<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:4421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-28T09:22:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-000212-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2022:1829" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Cassatie: ECLI:NL:HR:2022:1829</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:4421">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:4421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-28T09:22:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:4421 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 24-12-2021 / 20-000212-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:4421:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mishandeling, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:4421:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-000212-21 </para>
  <para>Uitspraak	: 24 december 2021</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 22 januari 2021, in de strafzaak met parketnummer 03-048911-20 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1956, </para>
      <para>door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven adres: [adres 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte door de rechtbank vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. De rechtbank heeft het meer subsidiair tenlastegelegde bewezen verklaard, zulks gekwalificeerd als mishandeling, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft en de verdachte daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de door de benadeelde partijen ingediende vorderingen tot schadevergoeding toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van schadevergoedingsmaatregelen ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte een geslaagd beroep op noodweer toekomt. Ten aanzien van de vorderingen tot schadevergoeding heeft de verdediging – gelet op de bepleite vrijspraak –  bepleit dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in hun vorderingen dan wel dat het hof die vorderingen zal afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>primair </para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2020 tot en met 23 februari 2020 in de gemeente Simpelveld [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd, althans het bovenlichaam, van die [slachtoffer] te stompen/boksen/slaan (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2020 tot en met 23 februari 2020 in de gemeente Simpelveld aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten hersenletsel, heeft toegebracht, door meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd, althans het bovenlichaam, van die [slachtoffer] te stompen/boksen/slaan (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen), terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad;<?linebreak?></para>
      <para>meer subsidiair<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2020 tot en met 23 februari 2020 in de gemeente Simpelveld [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd, althans het bovenlichaam, van die [slachtoffer] te stompen/boksen/slaan (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen), terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak primair en subsidiair tenlastegelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht – met de verdediging en de advocaat-generaal – hetgeen primair en subsidiair ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte zal derhalve van het primair en subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij in de periode van 22 februari 2020 tot en met 23 februari 2020 in de gemeente Simpelveld [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen op/tegen het hoofd van die [slachtoffer] te stompen/boksen/slaan (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen), terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_e2df9393-8d4d-4c21-869b-2b0080990237" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 februari 2020 (p. 25-26), voor zover inhoudende als relaas verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :</emphasis></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 25</emphasis>
    </para>
    <para>Op 23 februari 2020 omstreeks 06:00 uur ontvingen wij de melding om te gaan naar [adres 2] . Wij hoorden de dienstdoende centralist van het Operationeel Centrum Limburg zeggen dat aldaar een persoon onwel was geworden en er vermoedelijk een reanimatie opgestart diende te worden. Tijdens het rijden naar deze locatie hoorden wij de centralist zeggen dat de persoon vermoedelijk al langer geleden was overleden en dat het een [locatie] zou betreffen. Omstreeks 06:10 uur betraden wij deze woning. Wij zagen dat onmiddellijk na binnenkomst aan de rechterzijde een klein gangetje was en dat de rechterdeur van dit gangetje naar een slaapkamer leidde. Ik, [verbalisant 1] , zag dat de deur van die slaapkamer openstond en er een man op het bed lag. Ik zag dat de man met ontbloot bovenlijf op het bed lag en er bloed op zijn neus en linkeroog zat.</para>
    <para />
    <para>2. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal forensisch overlijdensonderzoek persoon [slachtoffer] ( [geboortedag 2] 1969) d.d. 27 februari 2020 (p. 118-122), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :</emphasis></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 119</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>Lijkschouw [slachtoffer]</para>
      <para>Op 23 februari 2020 om 08:40 uur werd door de aangewezen schouwarts dr. H. van der Loo, in het bijzijn van ons, ter plaatse in de bungalow een lijkschouw verricht. De overledene betrof [slachtoffer] , geboren [geboortedag 2] 1969 te [geboorteplaats 2] . Wij zagen uitgebreide bloeduitstortingen, verspreid over het gelaat tot in de hals. Wij zagen een klein (open) wondje bij de linker wenkbrauw, waaruit bloed was gedruppeld. Verder zagen wij opgedroogd bloed in beide neusgaten. Wij zagen dat de neus scheef stond en dat er een streepvormige bloeduitstorting zichtbaar was over de linkerzijde van de neus. Verder zagen wij een blauw/groene verkleuring (bloeduitstorting) op de bovenzijde van de linkerhand. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 120</emphasis>
    </para>
    <para>Wij voelden dat er sprake was van (beginnende) lijkstijfheid en de aanwezige wegdrukbare lijkvlekken waren conform de aangetroffen houding van het stoffelijk overschot. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geschatte tijd van overlijden [slachtoffer]</para>
