<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:3618</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T13:43:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.291.437_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:3618">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:3618</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T13:42:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:3618 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 02-12-2021 / 200.291.437_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:3618:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Na de bestreden beschikking van de rechtbank heeft de kantonrechter ambtshalve het meerderjarigenbewind opgeheven, de rechthebbende heeft geen belang meer bij het hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:3618:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 2 december 2021</para>
      <para>Zaaknummer: 200.291.437/01</para>
      <para>Zaaknummers eerste aanleg: 8372748 / OV VERZ 20-1610 &amp; 8517654 / OV VERZ 20-3287</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoekster],</para>
      <para>advocaat: mr. B.P.A. van Beers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Als belanghebbende in deze zaak wordt aangemerkt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de bewindvoerder] B.V.,</emphasis> adres houdend te [postcode] [kantoorplaats], Postbus [postbus], (hierna te noemen: de bewindvoerder).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, van 9 december 2020, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 8 maart 2021, heeft [verzoekster] het hof verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het bewind op te heffen dan wel een andere bewindvoerder te benoemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2021.</para>
        <para>Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>mr. Van Beers;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [betrokkene] namens de bewindvoerder.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <para>
          [verzoekster] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de brief met bijlagen van de advocaat van [verzoekster] d.d. 21 mei 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief met bijlage van de bewindvoerder d.d. 15 juli 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>nadere stukken van de advocaat van [verzoekster], ingekomen op 23 juli 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het V8-formulier van de advocaat van [verzoekster] d.d. 30 juli 2021.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Na de mondelinge behandeling zijn er een aantal brieven ontvangen van de kant van [verzoekster] Het hof heeft [verzoekster] bij brief van 15 november 2021 laten weten dat deze brieven niet meer bij de beslissing worden betrokken.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3. De beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 20 oktober 2015 heeft de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, over de goederen die [verzoekster] als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren bewind ingesteld, met benoeming van [de bewindvoerder] B.V. tot bewindvoerder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, voor zover thans van belang, het verzoek van [verzoekster] tot benoeming van een andere bewindvoerder afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [verzoekster] kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoekster] voert in het beroepschrift - kort samengevat – het volgende aan. De kantonrechter heeft haar verzoek tot opheffing van het bewind dan wel tot wijziging van de bewindvoerder onterecht afgewezen. [verzoekster] is inmiddels in staat om zelfstandig haar financiën te beheren. De noodzaak voor een onderbewindstelling is niet langer aanwezig.</para>
        <para>
          [verzoekster] heeft bovendien geen vertrouwen in de bewindvoerder en evenmin in diens wijze van uitvoering van het bewind.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het hof komt tot de volgende beoordeling. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.5.1.</nr>
        <para>Uit het beroepschrift en hetgeen door de advocaat namens [verzoekster] ter mondelinge behandeling naar voren is gebracht maakt het hof op dat [verzoekster] in hoger beroep haar verzoek (ten opzicht van de procedure in eerste aanleg) heeft vermeerderd, zij verzoekt nu namelijk primair om een opheffing van het bewind.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.2.</nr>
        <para>Bij brief van 15 juli 2021 heeft de bewindvoerder ambtshalve de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 maart 2021 overgelegd. Uit deze beschikking blijkt dat het bewind over de goederen van [verzoekster] met ingang van 29 maart 2021 is opgeheven. Ter mondelinge behandeling heeft de advocaat verklaard dat [verzoekster], desondanks, haar hoger beroep wenst te handhaven. [verzoekster] is niet ter mondelinge behandeling verschenen en heeft haar standpunt niet nader toegelicht.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.3.</nr>
        <para>De vraag die voorligt is, nu het bewind reeds is geëindigd, of [verzoekster] nog een voldoende concreet belang heeft bij beoordeling van haar hoger beroep. Noch de advocaat, noch [verzoekster] zelf heeft zulk een concreet belang gesteld. Het hof zal de verzoeken in hoger beroep dan ook afwijzen.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de verzoeken van [verzoekster] in hoger beroep - om het bewind op te heffen dan wel een andere bewindvoerder te benoemen - af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, E.A.M. Scheij en A.M. Bossink en is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2021 door mr. E.A.M. Scheij in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>