<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:1237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-16T11:47:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-002965-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1237">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-16T11:47:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:1237 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 04-04-2022 / 20-002965-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:1237:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Publicatie in verband met ingesteld cassatieberoep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:1237:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-002965-20 </para>
  <para>Uitspraak	: 4 april 2022</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 18 december 2020 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 02-211987-20 en 02-229369-20, tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001, </para>
      <para>wonende te [adres verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B en C van <?linebreak?>de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 1 onder parketnummer 02-211987-20),</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>‘witwassen’ (feit 2 onder parketnummer 02-211987-20),</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de <?linebreak?>Opiumwet gegeven verbod’ (feit 1 onder parketnummer 02-229369-20),  <?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest en een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is het onder de verdachte inbeslaggenomen bedrag van      € 1.000,00 verbeurdverklaard. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen voor alle drie de tenlastegelegde feiten tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts dient het onder de verdachte inbeslaggenomen geldbedrag verbeurd te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit van de feiten zoals tenlastegelegd onder parketnummer 02-211987-20. Ten aanzien van de bewezenverklaring onder parketnummer 02-229369-20 heeft de raadsman van de verdachte zich gerefereerd aan het oordeel van het gerechtshof. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd, in die zin dat is verzocht enkel een taakstraf op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met uitzondering van de kwalificaties en met: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verbeterde lezing van de bewezenverklaring onder parketnummer 02-229369-20 ten aanzien van feit 1, door het weglaten van ‘cocaïne,’ in het zinsdeel ‘opzettelijk aanwezig heeft gehad 7,75 gram cocaïne,’,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>aanvulling en verbetering van gronden, op de na te melden wijze.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal in de eerste plaats de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen onder parketnummer 02-211987-20 ten aanzien van feit 1 en onder parketnummer 02-229369-20 ten aanzien van feit 1 aanvullen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet tevens aanleiding om een deel van de bewijsoverweging te schrappen, de bewijsmotivering aan te vullen gelet op hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep aan de orde is gekomen en voorts de motivering van de strafoplegging aan te vullen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht het ten slotte aangewezen om de door de politierechter aangehaalde toepasselijke wettelijke voorschriften aan te vullen met artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanvulling bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet aanleiding om het door de politierechter ten aanzien van de bewezenverklaring inzake parketnummer 02-211987-20 met betrekking tot feit 1 onder 3.1.1. gebezigde bewijsmiddel, te weten een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 20 augustus 2020, aan te vullen door na ‘Koolenlaan.’ in te voegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‘Aldaar werd overlast veroorzaakt door jeugd welke ook aan het dealen was. Omstreeks 00.51 uur kwam ik ter plaatse aan de Dionisius Koolenlaan. Ik zag dat er direct een zilveren Volkswagen Polo, voorzien van het kenteken [kenteken] , wegreed. Ik reed achter dit voertuig aan. Ik bevroeg het voertuig in de politiesystemen. Ik zag dat de te naam gestelde van het voertuig [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] , betrof. Ik zag dat [verdachte] nog een vrijheidsstraf van 7 dagen had openstaan. </para>
      <para>Ik sprak de bestuurder aan en vroeg naar een rijbewijs. Ik zag dat de bestuurder [verdachte] , geboren [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] , betrof. Ik zag dat verdachte [verdachte] begin dit jaar voorkwam voor de Wet Wapens en Munitie. Gelet op het feit dat verdachte [verdachte] nog een vrijheidsstraf had openstaan wilde ik verdachte [verdachte] controleren op wapen. Ik vroeg verdachte [verdachte] uit te stappen. Toen verdachte [verdachte] uit het voertuig was, vroeg ik hem zijn T-Shirt op te tillen zodat ik zijn broekriem kon zien.’</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens zal het hof dit bewijsmiddel aanvullen door er aan toe te voegen: </para>
      <para>‘De verdovende middelen betroffen 4,6 gram cocaïne welke door mij in beslag genomen zijn.’</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast vult het hof ten aanzien van de bewezenverklaring inzake parketnummer 02-211987-20 met betrekking tot feit 1 de bewijsmiddelen aan met het navolgende bewijsmiddel:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>1.4a. </title>