      <para>Met behulp van een post mortem app is er onderzoek gedaan naar een indicatie van de tijd van overlijden van het slachtoffer. Op basis hiervan lag de tijd van overlijden van het slachtoffer hoogstwaarschijnlijk tussen zaterdag 22 februari 2020 om 22:06 uur en zondag 23 februari 2020 om 03:42 uur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. <emphasis role="bold">Het verslag betreffende niet-natuurlijke dood d.d. 23 februari 2020 (p. 123-124), opgemaakt door de lijkschouwer, H. van der Loo, forensisch geneeskundige:</emphasis></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 123</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>De ondergetekende H. van der Loo lijkschouwer van de gemeente Simpelveld </para>
      <para>verklaart het lijk persoonlijk te hebben geschouwd en bericht u er niet van overtuigd </para>
      <para>te zijn dat de dood ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 123/124</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>Bijzonderheden zijn: </para>
      <para>meervoudige letsels, bloeduitstortingen, kraswonden. schaafwonden ter hoogte van het linker jukbeen, linkerzijde voorhoofd, linker wenkbrauw, neus, bloedneus, linker heup, linker hand, die wijzen op geweld van buitenaf. Niet passend bij een klap met de vlakke hand en de meervoudigheid van letsels past ook niet bij klap tegen deur/ wc-pot. Dus niet natuurlijk overlijden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. <emphasis role="bold">Het definitief sturingsverslag d.d. 6 maart 2020 (p. 136-139), opgemaakt door dr. W. van Zwam, radioloog en D.M. Warnier, forensisch radiologisch consulente:</emphasis></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 136</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>Hoofd/hals:</para>
      <para>•  Huid en onderhuidse weefsel van de schedel:</para>
      <para>o Onregelmatigheid van de huid aan de onder-/buitenzijde van de </para>
      <para>linkerwenkbrauw; mogelijk huiddefect. </para>
      <para>o Onderhuidse zwelling aan de linkerzijde van het hoofd </para>
      <para>o Onderhuidse zwelling aan de buitenzijde van het linkeroog, rondom de neus (links meer dan rechts) en in de linkerwang </para>
      <para>o Onderhuidse zwelling rechts op het achterhoofd </para>
      <para>o Kleine onderhuidse zwelling op de kruin, rechts van de middenlijn </para>
      <para>o Enige onderhuidse zwelling in de rechterwang</para>
      <para>•  Huid en onderhuidse weefsel van de hals:</para>
      <para>o Grote zwelling links in de hals; in en rondom de musculus sterno- </para>
      <para>cleidomastoideus (halsspier)</para>
      <para>o Onderhuidse zwelling achter in de nek in de middenlijn </para>
      <para>o Onderhuidse zwelling net onder het achterhoofd links</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 137</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>•  Brein:</para>
      <para>o Uitgebreid subduraal bloed (tussen het zachte hersenvlies en het</para>
      <para>spinnenwebvlies) in de rechterhersenhelft: pariëtaal, temporaal en frontaal </para>
      <para>o Verplaatsing van het hersenweefsel over de middenlijn naar links van meer dan 2 cm met tentoriale herniatie rechts </para>
      <para>o Versmalling van de rechter hersenkamers en verwijding van de </para>
      <para>linkerhersenkamer </para>
      <para>o Zwelling van het brein</para>
      <para>•  Bijholten van het hoofd:</para>
      <para>o Vocht in de rechtervoorhoofdsholte en in de linkerkaakbijholte </para>
      <para>o Slijmvlieszwelling in de rechterkaakbijholte</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 139</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>Conclusie/bevindingen:</para>
      <para>Meerdere onderhuidse zwellingen ter hoogte van het hoofd en de hals, meest uitgesproken links in de hals bij de halsspier.</para>
      <para>Afwijkingen in het hoofd:</para>
      <para>o Uitgebreid subduraal bloed (tussen het zachte hersenvlies en hetspinnenwebvlies) in de rechterhersenhelft: pariëtaal, temporaal en frontaal </para>
      <para>o Verplaatsing van het hersenweefsel over de middenlijn naar links van meer </para>
      <para>dan 2 cm met tentoriale herniatie rechts </para>
      <para>o Versmalling van de rechter hersenkamers en verwijding van de linkerhersenkamer </para>
      <para>o Zwelling van het brein</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. <emphasis role="bold">Het rapport van het Nederland Forensisch Instituut d.d. 23 maart 2020 (p. 143-151), inhoudende pathologieonderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke dood, opgemaakt door dr. V. Soerdjbalie-Maikoe, arts en forensisch patholoog:</emphasis></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 148</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>Doodsoorzaak</para>
      <para>Bij sectie werden uitwendig verspreid aan het hoofd op meerdere plaatsen letsels </para>
      <para>vastgesteld en werden inwendig aan de binnenzijde van de schedelhuid tot op het </para>
      <para>botvlies links en aan de rand van de linkerslaapspier bloeduitstortingen vastgesteld. </para>
      <para>Ook werd er een hersen(vlies)letsel vastgesteld. Er was uitgebreide bloeduitstorting </para>
      <para>onder het harde hersenvlies (subduraal) rechts, met geringe uitbreiding onder de </para>
      <para>zachte hersenvliezen rechts en afplatting van de rechterhersenhelft (massawerking). </para>
      <para>Voorts waren er tekenen van vochtophoping in de hersenen (sub B4).</para>
      <para>Deze letsels waren bij leven ontstaan door uitwendig mechanisch hevig stomp </para>
      <para>botsend geweld (trauma) op het hoofd, zoals door 1 of meerdere vallen, </para>
      <para>meervoudig slaan (al of niet met voorwerpen) of een combinatie daarvan. </para>
      <para>Bovengenoemde geweldsinwerking op het hoofd heeft geleid tot bovengenoemde </para>
      <para>verwikkelingen, waaronder bloedophopingen in de schedelholte en vochtophoping in </para>
      <para>de hersenen. Dit gaat doorgaans gepaard met hersenfunctiestoornissen, waarmee </para>
      <para>het overlijden kan worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 150</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>Het overlijden van [slachtoffer] , 50 jaren oud, wordt verklaard door bij leven </para>
      <para>opgelopen hevig uitwendig mechanisch stomp botsend geweld (trauma) op het </para>
