<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:1680</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-25T12:21:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-002315-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1680">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1680</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-25T12:14:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:1680 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 25-05-2022 / 20-002315-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:1680:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte is in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:1680:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-002315-20 </para>
  <para>Uitspraak	: 25 mei 2022</para>
  <para>VERSTEK (DIP)</para>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 22 oktober 2020, in de strafzaak met parketnummer 01-297732-19 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te Duisburg (Bondsrepubliek Duitsland) op [geboortedag] 1983, </para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar te duchten is <emphasis role="italic">(feit 1)</emphasis> en eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening <emphasis role="italic">(feit 2)</emphasis> veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Voorts heeft de politierechter beslist dat de vordering van de benadeelde partij [naam] gedeeltelijk wordt toegewezen tot een bedrag van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige is de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De vordering van de benadeelde partij [naam] is in zijn geheel niet ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep, nu het hoger beroep niet conform de vereisten van artikel 450 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is ingesteld. Indien het hof van oordeel zou zijn dat de verdachte ontvankelijk is in het ingestelde hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal bevestigen, behoudens wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam] , en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de vordering van de benadeelde partij [naam] geheel zal toewijzen tot een bedrag van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De advocaat-generaal heeft zich wat de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam] betreft achter het oordeel van de politierechter geschaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van het hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de akte instellen hoger beroep blijkt dat het hoger beroep op 27 oktober 2020 is ingesteld door een griffiemedewerker van de rechtbank Oost-Brabant, die verklaarde daartoe gemachtigd te zijn blijkens een aan de akte gehechte brief, die beschouwd dient te worden als een bijzondere volmacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aan de appelakte gehechte brief van raadsman mr. F.G.J. Staals, advocaat te Amsterdam, gedateerd 26 oktober 2020, houdt – voor zover voor het navolgende van belang – in:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“Amsterdam, 26 oktober 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ondergetekende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr F.G.J. Staals, advocaat te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>machtigt hiermede uitdrukkelijk de dienstdoende griffiemedewerk(st)er van de Rechtbank Oost- Brabant om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van de politierechter d.d. 22 oktober 2020 met parketnummer 01 -297732-19.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ondergetekende, mr F.G.J. Staals is door de heer [verdachte] , geboren op 9 juni 1983, bepaaldelijk gevolmachtigd tot het instellen van dit hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens cliënt [verdachte] verzoek ik u de akte te zenden naar mijn postadres:</para>
      <para>Postbus 111 te (1380 AC) Weesp.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde raadsman schriftelijk hoger beroep doen instellen op de wijze als bedoeld in artikel 450, derde lid, Sv. De door de raadsman aan de griffie verzonden schriftelijke volmacht dient dan echter aan de in artikel 450, eerste en derde lid, Sv geformuleerde eisen te voldoen en mitsdien te bevatten een verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat de brief van de raadsman, voor zover aan te merken als een schriftelijke volmacht, niet voldoet aan deze eis en dat derhalve niet op de door de wet voorgeschreven wijze hoger beroep is ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6999, bestaat voor een niet-ontvankelijkverklaring van het appel wegens een verzuim als hiervoor bedoeld onvoldoende grond indien de verdachte of een door de verdachte gevolmachtigd advocaat ter terechtzitting in hoger beroep verschijnt en (desgevraagd) verklaart dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van de verdachte ten grondslag heeft gelegen om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat in het onderhavige geval het geconstateerde verzuim niet voor gedekt kan worden gehouden, nu noch de verdachte, noch een gemachtigd raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,</para>
      <para>mr. F.C.J.E. Meeuwis en mr. N.J.L.M. Tuijn, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C. Schenker, griffier,</para>
      <para>en op 25 mei 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. N.J.L.M. Tuijn is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>