<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:2047</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-13T13:24:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-003886-19 (OWV)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2047">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2047</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-13T13:23:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:2047 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-06-2022 / 20-003886-19 (OWV)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:2047:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:2047:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-003886-19 (OWV)</para>
  <para>Uitspraak	: 21 juni 2022</para>
  <para>TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)</para>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 11 december 2019 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 03-866074-18 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de betrokkene is op 12 december 2019 tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de betrokkene naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel zal vaststellen op een bedrag van € 31.443,03 en aan de betrokkene een betalingsverplichting zal opleggen van gelijke hoogte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft verweren gevoerd betreffende:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de omvang van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de omvang van de opgelegde betalingsverplichting.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis zal worden vernietigd omdat het hof zich daarmee niet kan verenigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Door het hof gebruikte bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De grondslag van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De betrokkene is bij arrest van dit hof d.d. 21 juni 2022 onder parketnummer 20-003885-19 veroordeeld ter zake van onder meer – kort weergegeven – het telen van 1488 hennepplanten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De wettelijke grondslag</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel dat de betrokkene door middel van het begaan van het onder 1 bewezenverklaarde feit, te weten het opzettelijk telen van 1488 hennepplanten omstreeks de periode van 20 december 2017 tot en met 28 februari 2018, een direct voordeel uit het strafbare feit als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemeen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Normen van het Functioneel Parket Afpakken </emphasis>
      </para>
      <para>Het hof baseert zich bij de berekening op het door de politie opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de update ‘<emphasis role="italic">Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’</emphasis> van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 (hierna ook te noemen: normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opbrengsten</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op de bewezenverklaarde periode gaat het hof bij de voordeelberekening uit van één eerdere oogst. Uit het dossier volgt dat er 1488 potten zijn aangetroffen. Per m2 stonden er ongeveer 17 hennepplanten. Ingevolge de normen van het Functioneel Parket Afpakken, levert dit per plant een opbrengst op van 27,2 gram hennep. In totaal is de opbrengst derhalve (1488 x 27,2 gram =) 40.473,6 gram hennep. Dit staat gelijk aan 40,4736 kilogram hennep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens voormelde normen is de opbrengst van hennep € 4.070,00 per kilogram. De totale bruto-opbrengst is derhalve (40,4736 kg x € 4.070,00 =) € 164.727,55.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter plaatse is echter ook een hoeveelheid van 29,74 kilogram hennep aangetroffen in de teeltruimte. Het hof gaat ervan uit dat dit van dezelfde oogst afkomstig is. Nu de betrokkene de aangetroffen hennep niet heeft kunnen verkopen, zal het hof dit in mindering brengen op de bruto-opbrengst. De waarde van de aangetroffen hennep is (29,74 kg x € 4.070,00 =) € 121.041,80. Derhalve bedraagt de netto-opbrengst (€ 164.727,55 -/- € 121.041,80 =) € 43.685,75. Het hof zal derhalve het wederrechtelijk verkregen voordeel schatten op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 43.685,75</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten</emphasis>
      </para>
      <para>De geschatte omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op (40,4736 kg -/- 29,74 kg =) 10,7336 kg hennep. Het hof zal zich bij de berekening van de af te trekken kosten echter baseren op een aantal van 1488 planten, nu de kosten voor de volledig 1488 verband houden met de voltooiing van het delict waaruit wordt ontnomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket Afpakken stelt het hof de afschrijvingskosten bij een aantal van 1488 hennepplanten vast op € 900,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket Afpakken stelt het hof de inkoopprijs van de stekken op € 3,81 per stek. De totale kosten voor de inkoop van de stekken zijn derhalve (1488 x € 3,81=) € 5.669,28.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket Afpakken stelt het hof de variabele kosten op € 3,88 per plant in totaal derhalve op (1488 x € 3,88=) € 5.773,44. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande neemt het hof de navolgende kosten in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrijvingskosten						€      900,00</para>
      <para>Inkoopprijs stekken						€   5.669,28</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Variabele kosten						€   5.773,44 +</emphasis>
      </para>
      <para>Totale kosten							€ <emphasis role="bold">12.342,72</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vaststelling geschat wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande stelt het hof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vast op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Totale opbrengsten						€ 43.685,75</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totale kosten							€ 12.342,72 -/-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Geschat wederrechtelijk verkregen voordeel			€ 31.343,03</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal aan de betrokkene de verplichting opleggen tot betaling van na te melden bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Redelijke termijn</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), het recht van iedere betrokkene is gewaarborgd dat binnen een redelijke termijn op de ontnemingsvordering wordt beslist. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Staat der Nederlanden jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem een vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aanhangig zal worden gemaakt.</para>
      <para>In dat kader heeft het hof het volgende geconstateerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De redelijke termijn in eerste aanleg is niet overschreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De redelijke termijn in hoger beroep is aangevangen op 12 december 2019 met het instellen van hoger beroep namens de verdachte. Het hof wijst heden, 21 juni 2022, arrest. De behandeling in hoger beroep is daarom niet afgerond met een einduitspraak binnen 24 maanden na aanvang van de redelijke termijn in hoger beroep. Het hof acht geen bijzondere omstandigheden aanwezig die deze overschrijding rechtvaardigen. Het hof stelt vast dat de overschrijding van de redelijke termijn derhalve ongeveer 6 maanden en 2 weken bedraagt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal echter volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden, nu het hof deze overschrijding reeds heeft verdisconteerd in de opgelegde straf die aan de betrokkene is opgelegd in de met de onderhavige ontnemingszaak samenhangende strafzaak onder parketnummer 20-003885-19, terwijl beide arresten op dezelfde datum worden uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Resumé</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof zal aldus een betalingsverplichting opleggen die gelijk is aan het wederrechtelijk verkregen voordeel, te weten <emphasis role="bold">€ 31.343,03</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gijzeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 januari 2020 is artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht direct van toepassing geworden. Het hof zal daarom bij het opleggen van de ontnemingsmaatregel tevens de duur van de gijzeling bepalen die, met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering, ten hoogste kan worden gevorderd. Bij het bepalen van de duur wordt – overeenkomstig de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde LOVS-afspraken – voor elke volle € 50,00 van het opgelegde bedrag aan betalingsverplichting niet meer dan één dag aan gijzeling gerekend. De duur van de gijzeling beloopt ten hoogste drie jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijk wettelijk voorschrift</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens gold dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens geldt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € <emphasis role="bold">31.343,03 (eenendertigduizend driehonderddrieënveertig euro en drie eurocent)</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt de betrokkene de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat</emphasis> ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 31.343,03 (eenendertigduizend driehonderddrieënveertig euro en drie eurocent)</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op <emphasis role="bold">626 (zeshonderdzesentwintig)</emphasis> dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,</para>
      <para>mr. E.A.A.M. Pfeil en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier,</para>
      <para>en op 21 juni 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>