      <para>hoofd met als gevolg uitgebreid hersen(vlies)letsel en hersenfunctiestoornissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van verhoor d.d. 25 februari 2020 (p. 236-242), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte [medeverdachte 1] : </emphasis></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 237</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>V: Vraag verbalisanten </para>
      <para>A: Antwoord verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>A: Ik kan mij herinneren dat toen wij de kamer hebben verlaten en in de woonkamer stonden, dat ik [verdachte] hoorde zeggen: ‘lk heb hem dood gemaakt. Wat kan ik nu doen’. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 238</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>A: Hij sloeg hem.<?linebreak?>V: Wie sloeg wie?<?linebreak?>A: [verdachte] sloeg [slachtoffer] . <?linebreak?>V: Heb je dat gezien? <?linebreak?>A: Ja ik zag dat [verdachte] [slachtoffer] naast de verwarming meerdere keren sloeg.  </para>
      <para>V: Kun je die mishandeling beschrijven?<?linebreak?>A: [slachtoffer] die lag op de grond en [verdachte] was naast hem. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer] meerdere keren met zijn vuisten sloeg. <?linebreak?>V: Waar raakte [verdachte] [slachtoffer] met zijn vuistslagen? <?linebreak?>A: Op zijn hoofd en zijn gezicht raakte hij hem. <?linebreak?>V: Hoeveel vuistslagen werden er uitgedeeld? <?linebreak?>A: In de tijd dat ik dat zag nadat ik wakker werd 3 of 4 keer. [verdachte] is een brede en sterke man. Hij is fors gebouwd en heeft handen als een olifant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V: Had jij al eerder gezien dat [verdachte] zo tekeer ging op [slachtoffer] ?</para>
      <para>A: Ja anderhalve maand geleden werd [slachtoffer] ook door [verdachte] geslagen. Maar nu was het echt verschrikkelijk hoe hij sloeg.</para>
      <para>V: Wat bedoel je met verschrikkelijk?</para>
      <para>A: Hij sloeg met zulke boosheid. Ik kon dat niet bevatten. Ik dacht dat als hij mij zo zou slaan ik ter plekke zou dood vallen.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 239 </emphasis>
      <?linebreak?>A: Mij schiet nu te binnen dat [verdachte] het bloed bij de deur wilde schoonmaken. Ik heb toen tegen hem gezegd dat hij dat met rust moest laten. <?linebreak?>V: Wanneer was dat? <?linebreak?>A: Dat was tegen de ochtend. Toen ik [verdachte] zag lopen met een kom met water.</para>
    <para />
    <para>7. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van verhoor d.d. 24 februari 2020 (p. 251-259), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte [medeverdachte 2] :</emphasis></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 252</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>V: Vraag verbalisanten </para>
      <para>A: Antwoord verdachte </para>
      <para>M: Mededeling verbalisanten </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>A: De overleden persoon [slachtoffer] begon ruzie te maken. Daarna begon die [verdachte] uit te schelden. [verdachte] werd ook boos en ging op [slachtoffer] af. [verdachte] zat in een fauteuil en is toen opgestaan en hij begon met de vuist tegen [slachtoffer] te boksen. [verdachte] is opgestaan en begon [slachtoffer] met beide vuisten te boksen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 253</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>A: Hij was aan het bloeden bij zijn oog. Toen [verdachte] hem zo aan het boksen was is [slachtoffer] gevallen. Hij kwam naast de verwarming op de grond. Terwijl [slachtoffer] op de grond lag ging [verdachte] door met boksen. </para>
      <para>V: Welke houding heeft [verdachte] als [slachtoffer] op de grond ligt en er gebokst wordt? <?linebreak?>A: Gebukt, voorover gebukt en boksend. <?linebreak?>V: Hoe vaak heeft [verdachte] [slachtoffer] geslagen? <?linebreak?>A: Ik kan vertellen dat het heel snel ging en het waren zeker geen drie, er waren meer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 257</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>A: Ik vroeg aan [verdachte] of hij wist dat [slachtoffer] dood was. [verdachte] ging zijn hoofd naar beneden en maakte een gebaar met zijn hand en zei dat hij problemen kreeg. Ik ben terug gegaan naar [slachtoffer] en heb hem goed bekeken. Ik zag dat zijn neus en shirt onder het bloed zaten. <?linebreak?></para>
      <para>V:Waar sloeg hij hem dan?</para>
      <para>A: Die zaterdag sloeg hij hem echt heel hard. Ik heb nooit gezien dat hij hem zo vaak en zo hard sloeg. Ik zag dat het hoofd van [slachtoffer] op en neer ging door het slaan. <?linebreak?></para>
      <para>M: U zei gisteren dat u hem op een gegeven moment zonder T-shirt in bed zag liggen. Later zei u dat u zag dat [verdachte] voordat 112 is gebeld het T-shirt stuk heeft geknipt. <?linebreak?>V: Hoe zit het nu? <?linebreak?>A: Hij heeft hem geslagen en hij zei dat hij de gevangenis in ging. In de paniek wist ik niet wat ik moest doen. Ik liep op en neer en begon schoon te maken ik kon niet denken en was in shock. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 258</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>A: [verdachte] zei toen dat hij zeker naar de gevangenis zou gaan omdat hij hem zo hard had geslagen. [verdachte] pakte een doek en ging het gezicht van [slachtoffer] schoonmaken. Ik zei tegen hem wat heeft het voor nut zijn gezicht en vloer schoon te maken als zijn shirt en alles onder het bloed zat. [verdachte] zei dat ik met een schaar het shirt door moest knippen ik zei dat ik dat niet ging doen. Ik weet niet waarom, maar ik heb de schaar gepakt en hij heeft met die schaar het T-shirt geknipt. Ik kreeg de schaar terug en deed die in de la terug.</para>
      <para>
        <?linebreak?>V: We hebben begrepen dat er spullen naar de vuilnis zijn gebracht. Hoe zit dat? <?linebreak?>A: Dat klopt, de shirt en de doek voor te wassen heeft [verdachte] weggebracht. <?linebreak?></para>
      <para>A: De hele situatie is begonnen door [slachtoffer] . [verdachte] zat rustig in de fauteuil en [slachtoffer] irriteerde hem en toen viel [verdachte] [slachtoffer] aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van verhoor d.d. 25 februari 2020 (p. 261-267), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte [medeverdachte 2] :</emphasis></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 262</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>V: Vraag verbalisanten </para>
      <para>A: Antwoord verdachte </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 263</emphasis>
    </para>