    <bridgehead role="bold">De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 21 maart 2022, voor zover inhoudende:</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>U, voorzitter, vraagt mij hoe ik aan de cocaïne kwam die op 20 augustus 2020 bij mij werd aangetroffen. Ik heb de cocaïne zelf gekocht. Ik ging naar een feestje toe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof vult ten slotte ten aanzien van de bewezenverklaring met parketnummer 02-229369-20 met betrekking tot feit 1 de bewijsmiddelen aan met het navolgende bewijsmiddel: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.1.10. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 21 maart 2022, voor zover inhoudende:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U, voorzitter, houdt mij voor dat ik op 12 september 2020 aan werd gehouden met 23 gripzakjes cocaïne. In die periode waren wat huisfeestjes aan de gang. Ik heb de 23 gripzakjes zo gekocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verbetering en aanvulling bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof schrapt een gedeelte van de bewijsoverwegingen (pagina 7, laatste alinea en pagina 8, eerste alinea), luidende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘Voorts stelt de politierechter vast dat verdachte één maand na de eerste aanhouding ook in </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de auto is aangetroffen. Bij verdachte is 7,75 gram cocaïne gevonden. Dit is door het NFI </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">getest en blijkt cocaïne te zijn. Verdachte en zijn broer hebben verklaard dat de auto van zijn broer is. De politierechter hecht echter meer waarde aan het proces-verbaal van bevindingen waarin is gerelateerd dat uit het systeem blijkt dat verdachte de tenaamgestelde is van de auto. Zij hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij geen drugs gebruikt, maar verklaart echter ook dat de cocaïne voor eigen gebruik was. Daarnaast is er bij verdachte hennep aangetroffen. Uit de speekseltest is gebleken dat hij dit ook heeft gebruikt. De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte cocaïne aanwezig heeft gehad.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De politierechter stelt vast dat verdachte tweemaal cocaïne in de auto aanwezig heeft gehad </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met contante geldbedragen. Zij is van oordeel dat dit een indicatie is voor dealen.’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is verder met de politierechter en de advocaat-generaal van oordeel dat met betrekking tot het aantreffen van de gripzakjes met cocaïne in de broeksband van de verdachte op 20 augustus 2020 geen onrechtmatigheden hebben plaatsgevonden. Op het moment dat de verbalisant zag dat de verdachte een plastic zakje met gripzakjes tussen de broeksband had zitten, was er immers sprake was van een verdenking van overtreding van de Opiumwet en tevens van ernstige bezwaren als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Opiumwet op grond waarvan de verbalisant de verdachte aan zijn kleding mocht onderzoeken en het plastic zakje uit de broeksband mocht halen. Het hof verwerpt dan ook het verweer van de raadsman dienaangaande.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder parketnummer 02-211987-20 feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>en</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder parketnummer 02-211987-20 feit 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>witwassen.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder parketnummer 02-229369-20 feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanvulling overwegingen inzake op te leggen sanctie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest, zal opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft verzocht dat het hof zal volstaan met oplegging van een taakstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dienaangaande als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de ernst van de bewezenverklaarde feiten heeft het hof in het bijzonder gelet op de omstandigheid dat de verdachte binnen een korte tijd, te weten binnen 4 weken, tweemaal met een hoeveelheid materiaal bevattende cocaïne is aangehouden. Voorts heeft het hof gelet op het feit dat harddrugs als de onderhavige grote gevaren opleveren voor de gezondheid van de gebruikers waardoor aan de samenleving ernstige schade wordt berokkend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op voormelde omstandigheden kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met de enkele oplegging van een taakstraf, zoals door de raadsman van de verdachte is verzocht. Het hof acht een voorwaardelijke gevangenisstraf, in combinatie met een taakstraf zoals door de politierechter is opgelegd, passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts betrekt het hof bij zijn oordeel omtrent de straftoemeting dat bij het onder parketnummer 02-211987-20 onder 1 bewezenverklaarde sprake is van eendaadse samenloop. De verdachte heeft zich onder parketnummer 02-211987-20 ten aanzien van feit 1 schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren én het opzettelijk aanwezig hebben van een materiaal bevattende cocaïne, als bedoeld in artikel 2 onder B en C van de Opiumwet. Het hof is van oordeel dat deze feiten die onder voormeld parketnummer bewezen zijn verklaard, in eendaadse samenloop zijn begaan, nu de bewezenverklaarde gedragingen in zodanige mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren, dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt kan worden gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de kwalificaties en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. S.V. Pelsser, voorzitter,</para>
      <para>mr. G.J. Schiffers en mr. R. Lonterman, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M. Peperkamp, griffier,</para>
      <para>en op 4 april 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Pelsser en mr. Lonterman zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>