<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2022:1177</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T16:38:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.280.345_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2022/141</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1177">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1177</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-20T09:36:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:1177 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 12-04-2022 / 200.280.345_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2022:1177:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (nalatenschap), akte na tussenarrest niet genomen en geïntimeerden worden niet-ontvankelijk verklaard in hun incidenteel hoger beroep nu niet alle deelgenoten in de procedure in incidenteel hoger beroep zijn betrokken; alle principale grieven falen en het eindvonnis wordt bekrachtigd met compensatie van kosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2022:1177:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.280.345/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 12 april 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant in principaal hoger beroep,</para>
      <para>geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. M. van Tessel te Drunen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="bold">[geintimeerde 1] , zowel in persoon als i.z.h. als (voormalig) executeur in de nalatenschap van [erflaatster] ,</emphasis><?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <parablock>
      <para>geïntimeerde in principaal hoger beroep,<?linebreak?>appellant in incidenteel hoger beroep;</para>
      <para>hierna aan te duiden als [geintimeerde 1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. B.J. Lokollo te Utrecht;</para>
    </parablock>
    <para>2. <emphasis role="bold">[geintimeerde 2] ,</emphasis><?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <parablock>
      <para>geïntimeerde in principaal hoger beroep,<?linebreak?>appellante in incidenteel hoger beroep; </para>
      <para>hierna aan te duiden als [geintimeerde 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. B.J. Lokollo te Utrecht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">3 [geintimeerde 3] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geïntimeerde in principaal hoger beroep,</para>
      <para>niet-verschenen,</para>
    </parablock>
    <para>4. <emphasis role="bold">[geintimeerde 4] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde in principaal hoger beroep,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para>5. <emphasis role="bold">[geintimeerde 5] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>niet verschenen;</para>
    </parablock>
    <para>6. <emphasis role="bold">[geintimeerde 6] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde in principaal hoger beroep,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [geintimeerde 3] , [geintimeerde 4] , [geintimeerde 5] en [geintimeerde 6] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 7 december 2021, verbeterd bij arrest van 18 januari 2022, in het hoger beroep van de door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, onder zaaknummer C/01/341859 / HA ZA 19-16 gewezen vonnissen van 6 maart 2019 en 25 maart 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenarrest van 7 december 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de door [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] op de rol van 21 december 2021 genomen akte, die onder voorbehoud van herstel is geaccepteerd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>op de rol van 4 januari 2022 is dit verzuim niet hersteld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>op de rol van 11 januari 2022 is beslist dat de akte van [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] is geweigerd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in incidenteel hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Bij genoemd tussenarrest heeft het hof overwogen voornemens te zijn [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] in de gelegenheid te stellen om hun memorie van grieven in incidenteel hoger beroep alsnog bij exploot kenbaar te maken te maken aan [geintimeerde 3] , [geintimeerde 4] , [geintimeerde 5] en [geintimeerde 6] (vgl. art. 130 lid 3 Rv). Maar voordat het hof [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] hiertoe in de gelegenheid zal stellen, is de zaak naar de rol verwezen voor akte na tussenarrest waarin zij zich eerst konden uitlaten over de wenselijkheid hiervan gezien de (mogelijk hoge) kosten die dit met zich meebrengt en hun (financiële) belang in incidenteel hoger beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De door [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] op 21 december 2021 genomen akte (ZIVVER) is blijkens de rolkaart geaccepteerd onder voorbehoud van herstel van het verzuim, namelijk dat alsnog de originele akte wordt overgelegd. Dit verzuim is vervolgens niet hersteld waarna de akte van geïntimeerden (ZIVVER) is geweigerd. Nu [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] aldus geen akte hebben genomen, terwijl zij een beslissing willen over een processueel ondeelbare rechtsverhouding en zij, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid om (kenbaar te maken of zij) [geintimeerde 3] , [geintimeerde 4] , [geintimeerde 5] en [geintimeerde 6] in het geding te (willen) betrekken en hun memorie van grieven alsnog bij exploot aan hen kenbaar te maken, dienen zij niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun incidenteel hoger beroep (art. 118 Rv en HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in het principaal appel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>In 3.4 van het tussenarrest is overwogen dat [appellant] geen grieven tegen het tussenvonnis van 6 maart 2019 heeft gericht en dat hij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Verder volgt uit het tussenarrest dat alle grieven in principaal appel falen. Dit betekent dat het vonnis van 25 maart 2020 wordt bekrachtigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Gelet op de familieverhouding van partijen, worden de proceskosten van het hoger beroep gecompenseerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op het principaal en incidenteel hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen het tussenvonnis van 6 maart 2019;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het eindvonnis van 25 maart 2020;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] niet-ontvankelijk in hun incidenteel hoger beroep;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten van het hoger beroep tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.W. Vermeulen, M.E. Smorenburg en P.S. Kamminga  en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>