    <para>A: [verdachte] maakte hem schoon. Hij gebruikte een kom en een blauw doekje. Dat doekje is hij weg gaan gooien. </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 264</emphasis>
    </para>
    <para>A: [verdachte] zei de hele tijd dat hij problemen zou krijgen en niet meer naar Polen kon gaan om te werken<emphasis role="bold">.</emphasis> Dat zei hij de hele tijd.</para>
    <para />
    <para>9. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van verhoor d.d. 24 februari 2020 (p. 189-193), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte:</emphasis></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 189</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>V: Vraag verbalisanten </para>
      <para>A: Antwoord verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 191</emphasis>
      <?linebreak?>V: [medeverdachte 2] verklaart dat jij met een doek het gezicht van [slachtoffer] hebt gewassen toen [slachtoffer] dood in bed lag. Wat wens je hierop te verklaren?<?linebreak?>A: Ik heb in zijn gezicht geveegd met een doekje. </para>
    <para />
    <para>10. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van verhoor d.d. 25 februari 2020 (p. 196-205), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte:</emphasis></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 197</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>V: Vraag verbalisanten </para>
      <para>A: Antwoord verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 198</emphasis>
    </para>
    <para>V: Sloeg [slachtoffer] u ook? <?linebreak?>A: Volgens mij heb ik hem ook 2 keer klappen uitgedeeld.</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">p. 203</emphasis>
      <?linebreak?>V: Hoe wil je op de verklaring van [medeverdachte 2] reageren?</para>
    <parablock>
      <para>A: Dus [medeverdachte 2] heeft verklaard dat ik de doek en T-shirt heb weggebracht.</para>
      <para>V: Klopt dat?</para>
      <para>A: Ja, dat klopt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>11. <emphasis role="bold">Het proces-verbaal van verhoor verdachte toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling en vordering tot bewaring d.d. 26 februari 2020 (los opgenomen), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer] was onder invloed van alcohol en was erg agressief. Ik heb hem een of twee keer vrij hard geslagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U vraagt mij of ik het T-shirt van [slachtoffer] heb afgeknipt. Het was mijn fout dat ik het T-shirt heb afgeknipt en van hem heb afgetrokken. Ik heb het T-shirt daarna weggegooid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U vraagt mij of ik bloed heb verwijderd met een doek. Ik heb een doekje gepakt en ik heb zijn gezicht afgeveegd. Het klopt dat ik bloed heb weggeveegd van het gezicht van [slachtoffer] . Het bloed zat op zijn voorhoofd in de buurt van zijn neus en bij zijn oog.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de </para>
      <para>feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Daartoe is – kort gezegd – het navolgende aangevoerd. </para>
      <para>De getuigenverklaringen in het dossier zijn onbetrouwbaar, ongeloofwaardig en tegenstrijdig. Gelet daarop zijn de getuigenverklaringen in overwegende mate niet bruikbaar voor een bewezenverklaring van het meer subsidiair tenlastegelegde. </para>
      <para>Bovendien kan op basis van de inhoud van het dossier niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de tenlastegelegde mishandeling de dood van [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad. Uit de inhoud van het dossier blijkt immers dat het slachtoffer die avond uit zichzelf meerdere malen is gevallen, dat hij de wc-deur tegen zijn hoofd heeft geslagen, alsmede dat [medeverdachte 2] het slachtoffer heeft geslagen. Ook blijkt daaruit dat het slachtoffer ongeveer drie weken eerder en ook ongeveer drie maanden voorafgaand aan het tenlastelegde meerdere keren is geslagen. Er bestaan aldus verschillende concrete alternatieve scenario’s voor de doodsoorzaak van [slachtoffer] . </para>
      <para>Tot slot – zo begrijpt het hof het verweer van de verdediging – dient de verdachte van het meer subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, nu aan hem een geslaagd beroep op noodweer toekomt. De verdachte heeft gehandeld ter noodzakelijke verdediging van zijn eigen lijf en dat van [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] heeft namelijk verklaard: ‘<emphasis role="italic">We hebben gefeest en gedronken. [slachtoffer] was de hele dag luid en agressief en dronken. (…) Op zaterdag tijdens het drinken was hij agressief en provocerend. [slachtoffer] had [verdachte] een klap verkocht. [verdachte] sloeg [slachtoffer] terug tot 2 x keer toe</emphasis>.’ Ook de verdachte heeft verklaard dat hij door [slachtoffer] werd geslagen en dat hij met een platte hand terug heeft geslagen. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij [medeverdachte 2] wilde beschermen, omdat [slachtoffer] [medeverdachte 2] wilde slaan. Een getuige heeft ook verklaard dat [slachtoffer] tegen iedereen boos was en dat hij [medeverdachte 2] wilde slaan. Het door de verdachte toegepaste geweld was proportioneel en ter noodzakelijke bescherming van zijn eigen lijf en dat van [medeverdachte 2] , aldus de verdediging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de inhoud van het dossier en het behandelde ter zitting in hoger beroep stelt het hof de navolgende feiten en omstandigheden vast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van een melding hebben verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 23 februari 2020, omstreeks 06:10 uur, een [locatie] , betreden. [verbalisant 1] zag dat in een slaapkamer in voornoemd vakantiehuisje een man op bed lag. Deze man had een ontbloot bovenlijf. [verbalisant 1] zag dat er bloed op de neus en linkeroog van de man zat. De man – slachtoffer [slachtoffer] – was overleden. De tijd van overlijden lag hoogstwaarschijnlijk tussen 22 februari 2020 om 22:06 uur en 23 februari 2020 om 03:42 uur. </para>
