiefstal in vereniging (…).  </para>
      <para>V: Bedoel je hiermee dat je de diefstal had gepleegd?</para>
      <para>A: Ja. Ik ga niet liegen.</para>
      <para>V: Bij welke winkel heb jij de diefstal gepleegd?</para>
      <para>A: Bij de [bedrijf] .</para>
      <para>V: Wat heb je daar gestolen?</para>
      <para>A: Een joggingbroek, 2 sweaters en kleine damesbroek.</para>
      <para>V: Wat hebben [verdachte] (…) daarmee te maken?</para>
      <para>A: Wat [verdachte] heeft gedaan, moeten jullie aan hem vragen. Ik kan niet namens hem </para>
      <para>spreken. Ik was daar zelf en hij is ook zelf daar naar toe gegaan.</para>
      <para>V: Waren er van te voren afspraken gemaakt over een diefstal?</para>
      <para>A: Hij wist wel dat wij naar de winkel gingen om iets weg te nemen, maar wij </para>
      <para>     hadden niet afgesproken wie wat zal doen of wie wat zou mee nemen.</para>
      <para>V: Ik zal de waarheid vertellen over wat ik gedaan heb, [verdachte] moet zelf </para>
      <para>vertellen wat hij heeft gedaan.</para>
      <para>(…)  met dames broek bedoel ik drie leggingen. Dat waren er 3 in 1 verpakking. </para>
      <para>V: Welke kleding droeg [verdachte] ?</para>
      <para>A: Zwarte kleding volgens mij. (…) Ik had een North face rugzak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">3. </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, zesde meervoudige strafkamer, van 22 juni 2022, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] : </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>U, voorzitter, vraagt mij of ik samen met [medeverdachte] op 2 januari 2021 spullen heb gestolen uit de [bedrijf] te Venlo. Ik antwoord daarop dat klopt. Ik was toen samen met [medeverdachte] in de [bedrijf] . Ik heb daar wat spullen gestolen. Ik heb dat samen met hem gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het vorenoverwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. G.C. Bos, voorzitter,</para>
      <para>mr. C.M. Hilverda en mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. T.S. Vos, griffier,</para>
      <para>en op 6 juli 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>