<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:3471</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-23T13:18:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.294.535_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:3471">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:3471</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-23T13:16:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:3471 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 18-11-2021 / 200.294.535_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:3471:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Kinderalimentatie</para>
        <para>verdeling kosten kinderen, samenloop</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:3471:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: 200.294.535/01</para>
      <para>zaaknummer rechtbank	: C/01/366138 / FA RK 20-6462</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de meervoudige kamer van 18 november 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat mr. I. Gerrand te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. P.P.M. Hendrikx-Heeren te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 24 februari 2021, uitgesproken onder het hierboven genoemde zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De man is op 18 mei 2021 in hoger beroep gekomen van de voormelde beschikking van 24 februari 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vrouw heeft op 24 juni 2021 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:</para>
      <para>- een journaalbericht van de zijde van de man van 23 september 2021 met bijlagen, ingekomen op 24 september 2021;</para>
      <para>- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 24 september 2021 met bijlagen, ingekomen op 24 september 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 7 oktober 2021 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. Zij hebben met elkaar samengewoond tot kort na de geboorte van de hierna te noemen minderjarige [minderjarige 1].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen zijn de ouders van:</para>
        <para>- [minderjarige 1] ([minderjarige 1]), geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats].</para>
        <para>De man heeft [minderjarige 1] erkend. [minderjarige 1] heeft het hoofdverblijf bij de vrouw.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de relatie van de man en zijn partner, mevrouw [betrokkene], is geboren de minderjarige:</para>
        <para>- [minderjarige 2] ([minderjarige 2]), op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats].</para>
        <para>De man heeft [minderjarige 2] erkend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het hof heeft, voor zover hierna bedragen zijn genoemd, deze telkens afgerond, tenzij anders vermeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking is de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] (hierna ook: kinderalimentatie) met ingang van januari 2020 bepaald op € 350,- per maand.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <para>De grieven van de man zien op de behoefte van [minderjarige 1], op de draagkracht van de man en de draagkracht van de vrouw, op de behoefte van [minderjarige 2] en op de verdeling van de kosten van [minderjarige 1] en van [minderjarige 2] over de onderhoudsplichtigen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2.</nr>
        <para>De man heeft verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de man met ingang van 18 december 2020 € 147,- per maand aan de vrouw dient te voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en met ingang van 1 januari 2021 € 136,- per maand, dan wel een bijdrage te bepalen en met ingang van een datum, die het hof juist acht.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vrouw heeft verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de verzoeken van de man in hoger beroep af te wijzen. Kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ingangsdatum</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De man heeft gesteld dat de ingangsdatum van de door hem te betalen kinderalimentatie moet worden bepaald op 18 december 2020, de datum waarop de vrouw haar verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie bij de rechtbank heeft ingediend, Dat is de datum vanaf wanneer de man met de betaling van kinderalimentatie rekening heeft kunnen houden. </para>
        <para>De vrouw heeft de stellingen van de man gemotiveerd weersproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt het navolgende. </para>
        <para>Uit de stukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de man vanaf de geboorte van [minderjarige 1] tot augustus 2018 met regelmaat heeft bijgedragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1], met bedragen wisselend van € 200,- tot € 300,- en </para>
        <para>€ 400,- per maand. Vanaf augustus 2018 was de man gedetineerd en is hij gestopt met betalen. Na zijn detentie heeft de man in januari 2020 zijn werkzaamheden in zijn eigen onderneming weer opgepakt, maar hij heeft geen kinderalimentatie meer betaald. Nu de man na de geboorte van [minderjarige 1] geruime tijd kinderalimentatie heeft betaald en dus op de hoogte was van zijn financiële verantwoordelijkheid voor [minderjarige 1] en mede gelet op het feit dat de man in januari 2020 weer inkomen is gaan genereren, is het hof van oordeel dat de ingangsdatum moet worden bepaald op 1 januari 2020. Dat de detentie van de man eerst officieel per 1 februari 2020 is geëindigd, zoals de advocaat van de man tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, doet aan het voorgaande niet af, nu de man al eerder in vrijheid was gesteld. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling verder nog aangevoerd dat hij vanaf januari 2020 heeft bijgedragen in de kosten van [minderjarige 1] omdat hij kleding voor haar heeft betaald </para>
        <para>- onder meer sportkleding en jassen -, maar het hof gaat aan die stelling van de man voorbij, nu hij die stelling niet met verificatoire gegevens heeft onderbouwd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Behoefte van [minderjarige 1]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De man heeft gesteld dat de behoefte van [minderjarige 1] in 2016 € 500,- per maand bedraagt en met ingang van 1 januari 2020 € 542,- per maand. De vrouw heeft daarmee tijdens de mondelinge behandeling ingestemd. Het hof gaat uit van deze behoefte van [minderjarige 1].</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Behoefte van [minderjarige 2]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De man heeft gesteld dat de behoefte van [minderjarige 2] € 789,- per maand bedraagt. De man is daarbij uitgegaan van zijn winst uit onderneming in 2020 van € 47.283,- en het op basis daarvan berekende netto besteedbaar inkomen van € 3.122,- per maand (zie productie 9 van de man in hoger beroep), alsmede van een fiscaal loon van mevrouw [betrokkene] van € 36.399,- en haar netto besteedbaar inkomen van € 2.603,- per maand (productie 14 van de man in hoger beroep). Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw met die berekeningen en met de behoefte van [minderjarige 2] van € 789,- per maand ingestemd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Draagkracht van de man, de vrouw en mevrouw [betrokkene]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de stukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de draagkracht van de man, de draagkracht van de vrouw en de draagkracht van mevrouw [betrokkene] in 2020 tussen partijen niet (langer) in geschil is. </para>