      <para>De lijkschouwer heeft vastgesteld dat bij de overledene sprake was van meervoudige letsels, bloeduitstortingen, kraswonden, schaafwonden ter hoogte van het linker jukbeen, linkerzijde voorhoofd, linker wenkbrauw, neus, bloedneus, linker heup en linker hand. Deze letsels wijzen op geweld van buitenaf en zijn niet passend bij een klap met de vlakke hand, noch bij een klap tegen een deur. De lijkschouwer concludeert dat sprake is van niet-natuurlijk overlijden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het sturingsverslag van de radioloog blijkt dat bij het slachtoffer sprake is van meerdere onderhuidse zwellingen ter hoogte van het hoofd en de hals, alsmede van afwijkingen in het hoofd, waaronder een verplaatsing van het hersenweefsel over de middenlijn naar links van meer dan twee centimeter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens het rapport van de forensisch patholoog wordt het overlijden van het slachtoffer verklaard door bij het leven opgelopen hevig uitwendig mechanisch stomp botsend geweld (trauma) op het hoofd met als gevolg uitgebreid hersen(vlies)letsel en hersenfunctiestoornissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit hetgeen de verdachte op 25 februari 2020 bij de politie heeft verklaard blijkt dat hij het slachtoffer heeft geslagen. Ook op 26 februari 2020 heeft hij verklaard dat hij het slachtofer – vrij hard – heeft geslagen. Voorts blijkt uit de inhoud van het dossier dat de verdachte met een doekje bloed van het gezicht van het slachtoffer heeft geveegd, dat hij het T-shirt van het slachtoffer heeft afgeknipt en van het slachtoffer heeft afgetrokken, alsmede dat hij dat doekje en slachtoffers T-shirt daarna heeft weggegooid. Het bloed zat in de buurt van de neus van het slachtoffer en bij zijn oog, aldus de verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens [medeverdachte 2] heeft de verdachte verteld dat hij hem (<emphasis role="italic">het hof: begrijpt het slachtoffer</emphasis>) heeft geslagen en dat hij zei dat hij de gevangenis in ging. De verdachte zei dat hij naar de gevangenis zou gaan, omdat hij hem (<emphasis role="italic">het hof: begrijpt het slachtoffer</emphasis>) zo hard had geslagen. Ook zei de verdachte de hele tijd dat hij problemen zou krijgen en dat hij niet meer naar Polen kon gaan. [medeverdachte 1] hoorde de verdachte zeggen: ‘lk heb hem dood gemaakt. Wat kan ik nu doen’. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de verdachte het slachtoffer meerdere keren sloeg. Dat was naast de verwarming. Het slachtofer lag op de grond en de verdachte sloeg het slachtoffer meerdere keren met zijn vuist op het hoofd en het gezicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 2] heeft verklaard dat de verdachte met de vuist tegen het slachtoffer sloeg en dat het slachtoffer bloedde bij zijn oog. Voorts blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 2] dat op het moment dat de verdachte zo aan het boksen was, het slachtoffer viel en dat hij naast de verwarming op de grond terecht kwam. Terwijl het slachtoffer op de grond lag, ging de verdachte door met boksen. Het slachtoffer werd meerdere keren door de verdachte geslagen. [medeverdachte 2] zag dat de neus van het slachtoffer en zijn T-shirt onder het bloed zaten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mishandeling</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof ziet zich in de eerste plaats gesteld voor de vraag of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de aan hem meer subsidiair tenlastegelegde mishandeling. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend. Met de verdediging constateert het hof dat getuigen op bepaalde punten weliswaar wisselend en tegenstrijdig hebben verklaard, maar voor wat betreft de aan de verdachte tenlastegelegde handelingen hebben de getuigen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] – op essentiële onderdelen – naar het oordeel van het hof in de kern gelijkluidend verklaard. Beiden hebben namelijk bijvoorbeeld verklaard dat de verdachte het slachtoffer meerdere keren sloeg, terwijl laatstgenoemde op de grond lag. Dit handelen is gericht geweest op het toebrengen van pijn dan wel letsel bij het slachtoffer. Ook over de wijze van slaan – met de vuisten/boksend – hebben voornoemde getuigen eensluidend verklaard en zulks geldt bovendien voor wat betreft de locatie alwaar de mishandeling heeft plaatsgehad, te weten ter hoogte van de verwarming. Bovendien vindt hetgeen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben verklaard steun in andere bewijsmiddelen. Zo heeft ook de verdachte verklaard dat hij het slachtoffer (meerdere keren hard) heeft geslagen. Voorts heeft [medeverdachte 2] verklaard dat het slachtoffer bloedde bij zijn oog en dat er bloed zat op de neus van het slachtoffer. Verbalisant [verbalisant 1] zag – evenals [medeverdachte 2] – dat er bloed op de neus en het linkeroog van het slachtoffer zat. Hetgeen de getuigen hebben verklaard past ook bij het door de deskundigen geconstateerde letsel bij het slachtoffer. Gelet hierop ziet het hof geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaareid van hetgeen de getuigen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben verklaard. Deze verklaringen worden derhalve voor het bewijs gebezigd. Mede gelet op die verklaringen en de bevindingen van de deskundigen betreffende het geconstateerde letsel bij het slachtoffer kan wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem meer subsidiair tenlastegelegde mishandeling. Het hof wordt in zijn overtuiging gesterkt dat de verdachte zich aan dat feit schuldig heeft gemaakt door de uitlatingen die de verdachte volgens [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft geuit, namelijk dat – volgens [medeverdachte 2] – de verdachte heeft gezegd dat hij naar de gevangenis zou gaan omdat hij het slachtoffer zo hard had geslagen en dat hij de hele tijd zei dat hij problemen zou krijgen en niet meer naar Polen kon gaan om te werken. [medeverdachte 1] hoorde de verdachte zeggen: ‘lk heb hem dood gemaakt. Wat kan ik nu doen’. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Doodsoorzaak</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden vastgesteld dat de mishandeling de dood van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad. Ook deze vraag wordt door het hof bevestigend beantwoord. Aan dit oordeel ligt in het bijzonder ten grondslag dat de verdachte het slachtoffer meerdere keren hard met zijn vuist(en) op/tegen het hoofd heeft geslagen waarna het slachtoffer een paar uur later is overleden. De forensisch patholoog concludeert dat het overlijden van het slachtoffer wordt verklaard door bij leven opgelopen hevig uitwendig mechanisch stomp botsend geweld (trauma) op het hoofd, zoals door meervoudig slaan – hetgeen overeenkomt met het hiervoor genoemde handelen van de verdachte – met als gevolg uitgebreid hersen(vlies)letsel en hersenfunctiestoornissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat de dood van het slachtoffer is veroorzaakt door een andere omstandigheid dan het handelen van de verdachte. In dit verband overweegt het hof in het bijzonder dat de lijkschouwer heeft geconcludeerd dat de bij het slachtoffer vastgestelde letsels – waarbij sprake is van niet-natuurlijk overlijden – niet passend is bij een klap met de vlakke hand en/of een klap tegen een deur. Gelet hierop acht het hof niet aannemelijk geworden dat het slachtoffer is overleden als gevolg van een door [medeverdachte 2] met de platte hand gegeven klap of een klap tegen een deur. Dat een mishandeling van het slachtoffer ongeveer drie weken dan wel ongeveer drie maanden voorafgaand aan het tenlastegelegde het overlijden van het slachtoffer tussen (hoogstwaarschijnlijk) 22 februari 2020 om 22:06 uur en 23 februari 2020 om 03:42 uur heeft veroorzaakt, acht het hof evenmin aannemelijk geworden. </para>
