<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:1790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-22T11:10:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.163.844_02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2014:7380" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2014:7380</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=194&amp;g=2017-09-01">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 194</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1790">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-22T11:00:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:1790 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 07-06-2022 / 200.163.844_02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:1790:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hof bepaalt een mondelinge behandeling op de voet van artikel 194 lid 5 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:1790:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH </bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.163.844/02</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 7 juni 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>hierna aan te duiden als [appellant],</para>
      <para>appellant in principaal hoger beroep,</para>
      <para>geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. J. Boogaard te Middelburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para>1. <emphasis role="bold">Gemeente Middelburg,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>zetelend te Middelburg,</para>
      <para>geïntimeerde in principaal hoger beroep,</para>
      <para>appellante in incidenteel hoger beroep, <?linebreak?>hierna aan te duiden als de Gemeente,</para>
      <para>advocaat: mr. R.M. Pieterse te Middelburg</para>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para>2. <emphasis role="bold">Mortiere Grondexploitatie C.V., </emphasis>mede zaakdoende onder de naam<emphasis role="bold"> Consortium [het Consortium],</emphasis></para>
    <para>3. <emphasis role="bold">Grondbedrijf [Beheer I] Beheer I B.V.,</emphasis></para>
    <para>4. <emphasis role="bold">Grondbedrijf [Grondbedrijf II] II B.V.,</emphasis></para>
    <para>5. <emphasis role="bold">[Wegen] Wegen B.V.,</emphasis></para>
    <para>6. <emphasis role="bold">[Woningbouw] Woningbouw B.V., </emphasis>voorheen [Bouw Zeeland] Bouw Zeeland B.V.,</para>
    <parablock>
      <para>alle kantoorhoudende te [kantoorplaats],</para>
      <para>geïntimeerden in principaal hoger beroep,</para>
      <para>hierna gezamenlijk aan te duiden als het Consortium,</para>
      <para>advocaat mr. R.G. Gebel te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 12 januari 2016, 27 maart 2018, 21 januari 2020, 31 maart 2020 en 9 februari 2021 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, onder zaaknummer C/02/268154/HA ZA 13-614 gewezen vonnis van 29 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>16</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenarrest van 9 februari 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het deskundigenbericht van 26 november 2021, ingekomen bij het hof op 29 november 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie na deskundigenbericht, tevens akte houdende overlegging producties en wijziging van eis van [appellant], met producties 23 tot en 39;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordmemorie na deskundigenbericht tevens antwoordmemorie na eiswijziging van de Gemeente, met producties 14 tot en met 19;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordmemorie na deskundigenbericht van het Consortium, met producties 2 tot en met 8;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte uitlaten 14 producties van [appellant].</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>17</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in principaal en incidenteel hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>17.1.</nr>
      <para>Bij tussenarrest van 27 maart 2018 heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek wordt verricht door Antea Nederland B.V. naar de in dat tussenarrest geformuleerde vragen. Als deskundige is opgetreden [persoon A], werkzaam als senior adviseur bij Antea Group te [vestigingsplaats]. Zoals hiervoor in het procesverloop is vermeld, heeft de deskundige zijn rapport op 29 november 2021 ingediend bij het hof. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>17.2.</nr>
      <para>Zowel de Gemeente als het Consortium hebben aan de hand van partijdeskundigenrapporten bezwaren aangevoerd tegen het deskundigenrapport. Daarbij beroepen de Gemeente en het Consortium zich beide op een rapport van Royal Haskoning DHV d.d. 8 februari 2022, dat in opdracht van de Gemeente is opgesteld. Voorts heeft de Gemeente een reactie op het deskundigenrapport van BZ Ingenieurs &amp; Managers d.d. 18 februari 2022 overgelegd, en het Consortium een memo van Arcadis d.d. 18 februari 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>17.3.</nr>
      <para>Het hof ziet in het voorgaande, mede gelet op het verzoek om pleidooi van het Consortium, aanleiding om een mondelinge behandeling te bepalen. Doel van deze mondelinge behandeling is onder meer om het deskundigenrapport mondeling in aanwezigheid van de deskundige, [persoon A], te behandelen. Het hof maakt aldus gebruik van de mogelijkheid van artikel 194 lid 5 Rv. Tevens kan de mondelinge behandeling worden benut om een minnelijke regeling te beproeven. Desgewenst kan ter zitting verwijzing van de zaak naar mediation worden besproken. De advocaten van partijen zullen bij aanvang van de mondelinge behandeling in de gelegenheid worden gesteld om de zaak kort (maximaal 10 minuten) nader toe te lichten, bij voorkeur onder overlegging van spreekaantekeningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>17.4.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>18</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op het principaal en incidenteel hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen vergezeld van hun advocaten zullen verschijnen voor mrs. O.G.H. Milar, J.P. de Haan en A.L. Bervoets, die daartoe zitting zullen houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch, met de hiervoor in rechtsoverweging 17.3 vermelde doeleinden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">5 juli 2022</emphasis> voor opgave verhinderdata van partijen en hun advocaten over de maanden september, oktober, november en december 2022;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat het hof na genoemde roldatum dag en uur van de mondelinge behandeling zal vaststellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, J.P. de Haan en A.L. Bervoets en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>