<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:4411</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-02T13:45:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.303.326_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=512&amp;g=1994-01-01">Wetboek van Strafvordering 512</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:4411">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:4411</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-02T13:44:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:4411 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 14-12-2021 / 200.303.326_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:4411:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek, artikel 512 Sv. Verzoeker is geen partij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:4411:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Wrakings- en verschoningskamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>registratienummer wrakingsverzoek: 200.303.326/01</para>
      <para>datum beslissing: 14 december 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het schriftelijke verzoek tot wraking van 29 november 2021, als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker), in de zaak met zaaknummer [zaaknummer] (hierna: de hoofdzaak) tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>gedetineerd in de penitentiaire inrichting [penitentiaire inrichting] , te [plaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van mr. A.R. Hartmann, senior raadsheer in het gerechtshof </para>
      <para>’s-Hertogenbosch, team Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In de procedure in hoger beroep in de hoofdzaak heeft op 10 november 2021 een  zitting plaatsgevonden, met mr. A.R. Hartmann als voorzitter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft, bij op 29 november 2021 gedagtekende brief, mr. Hartmann gewraakt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Mr. Hartmann heeft de wrakingskamer laten weten niet in het wrakingsverzoek te berusten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering kan op verzoek van de verdachte of het Openbaar Ministerie (hierna: OM) elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De wettelijke regeling laat derhalve geen ruimte voor een wrakingsverzoek door anderen dan de verdachte of het OM. In eerdere rechterlijke uitspraken in wrakingszaken is echter aanvaard dat ook andere procesdeelnemers dan de verdachte of het OM een wrakingsverzoek mogen doen, zoals een benadeelde partij die zich in een strafzaak heeft gevoegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker is noch verdachte noch lid van het OM. Dat aan verzoeker niettemin het recht zou toekomen een wrakingsverzoek in te dienen is niet door verzoeker onderbouwd. Evenmin is gesteld noch gebleken dat sprake is van een bijzondere (processuele) positie van verzoeker die met zich zou kunnen brengen dat een wrakingsverzoek van verzoeker ontvankelijk zou kunnen zijn. Verzoeker heeft naar voren gebracht dat hij juridisch adviseur is en heeft daarbij verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2020:917). Deze jurisprudentie kan, naar het oordeel van de wrakingskamer, verzoeker niet baten, nu het in die zaak een wrakingsverzoek betrof van een benadeelde partij met diens gemachtigde.</para>
        <para>Wrakingsverzoeken enkel in de hoedanigheid van “juridisch adviseur”, zijn niet reeds uit dien hoofde als zodanig ontvankelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op grond van het vorenstaande is verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Gelet hierop komt de wrakingskamer niet toe aan een inhoudelijke beoordeling daarvan. Een mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof (de wrakingskamer):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, aan mr. A.R. Hartmann en aan de partijen in de hoofdzaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. J. Platschorre (voorzitter), R.R.M. de Moor en </para>
      <para>J.P. de Haan, in tegenwoordigheid van mr. C.J.G. Streutjes als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. C.J.G. Streutjes is verhinderd om deze beslissing te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>