      <para>De forensisch patholoog heeft gerelateerd dat de vastgestelde letsels bij leven waren ontstaan door uitwendig mechanisch hevig stomp botsend geweld (trauma) op het hoofd, zoals door één of meerdere vallen, meervoudig slaan (al of niet met voorwerpen) of een combinatie daarvan. De lijkschouwer heeft geconcludeerd dat het geconstateerde letsel niet passend is bij een klap tegen een deur of wc-pot. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het dossier is niet naar voren gekomen dat het slachtoffer die avond spontaan en zodanig hard is gevallen dat hierdoor mogelijk het hersen(vlies)letsel en de hersenfunctiestoornissen kunnen worden verklaard. Dat het slachtoffer bij dronkenschap nog weleens omviel, zoals getuige [getuige] in zijn algemeenheid heeft verklaard, leidt niet, vanwege de onbepaaldheid van tijd en intensiteit, tot een ander inzicht. Het hof acht het verweer dat het dodelijke letsel door een spontane val zou kunnen zijn veroorzaakt dan ook niet aannemelijk. Dit doet zich des te sterker gevoelen nu voor dit letsel een wel aannemelijke verklaring bestaat, namelijk het meerdere malen hard slaan tegen het hoofd van het slachtoffer. Of de val die daar op volgde het uiteindelijke, dodelijke letsel heeft veroorzaakt doet niet af aan de causaliteit tussen het harde slaan door de verdachte en het dodelijke letsel. In het licht van het strafrechtelijke verwijt dat de verdachte wordt gemaakt – het meerdere malen hard tegen het hoofd van het slachtoffer slaan –  acht het hof het dan ook redelijk om dit gevolg aan verdachte toe te rekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenconclusie </emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op het hiervoor overwogen, acht het hof wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de meer subsidiair tenlastegelegde mishandeling en dat die mishandeling de dood van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer van de verdediging wordt derhalve in zoverre verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Noodweer</emphasis>
      </para>
      <para>Tot slot ziet het hof zich voor de vraag gesteld of de verdachte een geslaagd beroep op noodweer toekomt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt voorop dat voor een succesvol beroep op noodweer is vereist dat sprake is van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van – in dit geval – verdachtes lijf dan wel het lijf van een ander ( [medeverdachte 2] ) en dat de verdediging tegen die aanranding voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Van een ogenblikkelijke aanranding is ook sprake bij een onmiddellijk dreigend gevaar voor een aanranding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de inhoud van de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen blijkt dat het slachtoffer onder invloed van alcohol was, dat hij zich agressief gedroeg en dat hij ruzie begon te maken. Naar het oordeel van het hof is evenwel niet aannemelijk geworden dat vervolgens ook daadwerkelijk sprake is geweest van een (onmiddellijk dreigend gevaar voor een) ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van de zijde van het slachtoffer van het lijf van de verdachte dan wel het lijf van [medeverdachte 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan dit oordeel ligt in het bijzonder ten grondslag dat de verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd over de geweldshandelingen die het slachtoffer zou hebben verricht en onvoldoende steun vindt in de (andere) bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft op 23 februari 2020 bij de politie verklaard dat het slachtoffer [slachtoffer] , [medeverdachte 2] wilde slaan en dat hij [medeverdachte 2] wilde verdedigen. Deze verklaring vindt geen steun in de verklaring van [medeverdachte 2] zelf. Zij heeft hier namelijk niets over verklaard, ook niet naar aanleiding van de vraag of het slachtoffer haar ooit heeft mishandeld. Zij antwoordde daarop dat hij haar niet sloeg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 25 februari 2020 heeft de verdachte wel verklaard dat het slachtoffer hem sloeg en dat hij het slachtoffer toen ook twee keer klappen heeft uitgedeeld. Ter terechtzitting in eerste aanleg is van de zijde van de verdediging evenwel naar voren gebracht dat sprake was van één noodweersituatie, namelijk op het moment dat [medeverdachte 2] werd aangevallen, zulks terwijl eerst in hoger beroep naar voren is gebracht dat de verdachte ook ter verdediging van zijn eigen lijf heeft gehandeld. </para>
      <para>
        [medeverdachte 2] heeft wel verklaard dat de verdachte (net als het slachtoffer) boos werd, dat hij vanuit een fauiteul is opgestaan en dat hij met zijn vuisten tegen het (gezicht van het) slachtoffer begon te boksen. Uit deze verklaring van [medeverdachte 2] blijkt niet dat de verdachte heeft gehandeld teneinde zichzelf dan wel [medeverdachte 2] te beschermen. Naar het oordeel van het hof is dan ook niet aannemelijk geworden dat de verdachte de hem verweten gedraging heeft verricht in een situatie waarin voor hem de noodzaak bestond tot verdediging van zijn eigen lijf dan wel het lijf van een ander ( [medeverdachte 2] ) tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer, dan wel het onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. Het hof acht aldus niet aannemelijk geworden dat sprake is geweest van een noodweersituatie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten overvloede overweegt het hof dat, ook als uitgegaan zou worden van het standpunt van de verdediging dat sprake was van een (onmiddellijk dreigend gevaar voor een) ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van het lijf van de verdachte, dan wel het lijf van [medeverdachte 2] , de verdachte evenmin een geslaagd beroep op noodweer toekomt. In dit verband blijkt uit de inhoud van het dossier dat – volgens de verklaring van de verdachte – het slachtoffer [medeverdachte 2] wilde slaan. De verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte 2] bedreigd werd door de houding van het slachtoffer en dat het slachtoffer met zijn armen zwaaide. Uit hetgeen de verdachte heeft verklaard en ook anderszins is niet gebleken dat [medeverdachte 2] daarbij door het slachtoffer is geraakt. Volgens de verklaring van de verdachte is hij zelf twee keer door het slachtoffer in zijn gezicht geslagen. De verdachte weet niet meer of het slachtoffer met zijn vuist heeft geslagen. Hier staat tegenover dat de verdachte – nadat hij uit zijn fauteuil was opgestaan – met zijn vuisten tegen het slachtoffer begon te boksen, het slachtoffer is gevallen en de verdachte vervolgens is doorgegaan met boksen terwijl het slachtoffer op de grond lag. Volgens de verklaring van [medeverdachte 1] werd het slachtoffer op zijn hoofd en in het gezicht geraakt. De verdachte heeft het slachtoffer meerdere keren – volgens [medeverdachte 2] zeker geen drie, maar meerdere keren – met zijn vuisten geslagen. Naar het oordeel van het hof staan deze gedragingen van de verdachte in onredelijke verhouding tot de ernst van de aanranding van het lijf van [medeverdachte 2] en zijn eigen lijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep op noodweer wordt mitsdien verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>Nu – zoals hiervoor overwogen en geconcludeerd – het hof wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling, dat die mishandeling </para>
      <para>de dood van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad en het beroep op noodweer is verworpen, acht het hof het meer subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het meer subsidiair bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>mishandeling, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen sanctie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen sanctie heeft het hof gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan,</para>
    <para>- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en </para>
    <para>- de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer] door hem meerdere keren op/tegen het hoofd te slaan waardoor het slachtoffer ook ten val is gekomen. Kort daarna is het slachtoffer ten gevolge van het hierdoor ontstane hersenletsel overleden. Door aldus te handelen heeft de verdachte de dood van het slachtoffer veroorzaakt en heeft hij onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden van het slachtoffer, onder wie zijn vier kinderen. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Ook rekent het hof het de verdachte aan dat hij bewijs heeft proberen weg te maken door het gezicht van het slachtoffer met een doek schoon te maken, het T-shirt van het slachtoffer af te nemen en die voorwerpen – de doek en slachtoffers T-shirt – vervolgens weg te gooien. Tevens brengt een dergelijk ernstig feit gevoelens van onveiligheid in de samenleving teweeg en wordt de rechtsorde daardoor ernstig geschokt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 oktober 2021. Uit dit uittreksel blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof voorts rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep aan de orde zijn gekomen en besproken. Op basis van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte thans in Polen woont, dat hij met pensioen is en dat hij daar net rond van kan komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de hierboven genoemde aard en ernst van het bewezenverklaarde kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alle omstandigheden afwegende acht het hof het passend en geboden de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende personen hebben in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [benadeelde 1] (zijnde de zoon van [slachtoffer] ) vordert een schadevergoeding van in  totaal € 21.605,50. Deze vordering bestaat voor € 4.105,50 aan materiële schade en voor </para>
      <para>€ 17.500,00 aan affectieschade. De gestelde materiële schade bestaat uit begrafeniskosten, </para>
      <para>kosten voor repatriëring en de kist, kosten voor de geboorte- en overlijdensakte, kosten voor </para>
      <para>de locatie van het graf, kosten voor de begrafenisonderneming, kosten voor het mortuarium </para>
      <para>en het transport en de kosten voor rouwkransen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [benadeelde 2] (zijnde de zoon van [slachtoffer] ) vordert een schadevergoeding van in </para>
      <para>totaal € 17.500,00 bestaande uit affectieschade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [benadeelde 3] (zijnde de dochter van [slachtoffer] ) vordert een schadevergoeding van in </para>
      <para>totaal € 17.500,00 bestaande uit affectieschade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [benadeelde 4] (zijnde de dochter van [slachtoffer] ) vordert een schadevergoeding van in </para>
      <para>totaal € 17.500,00 bestaande uit affectieschade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alle benadeelden hebben verzocht om de schadevergoeding te vermeerderen met de </para>
      <para>wettelijke rente, alsmede om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de door benadeelde partijen ingediende vorderingen tot schadevergoeding volledig toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke vanaf 23 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. Voorts heeft de rechtbank per benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat hof overeenkomstig de beslissing van de rechtbank zal beslissen op de door de benadeelde partijen ingediende vorderingen tot schadevergoeding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft – gelet op de bepleite vrijspraak – bepleit dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding dan wel dat het hof die vorderingen zal afwijzen. Van de zijde van de verdediging zijn de vorderingen tot schadevergoeding niet nader betwist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering [benadeelde 1] strekkende tot vergoeding ter zake van materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is van oordeel dat de gestelde materiële schade van de benadeelde partij [benadeelde 1] rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde handelen. Deze schade is naar het oordeel van het hof ook voldoende onderbouwd. De verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze materiële schade. Nu de vordering voor wat betreft de materiële schadeposten door de verdediging niet is betwist en zij het hof ook anderszins niet ongegrond voorkomt, zal het hof de vordering strekkende tot vergoeding van de materiële schade toewijzen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vorderingen benadeelde partijen strekkende tot vergoeding ter zake van affectieschade</emphasis>
