<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:2276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-12T11:36:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-000979-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2276">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-12T11:25:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:2276 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 19-01-2022 / 20-000979-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:2276:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Medeplichtigheid aan hennepteelt.</para>
        <para>Witwassen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:2276:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-000979-21 </para>
  <para>Uitspraak	: 19 januari 2022</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen, na terugverwijzing van de zaak door de Hoge Raad op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 21 april 2016, parketnummer 02-811959-11 in de strafzaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1948, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank verdachte ter zake van medeplichtigheid aan hennepteelt (feit 1 subsidiair), onder vrijspraak van hetgeen onder feit 1 primair ten laste is gelegd, en witwassen (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft geen beslissing genomen ten aanzien van de op de beslaglijst genoemde voorwerpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij arrest van 7 oktober 2019 onder parketnummer 20-002915-16 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank bevestigd met uitzondering van de strafoplegging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft op 17 oktober 2019 beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij arrest van 13 april 2021 heeft de Hoge Raad voornoemd arrest van het hof vernietigd en de zaak vervolgens teruggewezen naar dit hof, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 5 januari 2022 en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de strafoplegging en, in zoverre opnieuw rechtdoende verdachte ter zake van de bewezenverklaarde feiten een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 5 maanden. De advocaat-generaal heeft ten aanzien van de onder verdachte inbeslaggenomen Mastercard-pas gevorderd dat deze verbeurd zal worden verklaard en met betrekking tot de inbeslaggenomen sleutels de teruggave aan de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd en zich gerefereerd aan het hof van het hof voor wat betreft de bewezenverklaring en het beslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf. Gelet hierop zal het hof de toepasselijke wetsartikelen opnieuw opnemen. Tevens zal worden beslist over de onder verdachte inbeslaggenomen en  nog niet teruggegeven voorwerpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen sanctie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan het op zeer omvangrijke schaal telen van hennep (12.000 hennepplanten), alsmede aan het witwassen van geld afkomstig uit het criminele circuit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft door het bewezenverklaarde de handel in softdrugs gefaciliteerd, welke handel allerlei maatschappelijk onwenselijke effecten tot gevolg heeft. Hennep kan niet alleen gevaar opleveren voor de gezondheid van de gebruikers ervan, maar de handel daarin gaat ook steeds vaker gepaard met andere (ook zware) vormen van criminaliteit. Door zijn handelwijze heeft verdachte daaraan bijgedragen. Verdachte heeft voor die gevolgen geen oog gehad, maar heeft zich slechts laten leiden door zijn eigen financiële gewin. Door het bewezenverklaarde witwassen heeft verdachte de integriteit van het betalingsverkeer aangetast. Verdachte heeft deze misdrijven gedurende een langere periode gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 22 oktober 2021, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder onherroepelijk veroordeeld is voor strafbare feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof slaat – gelet op de ouderdom daarvan – geen acht op de inhoud van de zich in het dossier bevindende Pro Justitia rapportages van drs. [klinisch psycholoog] , klinisch psycholoog, d.d. 14 maart 2013 en [psychiater in opleiding] , arts-assistent in opleiding tot psychiater, en drs. [psychiater] , psychiater, d.d. 27 september 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oogziekte van verdachte en zijn woonsituatie, zoals ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht, zijn – wat daar ook van zij – voor het hof niet van doorslaggevend belang bij de (hoogte van de) op te leggen straf, aangezien de oogziekte van verdachte al lang bestaat en hem ook niet heeft belet om de bewezenverklaarde feiten te plegen. Het hof zal in strafmatigende zin rekening houden met de ouderdom van de zaak op de wijze zoals hierna vermeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de hoeveelheid aangetroffen hennepplanten, de omvang van het door verdachte witgewassen geldbedrag en de duur van de bewezenverklaarde periode, acht het hof in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, een passende straf. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in de afdoening van de zaak in hoger beroep, zal het hof volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren en daarnaast een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen-verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggeven voorwerp, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal voorts de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen sleutels gelasten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24, 33, 33a, 48, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">240 (tweehonderdveertig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart verbeurd</emphasis> het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>1. Mastercard-pas (goednummer 723789).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">teruggave</emphasis> aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>2 sleutels (goednummers 710478 en 710514).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het geschorste, tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. F.C.J.E. Meeuwis, voorzitter,</para>
      <para>mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. S. Riemens, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.R.A.C. Dinnissen, griffier,</para>
      <para>en op 19 januari 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. S. Riemens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>