        <para>De man heeft zijn draagkracht berekend op € 847,- per maand (zie productie 9), de draagkracht van de vrouw op € 352,- per maand (productie 11 van de man in hoger beroep) en de draagkracht van mevrouw [betrokkene] op € 593,- per maand (productie 16 van de man in hoger beroep). De vrouw heeft met deze berekeningen tijdens de mondelinge behandeling ingestemd. Het hof gaat daarvan uit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verdeling van de draagkracht </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>5.5.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Tussen partijen is de verdeling van de draagkracht van de onderhoudsverplichting van de man jegens [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in geschil. </para>
          <para>De vrouw heeft gesteld dat de gehele draagkracht van de man ter beschikking dient te worden gesteld om bij te dragen in de behoefte van [minderjarige 1], waarna de resterende draagkracht beschikbaar is voor [minderjarige 2]; subsidiair betoogt de vrouw tijdens de mondelinge behandeling  dat de draagkracht van de man 50/50 over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet worden verdeeld. </para>
          <para>De man heeft dit gemotiveerd weersproken en aangevoerd dat zijn draagkracht over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet worden verdeeld naar rato van hun behoefte. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.5.2.</nr>
        <para>Het hof is van oordeel dat, zoals te doen gebruikelijk, de draagkracht van de man naar rato van de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dient te worden verdeeld en wel als volgt:</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Kind	Behoefte	Verdeling dk man naar rato behoefte		Aandeel man</emphasis>
          </para>
          <para>
            [minderjarige 1] 	€   542,-	€ 542,- : € 1.331,- = 0,41 x € 847,-		€ 347,- </para>
          <para>
            [minderjarige 2] 	€   789,- 	€ 789,- : € 1.331,- = 0,59 x € 847,- 		€ 500,-</para>
          <para>Totaal	€ 1.331,-</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van [minderjarige 2]</emphasis>
          </para>
          <para>De man en mevrouw [betrokkene] hebben samen een draagkracht voor [minderjarige 2] van € 500,- + </para>
          <para>€ 593,- = € 1.093,- per maand. Dat is voldoende om in de behoefte van [minderjarige 2] van € 789,- per maand te voorzien. Na draagkrachtvergelijking bedraagt het aandeel van de man in de kosten van [minderjarige 2]: [€ 500,- : € 1.093,-] x € 789,- = € 789,- = € 361,- per maand.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van [minderjarige 1]</emphasis>
          </para>
          <para>De man heeft voor [minderjarige 1] een draagkracht beschikbaar van € 347,- per maand. De man en de vrouw hebben samen een draagkracht van € 347,- + € 352,- = € 699,- per maand. Dat is voldoende om in de behoefte van [minderjarige 1] van € 542,- per maand te voorzien. </para>
          <para>Na draagkrachtvergelijking bedraagt het aandeel van de vrouw in de kosten van [minderjarige 1]:</para>
          <para>[€ 352,- : € 699,-] x € 542,- = € 273,- per maand.</para>
          <para>Het aandeel van de man in de kosten van [minderjarige 1] bedraagt: </para>
          <para>[€ 347,- : € 699,-] x € 542,- = € 269,- per maand.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Zorgkorting</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen partijen is niet in geschil dat de man omgang heeft met [minderjarige 1] en dat daarmee een  zorgkorting is gemoeid van 25% x € 542,- = € 135,50 per maand. Voor de man resteert dan een door hem met ingang van 1 januari 2020 aan de vrouw te betalen kinderalimentatie van </para>
        <para>€ 269,- minus € 135,50 = € 133,50 per maand. </para>
        <para>Nu de man over de periode van 18 december 2020 tot 1 januari 2021 heeft verzocht een kinderalimentatie te bepalen van € 147,- per maand zal het hof het verzoek van de man in zoverre toewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <parablock>
        <para>De man heeft nog aangevoerd dat voor de draagkracht van de vrouw met ingang van </para>
        <para>1 januari 2021 uitgegaan moet worden van de – vermoedelijk – hogere winst uit haar onderneming en haar vermoedelijk hogere draagkracht. De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling hetzelfde aangevoerd ten aanzien van de onderneming van de man. Nu echter geen van partijen verificatoire gegevens heeft overgelegd met betrekking tot het belastingjaar 2021, gaat het hof aan de stellingen van partijen op dit punt voorbij. Analoog aan de wettelijke indexering bedraagt de kinderalimentatie - zoals vastgesteld voor de periode van </para>
        <para>1 januari 2020 tot 18 november 2020 - met ingang van 1 januari 2021 € 139,57 per maand.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Het hof zal de proceskosten in beide instanties compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt, nu partijen een relatie met elkaar hebben gehad en de procedure de bijdrage aan het uit die relatie geboren kind betreft.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing. Voor de leesbaarheid van het dictum zal het hof de gehele bestreden beschikking vernietigen en opnieuw beslissen zoals in het dictum van deze beslissing is weergegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 24 februari 2021, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en opnieuw beschikkende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van:</para>
      <para>- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats],</para>
      <para>dient te betalen:</para>
    </parablock>
    <para>- voor de periode van 1 januari 2020 tot 18 december 2020 een bedrag van € 135,50 per maand,</para>
    <para>- voor de periode van 18 december 2020 tot en met 31 december 2020 een bedrag van </para>
    <para>€ 147,- per maand, en </para>
    <para>- met ingang van 1 januari 2021 een bedrag van € 139,57 per maand,</para>
    <para>de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de kosten van het geding in beide instanties in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, C.N.M. Antens en </para>
      <para>E.M.C. Dumoulin en is door mr. M.J. van Laarhoven op 18 november 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>