      </para>
      <para>De regeling omtrent vergoeding van affectieschade voorziet in een vergoeding voor geleden immateriële schade uit hoofde van verdriet en pijn, veroorzaakt door het ernstig gewond raken of overlijden van een persoon waarmee de benadeelde een affectieve band heeft. De wetgever heeft in artikel 6:108, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaald dat een beperkte kring van naasten aanspraak kan maken op affectieschade. In het vierde lid van voornoemde bepaling wordt gedefinieerd wie juridisch tot de kring van "naasten"' behoort, waaronder in ieder geval begrepen een kind van de overledene (artikel 6:108, vierde lid, sub d, van het Burgerlijk Wetboek). Het hof stelt vast dat de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] , als kinderen van de overledene, tot de kring van naasten behoren. Aan hen komt aldus een wettelijk recht op vergoeding van affectieschade toe. Het bedrag dat voor vergoeding van deze affectieschade in aanmerking komt, is vastgelegd in het Besluit vergoeding affectieschade. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van dit Besluit geldt in het geval van overlijden door een misdrijf, een vergoeding van € 17.500,00 voor de categorie van naasten waar de kinderen van het slachtoffer onder vallen. De verdachte is tot vergoeding van deze schade gehouden zodat de vorderingen telkens tot voornoemd geldbedrag toewijsbaar zijn. Het hof zal de vorderingen van de benadeelde partijen strekkende tot vergoeding van affectieschade derhalve toewijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie en wettelijke rente</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof zal aan [benadeelde 1] in totaal een bedrag van € 21.605,50 toewijzen (€ 4.105,50 aan materiële schade en € 17.500,00 aan affectieschade). Het toegewezen bedrag ter vergoeding van materiële schade zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2020 – zijde de dag waarop de vordering is ingediend – tot aan de dag der algehele voldoening. Het toegewezen bedrag ter vergoeding van affectieschade zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2020 – zijnde de datum waarop deze schade wordt geacht te zijn geleden – tot aan de dag der algehele voldoening. </para>
      <para>Aan [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] zal het hof telkens een bedrag van € 17.500,00 ter zake van affectieschade toewijzen, zulks ook te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kostenveroordeling </emphasis>
      </para>
      <para>Het hof zal de verdachte veroordelen in de door de benadeelde partijen gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregelen</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan de slachtoffers [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] is toegebracht. Ten aanzien van [benadeelde 1] gaat het om een bedrag van in totaal € 21.605,50. Voor de andere slachtoffers betreft het bedrag van telkens € 17.500,00. De verdachte is daarvoor jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert, zal het hof per slachtoffer aan de verdachte tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het meer subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">24 (vierentwintig) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot <emphasis role="bold">8 (acht) maanden</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]</title>
    <parablock>
      <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het meer subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 21.605,50 (eenentwintigduizend zeshonderdvijf euro en vijftig cent) bestaande uit € 4.105,50 (vierduizend honderdvijf euro en vijftig cent) materiële schade en € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) immateriële schade</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het meer subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 21.605,50 (eenentwintigduizend zeshonderdvijf euro en vijftig cent) bestaande uit € 4.105,50 (vierduizend honderdvijf euro en vijftig cent) materiële schade en € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 107 (honderdzeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op</para>
      <para>3 april 2020 en van de immateriële schade op 23 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]</title>
    <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het meer subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het meer subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 86 (zesentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 23 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]</title>
    <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het meer subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] , ter zake van het meer subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 86 (zesentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 23 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]</title>
    <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] ter zake van het meer subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4] , ter zake van het meer subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 86 (zesentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 23 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. H.A.T.G. Koning, voorzitter,</para>
      <para>mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. F. van Es, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. T.H.J. Menting, griffier,</para>
      <para>en op 24 december 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. Koning is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e2df9393-8d4d-4c21-869b-2b0080990237" label="1">
    <para> Onder dit kopje wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar dossierpagina’s van het doorgenummerde dossier van de politie eenheid Limburg, districtsrecherche Parkstad, proces-verbaalnummer 2020029543, p. 1-267. Alle tot bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>